woensdag 17 oktober 2018

Verdachten Quality Investments (eindelijk) veroordeeld

Het heeft lang geduurd, maar Frank Laan en Dennis Moens van Quality Investments (QI) zijn uiteindelijk veroordeeld op 12 oktober 2018.
De rechter acht hen schuldig aan oplichting, verduistering, witwasserij en het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven . Ze hebben Nederlandse en Belgische beleggers voor bijna $120 miljoen beduveld. Dus is voor beiden een celstraf van 3 jaar en 7 maanden op z'n plaats, zo vonnist de Amsterdamse rechtbank. Hun huisadvocaat Koen Blom kreeg een half jaar gevangenisstraf wegens oplichting en valsheid in geschrifte.
Daarbij zijn verdachten ontzet van de uitoefening van het optreden als aanbieder van een financieel product of financieel instrument, dan wel het optreden als financiële dienstverlener voor de duur van vijf jaar, nadat verdachten hun gevangenisstraf hebben uitgezeten.
In een eerder weblog schreef ik al over deze zaak.

De zaak
Het gaat hier om de grootste Nederlandse beleggingsfraude ooit volgens de FIOD, Er is 225 miljoen dollar verdwenen met ruim 1000 voornamelijk Nederlandse en Belgische benadeelde particuliere beleggers. Zoals de rechtbank stelt:
"Het onderzoek in deze strafzaak richt zich op fraude rondom investeringsproducten. Vanaf begin 2007 bood Qi investeringsproducten aan met betrekking tot life settlements (door de verzekerde verkochte aanspraken op Amerikaanse levensverzekeringen). Een participant ontving in ruil voor zijn inleg een recht op een deel van de uitkering van de levensverzekering van een derde, waarin hij samen met anderen investeerde.
Een risico bij dit soort investeringsproducten is dat de verzekerde langer blijft leven dan op basis van de levensverwachting werd verwacht, zodat de uitkering langer uitblijft dan verwacht én de levensverzekeringspremie langer moet worden betaald dan verwacht. De kern van de producten van QI, en daarmee haar unique selling point, was dat zij dit risico voor de participanten had afgedekt. QI bood producten aan met een beperkte looptijd (meestal drie tot vijf jaar) en als de verzekerde aan het eind van die looptijd niet was overleden, zou een contraverzekeraar de waarde van de levensverzekering uitkeren aan de participanten. Het recht op uitkering van de levensverzekering zou daarmee overgaan naar de contraverzekeraar. Volgens QI was het risico dat de contraverzekeraar op zich nam herverzekerd bij een poule van gerenommeerde verzekeringsmaatschappijen." 
Waar zat de winst?
Voor de aanbieders van het product zat de winst in de marge die werd gemaakt tussen de prijs waarvoor de levensverzekering werd aangekocht en de prijs waarvoor hij aan de participanten van QI werd verkocht. volgens de rechtbank ging dat om forse marges (zonder overigens aan te geven hoe hoog die waren). De levensverzekeringspolissen werden aan QI verkocht door Watershed LLC, een vennootschap naar het recht van de Seychellen en gevestigd in Dubai. Watershed kocht de polissen en QI verkocht deze aan haar klanten. Door middel van een winstdelingsovereenkomst deelden verdachten mee in de winst. Watershed ontving 60% van de marge en QI ontving 40% van de marge, zo blijkt uit een brief van de advocaten van QI aan de AFM en uit het vonnis van de rechtbank.

Waar ging het mis?
Zoals de rechtbank stelt zijn de levensverzekeringen gekocht, en de premies daarop betaald en is ook de herverzekeraar PCI betaald. Daarmee zijn de inleggelden van de participanten besteed aan de doelen die zijn voorgespiegeld.
De kernvraag in de zaak is of de verdachten wisten dat de contraverzekeringen bij PCI in feite niets waard waren.
De rechters oordelen dat de verdachten wel onzorgvuldig zijn omgesprongen met de belangen van de participanten, dat ze daar veel geld mee verdiend hebben, maar dat dit niet betekent dat zij de deelnemers opzettelijk hebben misleid tot en met 2009. Overigens waren er toen al ernstige bedenkingen over deze herverzekeraar.

Begin 2009 gaan de verdachten over tot een valse voorstelling van zaken over de uitkeringen van PCI. De uitkering van een polis kwam niet van PCI maar van verdachten zelf. In 2010 wordt de directeur van PCI aangehouden en is er feitelijk geen sprake meer van een herverzekering van risico's.
De rechtbank stelt dan ook dat vanaf 2009 geld is ontvangen dat door oplichting is verkregen omdat er geen sprake meer was van een reële herverzekering door PCI.
Begin 2009 gaan de verdachten een valse voorstelling van zaken geven door te stellen dat herverzekeraar PCI wel degelijk uitkeert, terwijl dit niet het geval is. De uitkeringen worden betaald uit de ingelegde gelden van de participanten.

Ik begrijp de redenering van de rechtbank, maar plaats er wel de kanttekening bij dat al vanaf het begin QI geen enkele betrouwbare herverzekeraar kon vinden om het langlevenrisico te dekken. Geen enkele van de gerenommeerde verzekeraars wilde een dergelijk risico verzekeren. Uiteindelijk belandde QI bij een bedenkelijke verzekeraar Albatross in Italië in 2004 en pas later bij PCI, terwijl tegen deze partij al de nodige kanttekeningen konden worden geplaatst.
In feite is dat ook het standpunt van het OM, die verdachten verwijt dat zij al vanaf het begin frauduleus bezig waren, omdat het vrijwel onmogelijk was het langlevenrisico  te herverzekeren. Dat betekent dat beleggers zijn misleid en dat er wel degelijk sprake was van een ponzifraude, omdat het langlevenrisico door de beleggers zelf werd gedragen en uiteindelijk betaald.
Het zou mij dan ook niet verbazen dat het OM om die reden in hoger beroep gaat.
Temeer omdat door het benoemen van het kantelpunt in 2009, meer dan de helft van de omzet van QI feitelijk als legaal wordt bestempeld. Dat betekent dat ook de gemaakte winst wordt gelegaliseerd. Anders gezegd: van de 244 miljoen opgehaalde gelden is rond de 120 miljoen "eerlijk' verdiend.

Wat is de schade?
De 1100 beleggers hebben in totaal 224 miljoen dollar ingelegd. Daarvan is 16,5 miljoen uitgekeerd aan beleggers, dat is nog geen 7%. Van dat ingelegde geld is 50 miljoen aan polissen gekocht, 30 miljoen aan premies betaald en 17.5 miljoen aan de herverzekeraar. Van de inleg blijft dan netto een bedrag over van (224 minus 114) 110 miljoen. Daarvan is het merendeel (32,6 miljoen) besteed aan bedrijfskosten en winst op marge op de verkochte polissen van 35 miljoen. Dat laatste bedrag kwam vooral ten goede aan Frank Laan en Dennis Moens.
Je mag gerust vaststellen dat de totale schade voor beleggers uitkomt op ruim 200 miljoen dollar. Van de ingelegde gelden is immers maar 16.5 miljoen aan beleggers uitgekeerd. Daarmee is dit de grootte fraude tot nu toe in Nederland.
Ter vergelijking: de fraude bij Easy Life bedroeg ongeveer 34 miljoen (opgelegde straffen rond de 5 jaar), de fraude bij Palm Invest bedroeg 26 miljoen (opgelegde straffen rond de vijf jaar).
Deze vergelijking met andere fraudezaken brengt mij tot de conclusie dat de verdachten in zaak Quality Investments er met een relatief lichte straf vanaf komen, gezien de omvang van de fraude. Ook hier zie ik nog wel een mogelijkheid voor hoger beroep van het OM.

Lang geduurd?
De verdachten zijn al in 2011 opgepakt, na een uitvoerig onderzoek van de FIOD maar werden pas 7 jaar later veroordeeld.
De advocaten van verdachten vonden dat de "redelijke" termijn waarbinnen een strafzaak moet zijn afgerond is geschonden. Hiermee wordt gedoeld op het feit dat uitgangspunt is dat binnen twee jaar  vanaf de dag dat verdachten werden aangehouden de rechtbank een eindvonnis hoort uit te spreken, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden. De rechtbank oordeelt dat er in dit geval inderdaad sprake is van bijzondere omstandigheden. Het is in een strafzaak met deze omvang en complexiteit niet redelijk om een termijn van twee jaar als uitgangspunt te nemen voor de berechting.
De gedachte achter achter de "redelijke termijn"-rechtspraak is dat strafzaken niet onwenselijk lang moeten duren.
In een uitgebreid betoog komt de rechtbank tot het oordeel dat een termijn van zes jaar redelijk is en het overschrijden van de termijn met 1 jaar zal worden gecompenseerd bij het vaststellen van de strafoplegging. Uiteindelijk resulteert dat in een korting van 10% op een gevangenisstraf van 4 jaar.

Conclusie
Het heeft lang geduurd, maar uiteindelijk zijn de drie verdachten veroordeeld. Wat mij betreft valt er echter op de uitspraak het nodige af te dingen. Zo is het discutabel dat de rechtbank ervan uitgaat dat er pas sprake is geweest van fraude na het kantelpunt in begin 2009 toen verdachten ten onrechte in de publiciteit brachten dat herverzekeraar PCI had uitgekeerd. Ook daarvoor moeten de verdachten hebben geweten dat er geen enkele betrouwbare herverzekeraar te vinden was en dat PCI geen vertrouwenwekkende reputatie had. Door deze opvatting van de rechtbank valt bijna de helft van de omzet van QI te kwalificeren als legaal.
Een tweede kanttekening zijn de relatief lichte straffen en de toegepaste korting van 10% vanwege het overschrijden van de "redelijke termijn." Ik verwacht dan ook dat het OM nog wel in beroep zal gaan.
Wat die redelijke termijn betreft is het nogal zuur dat verdachten nog steeds vrij rondlopen en in feite 7 jaar lang een vrij leven konden leiden. Dennis Moens doet dat in Marbella en leidt daar een prima leven. Frank Laan amuseert zich volgens Quote ook goed.
Mij bekruipt dan de gedachte dat misdaad toch wel loont.
Tenslotte nog dit: het is mij volstrekt onduidelijk hoe het met de verdere afwikkeling van besloten vennootschap Quality Investments is gegaan. Ik kan niet vinden of er een curator is benoemd en of er nog wat geld beschikbaar is voor schadeloosstelling van gedupeerde beleggers.

dinsdag 2 oktober 2018

AkzoNobel geeft een rondje van de zaak

Superdividend
AkzoNobel gaat, zoals verwacht zijn aandeelhouders een leuke traktatie geven. Het bedrijf gaat de komende anderhalf jaar in totaal 5.5 mrd euro uitkeren.
Dat bedrag komt voort uit de verkoop van Akzo's chemietak Specialty Chemicals aan het Amerikaanse private-equityhuis Carlyle en het Singaporese staatsfonds CIC.
De prijs die de kopers neertellen bedraagt 10,1 mrd euro inclusief schulden.
Na aftrek van schulden, Britse pensioenverplichtingen en fiscale lasten blijft daar 7,5 mrd euro in contanten van over.
In december vorig jaar kregen de aandeelhouders al 1 mrd euro als speciaal dividend als voorschot op de verkoop van de chemietak.

Aanleiding
Begin 2017 werd het concern geconfronteerd met een vijandig overnamebod van zijn Amerikaanse branchegenoot PPG.
Dat bod lag 50% boven de toenmalige koers van het bedrijf. Het bestuur en de werknemers waren tegen de overname, maar het was ook wel duidelijk dat het bestuur een dergelijk lucratief bod niet zomaar naast zich neer kon leggen.
Het bestuur moest de activistische aandeelhouders, waaronder het beruchte Elliott, een alternatief bieden en kwam met een plan om veel meer te investeren in de verftak en de chemietak te verkopen. Dat laatste zou de gelegenheid bieden om de aandeelhouders een superdividend uit te keren.
Niet helemaal van harte legden de aandeelhouders, onder wie ook grote Nederlandse pensioenfondsen, zich hierbij neer.

Wie krijgt wat?
Zoals de kaarten nu liggen krijgen de aandeelhouders bijna alles van de miljardenopbrengst.
De werknemers vissen achter het net.
Sterker nog, de werknemers zijn nog steeds in gevecht met het bestuur om tot een nieuwe CAO te komen.
Let wel, dat zijn de werknemers die zich vierkant achter het bestuur hebben gesteld tegen een vijandige overname.
Bedenk ook dat het de werknemers zijn geweest die dag in dag uit hard hebben gewerkt om AkzoNobel te laten voortbestaan.
Het is dan wel erg sneu om alleen een groep anonieme en speculatieve beleggers te laten profiteren van de verkoop van een belangrijk bedrijfsonderdeel.

Een kwestie van fatsoen
De vakbonden vroegen het concern om een bijstorting van het pensioenfonds (AkzoNobel Pensioenfonds) van 400 miljoen om indexering weer mogelijk te maken.
Dit fonds is door de jaren heen sterk verzwakt, onder meer door de verkoop van farmaciepoot Organon in 2007.
Daardoor slonk het aantal actieve deelnemers met meer dan de helft terwijl de gepensioneerden ten laste van het fonds bleven. Anders gezegd, de premiebetalers gingen weg en de pensioentrekkers bleven. Iets soortgelijks dreigt overigens ook weer met de verkoop van de chemietak.
U begrijpt dat er met minder premie-inkomsten minder geld beschikbaar komt om de pensioenen uit te betalen.
Omdat de Organon-medewerkers meer dan 50% van alle actieven vertegenwoordigde verslechterde de positie van het pensioenfonds dan ook plotseling aanzienlijk na de verkoop van Organon.
De afgelopen tien jaar zijn de pensioenen dan ook met 14% verminderd omdat het pensioenfonds niet kon indexeren vanwege een tekort.

Je zou zeggen dat een bijstorting niet al te veel gevraagd is. Wat is immers een bedrag van 400 miljoen op een nettowinst van 7,5 mrd?
AkzoNobel zegt echter niet te kunnen bijstorten.
Het pensioenfonds is in 2005 met instemming van de bonden verzelfstandigd.
Afgesproken is dat Akzo het pensioen niet meer garandeert ('defined benefit'), maar alleen zorg draagt voor een vaste premie-inleg ('defined contribution'). Een extra bijdrage kan boekhoudkundig niet volgens de door Akzo geraadpleegde deskundigen.
Dat laatste is echter onjuist, want een eenmalige storting resulteert er heus niet in dat Akzo voortaan verplicht wordt om de pensioenen te garanderen.
Het is wat mij betreft gewoon een kwestie van fatsoen om de opbrengst ook aan anderen ten goede te laten komen dan alleen de aandeelhouders.
Je verschuilen achter zogenaamde boekhoudkundige regels komt niet echt sterk over naar je werknemers die je elke dag zo hard nodig hebt.

Daarbij speelt er ook nog een merkwaardige kwestie rondom de Pensioen Egalisatie Voorziening (PEV). Omstreeks 2015 heeft AkzoNobel zich 641 miljoen euro aan premie in deze reserve zonder enig overleg toegeëigend aldus de VMHP en de Vereniging van Gepensioneerden AkzoNobel. Toen het pensioenfonds dat geld na de financiële crisis nodig had bleek de PEV niet meer te bestaan zodat versterking van het fonds niet mogelijk was. Overleg hierover wordt door AkzoNobel afgehouden zo stelt 
Voor alle duidelijkheid: AkzoNobel heeft dat geld aan de eigen reserves toegevoegd. Je kan dan ook zeggen dat vraag van fonds om bijstorting volkomen legitiem is.
Kanttekening: ik kan niet vaststellen of deze bewering juist is van de VMHP en de vereniging van gepensioneerden. De jaarverslagen bieden mij geen helderheid.

Arbeid of kapitaal?
Wat deze casus betreft is het een treffende illustratie van de steeds groeiende kloof tussen de arbeid en kapitaal.
De Franse econoom Thomas Piketty kreeg een aantal jaren gelden veel aandacht voor zijn onderzoek naar ongelijkheid.
Zijn werk toonde aan dat de bezittende klasse afgelopen jaren steeds rijker is geworden, simpelweg omdat de verdiensten op kapitaal veel hoger zijn dan die van arbeid.
Ook bij AkzoNobel zien we dat treffend geïllustreerd.
De aandeelhouders (het kapitaal) strijken de winst op en de arbeiders blijven achter. Zelfs een kleine hoognodige bijstorting in het pensioenfonds wordt afgewimpeld.

Wie betaalt het gelag?
De werknemers van AkzoNobel, evenals de gepensioneerden worden er van de verkoop niet beter van. Met een afgeslankt bedrijf moeten ze maar afwachten hoe het hun vergaat. Bedenkt daarbij dat de chemietak zorgde voor een goede en stabiele bron van inkomsten en beter rendeerde dan de verftak. Voor de werknemers had de verkoop dan ook niet gehoeven denk ik.
Wat betreft de verkoop van de chemietak zijn de vooruitzichten voor de werknemers daar ook niet al te best vrees ik.
Zoals private equity-partijen vaker doen, financiert Carlyle het aankoopbedrag (€10 mrd) voor een groot deel - bijna tweederde - met schuld (€6,5 mrd). Die komt op de balans van het gekochte bedrijf. Zo heeft Carlyle nu een obligatielening van €1 mrd in de markt gezet. Dat betekent een hoge schuldenlast met bijbehorende lasten. Bovendien heeft Carlyle bedongen dat het delen van Akzo Chemie weer kan doorverkopen en de opbrengst daarvan aan zichzelf als dividend kan uitkeren.
Let wel, zonder zich te hoeven bekommeren om de schuldenlast van het bedrijf en diens schuldeisers. Blijven de schulden staan, dan neemt het risico voor het chemiebedrijf toe. 
Dat is een praktijk die regelmatig door private equity-partijen wordt gevolgd, maar die de werknemers niet echt ten goede zal komen.
Kortom, de conclusie moge duidelijk zijn. Het zijn de werknemers die uiteindelijk het gelag betalen.
De aandeelhouders en de private-equity gaan er met de buit van door.

Rondje van de zaak?
AkzoNobel trakteert de aandeelhouders op een mooi bedrag uit een mooi gevulde portemonnee.
Strategisch gezien was de verkoop van de chemietak misschien een goede zet omdat het bedrijf daardoor meer focus krijgt. Maar om de verkoopopbrengst goeddeels aan aandeelhouders uit te keren is naar mijn mening niet echt productief maar eerder consumptief.
De werknemers blijven met lege handen achter. Ook degenen die, alhoewel niet meer actief, jaren lang hebben gewerkt aan de groei van het bedrijf.
Op de website van Akzo staat te lezen:
"Onze mensen zijn belangrijk voor ons. We hebben vertrouwen in hun prestaties en hoe ze omgaan met onze waarden en de motivatie hebben om te winnen."
Helaas is het rondje van de zaak alleen voor het kapitaal en niet voor die belangrijke mensen.

zaterdag 8 september 2018

ING: Trotse hoofdsponsor van een witwasfabriek

Ik was deze week volkomen verrast door de bekendmaking dat ING door het Openbaar Ministerie werd aangeklaagd voor witwassen. Zoiets verwacht je tocht niet van de grootste bank van Nederland. Een bank die zich profileert als het de drager van het Oranje gevoel?

De Casus
ING moest deze week door het stof omdat de bank jarenlang te weinig deed om witwassen door klanten te voorkomen. Er is een schikking getroffen met justitie die de grootste bank van Nederland in totaal 775 miljoen euro kost.
Het Openbaar Ministerie verwijt ING in Nederland jarenlange en structurele overtreding van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft). Dat gebeurde op een dusdanige wijze dat de bank ook witwassen wordt verweten: de bank heeft niet voorkomen dat bankrekeningen van klanten van ING in Nederland tussen 2010 en 2016 zijn gebruikt bij het witwassen van honderden miljoenen euro’s.
ING is meerdere malen gewaarschuwd door De Nederlandsche Bank (DNB). Ook heeft DNB formele maatregelen getroffen. ING was in ieder geval vanaf 2010 bekend met de gebreken in de uitvoering van het beleid, maar verhielp deze onvoldoende. Er waren wel verbeterprogramma’s, maar die werden door ING met onvoldoende slagkracht uitgevoerd. 
De interne controle bij ING functioneerde niet goed, waardoor de 'business boven compliance'-mentaliteit van ING niet werd gecorrigeerd.Dat blijkt uit 'Houston', het feitenrelaas van het OM over het ING-witwasschandaal. Tussen 2010 en 2016 zijn bankrekeningen van ING gebruikt bij het witwassen van honderden miljoenen euro's. Dit heeft volgens het OM onder meer kunnen gebeuren omdat de interne controle bij ING niet goed functioneerde.

De vragen
Ik deel de publieke verontwaardiging, maar stel tegelijkertijd ook vast dat er weinig aandacht wordt besteed aan de vraag hoe het kan dat een grote beursgenoteerde systeembank meer dan 6 jaar lang dit gedrag kon vertonen. Er waren toch voldoende waarborgen voor behoorlijk ondernemingsbestuur? 
Anders gezegd: welke mechanismen van corporate governance hebben hier gefaald?
Goed interne beheersing?
De Nederlandse  Corporate Governance Code stelt hoge eisen aan de effectiviteit en werking van de interne risicobeheersings- en controle systemen. De ING voldoet daar, naar eigen zeggen in het jaarverslag ook aan.
De ING valt onder eveneens onder de Amerikaanse Sarbenes-Oxley wetgeving en moet daarom verklaren dat de interne controle in orde is. Dat gebeurt ook keurig elk jaar in het jaarverslag van de ING Group.
Dan is het toch uiterst vreemd als het OM constateert dat de interne controle bij ING niet goed functioneerde.
Dan hebben er gewoon een aantal mensen, waaronder het bestuur, goed zitten jokken.
Iets anders kan ik er niet van maken. Te meer niet omdat binnen de ING heel goed bekend was dat er problemen waren door aanmerkingen van de Nederlandsche Bank en de start van een onderzoek naar misstanden door het OM in begin 2016. Ook vreemd is dat het OM niet kan vinden wie er nu verantwoordelijk waren.
In het kader van het naleven van Sarbanes-Oxley en de Nederlandse Gedragscode is het gebruikelijk om alle belangrijke processen gedetailleerd te beschrijven met de zgn. "key controls" en welke functionarissen daarvoor verantwoordelijk zijn. De opzet hoort te worden beoordeeld en de werking getoetst. Het lijkt er op dat dit niet is gebeurd en dat betekent dat zowel de afdeling compliance en de interne accountant hun werk niet goed hebben gedaan.

Toezicht door commissarissen?
Er is weinig te vinden over de rol van de commissarissen bij dit debacle. De Commissarissen zelf maken pas in het commissarissen verslag van 2017 bekend dat ze met deze zaak bezig zijn en dat ze deze belangrijk vinden en dat het nodig is om een sterk fundament te bouwen met structurele oplossingen voor het vertrouwen van klanten en de maatschappij (Risk Committee Meetings pag. 18). Dat zou je redelijk laat mogen noemen want de zaak speelt dan al jaren het onderzoek van het OM is al in 2016 gestart.
Evenmin is bekend of de raad van commissarissen nog actie gaat ondernemen tegen de betrokken bestuurders. Het lijkt mij dat degenen die namens de bank de verklaring van het naleven Wet Financieel Toezicht (zie pag. 15) ten onrechte al jarenlang voor naleving hebben getekend. DAt het OM afziet van vervolging is opvallend, maar dat de raad van commissarissen blijkbaar geen maatregelen neemt (ontslag, terugvordering van bonussen) is opmerkelijk.

Transparant?
Volgens de Nederlandse Corporate Governance Code dient het bestuur in het bestuursverslag verantwoording af te leggen over de opzet en werking van de interne risicobeheerings- en controlemaatregelen.
Ook dat doet de ING keurig in het jaarverslag van 2017, maar vergeet daarbij wel te vermelden dat er serieuze problemen zijn rondom de naleving van de Wet en daarmee belangrijke tekortkomingen zijn geconstateerd. Ook dat is een eis in de Code.
In het verslag van de accountant is op pag. 224 te lezen dat er een boete dreigt i.v.m. witwaspraktijken, maar dat hier nog geen bedrag voor kon worden geschat.
De kwestie was toen al bekend, maar de mogelijke omvang werd niet naar buiten gebracht.
In note 42 van het jaarverslag op pag. 123 werd deze mogelijkheid eveneens gepubliceerd.
Evenals in 2016, nr. 41 pag. 126.
Overigens zijn de gekozen bewoordingen zo vaag dat daar absoluut niet uit afgeleid kon worden dat er een boete van een een enorme omvang dreigde. Ook hier weer, of men jokt of men onderschatte de ernst van de situatie volledig.

Naleving van de wet?
De Wet financieel toezicht is een wet die financiële criminaliteit zoals witwassen en terrorismefinanciering beoogt te voorkomen. Om het witwassen van geld of terrorismefinanciering en corruptie moeilijker te maken, moeten banken, maar ook andere financiële instellingen en notarissen, accountants, belastingadviseurs, autohandelaren en botenverkopers cliëntenonderzoek doen en Volgens deze wet moet het bestuur in het jaarverslag tekenen voor naleving van deze wet.
In 2016 heeft.bestuur getekend voor naleving van Wet op het Financieel Toezicht (pag. 16). Zo ook in 2015.
Zoals we nu weten is dat helemaal niet waar. De onderzoeken van het OM laten duidelijk zien dat van 2010 tot en met 2016 bankrekeningen zijn gebruikt bij het witwassen van honderden miljoenen euro's.
Ook hier kan men zeggen dat er wordt gejokt.

Bankierseed?
De bankierseed is een beroepseed waarbij personen beloven "dat ze hun functie integer en zorgvuldig zullen uitoefenen en daarbij het belang van de klant centraal stellen".
De bankierseed werd in 2009 voor het eerst gesuggereerd in het boek Gepast en ongepast geld. Zoektocht naar het geweten van banken en andere financiële dienstverleners, geschreven door Hans Ludo van Mierlo. In april 2012 introduceerde Jan Kees de Jager (minister van Financiën) de bankierseed voor alle bestuurders en medewerkers van financiële ondernemingen. Per 1 januari 2013 werd de bankierseed verplicht voor alle bestuurders en commissarissen in de financiële sector en in 2015 voor alle medewerkers.
Je zou kunnen vaststellen dat de bankierseed niet echt heeft geholpen en dat velen binnen de ING deze eed hebben overtreden.
De Stichting Tuchtrecht Banken heeft daarom een informatieverzoek ingediend bij ING over de witwaszaak waarin de bank deze week een schikking trof.
De stichting wil van ING weten of de strafbare feiten ook hebben plaatsgevonden na 1 april 2015, het moment dat de bankierseed in Nederland van kracht werd en of bankiers die verantwoordelijk waren voor het voorkomen van witwaspraktijken de eed hebben afgelegd. Als dat zo is, dan kan de stichting een formeel tuchtrechtelijk onderzoek starten en de bankiers veroordelen.
Hoe dat allemaal loopt moeten we afwachten maar de eed heeft in ieder geval bij de ING niet gewerkt.

Beter belonen als aansporing?
Een ander mechanisme om bestuurders beter hun best te laten doen is een goed salaris en een bonus.
Merkwaardig genoeg vond de raad van commissarissen van ING het nodig om bestuursvoorzitter Hamers in 2018 een loonsverhoging van 50% te geven. Volgens de raad van commissarissen, verdiende de topman veel te weinig ten opzichte van zijn collega's bij Europese ondernemingen van dezelfde omvang, zoals Volkswagen en Ahold Delhaize. ,,Hamers is eredivisie maar werd Jupiler League betaald", zegt president-commissaris Jeroen van der Veer van ING.
Als je weet dat zowel commissarissen als bestuurders op de hoogte waren van de onderzoeken naar de witwaspraktijken is het absurd om Hamers als eindverantwoordelijke een opslag te geven. Hij verdient eerder een salarsisverlaging want ING speelt weliswaar duidelijk in de Champions League als het gaat om witwassen maar in de amateur-divisie als het gaat om integer bankieren.
Toetsing van bestuurders en commissarissen?
Voordat deze functionarissen bij een financiële instelling kunnen worden benoemd, worden zij getoetst door de Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten.
Door hen wordt getoetst of (beoogd) bestuurders en commissarissen geschikt zijn om hun functie te vervullen en of hun betrouwbaarheid buiten twijfel staat. Zowel bestuurders als commissarissen hebben aan deze toets voldaan anders waren ze niet benoemd. Achteraf gezien komt wel de vraag op of deze toets voldoende garantie geeft dat bestuurders en commissarissen hun werk goed doen. In het geval van de ING mag men daar gerust aan twijfelen. Als je jarenlang een witwasfabriek laat bestaan binnen je onderneming ben je wat mij betreft niet geschikt als topfunctionaris in een bank.
Wel biedt de wet de mogelijkheid om bestuurders en commissarissen te hertoetsen. In uitzonderlijke omstandigheden kan DNB tussentijds – als een bestuurder of commissaris in functie is – besluiten om een toetsing te beginnen. Dit kan betrekking hebben op geschiktheid, betrouwbaarheid of een combinatie van beiden. Een dergelijke hertoetsing vindt alleen plaats wanneer feiten of omstandigheden naar voren komen die een aanleiding vormen om de eerdere toetsing opnieuw te bezien. Hertoetsing kan plaatsvinden bij "redelijke aanleiding", waaronder "zorgen over compliance". Een mega-claim van het OM met erkenning van ernstige tekortkomingen lijkt mij een "redelijke aanleiding".
Gezien de commotie rondom de witwaspraktijken bij ING kan ik me heel wel voorstellen dat de DNB en ook AFM besluiten om een aantal bestuurders en commissarissen te gaan hertoetsen. De geschiedenis leert dat het dreigen van een onderzoek vaak voldoende is voor betrokkenen om vrijwillig te vertrekken. Willen ze dat niet dan lopen ze  het risico dat een ongunstige toets hen dwingt te vertrekken. Of hertoetsing ook daadwerkelijk gaat gebeuren moeten we afwachten.
Cultuur? 
De Nederlandse Corporate Governance Code hecht veel waarde aan een goed ondernemingscultuur. Het bestuur is daarvoor verantwoordelijk en die in het bestuursverslag een toelichting te geven op de waarden en de wijze waarop deze worden ingebed in de vennootschap en de werking en naleving van de gedragscode.
Opvallend is dat de ING dat niet doet in het bestuursverslag. Overigens zonder enige toelichting. Ik vind dat een merkwaardige omissie, zeker als je kijkt naar de bevindingen van het OM. Zo valt er op pagina 13 te lezen dat het ontbrak aan een cultuur waarin problemen naar boven in de organisatie werden geëscaleerd. Een andere constatering: Uit het onderzoek is gebleken dat ING over een lange periode structureel te weinig heeft geïnvesteerd in het voldoen aan haar wettelijke verplichtingen. De focus lag vooral op de winstgevendheid.
Wij zijn Oranje?
In zijn reclame-uitingen laat de ING nogal duidelijk te merken dat zij een instelling is waarin het Oranje-gevoel overheerst. Daarom wordt er ook een fors bedrag neergeteld voor o.a. e sponsoring van het Nederlands elftal. Zoals ING zelf zegt op zijn website: "Oranje en de overige selectieteams zijn het voorbeeld voor de jeugd, bindmiddel in ons land en internationaal uithangbord voor het Nederland."
Bij de afgelopen wedstrijd van Oranje vond ik het vreemd om de spelers gesierd met het logo van ING op hun trainingspak te zien rondlopen. Even vreemd vond ik de vermelding op de reclameborden lang het veld waarin de ING verklaar de trotse hoofdsponsor te zijn van het Nederlands elftal.
Laten we wel zijn. De ING geeft het slechte voorbeeld, is zeker geen bindmiddel in ons land en al evenmin een internationaal uithangbord. ING heeft jarenlang witwaspraktijken mogelijk gemaakt en daar hoef je echt niet trots op te zijn.