Posts tonen met het label accountantskantoren. Alle posts tonen
Posts tonen met het label accountantskantoren. Alle posts tonen

zondag 10 januari 2016

De "Deloitte-affaire"

In  de maand oktober van 2015 kreeg het accountantsberoep te maken met een merkwaardige zaak.
De commissarissen van Deloitte vonden het verstandig om na 10 jaar te veranderen van controlerend accountant (EY).
Zoals u ongetwijfeld weet zijn ondernemingen van openbaar belang (OOB) vanaf 1 januari 2016 verplicht om van accountant te wisselen na een periode van 10 jaar (daarvoor was dat acht jaar). Het idee achter de regelgevend is dat het goed is voor de frisse blik en de onafhankelijkheid van de accountant als hij niet veel te lang de jaarrekening van een bedrijf controleert.

Rouleren? niet voor mij!
Nu is Deloitte geen OOB en dus zelf niet verplicht om van accountant te wisselen, maar accountants dienen zelf toch ook wel het goede voorbeeld te geven.
Wat goed is voor de klant kan niet slecht zijn voor accountantskantoren, zou je denken.
Deloitte kreeg het echter moeilijk toen bleek dat de frisse blik van de beoogde nieuwe accountant ertoe zou leiden dat een post goodwill van partners voortaan wel zou worden meegenomen in de jaarrekening.
Veel partners waren het daar niet mee eens en daarom besloot de raad van commissarissen nog vier jaar met de bestaande accountant (EY) door te gaan. Toen deze zaak in de openbaarheid kwam door een artikel in De Telegraaf krabbelde Deloitte terug en besloot men alsnog de zoektocht naar een nieuwe accountant te hervatten.

Hierna hebben de beroepsorganisatie NBA en de grote accountantskantoren besloten om elke vrijblijvendheid uit te bannen en de wisseling verplicht te stellen.

Al met al weer de zoveelste deuk in het imago van de grote accountantskantoren.
Deloitte laat zien lak te hebben aan het navolgen van een regime dat voor de klant wel geldt maar blijkbaar niet voor Deloitte.
Beroepsorganisatie NBA laat zien dat de grote kantoren  alleen met grote druk vanuit de het beroep geneigd zijn hun gedrag te verbeteren.
Deze casus laat echter nog meer zien.

Onafhankelijke commissarissen?
Jan-Willem Wits  stelt in een artikel aan de orde dat de commissarissen bij Deloitte te veel rekening hebben gehouden met de belangen van de aandeelhouders (lees: partners van Deloitte). Daarom is er volgens hem geen sprake van enig onafhankelijk toezicht. Citaat:
"De governance oogt solide maar feitelijk functioneren de externe commissarissen als stempelmachine voor de agenda van de partners van Deloitte."
Ook Gerben Evers van de AFM is in een interview kritisch over Deloitte. Citaat:
"We hebben nadere informatie opgevraagd. Mocht blijken dat goedkeuring is gegeven aan de bezwaren van de partners, dan is dat geen goede governance. Het toont het belang aan van een onafhankelijke raad van commissarissen (rvc). Deloitte heeft tot nu toe een rvc die niet helemaal onafhankelijk is."

Ik moet om beide constateringen toch wel even lachen.
Ruim 1 jaar geleden schreef ik al dat het instellen van een raad van commissarissen bij een accountantskantoor weinig voorstelt.
Bij een "gewoon" bedrijf met aandeelhouders rapporteert de raad van commissarissen aan de aandeelhouders over het door haar uitgevoerde toezicht op het beleid van het bestuur en op de algemene gang van zaken van de vennootschap.
Het kenmerkende verschil tussen een "gewone' onderneming en een accountantskantoor is dat de aandeelhouders bij Deloitte louter vennoten van de firma zijn.
Dus niet op afstand staande anonieme beleggers maar toonaangevende en bekende eigenaren van de accountantspraktijk waarin zij werkzaam zijn.
Als aandeelhouders in een dergelijke positie komen te verkeren dan is het niet meer dan logisch dat hun eigen belang voorop staat. Dat betekent onherroepelijk dat de leden van de raad van commissarissen te maken hebben met een groep aandeelhouders die moeiteloos alles kunnen afstemmen wat commissarissen willen.
De aandeelhouders van Deloitte hadden ongetwijfeld de benoeming van een nieuwe accountant tegen gehouden als die vanuit een frisse blik tot de constatering komt de goodwill te consolideren.

Natuurlijk kan er in zo'n situatie geen sprake zijn van effectief onafhankelijk toezicht. Zoals de affaire bij DSB heeft laten zien is het geen goede governance als de grootaandeelhouder ook rechtstreeks betrokken is bij de dagelijkse gang van zaken. Dan kan er geen onafhankelijk toezicht meer worden uitgeoefend door commissarissen.
Net als bij DSB is er het grote risico dat aandeelhouders het accountantskantoor als hun eigen bedrijf beschouwen en de raad van commissarissen onvoldoende serieus nemen.
Net als bij DSB wordt de raad van commissarissen dan meer een raad van advies dan van toezicht.

Dat alles is overigens ook de reden dat men bij ondernemingen in het MKB met een directeur-grootaandeelhouder bijna geen raden van commissarissen tegenkomt. Allereerst vanwege de reden dat deze aandeelhouders geen raad van commissarissen nodig hebben om hun werk goed te doen. Ten tweede omdat men geen behoefte heeft aan buitenstaanders in de onderneming.
Daarom ook is het zo vreemd dat men binnen de beroepsorganisatie NBA zo'n groot belang hecht aan
een "onafhankelijke" raad van commissarissen.

Conclusie
De hele affaire toont maar weer eens aan dat de Grote Vier van accountantskantoren veel te veel vanuit hun eigen belang opereren in plaats vanuit het publieke belang.
Daarbij mag men niet al te veel verwachten van het zogenaamde "onafhankelijke toezicht" door commissarissen bij accountantskantoren.
Het gaat me iets te ver om de raad van commissarissen te betitelen als "stempelmachine" zoals Jan-Willem Wits stelt. Ik moet echter wel bekennen dat deze casus aantoont dat commissarissen bij deze organisaties van aandeelhouders die tevens eigenaren zijn einig ruimte zullen krijgen om tegen hun (eigen)belangen te handelen.
Dat betekent tevens dat er van een serieuze rol als commissaris er bij dit soort instellingen geen sprake kan zijn.
Ik kan u wel verklappen dat ik om die reden nooit een uitnodiging zal aanvaarden om commissaris te worden bij dit type ondernemingen.

dinsdag 24 november 2015

Ruzie over Monitoring Commissie Accountancy van NBA

Er zijn van die dagen dat ik me echt een beetje boos maak over bepaalde zaken.
Vandaag meldt het Financieele Dagblad het volgende:
"De vier grote accountantskantoren (PwC, KPMG, Deloitte, EY) hebben een probleem met de rol van de monitoringcommissie van de beroepsvereniging van accountants NBA. Zij richten hun pijlen nu met name op voorzitter Ada van de Veer, die als voormalig commissaris bij zorgconcern Meavita ter discussie staat. Dat meldt de Telegraaf."
De Telegraaf is nog veel duidelijker en meldt dat "de sector rollebollend over straat gaat over de benoeming van de voorzitter van een onafhankelijke commissie die toeziet op "gezagsherstel'" van de sector.
Daarbij zegt de Telegraaf ook nog;
"Volgens verschillende bronnen zien de Big Four (Deloitte, EY, KPMG en vooral PwC) een bedreiging in de samenstelling en onafhankelijkheid van de commissie, met daarin onder meer luis in de pels en hoogleraar Accountancy Marcel Pheijffer van Nyenrode."
Daarbij willen de grote accountantskantoren ook dat de commissie zich alleen bezig houdt met de kleinere kantoren een de grote kantoren aan de AFM overlaat.

Hier wordt ons mooie beroep echt niet beter van lijkt mij.
Bovendien valt er wel het nodige af te dingen op de argumenten die de grote accountantskantoren nu opeens aandragen.

Beperkte rol?
Volgens bronnen vinden de grote kantoren dat de monitoringscommissie zich met haar toezicht op de hervormingsplannen van de NBA vooral zou moeten richten op de kleinere kantoren.
De grote kantoren zouden het exclusieve domein moeten zijn van de Autoriteit Financiele Markten (AFM).
Dat is een hele vreemde redenering want de beroepsorganisatie NBA heeft nu eenmaal besloten dat alle beroepsbeoefenaren vallen onder het hervormingsplan "In het publieke belang.'
Dat de grotere accountantskantoren onder toezicht staan van de AFM doet daar niets aan af.
Het gaat hier om de individuele leden van de NBA, of ze nu wel of niet werkzaam zijn bij een groot kantoor.
Bovendien zijn het nu juist de grote kantoren die met hun handelen het beroep van registeraccountant in diskrediet hebben gebracht.
Ik denk wel eens dat het de heren bestuurders van deze kantoren aan enige werkelijkheidszin ontbreekt. Sterker nog, ook deze actie lijkt weer op een collectieve harakiri, zoals ik al eens eerder betoogde.
"We hebben blijkbaar te maken met een beroepsgroep die zijn eigen kernfunctie niet langer meer serieus neemt. Integendeel, de kantoren investeren volop in allerlei nieuwe adviesdiensten en verwaarlozen klaarblijkelijk hun voornaamste reden van bestaan, de controle van jaarrekeningen.Daarvoor heeft de vrije markt allang een oplossing bedacht: bedrijven die niet meer adequaat voldoen aan de vraag in de markt zullen vanzelf verdwijnen. Anders geformuleerd, als de partners van accountantskantoren collectief hara kiri willen plegen door het leveren van een slecht controleproduct dan moet dat dan maar."
Blijkbaar heeft men weinig gevoel van wat er leeft. De grote kantoren zijn weliswaar groot, maar klein (lees slecht) in het uitvoeren van de werkzaamheden waarop het maatschappelijk verkeer zou moeten kunnen vertrouwen.
Als ze al een uitzonderingspositie verdienen dan is dat als het slechtste jongetje van de klas. Niet alleen in Nederland, maar ook in andere landen, hebben de toezichthouders weinig goede woorden over voor de kwaliteit van de geleverde controles.
Kortom, als je slecht presteert, het imago van de beroepsgroep verpest, kan je maar beter volledig meewerken aan een commissie van je eigen beroepsgroep in plaats van aanspraak maken op een "status aparte." Een status die je overigens wel degelijk verdient hebt door ondermaats te presteren.

Onafhankelijkheid
De door het FD aangehaalde bronnen laten ook weten dat de vier grote kantoren al vanaf het begin moeite hebben gehad met de monitoringscommissie.
"Ze zouden vinden dat de leden niet onafhankelijk zijn. Drie leden van de MCA zijn commissaris bij Nederlandse bedrijven en instellingen die potentieel klant zijn van de big four."
Ik begrijp weinig van dit argument. Het zijn nu juist de klanten die te maken hebben gehad met de gevolgen van slecht uitgevoerde controlewerkzaamheden.
Zijn ze daarom niet onafhankelijk?
Het antwoord is eigenlijk eenvoudig: ze zijn even onafhankelijk als de accountants beweren te zijn als ze een goedkeurende verklaringen afgeven zonder daarvoor de benodigde werkzaamheden te hebben gedaan.
Deze leden van de commissie hebben belang bij een goed functionerend accountantsberoep vanuit hun functie als commissaris. Daarom zijn ze terecht gekozen.
Overigens: wie zou er in aanmerking komen om onafhankelijk te zijn, en waarom is dat nodig?
Het gaat er om dat er leden in de commissie zitten die betrokken zijn vanuit de praktijk en belang hebben bij een goed uitgevoerde accountantscontrole.
Je zou bijna denken dat de grote vier alleen maar mensen in de commissie willen die dit standpunt niet delen, of vergis ik me hier?

De commissievoorzitter
Volgens de Telegraaf grijpen de "big four" de veroordeling van Ada van Veer met beide handen aan.
"Naast Loek Hermans werd zij met name genoemd in de uitspraak van de Ondernemingskamer waarin de vroegere top van de inmiddels failliete thuiszorgorganisatie Meavita schuldig werd bevonden aan 'wanbeleid'. Zij bleven afgelopen donderdag 19 november collectief weg bij de presentatie door Van der Veer over het voorgenomen werkprogramma van haar commissie."
Deze zaak ligt wat mij betreft genuanceerder.
Allereerst begrijp ik niet dat je botweg wegblijft bij een presentatie. Waarom is deze zaak niet vooraf besproken?
Ten tweede hebben de grote kantoren allerlei ingangen bij de NBA om al bij de samenstelling van de commissie hun bezwaren te uiten. Dat hoeft allemaal niet achteraf door de commissie te boycotten.

Dat laat onverlet dat ook ik wel van mening ben dat de benoeming van Ada van der Veer niet bepaald gelukkig is.
Het is een kundige dame, maar heeft toch wel een vlek op het blazoen.
Zo was zij als commissaris bij KPNQwest als commissaris een van de betrokkenen in een voorgenomen rechtszaak, een onderzoek door de Ondernemingskamer en een schikking.
Ook is ze door Ondernemingskamer inderdaad veroordeeld voor wanbeleid voor haar rol als commissaris bij Meavita.
Volgens de NBA heeft dat geen gevolgen voor de positie van haar.
NBA-voorzitter Pieter Jongstra: ”We hebben de uitspraak bestudeerd en gesproken met diverse betrokkenen. Wij hebben daaruit de conclusie getrokken dat er geen reden is om aan de competenties en de integriteit van Ada van der Veer te twijfelen. Zij zal derhalve haar werkzaamheden als voorzitter van de commissie voortzetten.”
Ik waag dat persoonlijk te betwijfelen. Je wilt toch als beroepsorganisatie een voorzitter van onbesproken gedrag?
Natuurlijk is ze competent en ongetwijfeld integer, maar daar gaat het niet om. Ik citeer mevrouw van der Veer zelf:
Het geschonden vertrouwen herstellen in de accountancybranche vind ik van cruciaal belang voor het functioneren van onze economie. Bedrijven en particulieren moeten blind kunnen vertrouwen op de integere en correcte werking van de accountancysector. Vandaar dat we de komende jaren met een onafhankelijke commissie aan het werk gaan om deze beroepsgroep te helpen haar gezag in het economisch verkeer en de maatschappij te hervinden en te herstellen. Dat gezag is essentieel, niet alleen voor het uitvoeren van controletaken maar ook voor het kunnen signaleren van bredere (niet-financiële) kwesties.Het gaat de commissie daarbij vooral om het laten herijken en het weer laten naleven van de kernwaarden en de principes van het accountants-vak. We realiseren ons als Commissie dat dit geen gemakkelijke klus zal worden, waarbij we nadrukkelijk de medewerking van de accountancysector nodig zullen hebben."
Als je deze doelstelling wilt realiseren moet je zelf ook helemaal vrij zijn van alle blaam.
Zoals nu blijkt wordt haar verleden aangegrepen om haar positie ter discussie te stellen.
Dat is vervelend, maar het was voorspelbaar.
Los van de verdiensten van mevrouw van der Veer is deze aantekening op je CV betreffende Meavita genoeg om je kwetsbaar te maken voor criticasters. Dit afgezien van het feit of de grote kantoren nu wel of niet gedreven worden door hun eigen belang, zoals nu duidelijk het geval is.
Het lijkt mij eveneens ook niet zo handig van het NBA om met een voorzitter te komen, waarvan bekend was dat deze onderwerp was van een lopende procedure.
Je had op basis van het rapport van de onderzoekers van de Ondernemingskamer op je vingers kunnen natellen dat er wanbeleid zou volgen in de uitspraak van de rechter.
Je kunt dan wel als NBA zeggen dat mevrouw van der Veer competent en integer is, maar van haar competenties heeft ze in ieder geval bij Meavita weinig gebruik gemaakt.
U leest het vonnis van de rechter er maar op na (Ada van der Veer wordt aangeduid als betrokkenen [Q].

Het lid Pheijffer
Tot slot wordt ook mijn geachte collega Pheijffer  bij Nyenrode als ongewenst persoon verklaard. Ik citeer nog maar even uit het Financieele Dagblad:
"En hoogleraar Marcel Pheijffer, tevens blogger op Accountant.nl, treedt op als getuige deskundige in rechtszaken tegen accountantskantoren. Om die reden zouden de kantoren niet willen de commissie toegang krijgt tot ‘interne en gevoelige informatie’ over hun organisatie."
De Telegraaf spreekt overigens over de "luis in de pels", een typering die bij mij niet erg positief over komt, maar wel aangeeft dat de grote vier kantoren hem niet zien zitten.
Alleen al deze redenering van deze kantoren geeft aan dat ze absoluut niet tegen kritiek kunnen.
Natuurlijk is Pheijffer deskundige vanwege zijn grote kennis van het accountantsberoep.
Natuurlijk is Pheijffer terecht en gefundeerd kritisch over de wanprestaties van zijn beroepsgenoten.
Het beroep zou eigenlijk blij moeten zijn met collega's die hen kritisch en met goede argumenten een spiegel voorhouden.
Blijkbaar niet de grote kantoren.

Het daarbij gehanteerde argument is nogal zielig wat mij betreft.
Hij zou toegang krijgen tot interne en gevoelige informatie en dat willen we niet.
Daarmee geef je al aan dat je helemaal geen onafhankelijk, wetenschappelijk oordeel wilt van deze hoogleraar.
Wie je dan wel wilt in de commissie, is mij overigens volstrekt niet duidelijk en daar spreken de kantoren zich ook niet over uit.
Blijkbaar mag je als KPMG-partner wel zitting nemen in de Ondernemingskamer als raadslid (de heer Eeftink), maar niet als wetenschapper bij Nyenrode de rol van deskundige bij rechtszaken vervullen zoals de heer Pheijffer dat doet.
Het moet niet gekker worden.

Conclusie
Of dit alles bijdraagt tot herstel van vertrouwen in het beroep waag ik nu al te betwijfelen.
De onbesuisde reactie van de de grote kantoren is een onbeschaamd staaltje van machtsvertoon en dom eigen belang.
Evenmin ben ik erg blij met het feit dat deze zaak weer breeduit in de pers verschijnt met de smakelijk aanduiding in de Telegraaf dat de "'kopstukken uit de sector rollebollend over straat gaan."
Dit alles doet ons beroep geen goed.
We zijn nog heel ver weg van het herstel van geschonden vertrouwen.

woensdag 3 december 2014

Betere accountantscontrole: partner roulatie werkt

In Amerika is het via de Sox-wetgeving geregeld dat accountantskantoren elke vijf jaar de verantwoordelijke partner voor de jaarrekeningcontrole en de partner die de controle beoordeelt elke vijf jaar moeten vervangen door een ander (Sox art. 203). De audit commissie moet er op toezien dat dit gebeurt.

Uit recent onderzoek blijkt dat dit werkt. Volgens Laurion, Lawrence en Ryans:
"The main purpose of audit partner rotation is to bring a "fresh look" to the audit engagement while maintaining firm continuity and overall audit quality. Despite mandatory audit partner rotation being required in the U.S. for over 35 years, to-date there has been limited empirical evidence speaking to the effectiveness of U.S. auditor partner rotations given that audit partner information is not disclosed in U.S. audit reports. Using SEC comment letter correspondences to identify U.S. audit partner rotations, we provide initial evidence among publicly-listed companies suggesting that audit partner rotation in the U.S. supports a "fresh look" at the audit engagement. Specifically, we find that audit partner rotation results in substantial increases in material restatements (129 to 135 percent) and write-downs of impaired assets (one percent of market value). Overall, these findings suggest that audit partner rotation supports auditor independence and is an important component of quality control for U.S. accounting firms."
Het gaat hier niet om wisseling van een accountantskantoor, zoals bij ons verplicht is. Dit onderzoek beperkt zich tot de wisseling van de verantwoordelijke partners.
In Europa gaat men er vanuit dat wisseling van kantoor beter werkt dan partner roulatie.
Bedenk dan wel dat de wetgeving ondernemingen beperkt in het verkrijgen van advies van het accountantskantoor dat de jaarrekeningcontrole uitvoert.
Veel beursgenoteerde ondernemingen nemen daarom een breed palet aan adviesdiensten af van de andere 3 kantoren van de Big Four.
Dat is de reden dat wisseling van accountantskantoor in de praktijk vaak lastig is, omdat de betrokken ondernemingen dan ook al de adviesdiensten moeten gaan wisselen.
Dit nog even los van het feit dat een wisseling van kantoor betekent dat er een compleet nieuwe ploeg moet worden ingewerkt en dat het nog wel even duurt voordat deze op stoom is.

Los van dit alles, toch bijzonder dat deze studie aantoont dat het wisselen van betrokken partner in de praktijk werkt.

maandag 7 april 2014

De AFM wil partnermodel accountantskantoren aanpassen

Bij monde van bestuurder Gerben Everts, heeft de AFM vandaag kenbaar gemaakt dat het besturingsmodel van accountantskantoren zou moeten veranderen. Volgens een interview met het FD:
"Everts vindt dat de accountantskantoren snel moeten veranderen omdat hun 'license to operate' al een paar jaar ter discussie staat. Achtergrond van die discussie zijn de financiële crisis van 2008, boekhoudaffaires en rapporten van de AFM waaruit blijkt dat de kwaliteit van het accountantswerk in Nederland niet aan de maat is."
Ook stelt Everts:
"Verbetering en versterking van het bestuur is daarbij een essentiële aanvullende stap die nodig is om de ingezette kwaliteitsverbetering te versnellen, aldus Everts. 'Hoe kan het dat het bestuur steeds van de toezichthouder moet horen dat er tekortkomingen zijn in de kwaliteit. Dat toont aan dat de interne beheersing nog onvoldoende is."
De AFM-bestuurder pleit daarom voor drie veranderingen. In de eerste plaats dienen bestuurders 100% toegewijd te zijn aan hun bestuurstaken. Nu hebben zij vaak ook nog verantwoordelijkheid voor bepaalde klanten.
Everts zou ook graag zien dat het bestuur van de kantoren open gaat voor buitenstaanders. 'Nu wordt iemand bestuurder omdat hij een goede accountant is. Maar is een goede accountant ook een goede bestuurder?' Ten slotte pleit hij voor een raad van commissarissen, met onafhankelijke leden, die bestuurders kan benoemen en ontslaan.

Los van de vraag of Everts als bestuurder van de AFM wel bevoegd is om over de besturingsstructuur van accountantskantoren iets op te merken, zijn zijn gedachten zeker interessant.
Dat de kwaliteit van de accountantscontrole beter moet is buiten twijfel. Niet alleen de AFM maar ook andere toezichthouders in Amerika en Engeland  komen regelmatig met negatieve rapporten over de kwaliteit van de uitgevoerde jaarrekeningcontroles. Recent nog maakte IFIAR, de club van internationale toezichthouders, bekend dat de kwaliteit van accountantscontroles wereldwijd onder maat is. Voornaamste conclusie: accountants keuren jaarrekeningen goed terwijl ze te weinig informatie hebben verkregen om die goedkeuring op te baseren.
Deze geluiden horen we al veel langer en daarom is het verbazingwekkend dat deze voortdurende negatieve kritiek zichtbaar nooit heeft geleid tot enige verbetering in de kwaliteit.

Mijn zeer gewaardeerde collega Marcel Pheijffer heeft daar al menig weblog aan gewijd op de website van www.accountant.nl, en ook hij heeft gereageerd op de boodschap van Everts. Ik merk daarbij op dat hij achter de voorstellen van Everts staat.

Ik zal mij beperken tot de vermeende voor- en nadelen van de voorgestelde governancestructuur.
Ik heb me overigens al eerder negatief uitgelaten over de pogingen van het NBA-bestuur om een governance-code voor accountantskantoren te introduceren.
Ook het initiatief van Everts valt in dezelfde categorie te plaatsen en wel in de betekenis dat ook hij vindt veranderingen in de governancestructuur noodzakelijk zijn en bovendien dat accountantskantoren qua bestuur meer moeten gaan lijken op normale bedrijven.

Dat laatste argument lijkt mij allereerst nogal overdreven want ook bij "normale" bedrijven zien we genoeg voorbeelden van slecht bestuur, ondanks een zwaar opgetuigde RvC, een flexibele arbeidsmarkt voor bestuurders die veelal van buiten komen en een cohort op eigenbelang beluste aandeelhouders.
Everts vergeet dat een gekozen juridische structuur zowel voor- als nadelen heeft. Het partnermodel heeft als voordeel dat er een groep belanghebbend is bij de onderneming die nauw betrokken zijn bij het bestuur (als partner) en veel te winnen en te verliezen hebben bij het wel en wee van de onderneming bij wie ze betrokken zijn. In dat opzicht is partnermodel veel sterker dan het aandeelhoudersmodel met heel veel slecht geïnformeerde en ondeskundige betrokkenen op afstand (aandeelhouders) die in het uiterste geval alleen kunnen stemmen met de voeten.
Een partnermodel zou eigenlijk het optimale bestuursmodel moeten zijn voor het vrije beroep en is dat ook in veel andere sectoren waaronder de advocatuur en de consultancy.

Voor wat betreft de veranderingen in de governancestructuur pleit Everts voor een raad van commissarissen met onafhankelijke leden die bestuurders kan benoemen en ontslaan.
Mijn eerste reactie zou zijn dat dit volkomen haaks staat op een maatschap met vennoten die uit hun midden zelf hun bestuurders kiezen. Bovendien lijkt het me onwaarschijnlijk dat de partners dit recht uit handen zullen geven aan een stel commissarissen van buiten. Waarom zouden deze dat beter kunnen dan zijzelf? Daarbij komt nog dat Everts blijkbaar aanneemt dat hierdoor de bestuurders meer onafhankelijk kunnen zijn van de partners door tussenkomst van een raad van commissarissen.
In de dagelijkse governancepraktijk zie ik deze bewering niet onderbouwd. Aandeelhouders kunnen bestuurders benoemen en ontslaan, al of niet op voordracht van commissarissen. De vermeende isolatie van bestuurders van aandeelhouders door Everts is daarom een fictie.

Tenslotte vindt Everts dat het bestuur van accountantskantoren meer moet openstaan voor buitenstaanders. Ik citeer uit het interview: "Nu wordt iemand bestuurder omdat hij een goede accountant is. Maar is een goede accountant ook een goede bestuurder?"
In mijn ervaring met de praktijk van grote accountantskantoren wordt er niet zonder meer gekozen voor een "goede" accountant, maar wel degelijk voor een partner met bestuurlijke kwaliteiten. Daarbij zitten in het bestuur ook bestuurders afkomstig uit de adviespraktijk (fiscaal en consultancy) en niet alleen accountants.

Kortom, er zijn nog wel wat kanttekeningen te plaatsen bij de proefballon van Everts, want meer kan ik het echt niet noemen. Het lijkt aardig maar is nogal slecht doordacht.
Ook zie ik niet in hoe deze veranderingen opgelegd kunnen worden aan het beroep als de kantoren dat niet zelf willen doen. De overheid of een toezichthouder kan niet zomaar ingrijpen in een privaatrechtelijk bestuursmodel en al helemaal niet als dat slecht onderbouwd is. Mogelijk kan dat alleen voor de controletaak van accountants, maar dat is maar een deel van de totale activiteiten van accountantskantoren die voortduren steeds meer adviestaken opbouwen.

Tenslotte nog is het onwaarschijnlijk dat deze structuurveranderingen het structurele probleem van slechte jaarrekeningcontroles oplossen. We hebben blijkbaar te maken met een beroepsgroep die zijn eigen kernfunctie niet langer meer serieus neemt. Integendeel, de kantoren investeren volop in allerlei nieuwe adviesdiensten en verwaarlozen klaarblijkelijk hun voornaamste reden van bestaan, de controle van jaarrekeningen.
Daarvoor heeft de vrije markt allang een oplossing bedacht: bedrijven die niet meer adequaat voldoen aan de vraag in de markt zullen vanzelf verdwijnen. Anders geformuleerd, als de partners van accountantskantoren collectief hara kiri willen plegen door het leveren van een slecht controleproduct dan moet dat dan maar. Alhoewel de AFM wel degelijk sancties kan opleggen zoals het opleggen van boetes of het intrekken van de vergunning.

Het antwoord is volgens mij aan de concurrentie die er wel in slaagt een goede kwalitatieve en betrouwbare controle van de jaarrekening te bieden tegen aanvaardbare kosten.
Ik ben er te oud voor, maar ik zou nog graag een audit-only kantoor beginnen met gemotiveerde en hooggekwalificeerde professionals en partners.
Wedden dat dit een hele andere cultuur en gedrag bewerkstelligt dan de beoogde governancestructuren van Everts?
Wedden dat dit aloude professionele model van een vrij en gerespecteerd beroep wel leidt tot een betere kwaliteit!