woensdag 12 december 2012

Amarantis en governance

Wie de zaak rondom scholengroep Amarantis in de pers heeft gevolgd weet inmiddels wel wat de belangrijkste conclusies waren uit het onderzoeksrapport "Autonomie Verplicht". Bestuur en toezicht hebben volledig gefaald was de toonzetting in de media. Veel meer aandacht kreeg echter het vermeende graaigedrag van de bestuurders van Amarantis Onderwijsgroep.
Aangezien dat nog niet verder onderzocht is, ga ik daar niet op in.

Over falend toezicht is in het uitgebreide rapport het nodige opgemerkt. Kort samengevat: de accountant, de raad van toezicht, de onderwijsinspectie en het ministerie hebben volledig gefaald.
Een verdere analyse heb ik nog nauwelijks gezien, behalve een tweetal uitzonderingen.
Collega Marcel Pheijffer heeft in een tweetal weblogs al zijn mening gegeven over de rol van de externe accountant. Marcel Smits heeft in het Financieele Dagblad al zijn mening gegeven over het falen van de  Raad van Toezicht bij de onderwijsgroep.

Het beeld is dat er weliswaar een goede governance-structuur aanwezig was, maar dat deze om allerlei redenen niet heeft gewerkt, omdat betrokkenen hun werk niet goed hebben gedaan. Een veel gebruikte krantenkop was dan ook "Iedereen ging de fout in bij Amarantis."

Falend management maakt meer bedrijven kapot dan slechte corporate governance, is een van mijn stellingen. Het is dan ook opvallend dat aan het management en de bedrijfsvoering bij Amarantis zo weinig aandacht wordt besteed, in de media, terwijl het onderzoeksrapport zelf er veel aandacht aan besteedt.

Groot is beter?
Amarantis is een fusieproduct van een groot aantal verschillende instellingen. Dit is het gevolg van het bewuste beleid vanuit de politiek om schaalvergroting te bereiken. Dat gebeurde mede in het licht van de wens naar autonomievergroting en deregulering (zie hoofdstuk 2 van het rapport).
In hoofdstuk 3 staat beschreven hoe dat proces uiteindelijk resulteerde in de Amarantis groep. In minder dan tien jaar ontstaat er een onderwijskolos van rond de 30.000 leerlingen en 3300 personeelsleden.
Ter vergelijking, mijn alma mater de Erasmus universiteit heeft 23.000 studenten (verdeeld over 8 faculteiten) en 2600 medewerkers. Dat wel met een ontstaansgeschiedenis van bijna 100 jaar en een geleidelijke groei door de toevoeging van meer faculteiten.
Amarantis werd in korte tijd een volkomen onoverzichtelijk en heterogeen conglomeraat van allerlei scholen, die ook nog in verschillende provincies waren gehuisvest.
Om dat tot 1 geheel te smeden is een enorme uitdaging. Het organogram van Amarantis lijkt verdacht veel op dat van een grote multinational, met allerlei directie staven op het hoofdkantoor, en een veelheid van groepsdirecties zowel op onderwijsgebied als ondersteunend.
Als je niet wist dat het hier om middelbaar onderwijs gaat zou je toch echt denken dat het hier een wereldspeler van formaat betreft in de internationale zakenwereld.
Ook de jaarverslagen van Amarantis ademen die sfeer met een missie en ambitieuze organisatiedoelen (zie bijvoorbeeld het jaarverslag van 2010).

Dat is feitelijk het belangrijkste probleem, dat er sprake was van een grote onoverzichtelijke en complexe organisatie, die bovendien in zeer korte tijd was ontstaan.
Zoals interim-bestuursvoorzitter Marcel Wintels terecht stelt in zijn rapportage . . "Amarantis was een doorgeschoten fusieproduct. Zoals er in het onderwijs meer zijn."
Tevens is in dat fusieproces blijkbaar geen goede "due dilligence' uitgevoerd, want kort na de fusie met ISA in 2007 werd een fors tekort ontdekt op de huisvestingsportefeuille van bijna 30 miljoen.
Tel daarbij op stijgende kosten van overhead vanwege de fusie en tegenvallende groei in leerlingenaantallen en je ziet het gat tussen inkomsten en uitgaven alleen maar groter worden.

Tel daarbij op dat Amarantis koos voor een model van collegiaal bestuur en voor het decentraal beleggen van verantwoordelijkheden. De onderzoekscommissie zegt hierover op pag. 39 . . "deze structuur heeft de organisatie vleugellam gemaakt. Het was gegeven deze keuzen niet goed mogelijk de organisatie (financieel) bij te sturen."
Dat het ontbrak aan een goede planning en control cyclus mag dan ook bijna geen verbazing wekken.

Het meest opvallende is echter dat de commissie concludeert dat er nooit is nagedacht of al die fusies nu wel zo'n goed idee waren in termen van organisatie, cultuur, bestuursmodel en financiën. De rationele gronden van een fusie zijn destijds niet of nauwelijks gemaakt (pag. 62).
In mijn woorden was er eigenlijk helemaal geen reden voor al die fusies, tenzij het gaat om de persoonlijke ambities van de betrokken bestuurders, waarbij "groot zijn" altijd goed is voor eigen ego en beloning. De voormalige bestuursvoorzitter Bert Molenkap was in 2011 de best verdienende onderwijsbestuurder. Inclusief de ontslagvergoeding van 250.000 euro verdiende hij bijna vier ton, becijferde de Algemene Onderwijsbond in de jaarlijkse lijst van grootverdieners bij het onderwijs.

Tone at the top?
Hoe groter instellingen worden hoe complexer het is ze te besturen. Dat vraagt ervaren en competente bestuurders.
Mijn persoonlijke observaties in het onderwijs zijn wat dat betreft nogal gemengd.
Onderwijzers zijn geen managers en managers geen onderwijzers. Helaas maakt het onderwijs veel te vaak de fout om onderwijzers managers te maken of professionele managers (zonder ervaring in het onderwijs) verantwoordelijk voor het onderwijs te maken. In beide gevallen gaat dat fout en hoe groter de organisatie, hoe groter de brokken. Amarantis is daarvan helaas een goed voorbeeld.

Volgens de onderzoekscommissie was de stijl van leidinggeven van het college van Bestuur autocratisch, waarbij reële inspraak en zeggenschap in feite niet worden geduld, en waarin mensen de neiging hebben om gesloten en waakzaam te zijn.
Daarnaast heeft volgens de commissie het college van Bestuur niet als een team gefunctioneerd en in de aansturing van de organisatie weinig tot geen executiekracht aan de dag gelegd.

Naast de stijl van leidinggeven is het ook van belang of het bestuur wel de nodige competenties in huis had.
Ik kan bijna geen informatie vinden over de ervaring en expertise van de bestuursleden. Het lijkt mij in ieder geval nogal lastig om van directeur van een christelijke meao tot bestuurder van een onderwijskolos door te groeien. Ook een werkervaring als directeur van de politieopleidingsschool De Boskamp lijkt mij niet ideaal.
De commissie zegt er weinig over, maar op pagina 37 valt te lezen dat er vraagtekens geplaatst kunnen worden bij de bestuurlijke competenties van de bestuursleden.
Dat is misschien nog wel het meest wonderlijke van de hele zaak.
Klaarblijkelijk zijn er in het bestuur van Amarantis volkomen incapabele mensen aangesteld. Hoe dat heeft kunnen gebeuren is door mij niet te vinden en ook het onderzoeksrapport zegt er niets over. Ik vermoed dat bij elke fusie de directieleden van de fusie-kandidaat automatisch zijn overgestapt naar het bestuur van Amarantis. Zo stijg je vanzelf boven je competentie-niveau.
Autocratisch, geen daadkracht en incapabel? Dit soort  bestuurders aan het roer zetten van een onderwijsgigant is vragen om moeilijkheden.

woensdag 28 november 2012

Plofbanken

Het zal u niet ontgaan zijn dat er zich de laatste tijd een paar grote schandalen hebben voorgedaan bij banken.
De grote Amerikaanse bank JPMorgan had te maken met een aanzienlijk handelsverlies in het zgn. "Londense walvis schandaal" dat de bank 6 miljard dollar verlies opleverde. Bij UBS was de handelaar Kweku Adoboli in Londen verantwoordelijk voor 2.3 miljard dollar verlies door onverantwoord speculeren.

Ik ben samen met een collega van Nyenrode bezig een artikel te schrijven over de status van "interne beheersing' na de financiële crisis..

Sinds de boekhoudschandalen zijn alle beursgenoteerde ondernemingen in Amerika verplicht een zgn. "in control' verklaring af te leggen in het jaarverslag. Ik schrijf daarover in mijn boek Grondslagen van Corporate Governance op pagina 31:

"De CEO en CFO moeten eveneens jaarlijks verklaren dat het interne controlesysteem voor de financiële rapportage op orde is en goed heeft gewerkt (de fameuze sectie 404 van SOX). De externe accountant moet deze melding vervolgens formeel bekrachtigen."
Ze zou verwachten dat deze maatregel er toe heeft geleid dat hierdoor beursgenoteerde ondernemingen hun zaakjes intern voortaan goed op orde hebben. De financiële crisis heeft bewezen dat dit niet het geval is. Ondanks de verklaringen van het management en de controlerend accountant kwam de ene na de andere bank in grote problemen.
Ik heb daarover al uitgebreid geschreven in een artikel in het Maandblad Accountancy en Bedrijfshuishoudkunde in 2009, met als titel "Risicomanagement, interne controle en de kredietschandalen. Mijn conclusie was toen dat er iets vreemd aan de hand is als men verklaart dat de interne beheersing goed gewerkt heeft en men daarna door grote onverwachte tegenvallers door de staat gered moet worden.

Misschien hebben de banken hun lesje wel geleerd zou je denken. Maar het tegendeel lijkt waar.
Ook nu weer wekt het bevreemding dat er vrolijk in het jaarverslag wordt beweerd dat alle interne beheersingssystemen goed gewerkt hebben om daarna met de billen bloot te moeten met zaken die bewijzen dat het in feite een rommeltje was.

Dat is niet mijn persoonlijke constatering maar die van de Britse Financial Services Authority (FSA) en de Zwitserse toezichthouder Finma in het geval van UBS. De Finma meldde in zijn onderzoeksrapport dat het "serieuze gebreken heeft gevonden bij het risicomanagement en beheer van de investeringsbank van UBS.
De FSA legde een boete op van 29,7 miljoen pond vanwege het falen van systemen en controles die een medewerker in staat stelde om aanzienlijke schade aan te richten. Dit falen toont aan dat er serieuze gebreken waren in de procedures, management systemen en interne controles.
Een soortgelijk beeld zien we bij JP Morgan, ondanks het feit dat deze zakenbank niet alleen onderworpen is aan de eerder genoemde eisen t.a.v. interne controle maar ook aan additionele eisen van de Dodd-Frank wetgeving (Enhanced Prudential Standard) en regels van de SEC (zie hiervoor de Wikipedia pagina "2012 JPMorgan Trading Loss."

Ook hier zien we weer een beeld dat in het jaarverslag er keurig een verklaring staat dat de interne controle in orde is, goedgekeurd door de externe accountant. Later blijkt dan dat maar heel weinig deugde van al die controles, zowel in de opzet ervan als in de werking in de praktijk. Ik citeer uit de belangrijkste bevindingen van de FINMA:
  • The direct line managers failed to properly monitor the ETF desk in London. 
  • The front office monitoring instruments deployed by the line manager responsible for the ETF desk had major shortcomings and were not used properly.
  • The control functions had too little understanding of the trading activities in question
  • UBS's various control functions did not collate their information to produce an overall picture.
  • Operational risks were evaluated to a large extent on the basis of a self-assessment process, which was carried out just once a year by traders and internal controllers.
  • Reporting channels and responsibilities were unclear and led to confusion.
  • The relocation of direct supervision of the ETF desk from London to New York was badly managed and led to a situation in which the London desk was not adequately monitored from April 2011 onwards.
  • UBS sent out misleading signals by awarding pay increases and bonuses to a trader who had clearly and repeatedly breached compliance rules, and by accepting him onto a junior management programme.
Je vraagt je af wat de betekenis nog is van de controleparagraaf in het jaarverslag en de goedkeuring daarvan door de controlerend accountant. Blijkbaar werkt het systeem van interne beheersing (op papier?) maar niet in de praktijk.  Je kunt nu ook niet beweren dat een goede interne beheersing dit soort zaken nu eenmaal nooit kan voorkomen. Daarvoor waren deze affaires te groot en duurden ze te lang.
Daarnaast constateert de Zwitserse toezichthouder wel degelijk een aantal forse reële tekortkomingen in de dagelijkse praktijk van UBS. Je zou zeggen, waarom kan een toezichthouder dat wel vaststellen en de bank zelf niet, evenmin als zijn externe en interne accountant?

Deze legbatterijen van witte-boorden criminelen leren het blijkbaar nooit. Het is daarnaast ook nog te gek dat de overheid (u en ik) opdraaien voor de verliezen van deze plofbanken.

Misschien moeten we maar eens biologisch gaan bankieren.

woensdag 21 november 2012

Professor pleegt plagiaat?

Ik heb u in een eerder weblog, onder de titel "Even weg", op de hoogte gebracht dat ik door wetenschapsjournalist Frank van Kolfschooten (FvK) onheus werd beschuldigd van plagiaat.
Achter de schermen heeft zich het nodige afgespeeld, maar recent is er iets gebeurd dat mij noodzaakt om in de volledige openbaarheid te treden.

Aanleiding was een artikel "Wetenschappers zijn net mensen"over zijn laatste boek "Ontspoorde Wetenschap" in het Erasmusmagazine van 16 november 2012. Daarin staat de volgende passage:
"Over de zaak van Ruud Pruijm, emeritus-hoogleraar Administratieve techniek aan de EUR, publiceerde Van Kolfschooten niet, omdat het 'een te lang verhaal" en uiteindelijk "niet zo opzienbarend" was. Hij vond wel opnieuw plagiaat in Pruijms werk, na de plagiaatzaak rond zijn proefschrift uit 1989."
Twee keer ongegrond beschuldigd worden van plagiaat in het lijfblad van je eigen alma mater is geen sinecure. Je zou denken dat een tijdschrift dat nauw verbonden is aan de Erasmus Universiteit de moeite had genomen om deze zware  aantijgingen aan een emeritus hoogleraar op z'n minst te verifiëren.
Het tegendeel is echter waar.
De betrokken redactrice heeft deze aantijgingen zonder enig verder speurwerk overgenomen en dat is uitermate slechte journalistiek. Ik heb de redactie hierop geattendeerd, maar volgens de hoofdredacteur van het blad heeft de journalist zich "daarbij gebaseerd op het onderzoek van de heer Kolfschooten dat uitgebreid en vergaand is geweest naar onregelmatigheden in het wetenschappelijk bedrijf."
Dat is pertinent onjuist want ik kom als plagiaatgeval helemaal niet voor in het boek. Het gaat hier alleen om een mondelinge mededeling van FvK die klakkeloos is overgenomen.
Daarnaast is er door haar geen hoor en wederhoor toepast en dat is haar eveneens zwaar aan te rekenen.

Had men dat wel gedaan?


Proefschrift 1990
Dan had men al snel kunnen vaststellen dat mijn proefschrift dateert uit 1990 en niet uit 1989.
Dan had men mogelijk ook kunnen vinden dat de aantijgingen van FvK in die tijd diepgaand zijn onderzocht. Ik citeer uit een intern verslag

Volgens de promotor en andere leden van de promotiecommissie is correct door mij gehandeld.Er is geen sprake van letterlijke overname. In de dissertatie wordt herhaaldelijk aangegeven dat er sprake is van de mening van andere auteurs. Het betreffende hoofdstuk bevat meer dan 36 keer expliciet verwijzingen naar beide auteurs. Bovendien is er in de index expliciet aangegeven op welke pagina’s beide auteurs worden behandeld.Verder onderzoek door professor Jaap Spoor, een extern deskundige op het gebied van plagiaat heeft dat bevestigd.Het is volgens hem duidelijk dat er zo integer mogelijk is gehandeld en dat er geprobeerd is een zo getrouw en nauwkeurig mogelijk beeld te geven van de oorspronkelijke teksten.
Dan had men kunnen constateren dat de conclusie was dat er geen sprake is van plagiaat.
Een conclusie die ook bekend is bij FvK, maar die hem er niet van weerhoudt zijn onjuiste aantijging te herhalen.
Dat de "zaak' niet "opzienbarend" was, zoals in het artikel is geciteerd, lijkt mij nogal logisch want er is helemaal geen zaak.

Opnieuw plagiaat

Ook de mondelinge bewering van FvK dat ik opnieuw plagiaat gepleegd heb is onjuist.

FvK heeft inderdaad aangifte gedaan van vermeend plagiaat in mijn nieuwste boek "Grondslagen van Corporate Governance" bij de rector van Nyenrode.

Hij gebruikt daarvoor de volgende, nogal snerende, bewoordingen:


"Het gaat zoals gezegd om een steekproef, wat, mede gezien de voorgeschiedenis, het ergste doet vrezen voor de manier van verwijzen in de rest van het boek. Ik heb Ruud Pruijm hier inmiddels mee geconfronteerd, maar hij ontkent opnieuw dat dit plagiaat is. Ik hoor graag het commentaar van Nyenrode op Pruijms omgang met teksten in dit boek."

Business Universiteit Nyenrode, waar ik nu gasthoogleraar ben, heeft deze zaak grondig onderzocht.

Het woord "grondig' is door mij niet zonder reden gebruikt, want de universiteit, heeft, op basis van een door mij vrijwillig aangeleverde digitale versie van het boek, dit volledig onderzocht met het plagiaatprogramma Euphorus.
Er zijn daarbij uiteindelijk drie omissies geconstateerd in de bronvermelding en de universiteit heeft daarop de klacht verworpen. Er was geen sprake van plagiaat.

Ook deze beschuldiging van FvK is niet in het boek "Ontspoorde Wetenschap" opgenomen, waarschijnlijk ook omdat het "niet zo opzienbarend" was.
Waarom hij dan wel in Erasmusmagazine vertelt dat hij opnieuw plagiaat heeft gevonden klopt voor geen kant. 



Details van de zaak

Om volledige transparantie te betrachten zal ik u alle details geven van de drie genoemde gevallen van plagiaat door FvK en mijn antwoord daarop aan de onderzoekscommissie van Nyenrode:

  1. Op pagina 160-161 staan twee tekstblokken die zijn overgenomen uit een artikel van Eric Smit in Dagblad de Pers. 
    Antwoord: Ik baseer me voor deze case op een aantal krantenartikelen en maak op basis daarvan een compacte beschrijving in een apart tekstblok.
    In de brontekst is dat af te leiden aan de zet-instructie [intermezzo], waardoor er in het boek een apart kader wordt gemaakt.
    De eerste drie zinnen komen volgens Ephorus uit een artikel van Eric Smit. Ik kan mij dat niet herinneren want ik raadpleeg nooit dit dagblad, maar volg in deze de conclusie van Ephorus.
    Hier had een bronvermelding bij gemoeten en deze heb ik in de komende tweede druk aangebracht. Verder heb ik gebruik gemaakt van een serie persberichten van de VEB en enkele artikelen uit het FD. Ephorus constateert alleen een overname van een VEB persbericht en daarvan is geen bronvermelding gepleegd.
    Ik heb voor de tweede druk een passage aan het einde van de case opgenomen waarin ik als bron het dossier World Online van de website van het VEB noem.
  2. Op pagina 171 staat een tekst die afkomstig uit een van de twee boeken van Pieter Vos, deze boeken worden niet genoemd in de literatuurlijst achterin. 
    Antwoord: Het betreft hier overigens zijn boek Recovery Management uit 2008 waar ik zelf een exemplaar van bezit en niet de uitgave uit 2003 "Kredietopvraging en Insolventierisico.'
    Zoals in mijn eigen tekst te zien is punt f verliesversluiering uit de opsomming van de heer Vos weggevallen.
    In de basisversie van mijn tekst stond dit punt wel gemeld, gevolg door een verwijzing naar de auteur Peter Vos. In de finale versie is dit stukje vermoedelijk weggevallen tijdens het proces van eindredactie en dat is toen niet door mij opgemerkt.
    In de eindcontrole is door mij grondig nagegaan of van elke geciteerde auteur in de tekst ook daadwerkelijk een literatuurverwijzing is opgenomen. Omdat de vermelding van Peter Vos ontbrak in de eindtekst heeft deze controle ook niet niet gewerkt.
    Dat is jammer, maar fouten worden gemaakt.
    Deze fout is in de tweede druk hersteld.
  3. Op pagina 382 geeft u een opsomming van soorten fraude. Die blijkt zonder bronvermelding ontleend aan Wikipedia.  Antwoord:  Tijdens mijn zoektocht naar mogelijke soorten fraude via Google kwam ik inderdaad een lijstje van Wikipedia tegen. Ik had inmiddels al een aantal soorten fraude opgeschreven, maar heb dankbaar gebruik gemaakt van de opsomming in Wikepedia. Ik heb de opsomming bewerkt, sommige fraudes weggelaten en aangevuld met 2 soorten fraude die er niet in werden genoemd (beleggingsfraude en jaarrekeningfraude). Ik heb daarbij aangenomen dat ik deze opsomming kon gebruiken, zonder bronvermelding, omdat de Creative Commons voorwaarden daarin niet echt duidelijk zijn. Daar staat "Naamsvermelding-De gebruiker dient bij het werk de door de maker of de licentiegever aangegeven naam te vermelden." Op de betrokken pagina staat echter geen naam gemeld. Ik volg in deze echter graag de mening van prof. Hugenholz en heb de pagina nu als bron Wikipedia genoemd, zodat deze fout in de tweede druk niet meer voorkomt.
 Conclusie

Op basis van het onderzoek heeft Nyenrode geconstateerd dat er geen sprake was van plagiaat maar wel van wetenschappelijke onzorgvuldigheid. U kunt op basis van het door mij geleverde materiaal zelf vaststellen of u dezelfde mening bent toegedaan.

U kunt van mij aannemen dat deze uitspraak voor een wetenschapper geen prettige boodschap is.
In dit geval vooral omdat er door de digitale stofkam slechts drie fouten zijn gevonden in een boek van 500 pagina's. Curieus is wel dat speurmachine Ephorus uiteindelijk dezelfde drie gevallen als FvK constateert, maar de eerlijkheid gebiedt om daarbij te vermelden dat er bij nadere beschouwing drie cases van Ephorus door de commissie zijn afgevoerd als niet relevant.

Wel blijkt uit de uitspraak duidelijk dat er van bewust plagiaat plegen geen sprake is geweest, dus ook niet van letterdieverij. Wie wetenschappelijk publiceert, weet dat er door slordigheid 
onbewust plagiaat kan voorkomen.
Dat is ook de reden dat ik mij erger aan het gemak waarmee FvK mij in eerder genoemde boekbespreking plaatst in het rijtje fraudeurs aan de Erasmus Universiteit zoals Dirk Smeeters en Don Poldermans.
Dat is ook de reden dat ik mij erger aan de expliciete aantijging in de klacht bij de rector van Nyenrode dat FvK het "ergste vreest."
Weet u, wetenschappers zijn inderdaad net mensen en vinden het bijzonder vervelend als op zo'n onheuse en ongefundeerde manier hun zorgvuldige opgebouwde wetenschappelijke reputatie wordt geschaad.

Van fouten fraude maken
Wie de moeite neemt om de uitspraak van de Raad voor de Journalistiek nog eens te lezen in mijn klacht tegen FvK, kan zien dat deze journalist te werk gaat als een echte paparazzi en van hoor en wederhoor niets moet hebben.
Je bent machteloos als iemand als FvK aan iedereen berichten stuurt dat je plagiaat pleegt en hen om commentaar vraagt. Je weet gewoon niet aan wie hij allemaal deze onzin stuurt en daarbij bewust vergeet te melden wat daarop mijn antwoord was. Je kunt je daartegen niet verweren, maar je goede naam wordt wel te grabbel gegooid.

Als u mij zou vragen of ik dan toch niet blij ben niet in zijn laatste boek genoemd te worden, dan is het antwoord volmondig: Nee.
Want dan had ik de kans gehad om na te gaan of hij daarin wel hoor en wederhoor heeft toegepast en de feiten correct presenteert, om dan een nieuw proces bij de Raad voor de Journalistiek aan te spannen. Overigens kom ik op pagina 21 van zijn boek heel even voor. Hij betreurt daar dat ik hem door mijn actie bij de Raad voor de Journalistiek beroofd heb van een "primeur."

Nu moet ik verder volstaan met verweer tegen mondelinge uitspraken van FvK in de pers, die vallen onder het hoofdstuk vrije meningsuiting en hoogstens met een proces jegens smaad kunnen worden aangepakt.
Deze gratis publiciteit voor zijn boekje gun ik de man nu ook weer niet.
Gelukkig heb ik nog mijn eigen weblog om deze misstanden aan de kaak te stellen.

Tenslotte nog dit. Ik heb ondanks alles waardering voor het nieuwste boek van FvK. Het houdt ons wetenschappers toch een spiegel voor en dat verdient lof. Daarbij bevat het boekje niet echt veel nieuws. Het is en blijft een moeilijk onderwerp, blijkbaar ook voor de auteur zoals ik hem heb zien optreden.

Dat is eigenlijk voor mij het belangrijkste punt van kritiek op FvK. Hij gaat uit van het slechte maar de meeste wetenschappers zijn echt ten goede trouw en werken vol inzet en bezieling in het vakgebied wat ze boeit en inspireert. Waarom zouden ze dan bewust plagiaat gaan plegen, zoals FvK in mijn geval denkt?
Waarom dacht u dat ik bijna 2 kostbare manjaren heb besteed aan het schrijven van mijn leerboek "Grondslagen van Corporate Governance"?
Dat is niet voor het geld kan ik u verzekeren, maar wel omdat het vakgebied een goed leerboek verdient en dat dit werk gewoon moet gebeuren.
Als je dan genadeloos wordt aangevallen door een opgewonden "plagiaatgeleerde" die kost wat kost zijn gelijk wil halen, word je daar echt niet vrolijk van.
Zie als voorbeeld de uitspraken van FvK in het Erasmusmagazine.
Dat is botweg scoren ten kosten van een ander en dat lijkt me geen goede handelwijze.

Tot slot
De kritiek op het artikel heb ik natuurlijk ook in verkorte vorm aan de redactie van Erasmusmagazine gestuurd.
Ik kreeg van hoofdredacteur Wieneke Gunneweg het volgende antwoord:
"Het artikel betrof een boekbespreking van Frank van Kolfschootens boek ‘Ontspoorde wetenschap’ waarin mevrouw Lageman het boek heeft besproken en de kwesties die de EUR aangaan er uit heeft gelicht ter bespreking. Ze heeft zich daarbij gebaseerd op het onderzoek van de heer Kolfschooten dat uitgebreid en vergaand is geweest naar onregelmatigheden in het wetenschappelijk bedrijf. Mijns inziens is het voor een boekbespreking niet vereist om het werk dat Van Kolfschooten heeft gedaan, nog eens dunnetjes over te doen."
Een vreemde reactie want ik kom als plagiaatgeval helemaal niet voor in het boek van FvK, dat volgens haar gebaseerd is op onderzoek dat uitgebreid en vergaand was.
Er is maar 1 conclusie mogelijk: de journalist komt met haar beweringen aan mijn adres uit een gesprek met van Kolfschooten en heeft die uitspraken klakkeloos als citaat overgenomen.

Daarbij is geen hoor en wederhoor toegepast, evenmin heeft deze journalist ook zelfstandig geprobeerd de beweringen te verifiëren.

Als het een weergave was uit het besproken boek had ik mij niet tot de redactie gewend maar tot de auteur.

Het is en blijft slechte journalistiek om mondelinge beweringen die een persoon schaden zonder enig onderzoek over te nemen.  Dat doen ze in de roddelbladen maar hoort niet thuis in een universiteitsblad.
Voor de goede orde: de illustratie over plagiaat is afkomstig van http://welovetypography.com/post/11970, een prachtige website over typografie.