vrijdag 23 december 2011

De rol van het geweten in corporate governance

Tijdens de feestdagen lijkt het er op dat bij iedereen het beste boven komt.
We vieren de feestdagen uitgebreid met familie en vrienden en koesteren ons in de gezelligheid, warmte en vriendelijkheid.
We laten deze dagen eigenlijk onze natuurlijke goedheid boven komen, zonder dat iemand ons dat vraagt.

Hoe zorg je voor goed gedrag?
Eigenlijk is dat opmerkelijk want vanuit het vakgebied corporate governance is een belangrijke vraag wat nu de beste manier is om er voor te zorgen dat mensen zich behoorlijk gedragen. Blijkbaar gaat dat niet vanzelf want we gaan daarbij uit van de aanname dat mensen primair zelfzuchtige creaturen zijn die alleen maar reageren op straf of beloning. Daarbij denken we ook dat men niet in staat is zijn werk goed te doen, of niet te liegen of te bedriegen, als men niet de juiste "prikkels" krijgt. Zomaar wat voorbeelden:
  • Doen directieleden niet goed hun best? Koppel hun beloning aan de aandelenkoers met opties en aandelenpakketten.
  • Zien we de onderwijsprestaties omlaag gaan? Geef leraren een bonus gekoppeld aan de behaalde cijfers.
  • Zien we de kosten van medische zorg te veel stijgen? Geef artsen en ziekenhuizen een beloning die gekoppeld is aan de prestaties.
De homo economicus
Deze nadruk op "prikkels' en "verantwoording afleggen" is gebaseerd op een mensbeeld van de "homo economicus' die rationeel handelt vanuit (economisch) eigenbelang. Dat mensbeeld vindt zijn oorsprong in de theoretische economie maar heeft zich in brede kring verspreid onder politici, bestuurders en experts in vakgebieden in politieke wetenschappen, filosofie en ook corporate governance.

Feitelijk bezien we de mens hierdoor ook vanuit een negatieve invalshoek en daardoor hebben we minder oog voor de aanwezigheid en belangrijkheid van de goedheid in de mens. Toch zien we elke dag talrijke voorbeelden van mensen die zich ethisch en onzelfzuchtig gedragen. In werkelijkheid zijn er niet veel mensen die beschuldigd kunnen worden van extreme hebzucht, of die stelen of bedriegen. Er zijn er veel meer die bereid zijn anderen te helpen, denk maar eens aan het succes van Serious Request en andere liefdadige activiteiten.

De verwaarloosde rol van het geweten
Desalniettemin besteden we veel minder aandacht aan de goede aspecten van onze menselijke aard en fixeren we ons vooral op de slechte dingen die mensen doen. Daarmee verwaarlozen we naar mijn mening de cruciale rol die onze betere impulsen kunnen spelen in het vormen van onze samenleving.
We leunen vooral op de macht van hebzucht om het menselijke gedrag te kanaliseren maar kunnen we ons niet veel beter op het bevorderen van de macht van het geweten, de goedkoopste en meest effectieve politiemacht die we ons kunnen wensen?
In haar laatste boek "Cultivating Conscience' wordt deze lijn van redeneren verder wetenschappelijk uitgewerkt door professor Lynn Stout. Een kortere versie is te vinden in een artikel in Governance Studies van december 2010.
Stout argumenteert dat er de afgelopen vijftig jaar talloze wetenschappelijke experimenten zijn gedaan in de gedragswetenschappen die onweersproken bewijzen onzelfzuchtig sociaal gedrag helemaal niet zeldzaam is maar een veel voorkomend en werkelijk fenomeen is. In heel veel gevallen offeren mensen hun eigen materiële beloning op om anderen te helpen of om te voorkomen dat anderen schade leiden.

Gewetensvol gedrag
Dit prosocialegedrag is van belang voor iedereen die zich bezighoudt met wetgeving, politiek, management en corporate governance. In al deze gebieden is er sprake van het centrale probleem hoe je er voor kunt zorgen dat mensen zich gedragen op een manier die Stout beschrijft als "conscientiousness" ofwel gewetensvol. Gewetensvol gedrag houdt in dat we harder werken dan minimaal van ons wordt verwacht, dat we belasting betalen in plaats van die te ontduiken, dat we ons aan afspraken houden, dat we de rechten en eigendom van een ander respecteren en dat we afzien van relschoppen, diefstal en wangedrag.

Hoe bevorder je gewetensvol gedrag?
De vraag is vervolgens wanneer en waarom dit soort gedrag ontstaat. Vanuit de experimentele speltheorie weten we dat mensen alleen tot dit soort gedrag komen onder bepaal de condities. Stout noemt drie sociale regietekens die van belang zijn:
  1. Instructies van een autoriteit. De meesten van ons doen datgene wat van ons gevraagd wordt. Dit instinct voor gehoorzaamheid kan ook gebruikt worden om gewetensvol gedrag te bevorderen.
  2. Percepties van het gedrag van anderen. We zijn van oudsher kuddedieren die aardig doen as anderen dat ook doen en lelijk doen als we denken dat anderen dat ook zullen doen.
  3. Percepties van het positieve effect op anderen. Experimenten wijzen uit dat we eerder onzelfzuchtig zullen handelen als we denken dat anderen daar grote voordelen van zullen hebben, eerder dan slechts een klein voordeel.
Ten koste van wat?
Stout wijst er echter wel op dat gewetensvol gedrag ook zijn grenzen kent. Empirisch bewijs duidt aan dat als de persoonlijke kosten van gewetensvol gedrag stijgen er een afname te zien is van prosociaal gedrag. Deze resultaten geven aan dat als we willen dat mensen zich gewetensvol gedragen we er ook voor moeten zorgen dat er geen prikkels zijn die aanmoedigen tot slecht gedrag.
Stout wijst als voorbeeld op het effect van het toekennen van opties aan bestuurders aan de bestuurders van Enron en Worldcom die daardoor er alles aan deden om de aandelenkoers te manipuleren.

In feite wordt door een dergelijk mechanisme gewetensvol gedrag ontmoedigt.
Allereerst omdat een materiële incentive om iemand  ertoe te brengen iets te doen het onuitgesproken signaal afgeeft dat zelfzuchtig gedrag zowel verwacht als geschikt is voor de te vervullen taken. Ten tweede suggereert het dat anderen in dezelfde situatie zich ook zelfzuchtig gedragen. Ten derde het impliceert dat zelfzuchtig gedrag op de een of andere manier gunstig is (waarom zou het anders beloond worden?).
Materiële beloningen doen overigens meer dan alleen dan het veranderen van impulsen van gedrag. Het verandert ook mensen. Te veel vertrouwen op zelfzucht kan een zelfbevestigende voorspelling worden. Als je mensen behandelt alsof zij alleen hun eigen materiële belangen voorop moeten stellen, kun je er zeker van zijn dat ze dat ook doen.
Ik voeg daar nog aan toe dat dit nu precies de reden was waarom het in de financiële sector zo dramatisch mis ging. Door het toekennen van hoge bonussen werd daar veel te veel risico genomen met alle gevolgen van dien.

Neem het geweten serieus
We moeten daarbij niet de ogen sluiten voor het onmiskenbare feit dat gewetensvol gedrag aan het afnemen is in onze samenleving. In ieder geval in sommige segmenten daarvan zoals de financiële wereld en in de kringen van bestuurders in de publieke en private sector. In deze sectoren staat vooral het materiële eigenbelang van de top voorop en wordt er in hoge mate gezondigd tegen de eerder genoemde drie sociale regietekens.

Dat het maatschappelijke draagvlak hiervoor aan het afbrokkelen is, dringt helaas nog maar moeizaam door.
Zie ook het debat in Amerika over de 1% tegen de 99%. Deze beweging afdoen als een tijdelijk verschijnsel van een klein groepje antiglobalisten, miskent dat het grote publiek heel goed aanvoelt dat een kleine elite vooral ten voordele van zichzelf handelt.
Wie het algemene gevoel van onbehagen over de Euro afdoet als het niet begrijpen hoe de financiële wereld in elkaar zit miskent dat uiteindelijk de gewone burger er wel voor betaalt.
Al dit soort gebeurtenissen geven negatieve impulsen ten aanzien van de eerder genoemde regietekens.
We wantrouwen nu de autoriteit, vinden dat anderen zich steeds meer misdragen en merken dat we er ook nog voor moeten opdraaien.
Dat draagt nu niet bepaald bij aan een samenleving met sociale, ethische kernwaarden.
We hebben respect voor elkaar nodig en moeten het geweten cultiveren.

dinsdag 29 november 2011

De governance-soap bij Ajax

Net terug van een vakantie met de familie in het Zwarte Woud is er weer het nodige nieuws in te halen.
Zo heb ik met interesse het vonnis van 12 december j.l. gelezen van de voorzieningenrechter in de zaak die Johan Cruijff tegen de raad van commissarissen (RvC) van de de beursgenoteerde vennootschap Amsterdamsche Football Club (AFC) Ajax.
Eerder heb ik op 31 maart 2010 als in deze weblog geschreven over de governance bij Ajax.
toen werd het bestuur naar huis gestuurd en sinds die tijd is het constant blijven rommelen bij de structuurvennootschap en in de vereniging.
Vanuit governance-perspectief een interessante zaak, want voetbal is nu eenmaal amusement en voetballers zijn nu creatief en gedreven. Dat alles staat vaak haaks op datgene wat er bij een beursgenoteerde vennootschap in termen van behoorlijk bestuur aan de orde hoort te komen.

De zaak zoals die nu speelt komt er op neer dat er volgens Cruijff en zijn aanhangers niet de goede weg is bewandeld bij de benoeming door de RvC van Sturkenboom en Van Gaal als directeur bij de vennootschap.
Wat mij opvalt is dat dit waarschijnlijk de eerste keer is dat in Nederland een commissaris (Cruijff) de overige leden aanklaagt bij de rechter. Eveneens opvallend is dat zich daarbij een aantal andere klagers hebben aangesloten waaronder Dennis Bergkamp, Ronaldus de Boer, Jaap Stam, Marc Overmars e.a.
Ook dat is weer een unicum wat deze heren spelen geen rol in de governance-structuur van de vennootschap (behalve dat zij werknemer zijn), maar worden wel als het zogenaamde "technische hart' van de vennootschap bestempeld, hetgeen betekent dat zij belast zijn met de realisering van de voorgenomen strategie van Cruijff.
Uit deze combinatie van eisers blijkt volgens mij duidelijk dat de achtergrond van deze zaak is dat er met de beoogde benoeming van Louis van Gaal blijkbaar naar gevoel van de eisers geen uitvoering zal worden gegeven aan de verdere invoering van de plannen om Ajax weer aan de top te brengen.
Zo staat er in het vonnis te lezen dat . . "Cruijff bewust buiten de voorbereiding van de besluiten is gehouden en de besluiten achter zijn rug om zijn genomen, en de benoemingen van Van Gaal, Blind en Sturkenboom het Plan ondermijnen, terwijl eisers sub 2 tot en met 14 per 1 juli 2011 zijn aangesteld om het Plan tot uitvoering te brengen." 

In de procedure kiezen de eisers voor de formele weg om het besluit van de RvC te torpederen. Zo is er niet de goede weg bewandeld bij de oproep voor de vergadering van de RvC. Meer concreet:
de oproeping is niet per brief is verzonden en de voor de oproeping geldende uiterlijke termijn van verzending is niet in acht is genomen.
De rechter erkent dat voor de vergadering van 16 november het geval is maar verwijst ook naar het feit dat er op 25 november een nieuwe vergadering met de voorgestelde benoeming op de agenda bijeen is geroepen waarvoor wel alle formaliteiten goed vervuld zijn.

Een tweede argument van Cruijff c.s richt zich op het feit dat conform de statuten van de vereniging (artikel 19) nodig is dat ledenraad zich uitspreekt over:
e. wijziging in de structuur van de op topvoetbal gerichte jeugdopleiding alsmede wijzigingen in de ten behoeve van deze jeugdopleiding gebruikte accommodaties en faciliteiten; f. wezenlijke wijzigingen in de structuur van het functioneren van jeugd- en amateurelftallen.
Hier zien we duidelijk de vrees bij eisers dat met de komst van Van Gaal een einde komt aan de plannen van Cruijff c.s. De rechter wijst deze eis ook af, want zo zegt hij: "op zichzelf wordt met de benoeming van nieuwe werknemers/directieleden de structuur niet gewijzigd in de zin van artikel 19 lid 2 onder e en f van de statuten.
In juridische zin een terechte uitspraak want er zijn nog geen structuurwijzigingen voorgesteld, maar het is voor iedereen wel duidelijk dat de "lijn Cruijff' door de "lijn Van Gaal" zal worden vervangen als de benoeming doorgaat.
Indirect erkent de rechter dat ook door te stellen dat de Algemene Vergadering van Aandeelhouders (AvA) die benoemingen zelf niet kan tegenhouden, maar zich daarover uitsluitend kan uitlaten. Dat leidt tot de constatering dat de enige mogelijkheid voor de aandeelhouders om de benoemingen van Sturkenboom en Van Gaal niet tot stand te laten komen, bestaat in het opzeggen van het vertrouwen in de commissarissen als bedoeld in artikel 24 van de statuten. Daarvoor hebben zij echter geen gelegenheid gehad omdat voor de de vergadering van 12 december geen nieuwe agendapunten meer kunnen worden toegevoegd. De rechter erkent ook dat de het niet onaannemelijk is dat aandeelhouders tot een dergelijke stap zouden willen overgaan., omdat de ledenraad het vertrouwen in de voltallige RvC heeft opgezegd op 28 november.

De rechter beslist vervolgens dat het voorgenomen benoemingsbesluit wordt geschorst totdat de aandeelhouders hebben kunnen besluiten over het al dan niet opzeggen van het vertrouwen in de RvC.
Het vonnis vermeldt . . "De voorzieningenrechter is van oordeel dat de hierna te vermelden ordemaatregel moet worden getroffen om de keuze voor de ‘lijn Cruijff’ of voor de ‘lijn Van Gaal’, indien en voor zover daadwerkelijk van een tegenstelling sprake is, in handen van de aandeelhouders te leggen. Deze keuze hoort thuis bij de AvA als het hoogste orgaan van Ajax."
Dat betekent een bijzondere AVA waaraan het agendapunt het opzeggen van vertrouwen in commissarissen kan worden toegevoegd (een termijn van tenminste 60 dagen geldt hier volgens de statuten voor).

Dit betekent dat er een extra aandeelhoudersvergadering moet worden gehouden. Volgens de statuten moet dit voorstel met redenen omkleed te zijn en 30 dagen voor de vergadering aan de hoofddirectie en de ondernemingsraad te worden medegedeeld.
Na aanname moet de directie de ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam vragen om tijdelijk een of meer commissarissen aan te stellen die als taak heeft een nieuwe raad samen te stellen.
Ook dat zal dan weer een unicum zijn als alles doorgaat. Alleen bij de casus Stork is eerder een dergelijk geval aan de orde geweest, maar toen heeft de Ondernemingskamer besloten dat voorstel op te schorten en tijdelijk een tweetal "supercommissarissen te benoemen.

Hoe gaat dat nu allemaal verder? Als de huidige RvC weigert af te treden, ondanks het opzeggen van vertrouwen van de ledenraad, dan koerst men inderdaad af op een scenario waarin de beslissing valt in een buitengewone AvA.
Naar ik begrijp heeft hebben de vennootschap en commissarissen hoger beroep aan getekend tegen het vonnis. De reden daarvoor is mij niet bekend, maar ik geef ze vooralsnog weinig kans. Het vonnis is goed onderbouwd en legt de beslissing uiteindelijk bij de aandeelhouders. Als die vertrouwen hebben in commissarissen mogen ze blijven en kan de benoeming van Van Gaal doorgaan. Zo niet dan is het aftreden geblazen.

In geval van Ajax zijn de aandeelhouders in feite de leden van de vereniging en dus uitermate belangrijke stakeholders waar je niet omheen kunt.
Aardig dat een beursvennootschap als Ajax betrokken lange termijnaandeelhouders kent die het beste met de club (pardon, ik bedoel vennootschap) voor hebben.
Aardig ook dat we hier een strijd zien tussen min of meer professionele bestuurders in de RvC en de echte voetballiefhebbers.
Nog aardiger is het dat het deze bestuurders niet is gelukt om via een slimmigheidje het fenomeen Cruijff buitenspel te zetten. Ik zeg dat bewust, want het is niet netjes om op 16 november in de ochtend Cruijff uit te nodigen voor een vergadering van de RvC in de middag. Dan weet je dat hij niet kan komen vanuit Barcelona. Het is ook niet netjes om geen melding te maken van het feit dat er een voorstel ligt om een directie te benoemen waar Cruijff het volstrekt niet mee eens is.

Het is daarbij dom om te denken dat je zo een doorbraak forceert. De RvC had kunnen weten dat dit agendapunt niet meer op de komende AvA behandeld kon worden vanwege het feit dat dit niet op de agenda kon komen voor de vergadering van 12 december. Dat betekende dat er een buitengewone AvA moest komen en dat zou de tegenstanders de gelegenheid geven om het opzeggen van vertrouwen in de RvC op de agenda te plaatsen.

Ik voorspel dat uiteindelijk de voetballers en de voetballiefhebbers het winnen van de min of meer professionele bestuurders. Ik zeg dat laatste bewust, want ik kan deze commissarissen echt geen voldoende geven voor hun handelen.

donderdag 24 november 2011

De staat van ons vennootschapsrecht

In een column in het tijdschrift Ondernemingsrecht met deze titel stelt jurist Jaap Winter dat het niet goed gaat met de wettelijke regeling van ons vennootschapsrecht.
Ik citeer:
"We weten niet goed meer wat we moeten regelen, voor welke vennootschappen we dat moeten regelen en hoe we dat moeten regelen. Wat in Boek 2 terechtkomt en wat niet, wordt steeds meer bepaald door de waan van de dag. Ons vennootschapsrecht wordt zo minder duurzaam. Een visie op wat we met ons vennootschapsrecht willen, ontbreekt. Het vennootschapsrecht wordt rommeliger, slordiger en minder consistent en voorspelbaar. Het wordt minder goed bruikbaar in de praktijk."
Winter heeft een vijftal kritiekpunten maar ik beperk me in deze blog tot een tweetal zaken.
Allereerst de kritiek op de tendens vanuit de wetgever om elementen uit de Corporate Governance Code te "promoveren" naar wetgeving. Voorbeelden zijn de nieuwe diversiteitsbepaling van art. 2:166 BW en de maximering van het aantal toezichthoudende functies van art. 2:132a.
Ter verduidelijking, het betreft hier twee amendementen die op het allerlaatste moment tijdens de behandeling in de Tweede Kamer zijn toegevoegd en zijn aangenomen.
Bij de behandeling in de Eerste Kamer is aan deze amendementen ook geen enkel woord besteed (ook niet door de minister) en zijn ze zonder slag of stoot geaccordeerd (merkwaardig genoeg zonder advies door de Raad van State).
Ik heb eerder al de vloer aangeveegd met deze amendementen omdat ze gewoon niet deugen omdat de empirische en wetenschappelijke onderbouwing ontbreekt.
Jaap Winter trekt vooral ten strijde tegen het feit dat deze zaken al in de Nederlandse Corporate Governance Code geregeld waren en dat de wetgever hierdoor de code ondermijnt en ook de kwetsbare pas-toe-of leg-uit-methode.
Ik ben het daar helemaal mee eens, vooral ook omdat de Code hierdoor blijkbaar een soort voorportaal wordt voor wetgeving.

Ook is Winter het niet eens met de herijking van de balans tussen de verschillende stakeholders bij beursvennootschappen en constateert hij twijfel.
Ik citeer:
"Uit de heup geschoten voorstellen over wachtperiodes, strategiestandpunten en beperking van de toegang van het enquêterecht bestrijden enkel symptomen. We weten niet goed hoe we moeten reageren op het onderliggende fenomeen van niet structureel in de governance betrokken aandeelhouders, met een al te grote focus op de korte termijn. Vraagt dat om beperking van rechten of juist om het faciliteren van activisme en overnamebiedingen om voldoende disciplinering van de ondernemingsleiding te waarborgen?"
Ook hiermee ben ik het volledig eens, maar voeg daar nog aan toe dat de wetgever volgens mij het spoor helemaal bijster is. Hoe is anders te verklaren dat men het voortdurend heeft over het gebrek aan betrokkenheid van aandeelhouders maar tegelijkertijd voorstellen aanneemt die de betrokkenheid juist moeilijker maken zoals de verhoging van de drempel voor het agenderings- en enquête-recht?

Op de weblog van Bastiaan Assink e.a. worden de bezwaren van Winter naar mijn mening wat al te gemakkelijk gemitigeerd. De juridisch geïnteresseerde lezer verwijs ik graag naar het commentaar.

Wat mij vooral opvalt is een verschijnsel dat Ludo Timmerman al eerder in zijn oratie in 2009 aan de orde stelde en wel dat de wetgever in toenemende mate gedragsbeginselen in plaats van structuurbeginselen formuleert. Anders geformuleerd zou je kunnen zeggen dat de wetgever steeds meer regels uitvaardigt en steeds minder principes. Hij betreurt deze ontwikkeling omdat hierdoor het handelen van de belangrijkste stakeholders bij corporate governance steeds meer wordt vastgelegd (lees in beton gegoten) en dat hierdoor de zo noodzakelijke flexibiliteit verloren gaat.
Ook de Nederlandse Corporate Governance Code krijgt steeds meer last van dat fenomeen. enerzijds door  het gestaag groeiende aantal "best practices' die feitelijk niets anders zijn dan verkapte regels. Anderzijds door de neiging van de monitoringcommissies om steeds minder genoegen te nemen met de gegeven uitleg van ondernemingen bij afwijking van de best-practices door ondernemingen.

Het gevolg van dit alles is een uitdijend woud van regels (veelal gevoed door de waan van de dag) en dat kan toch niet de bedoeling zijn?
Uiteindelijk moet er toch ruimte zijn en blijven voor het ondernemen voor onze zo broodnodige welvaart.

woensdag 16 november 2011

Eerste Jaarboek Corporate Governance

Op 17 november zal op Nyenrode het eerste exemplaar van het Jaarboek Corporate Governance worden uitgereikt aan Jos Streppel, voorzitter Monitoring Commissie Corporate Governance.
Deze feestelijke bijeenkomst start om vier uur in het Koetshuis en u bent van harte uitgenodigd.
Aanmelden kan bij het Nyenrode Corporate Governance Instituut (ncgi@nyenrode.nl).


Het jaarboek is geschreven door een aantal topspecialisten en behandelt een aantal actuele thema's in het vakgebied.
Zoals gebruikelijk zijn er een paar speeches en paneldiscussies en een afsluitende borrel.
Ik hoop sommigen van u daar te ontmoeten!

maandag 14 november 2011

Cees Verhoeven en de Ahold-fraude

Ik heb het interview met Cees Verhoeven op Gesprek op 2 met interesse bekeken.
Het is al weer tien jaar geleden, maar deze zaak is en blijft nog altijd actueel.
Halverwege het interview zegt hij ( op 12.11.) dat er een speciaal accountantsonderzoek was in 2002 over US. Food in november 2002 en dat de uitkomst was dat er niets aan de hand was.
Wie het enquêteverslag leest van de Ondernemingskamer ziet het volgende (627):
"In de vergaderstukken worden meerdere post-mortems, onder andere van USF, gepresenteerd, die later ook in het Audit Committee van 3 december 2002 zijn besproken. De USF post-mortem is, net als de andere post-mortems, voornamelijk financieel van aard. Interne controle systemen noch PA's komen aan de orde. De notulen van de vergadering lezen over de post-mortems:
"No comments"."
De Ondernemingskamer zegt daarover (633):
"Van der Hoeven zei tegenover onderzoekers dat deze audit naar zijn beleving aangaf dat men bij USF op de goede weg was. Onderzoekers vinden dit rapport daarentegen tamelijk vernietigend in zijn conclusies: sinds het eerdere IAD rapport van 16 april 2001 (specifiek naar PA's bij USF) is er naar de beleving van onderzoekers bijzonder weinig gebeurd, ook ten aanzien van zaken die minder complex zijn, zoals het scheiden van taken die conflicterend zijn en deze aan verschillende afdelingen toevertrouwen."
 Ik begrijp niet zo goed waarom we achteraf met dit soort verklaringen genoegen moeten nemen.
Het verhaal van de heer Verhoeven in dit interview klopt gewoon niet.
Keer op keer is er gewaarschuwd over de gammele situatie bij US. Food maar niemand nam actie.
Dan kun je achteraf niet goed met een verhaal komen dat je het niet wist.

Zoals de heer Verhoeven stelt heeft hij fouten gemaakt, waarvoor mijn complimenten.
Fouten maken is menselijk.
Maar de waarheid is er wel mee gediend als de echte feiten goed worden geciteerd.
Zoals de Ondernemingskamer stelt:
"Vanaf de aankoop van USF was het bij de RvB, RvC en de betrokken staf in Zaandam duidelijk dat er zwakke interne controlesystemen waren bij USF en dat er geen betrouwbaar systeem was om de PA's die een allesoverheersende invloed op het resultaat van USF hadden, te "tracken". Dit zou naar het oordeel van de onderzoekers aanleiding moeten zijn geweest voor de RvB om er op toe te zien dat er door USF een concreet actieplan werd opgezet voor de opzet van een PA tracking systeem met deliverables, milestones en verantwoordelijke functionarissen. Een dergelijk plan was er niet."
 Mijn petje af voor dit interview, want Cees Verhoeven komt er wel openlijk mee terug in de publiciteit en dat doen maar weinig voormalige topbestuurders.

Feit is wel dat het toezicht op US. Food tekort schoot.
Feit is ook dat het met de side-letters niet helemaal goed zat.

Zoals hij op het eind van het interview zegt . . Ik heb een aantal essentiële verkeerde beslissingen genomen, dat klopt.
Eigenlijk wel een sympathiek interview, want zo gaan de zaken soms.
Zoals hij zegt kan je er soms om janken, vooral als je zoon geweigerd wordt bij de zeilclub omdat zijn vader betrokken zou zijn geweest bij een fraude.

Ja, wat zeg je dan?
Zo heeft elke zaak zijn eigen aspecten.
Het beeld van een egocentrische CEO behoeft wel enige bijstelling na dit interview.
Soms gaan de zaken zo als ze lopen.
Dilemma's voor leiders zijn er altijd.
Soms gaat het te snel en er zijn niet altijd goede antwoorden, want je moet gewoon beslissen.

Wijze raad van de heer Verhoeven  is wel dat we moeten oppassen met te grote ondernemingen, want die zijn niet meer goed bestuurbaar.
Ik ben het daar helemaal mee eens.

donderdag 10 november 2011

De financiële crisis in perspectief

Een van de artikelen die ik gedurende mijn griep-sabbatical met veel plezier gelezen heb was dat van Andrew Lo over de financiële crisis.
Hij heeft 21 bekende boeken over dit onderwerp, van academici en journalisten gelezen en met elkaar vergeleken. Zijn conclusie: net als de Tweede Wereldoorlog is er geen enkel boek dat deze uitgebreide en gecompliceerde calamiteit goed kan duiden. Ook stelt hij vast dat er nog steeds veel onenigheid is over de de onderliggende oorzaken en wat er aan te doen.

Hij vindt het ook verontrustende dat de economen het ook niet eens zijn over de feiten.
Namen de directievoorzitters te veel risico of handelden zij in het belang van de onderneming? Was er veel te veel "leverage" in het financiële systeem of niet? Deed de wetgever zijn werk of was deze te laks? Was de rentepolitiek van de Federale Bank de oorzaak van de huizenhausse of waren andere factoren de oorzaak van de huizenhoge prijzen van onroerend goed? Was gebrek aan liquiditeit er de oorzaak van dat de rep0markt in elkaar zakte of was er een solvabiliteitsprobleem bij een handjevol "probleembanken'?
Lo concludeert dat de complexiteit van de crisis en menselijk gedrag de belangrijkste factoren waren.
Daarnaast stelt hij vast dat we bij onze analyse wel moeten uitgaan van harde feiten.

Wat mij opviel was zijn behandeling van de vaak geciteerde herziening van SEC Rule 15c3-1 in 2004 waardoor zakenbanken in staat waren hun "leverage" sterk te verhogen van 12:1 tot 30 op1. Deze bewering komt van Lee Pickard, een voormalige directeur van de Divisie Markets and Trading van de SEC, in een artikel in de American Banker van Augustus 2008 met als titel "Viewpoint: SEC's Old Capital Approach was Tried-and True."
Lo stelt vast dat de aanpassing van deze regel helemaal niet over de aanpassing van de leverage ging en citeert daarvoor verschillende gezaghebbende bronnen, waaronder de General Accountability Office in rapport GAO-09-739.
Toch publiceert The New York Times op 3 oktober 2008 het volgende bericht:
"In loosening the capital rules, which are supposed to provide a buffer in turbu- lent times, the agency also decided to rely on the firms’ own computer models for determining the riskiness of investments, essentially outsourcing the job of monitoring risk to the banks themselves.
Over the following months and years, each of the firms would take advantage of the looser rules. At Bear Stearns, the leverage ratio—a measurement of how much the firm was borrowing compared to its total assets—rose sharply, to 33 to 1. In other words, for every dollar in equity, it had $33 of debt. The ratios at the other firms also rose significantly."
Volgens het rapport van de  General Accountability Office blijkt dat de leverage bij de grote zakenbanken in 1998 al hoger was dan in 2006 en varieerde van 20 tot 35 op 1.

Dat alles neemt overigens niet weg dat er bij een dergelijk hoge leverage maar weinig hoeft te gebeuren of het ontbreekt een bank aan voldoende vermogen.

Ikzelf gebruik in mijn lezingen over dit onderwerp een tabel van de leverage van vooral Europese banken en daaruit blijkt dat deze nog veel meer risico's namen dan de grote Amerikaanse zakenbanken

Ook onze eigen ING en Fortis zeilden veel te scherp aan de wind en dat is ze slecht bekomen.
Degelijke hoge hefbomen hanteren is in feite onverantwoord bancair beleid en is wel degelijk een van de oorzaken geweest van de financiële crisis.

We zijn er weer!!!

Het zal u opgevallen zijn dat er al enige tijd geen nieuwe berichten meer verschenen zijn op dit weblog.
Een hardnekkige verkoudheid en griep, ook bij mijn vrouw, hebben me te pakken gehad.
We zijn inmiddels voldoende hersteld en vanaf nu gaan we weer wekelijks een bijdrage verzorgen.

donderdag 13 oktober 2011

Heeft Occupy Wall Street een punt?

Ook de USA krijgen te maken met een "Amerikaanse Lente' in de vorm van de snel groeiende Occupy Wall Street (OWS) beweging. De demonstranten willen uiteenlopende zaken, maar een belangrijk gemeenschappelijk thema is toch wel dat 99% van de Amerikanen niet langer meer de hebzucht en corruptie van de  bovenlaag van 1% kunnen tolereren.
Wat de demonstranten bindt is blijkbaar een enorme aversie tegen het financiële en monetaire systeem en de daarbij behorende hebzucht. Zoals de burgers het ervaren is er crisis na crisis maar verandert er niets. De bovenlaag in de samenleving leeft ongestoord door, in grote rijkdom en de rest van de bevolking draait op voor de verliezen en ziet zijn leefsituatie alleen maar verslechteren.
Dat lijkt een al te simpele boodschap maar hij wordt door velen, ook in Europa als werkelijkheid ervaren. Kijk maar naar de toenemende protesten door Griekse, Spaanse, Ierse, Engelse en Italiaanse burgers,

Een werkelijkheid die bovendien op feiten steunt. Ik kan u een artikel in  de Washington Post daarover aanraden. De volgende grafiek laat de ontwikkelingen in inkomensverdeling goed zien.
Er is in de USA sprake van een toenemende inkomensongelijkheid. In 1975 verdiende de top 0.1 procent nog 2.6% van het totale nationale inkomen, in 2008 was dat 10%. De top 1% nam meer dan 20% mee naar huis. Dat is de groep die de OWS demonstranten op de korrel nemen. Maar de grafiek laat ook zien dat de rijkste 10% van de bevolking bijna hetzelfde bedrag verdienden als de rest van land in totaal. Voor de goede orde, die percentages liggen in andere landen als Engeland, Frankrijk en Japan beduidend lager. Qua inkomensongelijkheid valt Amerika in dezelfde categorie als de ontwikkelingslanden als Kameroen, Iran, Cambodja en Uganda. Nu niet bepaald een eervolle plek.

Vanuit het perspectief van corporate governance is het interessant dat deze stijging vooral komt door de inkomens van bestuurders managers in ondernemingen, zoals een studie van Bakija, Cole en Heim laat zien.
Je zou kunnen zeggen dat topbestuurders een inkomen verdien dat hun belangen meer in lijn brengen met dat van de aandeelhouders. Dat is een bekende regel uit de literatuur van corporate governance. De vraag is dan wel waarom deze enorme stijging te verklaren is? De vraag is ook waarom de gemiddelde medewerker er vanaf 1964 tot en met nu alleen maar op achteruit is gegaan?
De vraag is ook waarom het inkomen van bestuurders sterker is gestegen dan de winsten van de ondernemingen waarvoor zij werken?
Frydman en Jenter wijzen er in een recente studie op dat de vermoedelijke oorzaak voor de stijging van de topinkomens van bestuurders zowel de macht van managers zelf als de concurrentie in de markt is maar dat er nog veel vragen zijn.

Diezelfde vragen stellen steeds meer Amerikanen en ook andere burgers in Europa. Ook in ons land vragen steeds meer mensen zich af waar het heen moet in onze samenleving.
Het "grote graaien' van topmanagers is iets dat steeds minder wordt geaccepteerd. Niet alleen van de bestuurders in de financiële wereld banken maar ook van die van andere grote ondernemingen.

De vraag "Wanneer is is het genoeg?", wordt steeds moeilijker te beantwoorden.
Hoe je er ook over denkt en welke politiek kleur je ook hebt, dit fenomeen verstoort de sociale cohesie.
In tijden van recessie gaat dat steeds zwaarder wegen.
Je kunt nu eenmaal geen offers blijven vragen van 99% van de bevolking als die ene procent nergens last van heeft, in extravagante luxe leeft en weinig bijdraagt aan de collectieve lasten.

Zo bezien voorspel ik een snelle groei van de Internationale Occupy-beweging.
Tot nu toe nog vriendelijk, zoals onderstaande foto laat zien. Maar de vraag is hoe lang nog?



  



donderdag 6 oktober 2011

Steve


Ik zal nooit mijn eerste Mac computer vergeten die ik in 1984 kocht.
Een onvergetelijke computer die er in slaagde geen computer te zijn maar een apparaat dat je hielp om creatiever te zijn.
Dank je wel Steve, voor al die inspirerende uitvindingen die er later nog op volgden.

Quality Investments

Partrust, Terra Vitalis, Palm Invest, Gold Sun Resorts, Royal Dubai, Caribbean Comfort en Easy Life. Stuk voor stuk spraakmakende beleggingsfraudezaken waarover uitvoerig werd bericht in de (financiële) media. 
Je zou zeggen dat beleggers hierdoor voorzichtiger worden maar de recente fraudezaak rondom Quality Investments (QI) wijst op het tegendeel. Toch is deze fraude een kopie van de fraude bij Easy Life.

Werkwijze
Ook bij QI gaat het om een beleggingsproduct waarbij het ingelegde geld wordt belegd in tweedehands levensverzekeringen. Het betreft verzekeringen van oude Amerikanen die in ruil voor een contante betaling de verzekering en dus ook de uitkering bij verlijden afstaan aan investeerders. Het risico voor investeerders is dat de Amerikaan langer leeft dan verwacht. Dan moeten beleggers langer wachten op hun winst en langer premies betalen. Afwijkend van Easy Life stelde QI dat risico afgedekt te hebben met een herverzekeraar die betaalt als de Amerikaan na de looptijd van het product nog niet dood is. QI vond hiervoor in Costa Rica de obscure herverzekeraar Provident Capital Indemnity (PCI) maar weigerde die naam bekend te maken. Sinds de start van het bedrijf in 2005 haalde QI naar eigen zeggen meer dan 350 miljoen euro op bij beleggers in Nederland, België en Spanje.

Achter de schermen
Wat weinigen wisten was dat die geheimzinnige herverzekeraar PCI in de Verenigde Staten en Engeland een paar keer is berispt voor overtreding van de effectenwetgeving, fraude en misleiding en daarom in Nederland op de zwarte lijst staat van de Autoriteit Financiële Markten (AFM). De directeur van PCI is in januari 2011 in de VS aangehouden en wordt daar vervolgd wegens oplichting van beleggers wereldwijd. Wat ook niet echt duidelijk werd gemaakt is dat de polissen geen eigendom zijn van QI maar maar van een eenpersoons trustkantoor in de Verenigde Staten. Dat liep overigens wel via de rekening van een bedrijf in Dubai - Watershed LLC - die het geld in beheer zou geven aan deze trust. Dit bedrijf was (toevallig?) eigendom van Dennis Moens, de rechterhand van Frank Laan. Mocht er iets fout gaan met de uitbetalingen dan zullen beleggers vergeefs aankloppen bij QI.
De oud-politieman Frank Laan, de directeur en oprichter van QI zegt op zijn website dat de producten transparant, veilig en zeer winstgevend zijn en spiegelt daarbij zijn klanten een rendement voor van minimaal 8,3% of zelfs 10%.
Met mooie folders, een mooie website met professionele promotiefilmpjes werden de beleggers listig misleid.
Nog geen twee jaar geleden stond QI glorieus op de Miljonair Fair met een luxueuze stand. Al dat uiterlijke vertoon suggereerde dat men met een degelijk en solide bedrijf te maken had.  Niets blijkt echter minder waar. Een situatie waar DePers.nl overigens al vanaf 4 september 2008 voor waarschuwde middels een artikel van Mathijs Rotteveel, die ook daarna voortdurend kritisch bleef schrijven over Quality Investments.

Voorspelbare afloop
In september 2011 is Frank Laan, samen met drie andere verdachten (waaronder Dennis Moens) aangehouden op verdenking van beleggingsfraude. De mannen worden verdacht van deelname aan een criminele organisatie, valsheid in geschrifte en oplichting. Wereldwijd is voor miljoenen auto;s beslag gelegd op vastgoed, auto's, dure horloges, boten en een vliegtuig. Het Openbaar Ministerie vermoedt een piramideconstructie. Enkele beleggers die kregen uitgekeerd zouden zijn betaald met geld van nieuwe inleggers. "Van de voorgespiegelde gegarandeerde uitkering lijkt geen sprake te zijn", aldus het OM.
Een soortgelijk persbericht verscheen overigens ook bij de aanhouding van John Wolbers, de directeur van Easy Life Investment bv.

Vijf wijze lessen
Les 1. Vermijd zaken met bedrijven die een inleg vragen van meer dan 100.000 euro.
Omdat de minimale inleg meer dan 50.000 euro bedroeg, hoefde QI niet te beschikken over een vergunning van de AFM. Inmiddels is deze grens opgetrokken naar 100.00 euro. De Wet op het Financieel Toezicht gaat er van uit dat bij belegging van dergelijke bedragen gesproken kan worden van professionele beleggers die zelf in staat geacht worden de integriteit van de aangeboden beleggingsproducten te beoordelen. Mijd daarom zaken doen met beleggingsinstellingen die geen vergunning hebben.
Het is overigens goed er nog eens op te wijzen dat de AFM niet machteloos staat tegenover malafide ondernemingen die onder de vrijstelling opereren. De AFM beschikt sinds 2008 over een middel in dit verband: het toezicht op de Wet oneerlijke handelspraktijken. Deze wet heeft de AFM aangewezen als toezichthouder hierop en de AFM maakt van deze bevoegdheid ook herhaaldelijk en actief gebruik.

Les 2. Ga niet in op aanbiedingen die over een langere periode gegarandeerde erg hoge rendementen bieden.
Zowel Easy Life als Quality Investment boden onwaarschijnlijk hoge, gegarandeerde rendementen aan over een langere periode. Wie deze rendementen vergelijkt met die van andere aanbieders kan snel zien dat er bijna geen aanbieders zijn die dat ook waar kunnen maken. Kortom, het is te mooi om waar te zijn.

Les 3. Een professionele uitstraling is geen garantie voor degelijkheid.
Fraudeurs weten heel goed hoe zij zich moeten presenteren om vertrouwen te wekken. Prachtige folders, mooie websites, chique stands op beurzen, mooie promotiefilmpjes e.d zijn makkelijk te maken.
Al dat uiterlijk vertoon kan een signaal zijn van schone schijn.

Les 4. Kijk op de consumentenwebsite van de AFM naar tips en raadpleeg vooral de waarschuwingslijst die de AFM bijhoudt van verdachte instellingen.
De AFM heeft een nuttige checklist met tien praktische tips om fraude en oplichting te voorkomen. Nog belangrijker is de waarschuwingslijst die de AFM bijhoudt van verdachte instellingen. Op deze lijst staan instellingen en personen die geen vergunning hebben terwijl ze die volgens de wet wel zouden moeten hebben. Ook staan er instellingen die geen prospectus uitgeven bij hun effecten, terwijl ze dat wel zouden moeten doen volgens de wet.

Les 5. Let op de reputatie van de directieleden
Frank Laan, was al eerder betrokken bij vage financiële instellingen die over de kop gingen. Een feit dat hij op zijn CV verzwijgt. Zo werkte hij de verkoop voor het vastgoedproject Caribbean Comfort voor investeerder Gert Pot dat naderhand als een kaartenhuis in elkaar stortte. Pot gaf het geld niet uit aan onroerend goed maar leefde er zelf als een vorst van.
Daarna gaat Laan voor Ben Veerbeek "life settlements' verkopen van het Amerikaanse levensverzekeringsbedrijf Mutual Benefit Corporation (MBC). Niet veel later wordt ook MBC ontmaskerd ontmaskerd als een piramidefonds met een verlies van 837 miljoen dollar.
Relevante informatie en feiten verzwijgen voor beleggers is veelzeggend. Van onbekende partijen mag een belegger verwachten dat ze heldere en controleerbare achtergronden hebben. Het kan dan ook geen kwaad om altijd via Google meer informatie te krijgen over de onderneming en de directieleden. Dan was u ongetwijfeld de artikelen van de eerder geciteerde Matthijs Rotteveel tegengekomen en was u gewaarschuwd geweest. Voor meer informatie over deze zaak verwijs ik naar het speciale dossier van DePers.nl

Tot slot
Het is naar mijn mening veel te makkelijk om alle slachtoffers van dit soort fraudes weg te zetten als onwetend en naïef. Ik denk dat men dan onderschat hoe geraffineerd dergelijke fraudes worden opgezet. De fraudeurs weten bijzonder goed hoe ze hun beleggingsplaatje zo positief mogelijk moeten inkleuren en hoe zij op alle mogelijke bedenkingen kunnen anticiperen.

donderdag 29 september 2011

Accountants onder schot

Er tekent zich een meerderheid af voor een ingrijpende herstructurering van de accountantspraktijk, zo meldt het Financieele Dagblad van 29 september. Zo koerst volgens deze krant de Tweede Kamer onder andere af op een verplichte scheiding van de boekencontrole en de andere meer commerciële diensten. De krant stelt . .
"Minister Jan Kees de Jager van Financiën heeft dergelijke ingrijpende maatregelen eerder deze maand in een brief aan de Kamer afgewezen. PvdA-woordvoerder Ronald Plasterk houdt echter vast aan zijn plannen voor een verbod voor accountantskantoren om bij de onderneming waar ze de controle doen ook andere diensten te verrichten."
De discussie over regels voor accountants is in gang gezet door de financiële crisis van 2008. Ondanks hun inzicht in de boekhouding van banken hebben accountants in de perceptie van politiek en publiek te weinig voor de risico's gewaarschuwd. Ook de Europese Commissie zint op strengere regels. Eerder deze week lekten Brusselse plannen uit voor een strikte scheiding van advies en controle, Collega Pheijffer geeft in zijn weblog een voorproefje van wat er in Brussel is bedacht. Ook eurocommissaris Barnier bepleit een scheiding van controle en advies, in eerste instantie bij een en dezelfde controleklant. Hij gaat echter verder door te stellen dat . . .
"In addition, audit firms of significant dimension should focus their professional activity on the carrying out of statutory audit and should not be allowed to undertake other services unconnected to their statutory audit function such as consultancy or advisory services."
 De geschiedenis herhaalt zich, want ook al ten tijde van de boekhoudschandalen werd de combinatie van controle en advies van een accountant als een gifpil beschouwd. Ik moet daarbij wel opmerken dat er weinig empirisch bewijs dat deze combinatie nu echt zo schadelijk is.  Studies van Romano en Antle vonden hier in ieder geval in die tijd geen bewijs voor.
Hoe het ook zij in juni 2002 presenteerden het NIVRA en NovAA al nieuwe onafhankelijkheidsregels conform de Europese aanbevelingen welke op 1 januari 2003 werden ingevoerd. In mijn boek "Behoorlijk Ondernemingsbestuur: Lessen uit de boekhoudschandalen uit 2003 'zei ik hierover het volgende . .

"De nieuwe richtlijnen gaan uitgebreid in op de conflicterende combinatie van controle- en adviesdiensten.  In de situatie dat de accountant voor dezelfde controle cliënt overige dienstverlening uitvoert kan er sprake zijn van het risico van zelftoetsing met als gevolg dat de onafhankelijkheid wordt aangetast. Met zelftoetsing bedoelt men dat de accountant zijn eigen werk, of het werk dat is uitgevoerd door zijn kantoorgenoten, moet beoordelen. De regels zeggen hierover . . . “Dit vormt een potentiële bedreiging voor de objectieve oordeelsvorming van de accountant, ook al hoeft er in werkelijkheid geen sprake te zijn van aantasting van de objectiviteit van zijn controle.”
De verantwoordelijkheden voor controle en overige diensten dienen daarom in het kantoor gescheiden te worden. Tevens dienen de dienstverlenende activiteiten besproken te worden met het toezichthoudend orgaan van de cliënt.
Van een aantal dienstverlenende activiteiten wordt aangegeven dat deze mogelijk problemen kunnen opleveren voor de onafhankelijkheid en daarom niet dienen te worden uitgevoerd. Dit zijn (1) administratieve dienstverlening, (2) juridische dienstverlening (3) bemiddeling van personeel en (4) detachering van personeel en interim management. Daar en tegen zijn ontwerp en implementatie van financiële informatiesystemen wel toegestaan, evenals waardebepaling en dienstverlening op het gebied van de interne controle.
De regels gaan in dit opzicht minder ver dan de Amerikaanse wetgeving. Men erkent wel dat de combinatie van controle en advies een probleem kan opleveren maar  gaat toch veel minder ver in het verbieden ervan. Zo mag men nog steeds de volgende activiteiten uitvoeren die in de Sarbanes-Oxley wet verboden zijn: (1) het ontwerpen en invoeren van financiële informatiesystemen, (2) het waarderen of taxeren van activa en passiva, (3) actuariële diensten, (4) het verrichten van uitbestede interne audits, (5) fungeren als investeringsanalist, -adviseur of –intermediair."
Je kunt na deze maatregelen eigenlijk niet meer stellen dat de oorzaak van de kredietcrisis gelegen is in het feit dat de grote accountantskantoren nog steeds allerlei adviesdiensten leveren, want die zijn in aantal al vrij sterk terug gebracht.
Feit is ook dat de gebruikte term advies een beetje misleidend is. Wie het jaarverslag van PWC naleest ziet dat de omzet voor de helft bestaat uit controlewerk, dat belastingadvies goed is voor 30% en management advies voor 20%. Ook de andere grote accountantsmaatschappen maatschappen laten een dergelijk beeld zien.
Het beeld dat advies domineert is dan ook niet juist, de grote kantoren, maar ook de kleine leveren fiscale diensten die nauw gerelateerd zijn aan het controlewerk en daarnaast ook nog management advies. Het is overigens al een goed gebruik dat accountantsfirma's bij beursgenoteerde ondernemingen niet langer bij één en hetzelfde bedrijf zowel de boekhouding mogen controleren als niet-boekhoudkundige adviezen leveren. Voor het MKB is de situatie geheel anders omdat daar de opdrachtgever juist wel controle en advies gecombineerd wil zien.

De vraag die resteert is wat dan de reden is om advies nu helemaal te gaan verbieden voor de grote accountantskantoren? Gaat het niet wat ver om de perceptie van Kamerleden als de heer van Vliet van de PVV als maatgevend te beschouwen? Zie bijgaand citaat uit het artikel van het FD . .
Van Vliet: 'De controlerend accountant moet volstrekt onafhankelijk zijn. Dat betekent dat hij niet ook nog een vette adviesopdracht voor een collega binnensleept, waarmee hij zijn winstaandeel in de maatschap opkrikt.'  
Nu is het nogal makkelijk om de PVV af te branden,want daar ontbreekt het wel vaker aan kennis van het onderwerp, maar ook commissaris Barnier kan er wat van. Het ontbreekt ook bij hem aan een goede onderbouwing en ook hij redeneert klaarblijkelijk vanuit de onderbuik.
Is de reden voor het vermeende slecht functioneren van accountants in de kredietcrisis nu echt die combinatie van controle en advies? Wat voor bewijs is daar voor?

Rest mij nog op te merken dat het populisme overheerst en dat de ratio tegenwoordig ontbreekt in het politieke debat.

zondag 18 september 2011

Nieuw: e-mail service

Als extra service is een nieuwe functie beschikbaar die het mogelijk maakt dat u zich op dit weblog kunt abonneren per e-mail. Hierdoor ontvangt u van elk nieuw bericht automatisch een e-mail.
Rechts onderaan vindt deze functie onder de kop "Volg mij per e-mail.'
Het intikken van uw e-mail adres en vervolgens op "submit' drukken is is voldoende.

donderdag 15 september 2011

Toezichthouder Publiek Belang? Lila koeien bestaan niet!

In de voorgestelde gedragscode voor accountantsorganisaties zit naar mijn mening een belangrijke weeffout. Dat betreft het voorstel dat accountants binnenkort op de vingers worden gekeken door een nieuwe interne toezichthouder die speciaal het "publiek belang' behartigt. Deze extra commissie, die elk groot kantoor zelf instelt, moet "toezien op de waarborging van het publieke belang van de accountantsverklaring" zoals de Code stelt. Het FD spreekt over nieuwe commissarissen, de voorzitter van de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA), Ruud Dekkers heeft het er over dat binnen het toezichthoudend orgaan van accountantsorganisaties een commissie publiek belang dient te komen.



Hieruit blijkt al dat er verschil van mening bestaat over de vraag of het nu toezichthouders of commissarissen betreft. Dat is niet onbelangrijk want een Raad van Commissarissen (RvC) kent de wet bij alleen naamloze- en besloten vennootschappen en voor coöperaties. Een Raad van Toezicht komt wettelijk alleen voor bij stichtingen en verenigingen. Overigens kent de wet niet de verplichting om commissarissen of toezichthouders in te stellen, dat kunnen de ondernemingen of organisaties zelf beslissen.
De Code maakt hier een eind aan en stelt dit verplicht, want accountantsorganisaties die onder Code vallen moeten ten allen tijde voldoen aan deze eis, want er geldt geen "pas toe of leg uit' principe, zoals bij andere gedragscodes wel de norm is.
Daarmee wordt ook een einde gemaakt aan de keuzevrijheid van de aandeelhouders of leden om wel of niet te besluiten dat er een extra toezicht op het bestuur nodig is.

Daar zit dan gelijk het eerste governance probleem, want accountantsorganisaties zijn van oudsher partnerorganisaties, waarvan de aandelen worden gehouden door de partners. Anders gezegd, de "eigenaren" ofwel de stakeholders zijn zelf ook werkzaam in de organisatie. Er is in deze situatie geen sprake van scheiding van leiding en kapitaalverschaffers en ook niet van "informatie-asymetrie'. Het "agency-probleem' bestaat in deze situatie dan ook niet. De wetgever zelf vindt die band tussen de ondernemingsleiding en zijn aandeelhouders van groot belang. Wie de Memorie van Toelichting uit 2002 leest bij de laatste wijziging van de structuurwet ziet daarover het volgende citaat (dossiernummer 28179 nr. 3):
"Geeft de naamloze vennootschap daartoe aandelen aan toonder uit, dan wordt de aandeelhouder letterlijk naamloos. De band tussen de ondernemingsleiding en zijn aandeelhouders wordt losser; de laatsten krijgen meer en meer de functie van kapitaalverschaffer en minder die van mede-ondernemer. Een wettelijke regeling voor het toezicht op het bestuur werd dan ook meer van belang geacht naarmate de door de rechtspersoon gedreven onderneming in omvang en daarmee maatschappelijke betekenis groeide en de doeltreffendheid van het toezicht van de algemene vergadering van aandeelhouders verzwakte (Kamerstukken II, 10 751, 1969–1970, nr. 3, blz. 5). Dat uitgangspunt geldt nog steeds."
Dat was dan ook de reden om voor de grote vennootschappen een RvC verplicht in te stellen. De raad van commissarissen van een structuurvennootschap heeft bovendien een viertal bevoegdheden die in het «gewone» model toekomen aan de algemene vergadering van aandeelhouders: benoeming van de commissarissen zelf, benoeming van bestuurders, vaststelling van de jaarrekening en goedkeuring van belangrijke bestuursbesluiten.
Je zou kunnen stellen dat er, vanuit de optiek van governance, sprake is van een ideale situatie bij accountantsorganisaties, een hechte band tussen mede-ondernemers, kapitaalverschaffers en ondernemingsleiding.
Er lijkt vanuit die benadering dan ook geen enkele behoefte aan een RvC en toch wordt deze verplicht gesteld in de Code.
De in de Code gegeven reden is dat "de borging van het publieke belang voor verbetering vatbaar is."
Met deze cryptische omschrijving wordt de toezichthoudende taak van de RvC, rechtens toezien dat het vennootschappelijke doel verwezenlijkt wordt, uitgebreid met een nieuwe doelstelling die logischerwijs niet alleen voor de raad geldt maar ook voor de vennootschap.

Daarmee wordt ten eerste de zelfstandigheid van de aandeelhouders om te bepalen wat het vennootschappelijk belang is aangetast. Ten tweede wordt er, zeer ongebruikelijk, van buitenaf ingegrepen in het beleid van de vennootschap. Ten derde wordt er door de NBA) blijkbaar vanuit gegaan dat het huidige beleid van accountantsorganisaties onvoldoende rekening houdt met het "publiek belang.' Dat is merkwaardig want de omschrijving van de NBA van dit begrip in de Code luidt:
"Het vertrouwen van het maatschappelijk verkeer in de betrouwbaarheid van verklaringen bij verantwoordingen.'
Impliciet geeft de NBA hiermee aan dat de accountantsklantoren hun werk niet goed doen want de controle van de jaarrekening is bij uitstek hun primaire proces. Daarnaast denkt dat het NBA blijkbaar ook dat het vennootschappelijk belang van de accountantsvennootschappen onvoldoende is gericht op dat primaire proces. Allemaal vrij schokkende aannames, die ik voor rekening laat van de beroepsorganisatie zelf.

Wat ik zo vreemd vindt is dat de NBA denkt dat een nieuwe categorie onafhankelijke commissarissen nodig is om er op te gaan toezien dat het publieke belang wel wordt geborgd in het vennootschappelijk belang. Vanuit de benadering van behoorlijk ondernemingsbestuur is het wenselijk dat de aandeelhouders als belangrijke stakeholders de zeggenschap hebben over de benoeming van commissarissen. Bij de stichtingen benoemt de raad van toezicht zichzelf, behoudens wettelijk voorgeschreven voordrachten dan wel bindende voordrachten. Bij de vereniging benoemt de algemene ledenvergadering deze raad.
Kortom, het zijn de belangrijke stakeholders die commissarissen of toezichthouders benoemen.

Daarmee kom ik op het tweede governance probleem: hoe geef je de stakeholder "publiek belang' invloed op de benoeming van commissarissen of toezichthouders? Formeel kan dat niet en ook praktisch gesproken zie ik hiertoe weinig mogelijkheden. Feitelijk hebben we hier te maken met hetzelfde probleem als bij het toezicht op publiek-private organisaties, de stakeholder ontbreekt en daardoor hoeft er formeel aan niemand verantwoording te worden afgelegd. Het probleem doet zich dan ook voor dat als de toezichthouder zelf disfunctioneert niemand kan ingrijpen, terwijl er ook geen disciplinerende werking is van andere stakeholders.

In de Engelse gedragscode, die als voorbeeld heeft gediend voor de Nederlandse gedragscode, is sprake van hetzelfde probleem. Opvallend is daarbij wel dat de in deze Code het publiek belang niet nadrukkelijk als stakeholder wordt genoemd, maar wel heel specifiek als doelgroep de aandeelhouders van beursgenoteerde ondernemingen voor wie de accountantsverklaringen zijn bedoeld. Dat maakt de publieke zaak meer concreet maar ook hier blijft het probleem hoe je deze stakeholder invloed geeft op de benoeming van commissarissen bij accountantskantoren. De Engelse code gaat hier niet op in, maar denkbaar is dat bijvoorbeeld verenigingen van particuliere en zakelijke beleggers (in Nederland zijn dat o.a. VEB en Eumedion) commissarissen kunnen voordragen die dan vervolgens door de aandeelhouders van de accountantskantoren worden benoemd.

Als het stakeholdersprobleem niet goed wordt opgelost ontstaat het derde governance probleem: Bij het ontbreken van een duidelijke specifieke stakeholder is er maar 1 instantie die het publieke belang kan en mag vertegenwoordigen en dat is de overheid. De vraag is dan hoe de overheid dit het beste kan aanpakken.
Ten eerste kan de overheid besluiten om de bevoegdheden van de bestaande toezichthouder, de Autoriteit Financiele Markten, te vergroten. De aanvullende taken zouden dan kunnen liggen op de terreinen die de gedragscode accountantsorganisaties zelf noemt: de bestuurlijke besluitvorming, het kwaliteitsbeheersingsysteem, het beloningsbeleid, het risico- management, de afhandeling van meldingen, interne- en externe kwaliteitstoetsingen, externe rapportages, de dialoog met belanghebbenden en (potentiële) reputatierisico’s.

Ten tweede zou de overheid kunnen besluiten om de figuur van de overheidscommissaris weer in het leven te roepen. Dat is niet helemaal ondenkbaar, want dat is al eerder gebeurd bij Fortis/ABN Amro, ING en Aegon, maar daar was wel sprake van staatssteun en dat is hier niet het geval. Het enige argument hiervoor zou kunnen zijn dat de accountantskantoren een wettelijk monopolie hebben op de verplichte jaarrekeningcontrole. Bovendien is het in ons land nu eenmaal wel zo dat een commissaris bij wet gehouden is om het belang van de vennootschap te dienen en niet een specifiek deelbelang. Als we echter wat ruimer denken zou men kunnen stellen dat het publieke belang, zoals door de NBA gedefinieerd, wel degelijk een aspect is van het vennootschappelijke belang en daarmee komt de overheidscommissaris weer een beetje in beeld als behartiger van het algemeen belang. Ik wijs er echter op dat na benoeming, deze zogenaamde overheidscommissaris niets anders kan en mag dan zich richten op het vennootschappelijke belang. De fundamentele weeffout in de Code voor Accountantsorganisaties blijft daardoor bestaan: een commissaris kan en mag geen deelbelangen behartigen.

Voor de juridische fijnproevers onder ons is er echter nog een derde mogelijkheid en dat is de benoeming van commissarissen door de Ondernemingskamer (OK), waarbij de casus Stork een goed voorbeeld was. Zoals Mr. Raaijmakers al betoogde in het fraaie Liber Amicorum Huub Willems, is er bij de benoeming van "supercommissarissen OK" wel degelijk sprake van een super-toezichthouder ten opzichte van de vennootschap die verantwoording schuldig is aan de OK. Ook Raaijmakers echter is niet erg enthousiast over deze figuur. Hij zegt daarover . . . Benoeming bij onmiddellijke voorziening van OK-commissarissen met een eigen "statuut' leidt, zo blijkt, voor beurs-NV's tot ernstige ongerijmdheden en een quasi-curatele onder toezicht van de Ondernemingskamer."

Dit alles overziende lijkt de toezichthouder publiek belang sterk op de bekende lila koe van het chocolade-merk Milka. We weten allemaal dat lila koeien niet bestaan, maar blijkbaar kan men er toch nog chocola van maken. Een publieke commissaris ter behartiging van een specifiek deelbelang opleggen aan een private onderneming is echt geen werkbare oplossing.

Ter afsluiting durf ik wel de stelling aan dat het publieke belang alleen voldoende tot uiting kan komen bij accountantsorganisaties met een OOB-vergunning als de overheid deze nationaliseert. Dat is de enige conclusie als het vennootschappelijk belang van deze organisaties er niet toe leidt dat het publieke belang voldoende wordt geborgd.
Misschien niet toevallig is het motto van de chocoladefabrikant Milka: "maak het vreemde vertrouwd, vervreemd het vertrouwde."

maandag 12 september 2011

Code Accountantsorganisaties

Na de Nederlandse Corporate Governance Code, de Code Zorg, de Code Woningcorporaties, de Code Banken, de Code Verzekeraars enz. komt er nu ook een Code voor Accountantsorganisaties.
De Code is ontwikkeld door een werkgroep van Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA).
Deze nieuwe code wordt, na brede consultatie, verplicht gesteld voor accountantsorganisaties met een OOB-vergunning (Organisaties van Openbaar Belang), ofwel kantoren die beursvennootschappen controleren of grote publiekprivate organisaties. NBA voorzitter Ruud Dekkers stelt in zijn aankondiging van het stuk dat het doel ervan is het publieke belang binnen accountantsorganisaties beter borgen door het aanstellen van onafhankelijke derden als toezichthouder, zodat wat maatschappelijk leeft beter doordringt tot de bestuurskamers.
Binnen het toezichthoudend orgaan van de accountantsorganisatie komt daartoe een commissie publiek belang die in meerderheid bestaat uit onafhankelijke derden. Deze commissie ziet toe op waarborging van het publieke belang in de bestuurlijke besluitvorming, het kwaliteitsbeheersingsysteem, beloningsbeleid inclusief dat van partners en bestuurders, risicomanagement, afhandeling van klachten, uitkomsten van interne- en externe kwaliteitstoetsen en op basis daarvan getroffen maatregelen, externe rapportages, de dialoog met belanghebbenden en (potentiële) reputatierisico's.


Vanuit het vakgebied corporate governance is het al dan niet vrijwillig instellen van een gedragscode een belangrijk instrument om te bewerkstelligen dat organisaties meer in de pas gaan lopen met algemeen aanvaarde beginselen van goed ondernemingsbestuur. Wat dat betreft verdient het NBA alle lof, maar toch zijn er een aantal kanttekeningen te plaatsen.
Allereerst is het voor het draagvlak, maar ook de kwaliteit van een gedragscode noodzakelijk dat de belangrijkste belanghebbenden betrokken worden bij de totstandkoming ervan. Dat heeft het NBA nagelaten, want de werkgroep bestond alleen maar uit accountants. Het door Dekkers zo gewaardeerde publieke belang was domweg niet uitgenodigd om mee te doen en dat is toch wel een belangrijke omissie.
Dat de Code ter consultatie wordt aangeboden aan alle belanghebbenden doet hier niets aan af.
Zoals collega Pheijffer terecht betoogt had de NBA hier meer omgevingssensitiviteit behoren te tonen.

Ten tweede is het belangrijk dat een gedragscode ruimte biedt voor het toepassen ervan in een pluriforme omgeving. Dat wordt bereikt door het "pas toe of leg uit' principe dat organisaties de kans biedt sommige bepalingen anders toe te passen omdat deze in hun situatie minder goed uitpakken of zelfs niet goed toepasbaar zijn. Zoals ook in de Green Paper The EU corporate governance framework wordt gesteld is een flexibele "Comply or Explain" doctrine een belangrijk principe in de Europese Corporate Governance. De European Confederation of Directors' Assocations stelt zelfs in haar commentaar op dit stuk dat dit te prefereren is boven een regime waarin verplichte governance  vereisten in wetgeving wordt ingebed.
Het is in dit licht dan ook opvallend dat de nieuwe Code voor Accountantsorganisaties verplicht wordt gesteld en dat de code niet het comply or explain-principe hanteert, maar dat comply de norm wordt.

Sterker nog, in de Code staat te lezen dat men het voornemen heeft om de onderdelen van de Code die niet vastgelegd zijn in de beroepsregelgeving, na publieke consultatie alsnog daarin te verankeren.
Een motivering voor deze opstelling ontbreekt maar het zou kunnen dat de NBA de mogelijk vermeende vrijblijvendheid van het Pas Toe of Leg uit principe als een te groot nadeel ziet.
Ik vrees dat hierdoor de praktische toepassing van de Code problematisch wordt. Dit vooral door de heterogeniteit van de doelgroep. Er zijn nogal wat verschillen tussen de 15 accountantsorganisaties die verplicht onder de Code vallen. Verschillen in grootte, het aantal beursgenoteerde klanten, het aantal OOB-klanten e.d. Toch dienen al deze kantoren zich te schikken in het regime van de Code, zonder dat zij daar een eigen invulling aan kunnen geven.
Als voorbeeld geef ik de verplichting in de code om een toezichthoudend orgaan in te voeren. Waarom kunnen de kantoren hier niet zelf voor kiezen? Waarom is er niet de mogelijkheid om alleen een commissie "Publiek Belang" in te stellen, bestaande uit onafhankelijke leden.
Daarnaast is de Code niet echt duidelijk want in principe 2.2 staat dat deze commissie naast of binnen het toezichthoudend orgaan moet worden gevormd. De reden hiervoor wordt niet gegeven, maar je zou bijna denken dat als dit de mogelijkheid biedt om alleen een commissie in te stellen en geen Raad van Toezicht.

Een derde kritiekpunt is de aanstelling van interne toezichthouders die, zoals de Code stelt, gaan toezien op de manier waarop een accountantskantoor het publieke belang van de accountantsverklaring waarborgt.
De was ook een van de opvallendste bepalingen van de nieuwe accountantscode die onlangs in Engeland is ingevoerd en die de NBA als uitgangspunt heeft gebruikt voor de eigen code.
Voor alle duidelijkheid, ik ben een voorstander van beter intern toezicht, uitgevoerd door onafhankelijke, maar vooral deskundige leden. We moeten daarbij echter wel bedenken dat deze constructie in de praktijk met dezelfde governance problemen te maken gaat krijgen als nu ook het geval is in de publiek-private sector. Toezichthouders zijn geen commissarissen en worden niet aangesteld door de aandeelhouders, want die zijn er niet in de publiek-private sector. In mijn boek Grondslagen van Corporale Governance ga ik in hoofdstuk 15 uitgebreid op deze problematiek van public governance. Kern van het probleem is dat een raad van toezicht aan niemand verantwoording hoeft af te leggen of dat er geen sancties bestaan op slecht functioneren. Datzelfde probleem kan zich ook voordoen bij de voorgestelde toezichtconstructie bij accountantsorganisaties. Daar komt nog bij dat de Code onduidelijk is over de wijze van benoeming van de toezichthouders of de leden van de commissie publiek belang en hun bevoegdheden.
Een vergelijking tussen  bevoegdheden van commissarissen in het burgerlijk wetboek en de Code Tabaksblat en die van de Code Accountantsorganisaties toont een aantal belangrijke omissies.
Zo hebben de toezichthouders niet het recht bestuurders te benoemen en te ontslaan. Is niet duidelijk hoe en door wie zij worden benoemd. Hebben toezichthouders geen recht op goedkeuring belangrijke besluiten of kunnen zij zelfstandig advies inwinnen bij derden.

Een laatste kritiekpunt is dat de Code geen duidelijkheid biedt over de evaluatie van de naleving ervan. Het ligt voor de hand om in navolging van de Monitoring Commissie Corporate Governance Code een soortgelijke commissie in te stellen voor de Code Accountantsorganisaties.

Ondanks deze kanttekeningen ben ik van mening dat de Code een goede stap vooruit is. Ik ben dan ook benieuwd naar de reacties op de consultatie en het uiteindelijke definitieve voorstel.
Wel ben ik van mening dat er een fundamentele weeffout in het voorstel zit en dat betreft de introductie van de verplichte toezichthouders. Ik kom daar in een nieuw bericht op terug.


donderdag 8 september 2011

Scheringa is terug (DSF) net als DSK

Terug van vakantie begint het nieuws al weer binnen te stromen.
Dominique Straus Kahn ofwel DSK is weer terug in Parijs en heeft alweer plannen voor een terugkeer in de politiek.
Dirk Scheringa is weer terug met DSF ofwel DS Factoring en vindt het heerlijk om weer te gaan ondernemen.
Beide heren zijn nu niet bepaald onbesproken, maar dat weerhoudt ze er blijkbaar niet van om onbeschaamd weer terug te keren in het maatschappelijk verkeer.

RTL Nieuws kwam met deze primeur en het nieuws verspreidde zich snel va Internet.
Opvallend daarbij is de oppervlakkigheid van de media. Even via Google de term "DSF" intikken en we zien een hele reeks van meer dan 35 berichten van de pers met allemaal opvallend genoeg dezelfde tekst, zonder enig commentaar.
"Hij begint vanaf 3 oktober met zijn nieuwe bedrijf DS Factoring, zo staat te lezen op de website van de onderneming. Het nieuwe bedrijf van Scheringa richt zich op bedrijven in het midden- en kleinbedrijf die nog geld krijgen van klanten. ..."
Daarbij staat ook nog vermeld dat Dirk dit als een gat in de markt ziet want factoring is relatief nieuw, aldus RTL Nieuws en vele andere media, die zonder enige vorm van reflectie dit alles zonder meer overnemen.
Voorzover ik weet bestaat factoring al heel lang en is er niets nieuws aan deze vorm van financiële dienstverlening. Er zijn letterlijk tientallen bedrijven die zich met factoring bezighouden.

Ook vermelden de berichten dat dit alles allemaal te lezen is op de website van de onderneming. Wie probeert de website te vinden ziet echter helemaal niets. DS Factoring is op Internet nog niet te vinden.
Wat moet je nu met deze gebakken lucht? Waarom ontbreekt elke vorm van analyse en kritiek?

Scheringa is al genadeloos afgebrand in het rapport van de commissie Scheltema n.a.v. het onderzoek naar de ondergang van de DSB Bank. Het ontbreekt hem aan voldoende kennis en ervaring van het bankbedrijf, zo concludeert de commissie bikkelhard.
Daarnaast was ook zijn functioneren als directievoorzitter aan veel kritiek onderhevig in dit rapport.
Is dat nu de man voor een nieuwe onderneming in de financiële wereld?

Als je dan toch weer een bedrijf wilt gaan starten op het gebied van de financiële dienstverlening ontbreekt het helaas ook nog aan enige vorm van zelfkritiek bij Dirk.
Dirk vindt het weer heerlijk om weer te gaan ondernemen, zo zegt hij in het interview.
Dat is allemaal best maar Dirk kan dat niet, dat heeft hij op een indrukwekkende manier bewezen.
Dirk gaat bedrijven helpen die wachten op hun geld, zo zegt hij in het interview.
Kan hij dat niet beter ook doen voor al zijn gedupeerde klanten, die nog steeds wachten op hun geld?

Waarom zeggen we niet gewoon dat DSF nooit meer terug moet komen in welke functie dan ook?
DSK kan zijn gulp niet dichthouden, en onze eigen DSF kan niet met geld van anderen worden vertrouwd.
Onwillekeurig moet ik denken aan het woord patjepeeër, als ik beide mannen voor me zie.

vrijdag 22 juli 2011

Zomerse gedachten?

Vandaag zijn 11 miljoen Grieken weer gered met een lening, garantie, voorschot (u vult maar in) van 109 miljard Euro.
Tegelijkertijd creperen 10 miljoen inwoners van de Hoorn van Afrika vanwege een hongersnood.
Geld is er nauwelijks voor, niet in Nederland en ook niet internationaal.

De topverdiener in de ziekenhuiswereld  Paul Smits (salaris euro 391.654), bestuursvoorzitter van het Maasstadziekenhuis, is verantwoordelijk voor een ziekenhuis dat bol staat van een resistente bacterie waaraan inmiddels 25 patiënten zijn overleden en zo'n 70 zijn besmet. Dat kun je toch geen "pay for performance' noemen, denk ik dan. Eerder een riante beloning voor falen.

Het heeft allemaal weinig met behoorlijk bestuur te maken, maar het gebeurt toch.
We leven in een bizarre wereld.

donderdag 7 juli 2011

Vakantie

Net terug van een korte vakantie in Normandië.
De komende tijd doen we het nog even rustig aan met het weblog, want nu zijn mijn lezers weg.
Ik wens iedereen een fijne tijd.
Wat is het toch heerlijk om af en toe er even tussenuit te zijn.

Bijgaand een foto van een van die onvergetelijke momenten.

vrijdag 17 juni 2011

Spookaandelen Rabo?

Op 7 juni 2011 berichtte het Financieele Dagblad over een op het eerste gezicht merkwaardige zaak. De Nederlandsche Bank (DNB) heeft de Rabobank op de vingers getikt vanwege het feit dat de bonus voor bestuurders in gewoon geld  wordt uitgekeerd. Volgens een woordvoerder van DNB schrijven Europese regels voor dat de bonus van bankiers voor minstens de helft uit aandelen bestaat, die de ontvanger enkele jaren moet vasthouden. Hij stelt daarbij:
"De EU-regels kennen echter geen uitzonderingen, zegt een woordvoerder van DNB, het orgaan dat in Nederland toeziet op de naleving daarvan. 'De bepaling omtrent uitbetaling in financiële instrumenten geldt voor alle ondernemingen, ongeacht of ze beursgenoteerd zijn.'
Nu is de Rabobank niet beursgenoteerd en kunnen ze geen aandelen uitkeren want die heeft de bank niet. De DNB zet de bank nu onder druk om synthetische instrumenten te ontwerpen voor bonusontvangers, waarvan bijvoorbeeld de waarde gekoppeld is aan de koers van achtergestelde obligaties.
Deze affaire lijkt op het eerste gezicht een voorbeeld van een strikt formalistische benadering van de DNB die weinig effectief is.
De Rabo is er zelf ook niet erg over te spreken. Zo zegt commissaris Walravens in het artikel . .  "Ze eisen dat we spookaandelen gaan uitgeven voor de bonus. Veel gekker moet het toch niet worden!' zo riep hij vertwijfeld uit."
Nu zou ik persoonlijk dergelijke bewoordingen niet kiezen, maar het toont wel de emotie, zonder daarbij overigens op de feiten in te gaan. Overigens iets dat ook het Financieele Dagblad nalaat.

Dat valt ook wel te begrijpen want het is niet zo makkelijk om die Europese regels te vinden waarnaar de DNB verwijst. De Green Paper over de financiele sector zegt niet zo veel over bonussen en stelt zeker geen formele eisen. Verder is op de website van de EU niet gelijk iets te vinden. Het enige gremium in Europa dat regels geeft over de beloning van bankiers is het Basel Committee on Banking Supervision.  In januari 2010 publiceerde deze commissie een document met de titel "Compensation Priciples and Standards Assessment Methology' waarin toezichthouders aanwijzingen krijgen hoe zij de beloningspraktijk bij financiele instellingen dienen te beoordelen. In dat document is niets te vinden over de plicht een deel van de variabele beloning uit te keren in aandelen. Voor beloningsprincipes verwijst het document weer naar de FSB Principles for Sound Compensation Practices. Ook daar kan ik Dichter bij huis zegt de Code Banken in paragraaf 6.4 ook niet dat een deel van de variabele beloning in aandelen moet worden uitgekeerd. De Rabobank voldoet vrijwillig aan de Nederlandse Corporate Governance Code en ook daar is die verplichting niet te vinden.
Op de website van het Europees Parlement is het ook niet plezierig zoeken maar uiteindelijk stuit ik op richtlijn 2010/76/EU. Daarin staat dat  een aanzienlijk deel, en in ieder geval ten minste 50 % van een variabele beloning, moet bestaan uit een afgewogen mix van:
  • aandelen of vergelijkbare eigendomsbelangen, afhankelijk van de juridische structuur van de krediet­ instelling in kwestie, dan wel, in het geval van een niet op de beurs genoteerde kredietinstelling, op aandelen gebaseerde instrumenten of vergelijkbare niet-liquide instrumenten, en
  • indien van toepassing, andere instrumenten zoals bedoeld in artikel 66, lid 1 bis, punt a), die een goede weerspiegeling zijn van de kredietkwaliteit van de kredietinstelling in het kader van de lopende bedrijfsbeoefening.
  • een aanzienlijk deel, en in ieder geval ten minste 40 % van de variabele beloningscomponent, wordt uitgesteld over een periode van ten minste drie tot vijf jaar die aansluit bij de aard van activiteiten, de risico’s daarvan en de activiteiten van het personeelslid in kwestie.
Laten we daarbij bedenken dat de Europese Unie een strenger beloningsbeleid wil om in de toekomst ongelukken te voorkomen. Zoals in de wet staat: het beloningsbeleid is in overeenstemming met en draagt bij aan een degelijke en doeltreffende risico beheersing en moedigt niet aan tot het nemen van meer risico’s dan voor de kredietinstelling aanvaardbaar is.

Dat lijkt mij als belastingbetaler een goed zaak want ik heb al het nodige geld voor het bankwezen bij elkaar moeten schrapen. Ik vind dan ook de maatregel van de DNB helemaal niet "gekunsteld" zoals Walravens tegen de verslaggever stelt. Het is de taak van de nationale toezichthouder om te toetsen of banken aan deze wettelijke eisen voldoen.
Het was natuurlijk leuker geweest als de directieleden van Rabo hun bonus gelijk contant krijgen uitgekeerd, maar het komt wel een beetje hebberig over. Het lijkt ook wel het argument om de constructie gekunsteld te noemen en dat verklaart mogelijk de emotie bij commissaris Walravens. 
Wat mij betreft hoeft het ook niet gekker te worden met de bonussen, want daar hebben bankiers (ook bij de Rabo) wel een handje van.
Kortom, er is geen sprake van spookaandelen, maar het voldoen aan een legitieme eis om prudent met bonussen om te gaan.