zaterdag 8 september 2018

ING: Trotse hoofdsponsor van een witwasfabriek

Ik was deze week volkomen verrast door de bekendmaking dat ING door het Openbaar Ministerie werd aangeklaagd voor witwassen. Zoiets verwacht je tocht niet van de grootste bank van Nederland. Een bank die zich profileert als het de drager van het Oranje gevoel?

De Casus
ING moest deze week door het stof omdat de bank jarenlang te weinig deed om witwassen door klanten te voorkomen. Er is een schikking getroffen met justitie die de grootste bank van Nederland in totaal 775 miljoen euro kost.
Het Openbaar Ministerie verwijt ING in Nederland jarenlange en structurele overtreding van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft). Dat gebeurde op een dusdanige wijze dat de bank ook witwassen wordt verweten: de bank heeft niet voorkomen dat bankrekeningen van klanten van ING in Nederland tussen 2010 en 2016 zijn gebruikt bij het witwassen van honderden miljoenen euro’s.
ING is meerdere malen gewaarschuwd door De Nederlandsche Bank (DNB). Ook heeft DNB formele maatregelen getroffen. ING was in ieder geval vanaf 2010 bekend met de gebreken in de uitvoering van het beleid, maar verhielp deze onvoldoende. Er waren wel verbeterprogramma’s, maar die werden door ING met onvoldoende slagkracht uitgevoerd. 
De interne controle bij ING functioneerde niet goed, waardoor de 'business boven compliance'-mentaliteit van ING niet werd gecorrigeerd.Dat blijkt uit 'Houston', het feitenrelaas van het OM over het ING-witwasschandaal. Tussen 2010 en 2016 zijn bankrekeningen van ING gebruikt bij het witwassen van honderden miljoenen euro's. Dit heeft volgens het OM onder meer kunnen gebeuren omdat de interne controle bij ING niet goed functioneerde.

De vragen
Ik deel de publieke verontwaardiging, maar stel tegelijkertijd ook vast dat er weinig aandacht wordt besteed aan de vraag hoe het kan dat een grote beursgenoteerde systeembank meer dan 6 jaar lang dit gedrag kon vertonen. Er waren toch voldoende waarborgen voor behoorlijk ondernemingsbestuur? 
Anders gezegd: welke mechanismen van corporate governance hebben hier gefaald?
Goed interne beheersing?
De Nederlandse  Corporate Governance Code stelt hoge eisen aan de effectiviteit en werking van de interne risicobeheersings- en controle systemen. De ING voldoet daar, naar eigen zeggen in het jaarverslag ook aan.
De ING valt onder eveneens onder de Amerikaanse Sarbenes-Oxley wetgeving en moet daarom verklaren dat de interne controle in orde is. Dat gebeurt ook keurig elk jaar in het jaarverslag van de ING Group.
Dan is het toch uiterst vreemd als het OM constateert dat de interne controle bij ING niet goed functioneerde.
Dan hebben er gewoon een aantal mensen, waaronder het bestuur, goed zitten jokken.
Iets anders kan ik er niet van maken. Te meer niet omdat binnen de ING heel goed bekend was dat er problemen waren door aanmerkingen van de Nederlandsche Bank en de start van een onderzoek naar misstanden door het OM in begin 2016. Ook vreemd is dat het OM niet kan vinden wie er nu verantwoordelijk waren.
In het kader van het naleven van Sarbanes-Oxley en de Nederlandse Gedragscode is het gebruikelijk om alle belangrijke processen gedetailleerd te beschrijven met de zgn. "key controls" en welke functionarissen daarvoor verantwoordelijk zijn. De opzet hoort te worden beoordeeld en de werking getoetst. Het lijkt er op dat dit niet is gebeurd en dat betekent dat zowel de afdeling compliance en de interne accountant hun werk niet goed hebben gedaan.

Toezicht door commissarissen?
Er is weinig te vinden over de rol van de commissarissen bij dit debacle. De Commissarissen zelf maken pas in het commissarissen verslag van 2017 bekend dat ze met deze zaak bezig zijn en dat ze deze belangrijk vinden en dat het nodig is om een sterk fundament te bouwen met structurele oplossingen voor het vertrouwen van klanten en de maatschappij (Risk Committee Meetings pag. 18). Dat zou je redelijk laat mogen noemen want de zaak speelt dan al jaren het onderzoek van het OM is al in 2016 gestart.
Evenmin is bekend of de raad van commissarissen nog actie gaat ondernemen tegen de betrokken bestuurders. Het lijkt mij dat degenen die namens de bank de verklaring van het naleven Wet Financieel Toezicht (zie pag. 15) ten onrechte al jarenlang voor naleving hebben getekend. DAt het OM afziet van vervolging is opvallend, maar dat de raad van commissarissen blijkbaar geen maatregelen neemt (ontslag, terugvordering van bonussen) is opmerkelijk.

Transparant?
Volgens de Nederlandse Corporate Governance Code dient het bestuur in het bestuursverslag verantwoording af te leggen over de opzet en werking van de interne risicobeheerings- en controlemaatregelen.
Ook dat doet de ING keurig in het jaarverslag van 2017, maar vergeet daarbij wel te vermelden dat er serieuze problemen zijn rondom de naleving van de Wet en daarmee belangrijke tekortkomingen zijn geconstateerd. Ook dat is een eis in de Code.
In het verslag van de accountant is op pag. 224 te lezen dat er een boete dreigt i.v.m. witwaspraktijken, maar dat hier nog geen bedrag voor kon worden geschat.
De kwestie was toen al bekend, maar de mogelijke omvang werd niet naar buiten gebracht.
In note 42 van het jaarverslag op pag. 123 werd deze mogelijkheid eveneens gepubliceerd.
Evenals in 2016, nr. 41 pag. 126.
Overigens zijn de gekozen bewoordingen zo vaag dat daar absoluut niet uit afgeleid kon worden dat er een boete van een een enorme omvang dreigde. Ook hier weer, of men jokt of men onderschatte de ernst van de situatie volledig.

Naleving van de wet?
De Wet financieel toezicht is een wet die financiële criminaliteit zoals witwassen en terrorismefinanciering beoogt te voorkomen. Om het witwassen van geld of terrorismefinanciering en corruptie moeilijker te maken, moeten banken, maar ook andere financiële instellingen en notarissen, accountants, belastingadviseurs, autohandelaren en botenverkopers cliëntenonderzoek doen en Volgens deze wet moet het bestuur in het jaarverslag tekenen voor naleving van deze wet.
In 2016 heeft.bestuur getekend voor naleving van Wet op het Financieel Toezicht (pag. 16). Zo ook in 2015.
Zoals we nu weten is dat helemaal niet waar. De onderzoeken van het OM laten duidelijk zien dat van 2010 tot en met 2016 bankrekeningen zijn gebruikt bij het witwassen van honderden miljoenen euro's.
Ook hier kan men zeggen dat er wordt gejokt.

Bankierseed?
De bankierseed is een beroepseed waarbij personen beloven "dat ze hun functie integer en zorgvuldig zullen uitoefenen en daarbij het belang van de klant centraal stellen".
De bankierseed werd in 2009 voor het eerst gesuggereerd in het boek Gepast en ongepast geld. Zoektocht naar het geweten van banken en andere financiële dienstverleners, geschreven door Hans Ludo van Mierlo. In april 2012 introduceerde Jan Kees de Jager (minister van Financiën) de bankierseed voor alle bestuurders en medewerkers van financiële ondernemingen. Per 1 januari 2013 werd de bankierseed verplicht voor alle bestuurders en commissarissen in de financiële sector en in 2015 voor alle medewerkers.
Je zou kunnen vaststellen dat de bankierseed niet echt heeft geholpen en dat velen binnen de ING deze eed hebben overtreden.
De Stichting Tuchtrecht Banken heeft daarom een informatieverzoek ingediend bij ING over de witwaszaak waarin de bank deze week een schikking trof.
De stichting wil van ING weten of de strafbare feiten ook hebben plaatsgevonden na 1 april 2015, het moment dat de bankierseed in Nederland van kracht werd en of bankiers die verantwoordelijk waren voor het voorkomen van witwaspraktijken de eed hebben afgelegd. Als dat zo is, dan kan de stichting een formeel tuchtrechtelijk onderzoek starten en de bankiers veroordelen.
Hoe dat allemaal loopt moeten we afwachten maar de eed heeft in ieder geval bij de ING niet gewerkt.

Beter belonen als aansporing?
Een ander mechanisme om bestuurders beter hun best te laten doen is een goed salaris en een bonus.
Merkwaardig genoeg vond de raad van commissarissen van ING het nodig om bestuursvoorzitter Hamers in 2018 een loonsverhoging van 50% te geven. Volgens de raad van commissarissen, verdiende de topman veel te weinig ten opzichte van zijn collega's bij Europese ondernemingen van dezelfde omvang, zoals Volkswagen en Ahold Delhaize. ,,Hamers is eredivisie maar werd Jupiler League betaald", zegt president-commissaris Jeroen van der Veer van ING.
Als je weet dat zowel commissarissen als bestuurders op de hoogte waren van de onderzoeken naar de witwaspraktijken is het absurd om Hamers als eindverantwoordelijke een opslag te geven. Hij verdient eerder een salarsisverlaging want ING speelt weliswaar duidelijk in de Champions League als het gaat om witwassen maar in de amateur-divisie als het gaat om integer bankieren.
Toetsing van bestuurders en commissarissen?
Voordat deze functionarissen bij een financiële instelling kunnen worden benoemd, worden zij getoetst door de Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten.
Door hen wordt getoetst of (beoogd) bestuurders en commissarissen geschikt zijn om hun functie te vervullen en of hun betrouwbaarheid buiten twijfel staat. Zowel bestuurders als commissarissen hebben aan deze toets voldaan anders waren ze niet benoemd. Achteraf gezien komt wel de vraag op of deze toets voldoende garantie geeft dat bestuurders en commissarissen hun werk goed doen. In het geval van de ING mag men daar gerust aan twijfelen. Als je jarenlang een witwasfabriek laat bestaan binnen je onderneming ben je wat mij betreft niet geschikt als topfunctionaris in een bank.
Wel biedt de wet de mogelijkheid om bestuurders en commissarissen te hertoetsen. In uitzonderlijke omstandigheden kan DNB tussentijds – als een bestuurder of commissaris in functie is – besluiten om een toetsing te beginnen. Dit kan betrekking hebben op geschiktheid, betrouwbaarheid of een combinatie van beiden. Een dergelijke hertoetsing vindt alleen plaats wanneer feiten of omstandigheden naar voren komen die een aanleiding vormen om de eerdere toetsing opnieuw te bezien. Hertoetsing kan plaatsvinden bij "redelijke aanleiding", waaronder "zorgen over compliance". Een mega-claim van het OM met erkenning van ernstige tekortkomingen lijkt mij een "redelijke aanleiding".
Gezien de commotie rondom de witwaspraktijken bij ING kan ik me heel wel voorstellen dat de DNB en ook AFM besluiten om een aantal bestuurders en commissarissen te gaan hertoetsen. De geschiedenis leert dat het dreigen van een onderzoek vaak voldoende is voor betrokkenen om vrijwillig te vertrekken. Willen ze dat niet dan lopen ze  het risico dat een ongunstige toets hen dwingt te vertrekken. Of hertoetsing ook daadwerkelijk gaat gebeuren moeten we afwachten.
Cultuur? 
De Nederlandse Corporate Governance Code hecht veel waarde aan een goed ondernemingscultuur. Het bestuur is daarvoor verantwoordelijk en die in het bestuursverslag een toelichting te geven op de waarden en de wijze waarop deze worden ingebed in de vennootschap en de werking en naleving van de gedragscode.
Opvallend is dat de ING dat niet doet in het bestuursverslag. Overigens zonder enige toelichting. Ik vind dat een merkwaardige omissie, zeker als je kijkt naar de bevindingen van het OM. Zo valt er op pagina 13 te lezen dat het ontbrak aan een cultuur waarin problemen naar boven in de organisatie werden geëscaleerd. Een andere constatering: Uit het onderzoek is gebleken dat ING over een lange periode structureel te weinig heeft geïnvesteerd in het voldoen aan haar wettelijke verplichtingen. De focus lag vooral op de winstgevendheid.
Wij zijn Oranje?
In zijn reclame-uitingen laat de ING nogal duidelijk te merken dat zij een instelling is waarin het Oranje-gevoel overheerst. Daarom wordt er ook een fors bedrag neergeteld voor o.a. e sponsoring van het Nederlands elftal. Zoals ING zelf zegt op zijn website: "Oranje en de overige selectieteams zijn het voorbeeld voor de jeugd, bindmiddel in ons land en internationaal uithangbord voor het Nederland."
Bij de afgelopen wedstrijd van Oranje vond ik het vreemd om de spelers gesierd met het logo van ING op hun trainingspak te zien rondlopen. Even vreemd vond ik de vermelding op de reclameborden lang het veld waarin de ING verklaar de trotse hoofdsponsor te zijn van het Nederlands elftal.
Laten we wel zijn. De ING geeft het slechte voorbeeld, is zeker geen bindmiddel in ons land en al evenmin een internationaal uithangbord. ING heeft jarenlang witwaspraktijken mogelijk gemaakt en daar hoef je echt niet trots op te zijn.

donderdag 12 juli 2018

Wijziging Wet Ondernemingsraden aangenomen

Het bestuur en/of raad van commissarissen (RvC) van een grote onderneming (minimaal 100 werknemers) moet voortaan ten minste jaarlijks met de ondernemingsraad (OR) een gesprek voeren over de ontwikkeling van de beloningsverhoudingen, inclusief die van het bestuur.
Het wetsvoorstel (Dossiernummer 34494) hiervoor is op 12 juni jl. door de Eerste Kamer aangenomen. Alleen de 13 VVD-senatoren stemden tegen.

De Wet op de ondernemingsraden schrijft nu al voor dat een grote onderneming schriftelijke informatie aan de OR moet verstrekken over de arbeidsvoorwaardelijke regelingen van de werknemers en de beloningsafspraken van het bestuur. Hiermee wordt, volgens de wetgever, echter niet bewerkstelligd dat tijdens het overleg tussen het bestuur en/of de RvC en de OR deze punten ook daadwerkelijk worden besproken. Op grond van het wetsvoorstel worden de beloningsverhoudingen een verplicht bespreekpunt in het overleg tussen de OR en het bestuur en/of de RvC. 

In een eerder weblog heb ik het wetsvoorstel al besproken toen dit in de Tweede Kamer werd behandeld. Mijn conclusie was:
"Het is al met al weer een fraai voorbeeld van placebo- of symboolwetgeving want het lost niets op en dient eigenlijk nergens voor."
Advies
 Ik vind daarbij de Raad van State aan mijn kant.
In haar advies vroeg de Raad zich af wat de voorgestelde maatregelen nu eigenlijk voor toegevoegde waarde hebben.
Directies zijn namelijk nu al verplicht de OR jaarlijks schriftelijk te informeren over de afspraken en regelingen op het gebied van de arbeidsvoorwaarden in het bedrijf, inclusief het beloningsbeleid.
De bestaande artikelen, in samenhang gelezen brengen mee dat de huidige wet reeds voorschrijft dat deze informatie in de overlegvergadering wordt besproken.
De vraag is dan ook waarom de bestaande bepalingen onvoldoende waarborg vormen de arbeidsvoorwaarden te bespreken?

De toelichting op het wetsvoorstel geeft aan dat het er op gericht is de terughoudendheid van de OR om de beloningsregelingen aan de orde te stellen weg te nemen. Volgens deze toelichting vormt de hiërarchische verhouding tussen bestuur en werknemers een mogelijke belemmering om onevenredige beloningsverschillen aan de orde te stellen.
Nogal ironisch merkt de Raad op dat het wetsvoorstel aan de hiërarchische verhoudingen weinig zal veranderen:
"In het licht hiervan wordt uit de toelichting onvoldoende duidelijk in hoeverre het voorstel effectief zal zijn en daadwerkelijk zal bijdragen aan het vermijden van onevenredige beloningsverhoudingen in ondernemingen."
Ook heeft de Raad twijfels over de aard en omvang van het probleem waarvoor het wetsvoorstel een oplossing wil bieden:
"Uit de toelichting blijkt niet wat onder onevenwichtige en onevenredige beloningsverschillen wordt verstaan. De toelichting gaat eveneens voorbij aan de vraag op welke wijze en in welke mate in de praktijk arbeidsverhoudingen daadwerkelijk worden geschaad door beloningsverschillen." 
De Raad adviseert de minister om van het voorstel af te zien.
Dat deed de toenmalige minister niet en het voorstel werd in de Tweede Kamer aangenomen.

Behandeling Eerste Kamer
De  Eerste Kamer fungeert in het wetgevingsproces als laatste toetssteen. De Kamer let vooral op de technische kanten van het voorstel, de deugdelijkheid van de wet en de samenhang met andere wetten. Anders geformuleerd, de Eerste Kamer heeft als belangrijke taak de kwaliteit van de wetgeving te bewaken. Vandaar ook de vaak gehanteerde benaming "Chambre de réflexion"  of "Kamer van heroverweging".
Daarvan is wat betreft dit wetsvoorstel weinig terechtgekomen. Weliswaar zijn de leden sceptisch over het doel, de toegevoegde waarde en de effectiviteit maar vinden zij blijkbaar het verweer van de minister overtuigend.
Wie de Memorie van Antwoord leest ziet echter dat de minister het grotendeels wel eens is met de kritiek maar dat hij het wetsvoorstel toch nuttig acht. Ik citeer:
"Zoals de regering eerder in de nota naar aanleiding van het verslag heeft benadrukt vindt zij dat de meningsvorming over een maatschappelijk druk besproken onderwerp als topbeloningen gebaat is bij openheid, juist ook binnen ondernemingen. Daarom wil de regering het gesprek tussen ondernemer en ondernemingsraad (hierna: OR) meer ondersteunen dan nu het geval is. De regering wil met het expliciteren van de verplichting tot het voeren van dit gesprek, extra duidelijkheid bieden aan de OR over zijn bevoegdheden."
"De regering is zich, mede naar aanleiding van de vragen van de leden van genoemde fracties, bewust dat de effectiviteit van de voorgestelde maatregel niet boven alle twijfel verheven is. De regering acht het echter, zoals in de memorie van toelichting eveneens is verwoord, van belang deze stap te zetten in het kader van de maatschappelijke bewustwording rond deze problematiek."
Kortom, de minister wil de ondernemingsraden ondersteunen en de maatschappelijke bewustwording van de problematiek rondom topbeloningen bevorderen.

Conclusie
Of dat nu allemaal een impuls gaat geven aan een nieuwe discussie over dit onderwerp waag ik te betwijfelen.
De OR gaat nu eenmaal niet over de beloningen, daarover gaan de aandeelhouders. Een verplicht gesprek daarover met bestuur en commissarissen voegt dan weinig toe.
Ik ben heel benieuwd hoe die gesprekken in de praktijk gaan lopen.
Je kunt als OR wel ergens een mening over hebben, maar als je er niet over gaat voegt dat weinig toe.

maandag 2 juli 2018

Dirk Scheringa weg bij ICO Headstart

Scheringa is gestopt bij ICO Headstart, de crypto-startup die 20 miljoen wilde ophalen.
De chief operating officer van de onderneming, Martin Bylsma, zegt in een artikel in Quote:
"Dirk was even betrokken, maar is geen adviseur meer. Hij begon als CEO. Die functie werd overgenomen door Nawid Habib (één van de drie founders van Ico HeadStart)."
Volgens hem was de reden van vertrek:
"Of Dirk nu helemaal de juiste kennis had, was een beetje de vraag ja. Wat ook niet meespeelde was zijn kennis van het Engels. In de cryptowereld is het vrij essentieel dat je dat beheerst. Alles gaat in het Engels hè."
Beetje vreemd
Al met al een vreemde gang van zaken. Ik ben echt geen vriend van Scheringa maar ik vind de handelwijze van ICO Headstart beneden peil om drie redenen:
  1. Het was bij het aannemen van Scheringa al bekend dat hij geen kennis had over cryptomunten en blockchain. Ook werd er door hem geen geheim van gemaakt dat hij aan zijn Engels moest werken. Bij de benoeming van Scheringa werd de voormalig directeur en oprichter van de naar hem vernoemde DSB-bank door de oprichters van ICO Headstart juist nog geroemd vanwege zijn ervaring in het bankwezen en kennis van crowdfunding.
  2. De onderneming heeft alle berichtgeving vermeden over het terugtreden van Scheringa als CEO, zijn daarop volgende benoeming als adviseur en zijn uiteindelijke ontslag. Datzelfde schimmige patroon zien we ook in de personele bezetting. Wie op de website kijkt ziet dat de bezetting is geslonken van 14 managers en medewerkers naar nog 4 man, en dat ook de adviseurs allemaal verdwenen zijn. Wat dat laatste betreft heeft het mij altijd verbaasd dat Marjan Oudeman als adviseur stond vermeld.Op haar profiel op LinkedIn was daar overigens niets over te vinden.Enige berichtgeving over de wijziging in de personele bezetting ontbreekt, je komt er alleen maar achter als je eerdere versies van de website vergelijkt met de huidige.
     
  3. Het getuigt van weinig fatsoen om iemand zo te declasseren als ICO Headstart nu doet. Het is in ons land gebruikelijk dat men op een beschaafde manier afscheid neemt van een bestuurder en dat men niet echt uit de doeken doet waarom men uit elkaar gaat. Zo blijft het risico op reputatieschade minimaal.
Het gaat niet goed
Los van het gedwongen vertrek van Schering staat de onderneming er volgens mij ook niet goed voor. Men wilde 20 miljoen ophalen maar de teller is blijven steken op een dikke 11 miljoen. Dat geld is ongetwijfeld voor het grootste deel al opgemaakt aan operationele kosten. Wat men met veel te weinig kapitaal en een kleine personele bezetting nog kan betekenen blijft de vraag.
Ook wekt het weinig vertrouwen dat het bestuur volledig bestaat uit mannen die in het verleden betrokken waren bij verschillende multi level marketing activiteiten, die allemaal met verlies zijn beëindigd. Misschien is hun Engels beter, maar ik betwijfel of ze echt verstand hebben van cryptomunten en de onderliggende techniek.

Wat mij betreft is ICO Headstart een moderne cryptovariant op het aloude pyramidespel.
Ik had in een eerder weblog al mijn bedenkingen.
Helaas komen deze nu uit.
Overigens is ook het Engels van Bylsma belabberd, zoals hier is te horen.