Posts tonen met het label NBA. Alle posts tonen
Posts tonen met het label NBA. Alle posts tonen

dinsdag 24 november 2015

Ruzie over Monitoring Commissie Accountancy van NBA

Er zijn van die dagen dat ik me echt een beetje boos maak over bepaalde zaken.
Vandaag meldt het Financieele Dagblad het volgende:
"De vier grote accountantskantoren (PwC, KPMG, Deloitte, EY) hebben een probleem met de rol van de monitoringcommissie van de beroepsvereniging van accountants NBA. Zij richten hun pijlen nu met name op voorzitter Ada van de Veer, die als voormalig commissaris bij zorgconcern Meavita ter discussie staat. Dat meldt de Telegraaf."
De Telegraaf is nog veel duidelijker en meldt dat "de sector rollebollend over straat gaat over de benoeming van de voorzitter van een onafhankelijke commissie die toeziet op "gezagsherstel'" van de sector.
Daarbij zegt de Telegraaf ook nog;
"Volgens verschillende bronnen zien de Big Four (Deloitte, EY, KPMG en vooral PwC) een bedreiging in de samenstelling en onafhankelijkheid van de commissie, met daarin onder meer luis in de pels en hoogleraar Accountancy Marcel Pheijffer van Nyenrode."
Daarbij willen de grote accountantskantoren ook dat de commissie zich alleen bezig houdt met de kleinere kantoren een de grote kantoren aan de AFM overlaat.

Hier wordt ons mooie beroep echt niet beter van lijkt mij.
Bovendien valt er wel het nodige af te dingen op de argumenten die de grote accountantskantoren nu opeens aandragen.

Beperkte rol?
Volgens bronnen vinden de grote kantoren dat de monitoringscommissie zich met haar toezicht op de hervormingsplannen van de NBA vooral zou moeten richten op de kleinere kantoren.
De grote kantoren zouden het exclusieve domein moeten zijn van de Autoriteit Financiele Markten (AFM).
Dat is een hele vreemde redenering want de beroepsorganisatie NBA heeft nu eenmaal besloten dat alle beroepsbeoefenaren vallen onder het hervormingsplan "In het publieke belang.'
Dat de grotere accountantskantoren onder toezicht staan van de AFM doet daar niets aan af.
Het gaat hier om de individuele leden van de NBA, of ze nu wel of niet werkzaam zijn bij een groot kantoor.
Bovendien zijn het nu juist de grote kantoren die met hun handelen het beroep van registeraccountant in diskrediet hebben gebracht.
Ik denk wel eens dat het de heren bestuurders van deze kantoren aan enige werkelijkheidszin ontbreekt. Sterker nog, ook deze actie lijkt weer op een collectieve harakiri, zoals ik al eens eerder betoogde.
"We hebben blijkbaar te maken met een beroepsgroep die zijn eigen kernfunctie niet langer meer serieus neemt. Integendeel, de kantoren investeren volop in allerlei nieuwe adviesdiensten en verwaarlozen klaarblijkelijk hun voornaamste reden van bestaan, de controle van jaarrekeningen.Daarvoor heeft de vrije markt allang een oplossing bedacht: bedrijven die niet meer adequaat voldoen aan de vraag in de markt zullen vanzelf verdwijnen. Anders geformuleerd, als de partners van accountantskantoren collectief hara kiri willen plegen door het leveren van een slecht controleproduct dan moet dat dan maar."
Blijkbaar heeft men weinig gevoel van wat er leeft. De grote kantoren zijn weliswaar groot, maar klein (lees slecht) in het uitvoeren van de werkzaamheden waarop het maatschappelijk verkeer zou moeten kunnen vertrouwen.
Als ze al een uitzonderingspositie verdienen dan is dat als het slechtste jongetje van de klas. Niet alleen in Nederland, maar ook in andere landen, hebben de toezichthouders weinig goede woorden over voor de kwaliteit van de geleverde controles.
Kortom, als je slecht presteert, het imago van de beroepsgroep verpest, kan je maar beter volledig meewerken aan een commissie van je eigen beroepsgroep in plaats van aanspraak maken op een "status aparte." Een status die je overigens wel degelijk verdient hebt door ondermaats te presteren.

Onafhankelijkheid
De door het FD aangehaalde bronnen laten ook weten dat de vier grote kantoren al vanaf het begin moeite hebben gehad met de monitoringscommissie.
"Ze zouden vinden dat de leden niet onafhankelijk zijn. Drie leden van de MCA zijn commissaris bij Nederlandse bedrijven en instellingen die potentieel klant zijn van de big four."
Ik begrijp weinig van dit argument. Het zijn nu juist de klanten die te maken hebben gehad met de gevolgen van slecht uitgevoerde controlewerkzaamheden.
Zijn ze daarom niet onafhankelijk?
Het antwoord is eigenlijk eenvoudig: ze zijn even onafhankelijk als de accountants beweren te zijn als ze een goedkeurende verklaringen afgeven zonder daarvoor de benodigde werkzaamheden te hebben gedaan.
Deze leden van de commissie hebben belang bij een goed functionerend accountantsberoep vanuit hun functie als commissaris. Daarom zijn ze terecht gekozen.
Overigens: wie zou er in aanmerking komen om onafhankelijk te zijn, en waarom is dat nodig?
Het gaat er om dat er leden in de commissie zitten die betrokken zijn vanuit de praktijk en belang hebben bij een goed uitgevoerde accountantscontrole.
Je zou bijna denken dat de grote vier alleen maar mensen in de commissie willen die dit standpunt niet delen, of vergis ik me hier?

De commissievoorzitter
Volgens de Telegraaf grijpen de "big four" de veroordeling van Ada van Veer met beide handen aan.
"Naast Loek Hermans werd zij met name genoemd in de uitspraak van de Ondernemingskamer waarin de vroegere top van de inmiddels failliete thuiszorgorganisatie Meavita schuldig werd bevonden aan 'wanbeleid'. Zij bleven afgelopen donderdag 19 november collectief weg bij de presentatie door Van der Veer over het voorgenomen werkprogramma van haar commissie."
Deze zaak ligt wat mij betreft genuanceerder.
Allereerst begrijp ik niet dat je botweg wegblijft bij een presentatie. Waarom is deze zaak niet vooraf besproken?
Ten tweede hebben de grote kantoren allerlei ingangen bij de NBA om al bij de samenstelling van de commissie hun bezwaren te uiten. Dat hoeft allemaal niet achteraf door de commissie te boycotten.

Dat laat onverlet dat ook ik wel van mening ben dat de benoeming van Ada van der Veer niet bepaald gelukkig is.
Het is een kundige dame, maar heeft toch wel een vlek op het blazoen.
Zo was zij als commissaris bij KPNQwest als commissaris een van de betrokkenen in een voorgenomen rechtszaak, een onderzoek door de Ondernemingskamer en een schikking.
Ook is ze door Ondernemingskamer inderdaad veroordeeld voor wanbeleid voor haar rol als commissaris bij Meavita.
Volgens de NBA heeft dat geen gevolgen voor de positie van haar.
NBA-voorzitter Pieter Jongstra: ”We hebben de uitspraak bestudeerd en gesproken met diverse betrokkenen. Wij hebben daaruit de conclusie getrokken dat er geen reden is om aan de competenties en de integriteit van Ada van der Veer te twijfelen. Zij zal derhalve haar werkzaamheden als voorzitter van de commissie voortzetten.”
Ik waag dat persoonlijk te betwijfelen. Je wilt toch als beroepsorganisatie een voorzitter van onbesproken gedrag?
Natuurlijk is ze competent en ongetwijfeld integer, maar daar gaat het niet om. Ik citeer mevrouw van der Veer zelf:
Het geschonden vertrouwen herstellen in de accountancybranche vind ik van cruciaal belang voor het functioneren van onze economie. Bedrijven en particulieren moeten blind kunnen vertrouwen op de integere en correcte werking van de accountancysector. Vandaar dat we de komende jaren met een onafhankelijke commissie aan het werk gaan om deze beroepsgroep te helpen haar gezag in het economisch verkeer en de maatschappij te hervinden en te herstellen. Dat gezag is essentieel, niet alleen voor het uitvoeren van controletaken maar ook voor het kunnen signaleren van bredere (niet-financiële) kwesties.Het gaat de commissie daarbij vooral om het laten herijken en het weer laten naleven van de kernwaarden en de principes van het accountants-vak. We realiseren ons als Commissie dat dit geen gemakkelijke klus zal worden, waarbij we nadrukkelijk de medewerking van de accountancysector nodig zullen hebben."
Als je deze doelstelling wilt realiseren moet je zelf ook helemaal vrij zijn van alle blaam.
Zoals nu blijkt wordt haar verleden aangegrepen om haar positie ter discussie te stellen.
Dat is vervelend, maar het was voorspelbaar.
Los van de verdiensten van mevrouw van der Veer is deze aantekening op je CV betreffende Meavita genoeg om je kwetsbaar te maken voor criticasters. Dit afgezien van het feit of de grote kantoren nu wel of niet gedreven worden door hun eigen belang, zoals nu duidelijk het geval is.
Het lijkt mij eveneens ook niet zo handig van het NBA om met een voorzitter te komen, waarvan bekend was dat deze onderwerp was van een lopende procedure.
Je had op basis van het rapport van de onderzoekers van de Ondernemingskamer op je vingers kunnen natellen dat er wanbeleid zou volgen in de uitspraak van de rechter.
Je kunt dan wel als NBA zeggen dat mevrouw van der Veer competent en integer is, maar van haar competenties heeft ze in ieder geval bij Meavita weinig gebruik gemaakt.
U leest het vonnis van de rechter er maar op na (Ada van der Veer wordt aangeduid als betrokkenen [Q].

Het lid Pheijffer
Tot slot wordt ook mijn geachte collega Pheijffer  bij Nyenrode als ongewenst persoon verklaard. Ik citeer nog maar even uit het Financieele Dagblad:
"En hoogleraar Marcel Pheijffer, tevens blogger op Accountant.nl, treedt op als getuige deskundige in rechtszaken tegen accountantskantoren. Om die reden zouden de kantoren niet willen de commissie toegang krijgt tot ‘interne en gevoelige informatie’ over hun organisatie."
De Telegraaf spreekt overigens over de "luis in de pels", een typering die bij mij niet erg positief over komt, maar wel aangeeft dat de grote vier kantoren hem niet zien zitten.
Alleen al deze redenering van deze kantoren geeft aan dat ze absoluut niet tegen kritiek kunnen.
Natuurlijk is Pheijffer deskundige vanwege zijn grote kennis van het accountantsberoep.
Natuurlijk is Pheijffer terecht en gefundeerd kritisch over de wanprestaties van zijn beroepsgenoten.
Het beroep zou eigenlijk blij moeten zijn met collega's die hen kritisch en met goede argumenten een spiegel voorhouden.
Blijkbaar niet de grote kantoren.

Het daarbij gehanteerde argument is nogal zielig wat mij betreft.
Hij zou toegang krijgen tot interne en gevoelige informatie en dat willen we niet.
Daarmee geef je al aan dat je helemaal geen onafhankelijk, wetenschappelijk oordeel wilt van deze hoogleraar.
Wie je dan wel wilt in de commissie, is mij overigens volstrekt niet duidelijk en daar spreken de kantoren zich ook niet over uit.
Blijkbaar mag je als KPMG-partner wel zitting nemen in de Ondernemingskamer als raadslid (de heer Eeftink), maar niet als wetenschapper bij Nyenrode de rol van deskundige bij rechtszaken vervullen zoals de heer Pheijffer dat doet.
Het moet niet gekker worden.

Conclusie
Of dit alles bijdraagt tot herstel van vertrouwen in het beroep waag ik nu al te betwijfelen.
De onbesuisde reactie van de de grote kantoren is een onbeschaamd staaltje van machtsvertoon en dom eigen belang.
Evenmin ben ik erg blij met het feit dat deze zaak weer breeduit in de pers verschijnt met de smakelijk aanduiding in de Telegraaf dat de "'kopstukken uit de sector rollebollend over straat gaan."
Dit alles doet ons beroep geen goed.
We zijn nog heel ver weg van het herstel van geschonden vertrouwen.

maandag 8 december 2014

Nieuwe handreiking accountant en corporate governance

Op 3 december 2013 bracht de Nederlandse Bond van Accountants (NBA) een nieuwe concept-handreiking uit over de accountant en corporate governance informatie.
Ik heb dit concept uitgebreid besproken in mijn weblog van 2 januari 2014.
Daarin was ik nogal negatief over de handreiking en daarom zeer benieuwd wat de NBA op basis van de consultatie zou gaan wijzigen.
Op 29 oktober 2014 verscheen een nieuw concept van deze handreiking ter consultatie.

Corporate governance verklaring
Voornaamste wijziging is dat, de voorgestelde aanvullende werkzaamheden ten aanzien van de naleving van de principes en best practice bepalingen van de de Nederlandse corporate governance code door de accountant, zijn vervallen.
Het NBA vond toen ook dat de accountant over deze werkzaamheden in zijn verklaring moet rapporteren.
Over beide zaken is in deze handreiking niets meer te vinden. Dit overigens tot verdriet van Eumedion, de vereniging van zakelijke beleggers.
Deze vereniging vindt dat er wel degelijk behoefte is aan onderzoek door de accountant van de corporate governance verklaring.
Zoals in het eerder door mij geschreven weblog over dit onderwerp ben ik hiervan een tegenstander. Zoals ik toen aangaf:
"U ziet het goed, het betreft een inhoudelijke toetsing, waar beleggers niet om hebben gevraagd en waarvan zij zich zelfs afvragen of dat nu wel zo verstandig is. Vervolgens komt er dan een nogal stellig geformuleerde uitspraak over de uitkomst van het onderzoek terwijl een normenkader ontbreekt.Waarom er een aparte verklaring moet worden uitgebracht is mij niet duidelijk?Daarbij leidt het ongetwijfeld weer tot allerlei misverstanden en juridische claims.In het buitenland zie ik ook geen beweging naar deze nieuwe rol van de accountant en ik zie niet in waarom Nederland dit nu als eerste zou moeten doen.Anders geredeneerd denk ik dat de beroepsorganisaties van accountants in het buitenland helemaal geen reden ziet om deze controlewerkzaamheden aan te pakken."
Wat toetst de accountant?
De verdienste van deze nieuwe handreiking is dat duidelijk wordt aangegeven welke corporate governance informatie in het jaarverslag  de accountant nu wel en niet toetst. Zoals de NBA stelt:
"Het gaat hierbij niet om een uitbreiding van de wettelijke taak van de accountant ten aanzien van het jaarverslag, maar om het verduidelijken van de toetsingen die de accountant in het kader van de jaarrekeningcontrole uitvoert."
Bijlage 2 geeft een opsomming van de rapportageverplichtingen voor corporate governance informatie op basis van relevante wet- en regelgeving.
Bijlage 3 van de handreiking geeft een heldere opsomming van de werkzaamheden die de accountant verricht. Het betreft de best-practica bepalingen waarop de accountant een consistentietoets toepast.
Dat betekent dat deze informatie (Handreiking pag. 8):
  1. consistent is met de jaarrekening: het jaarverslag bevat geen materiële tegenstrijdigheden met de jaarrekening;
  2. consistent is met de bevindingen uit de jaarrekeningcontrole: het jaarverslag bevat geen materiële tegenstrijdigheden met de uitkomsten van de jaarrekeningcontrole, waaronder de bevindingen over de interne beheersing. 
Merkwaardige omissies
Eumedion stelt in haar reactie op de concepthandreiking het vreemd te vinden dat er op een aantal best-practice bepalingen geen toets wordt uitgevoerd. Ik citeer:
"Ook wordt ten onrechte geen toets uitgevoerd ten aanzien van best practice bepalingen II.3.1, II.3.2, II.3.3, III.2.1, III.2.3, III.6.1, III.6.2, III.6.5, IV.1.2, IV.3.11, V.1.3, V.2.3, V.3.1, V.3.2 en de principes II.3 en III.5."
Het betreft o.a. bepalingen over tegenstrijdige belangen van bestuurders en commissarissen, de onafhankelijkheid van commissarissen, stemrecht financieringspreferente aandelen, genomen beschermingsmaatregelen, interne procedures voor belangrijke financiële informatie, beoordeling functioneren externe accountant, en het functioneren van de interne auditor.
Ik begrijp dat eerlijk gezegd ook niet, want het ligt voor de hand alle best-practice bepalingen integraal te toetsen.
Een mogelijke verklaring kan zijn dat de NBA er van uitgaat dat de accountant in het kader van de jaarrekeningcontrole de nodige informatie over de naleving van een aantal best-practicus verkrijgt.
Dat betekent dat niet alle in de Code opgenomen best practice bepalingen daarin worden meegenomen.
Dat lijkt mij echter nogal discutabel, want dan kunnen er ondermeer heel wat best practices wegvallen uit de in bijlage 3 genoemde consistentietoets.
Dat begrip "aan de hand van de kennis verkregen uit de controlewerkzaamheden voor de jaarrekening" dekt bijvoorbeeld niet:
  • dat een bestuurder niet meer dan 2 commissariaten bij beursvennootschappen houdt;
  • de ontslagvergoeding van bestuurders;
  • persoonlijke leningen e.d. aan bestuurders;
  • bezoldigingsbeleid;
  • afwezigheid commissarissen.
Ik kan zo nog wel even doorgaan, maar het is bijzonder lastig om op basis van het beginsel "uit hoofde van de controlewerkzaamheden" te bepalen of er wel of geen toets plaatsvindt op bepaalde best practices.
Wat dit betreft is deze nieuwe concept handreiking geen vooruitgang en wordt de onduidelijkheid alleen maar groter.

Afzonderlijke beoordelingsverklaring?
In het rapport van de werkgroep Toekomst Accountantsberoep staat als maatregel 4.3 genoemd:
"4.3. De accountant geeft een afzonderlijke beoordelingsverklaring af bij het jaarverslag (zoals bedoeld in art. 2:391 BW). In deze beoordelingsverklaring bij het jaarverslag geeft de accountant expliciet zijn oordeel over de risicoparagraaf, continuïteitsanalyse en corporate governance informatie zoals opgenomen in dat jaarverslag. "
Terecht stelt Eumedion teleurgesteld te zijn dat hierover in de handreiking niet wordt gesproken. Temeer omdat bij de komende implementatie van de nieuwe Europese jaarrekeningrichtlijn door de accountant moet worden onderzocht of er materiële onjuistheden in het bestuursverslag zijn vastgesteld (art. 34 lid 1). Op basis van art. 35 van deze richtlijn moet dit oordeel ook in de accountantsverklaring worden opgenomen.
Ook beklemtoont Eumedion nog eens dat de corporate governance verklaring door beleggers als uiterst belangrijk wordt gezien evenals de controle daarop door de accountant.

Conclusie
Het wordt denk ik wel steeds duidelijker dat het publieke belang steeds meer belang hecht aan een adequate toetsing van de corporate governance verklaring van beursgenoteerde vennootschappen.
De beperkte toetsing die de accountant nu uitvoert a.d.h.v "de kennis verkregen uit de controlewerkzaamheden voor de jaarrekening" voldoet hier volstrekt niet aan.
Het lijkt vooralsnog te vroeg voor het accountantsberoep om aan deze reële vraag te gaan voldoen, gezien deze handreiking.

Los daarvan is deze concepthandreiking niet echt duidelijk over wat de accountant nu daadwerkelijk doet op basis van de huidige wetgeving, gebaseerd op de controlewerkzaamheden voor de jaarrekening.
Sterker nog, de uitleg daarvan is discutabel.
Ik ben dan ook benieuwd naar de uitleg over de door door Eumedion terecht geconstateerde ontbrekende best-practice bepalingen.

Het is en blijft een merkwaardige situatie.
Als je de NBA mag geloven kunnen we bouwen op de werkzaamheden die de accountant doet t.b.v. betrouwbaarheid van de governance informatie.
Kijk je daar door heen dan mag je je afvragen of dat wel met feiten is onderbouwd.
De jaarrekeningcontrole dekt maar een beperkt deel van de governance informatie.

Beweren dat je op basis daarvan meer kunt dan je doet is in feite het publiek voor de mal houden.
Het NBA moet een duidelijke keuze maken: of pleiten voor aanvullende werkzaamheden en een aparte verklaring, of helder zijn over de zeer beperkte bijdrage van de accountant in de betrouwbaarheid van de governance informatie op basis van de door hem uitgevoerde werkzaamheden voor de jaarrekeningcontrole.
Daarbij merk ik nogmaals op, dat het de huidige accountants aan voldoende kennis ontbreekt om een verklaring te geven dat het wel goed zit met de corporate governance van de gecontroleerde onderneming.
De huidige onderwijsprogramma's voor accountants zitten in overgrote meerderheid op een schamele 3 studiepunten voor dit mooie vak.
Dat is echt niet voldoende kennis om tot een afgewogen oordeel te komen.

donderdag 16 januari 2014

Accountant en corporate governance: de visie van Eumedion

In een vorig weblog schreef ik over de concept-handreiking van de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA) over de rol van de accountant bij het governance verslag.
Het NBA gaf hierin aan dat er vanuit de beleggers behoeft was aan additionele werkzaamheden van de accountant ten aanzien van de naleving van de principes en best practice bepalingen van de Nederlandse corporate governance code.
Ik schreef in mijn weblog dat ik geen enkel signaal had gezien en vond deze constatering dan ook niet terecht.

Afgelopen maandag echter publiceerde Eumedion, de vereniging van zakelijke beleggers, een reactie op de concept-handreiking op de website van de vereniging.
Daarin wordt gezegd:
"Eumedion steunt het voorstel van de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA) om accountantscontrole te introduceren op de naleving van een aantal specifieke bepalingen uit de Code Tabaksblat."
Eumedion wil accountantscontrole
Kortom, er is blijkbaar vanuit beleggers wel degelijk behoefte aan accountantscontrole, daarin heb ik mij dan vergist.
Eumedion is het echter oneens met de NBA over de mening dat de accountant hierover eerst afspraken moet maken met de Raad van Commissarissen. Eumedion vindt dat de NBA met dit vereiste een:
“ongegronde beperking aanbrengt in de werkzaamheden van de externe accountant”. Naar de mening van Eumedion dient de externe accountant vanuit het belang van het maatschappelijk verkeer ook zonder expliciete RvC-toestemming de corporate governance verklaring van de onderneming te onderzoeken op consistentie met andere, bij de externe accountant bekende, publieke dan wel niet-publieke, informatie."
Eumedion vindt dat een dergelijke controle reeds volgt uit de opdracht van de externe accountant om te onderzoeken of de door de vennootschap verschafte informatie over de betreffende best practice bepalingen geen materieel onjuiste voorstelling van zaken geeft (controlestandaard 720, paragrafen 14-16).
Daarbij constateert Eumedion dat de NBA zelf vindt dat de additionele werkzaamheden relatief eenvoudig zijn uit te voeren en mogelijk zijn binnen de huidige controleopdracht van de jaarrekening.
Kort gezegd: Eumedion vindt dat alles in in het corporate governance verslag staat altijd al door de accountant gecontroleerd diende te worden.

Verantwoordelijkheden van de accountant voor het jaarverslag
De formele rol rondom het jaarverslag ligt besloten in art. 2:393 lid 3 BW. Dit artikel schrijft voor dat de accountant nagaat, voor zover hij dat kan beoordelen, of het jaarverslag overeenkomstig titel 9 BW2 is opgesteld en met de jaarrekening verenigbaar is.
De accountant doet een formele toets of het jaarverslag voldoet aan de eisen van artikel 391 BW2. Vervolgens gaat hij na of het jaarverslag verenigbaar is met de jaarrekening.
Volgens controlestandaard 720 houdt dat in dat de accountant nagaat of het jaarverslag geen materiële tegenstrijdigheden bevat met de jaarrekening en met de controlebevindingen van de jaarrekening (toetsing verenigbaarheid).

In het jaarverslag moeten volgens het Besluit Corporate Governance de beursgenoteerde vennootschappen een verklaring inzake corporate governance opnemen. Daarin moeten ze gemotiveerd vermelden welke principes en best practice-bepalingen ze niet hebben nageleefd (het pas toe of leg uit principe).
Op basis hiervan zou je inderdaad kunnen zeggen dat de accountant nagaat of de corporate governance informatie:
  • voldoet aan de rapportage-eisen (bevat alle relevante informatie);
  • consistent is met de jaarrekening (bevat geen materiële tegenstrijdigheden);
  • consistent is met de controlebevindingen.
In tegenstelling tot wat Eumedion meent is er echter geen wettelijke verplichting om alle governance informatie in het jaarverslag te controleren.

Inhoud van de corporate governance verklaring
De verklaring inzake corporate governance dient volgens het Besluit Corporate Governance een aantal aspecten te bevatten:
  • een uitspraak betreffende de naleving van de principes en best practice bepalingen van De Code die zijn gericht tot het bestuur of de raad van commissarissen,
    alsmede een vermelding waar deze gedragscode voor het publiek beschikbaar is;
  • een mededeling over de belangrijkste kenmerken van het beheers- en controlesysteem van de
    vennootschap met betrekking tot de financiële verslaggeving;
  • een mededeling over het functioneren van de aandeelhoudersvergadering;
  • een mededeling over de samenstelling en het functioneren van het bestuur, de raad van commissarissen en de commissies van de raad van commissarissen;
  • een mededeling ingevolge Besluit overnamerichtlijn artikel 10 eerste lid, onder c, d, f, h en i; en
  • een lijst van namen met een bijzonder statutair recht op het gebied van de zeggenschap (artikel
    392 lid 1, onder e, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek). 
Ik merk daarbij op dat de accountant volgens het Besluit niet alle principes en bepalingen van de governance verklaring hoeft te toetsen.
Dat vindt het NBA blijkbaar ook want anders was deze nieuwe concept-handreiking niet nodig geweest die nu juist aangeeft dat er additionele werkzaamheden nodig zijn om een situatie te bereiken waarin alle best practice-bepalingen worden gecontroleerd.
Op pagina 10 is een opsomming te vinden van de best practice-bepalingen waarom het gaat (II.3.4, III.3.4, III.3.5, III.5.13, II.6.3, III.6.4 en IV.1.1).

Wie heeft er nu gelijk?
De opmerking van Eumedion wijst er op dat een deel van het maatschappelijk verkeer van mening is dat de accountant de complete corporate governance verklaring controleert.
Dat lijkt ook logisch, want dat was toch altijd al het geval?

Ja, gedeeltelijk is dat waar.
We moeten daarbij echter wel bedenken dat de accountant maar een relatief beperkte controle  uitvoert.
Zoals eerder aangeven betreft dat een formele toets of het jaarverslag voldoet aan de eisen van artikel 391 BW2 en een toets of het jaarverslag verenigbaar is met de jaarrekening en met de controlebevindingen.

Wat de NBA nu voorstelt is een inhoudelijke toetsing van een aantal best practices en dat is meer controlewerk dan wat de accountant voorheen uitvoerde in het kader van de wettelijke controle.
Vandaar dat toestemming van de raad van commissarissen nodig is omdat er meer gefactureerd moet worden, voor werkzaamheden die volgens de NBA niet onder de normale controle werkzaamheden vallen.
Ik ben van mening dat de NBA dat best wel duidelijker had kunnen communiceren.
Wie de vorige handreiking nr. 1109 doorneemt moet die wel heel goed lezen om te begrijpen wat de accountant nu feitelijk "controleert" en wat die controle inhoudt.
De nieuwe concept-handreiking is eveneens niet echt duidelijk en veel te uitgebreid.

Hoe nu verder?
Het accountantsberoep krijgt steeds meer te maken met overbodige en ingewikkelde regelgeving.
Het lijkt mij dat de beroepsorganisatie NBA daarin veel terughoudender moet zijn.
Ik heb er zelf twee uitgebreide weblogs aan besteed en ik heb niet de illusie dat de gemiddelde lezer dit nog begrijpt. Overigens betwijfel ik dat ook van de gemiddelde accountant, want voor velen is corporate governance een vrij onbekend vakgebied.

Op deze handreiking zitten dan ook volgens mij velen uit het maatschappelijk verkeer niet te wachten. Alhoewel dat niet goed is vast te stellen want de antwoorden op de consultatie zijn (nog?) niet openbaar.
Dat betekent nog even bankzitten met onze teckel Nikkie.

Daarbij is het volstrekt onduidelijk wat de belangrijkste stakeholders nu van de accountant willen als het gaat om de "controle" van de corporale governance verklaring.
De reactie van Eumedion is in ieder geval een teken aan de wand dat men het niet begrijpt.
De NBA zou in ieder geval eerst maar eens goed moeten sonderen wat men nu echt wil.
Pas dan kan men bepalen wat de accountant daarvoor moet doen.

Mijn advies zou zijn dat de NBA eenvoudig voorstelt dat op alle corporate governance informatie een toets wordt uitgevoerd of de verplichte informatie is opgenomen en dat die ook klopt met de werkelijkheid.
Dat is denk ik wat alle betrokkenen bij de vennootschap verwachten.
Ik vind daarbij steun in een interessant artikel van de European Company Law Experts die een reactie hebben geschreven op de corporate governance voorstellen van de Europese Commissie.
Op pagina 12 stelt deze groep dat accountants kunnen worden belast met de controle of de governance verklaring betekenisvol was of misleidend, zonder dat zij worden geacht het oordeel van het bestuur en commissarissen te evalueren.
Toezicht door overheidsinstanties wijzen zij ook af.

Een inhoudelijke oordeel, door de accountant, ook al is dit vrijwillig, heb ik al eerder afgewezen.
Die weg moeten we niet opgaan.

PS. De reacties op de conceptrichtlijn zijn inmiddels (21 januari) openbaar gemaakt op de website van de NBA. Mogelijk kom ik daar later op terug.

donderdag 2 januari 2014

De accountant en corporate governance

Op 3 december 2013 bracht de Nederlandse Bond van Accountants (NBA) een nieuwe concept-handreiking uit over de accountant en corporate governance informatie.
Over het waarom zegt de NBA:
"Voor de jaarrekeningcontrole verricht de accountant bepaalde werkzaamheden ten aanzien van een aantal aspecten van de corporate governance informatie die is opgenomen in het jaarverslag. Er bestaat echter vaak een behoefte aan aanvullende werkzaamheden van de accountant ten aanzien van de naleving van de principes en best practice bepalingen van de Nederlandse corporate governance code. De accountant kan voor de jaarrekeningcontrole in deze behoefte voorzien voor een aantal specifieke best practice bepalingen. Voorwaarde is wel dat de raad van commissarissen hiermee instemt. Deze handreiking geeft hier nadere invulling aan."
Ik krijg nogal eens vragen over de rol van de accountant bij een goed systeem van corporate governance.
Velen denken dat de accountant dat ook controleert, maar dat is niet juist.
Deze nieuwe concept-handreiking is een goede aanleiding om een en ander nog eens uiteen te zetten.

Kleine historie
De rol van de accountant op het gebied van corporate governance is vrij beperkt. De accountant controleert de jaarrekening en geeft hierover een verklaring af.
Corporate governance is een zaak van het bestuur, de commissarissen en de aandeelhouders. De accountant heeft daar weinig mee van doen.

De accountant heeft als gevolg van art. 393.3 BW2 echter wel de taak om onderzoek te doen naar de verenigbaarheid van het jaarverslag met de jaarrekening. De corporate governanceverklaring maakt onderdeel uit van het jaarverslag en valt daardoor onder het accountantsonderzoek op het jaarverslag.
De accountant stelt echter in het kader van zijn onderzoek alleen maar vast of de corporate governance verklaring voldoet aan de rapportage-eisen en consistent is met de controlebevindingen. Kort gezegd: de accountant toetst op aanwezigheid (formele toets) en verenigbaarheid met zijn controle bevindingen.

In 2009 zijn een aantal wijzigingen zijn opgetreden in de door de wet vereiste informatie in het jaarverslag. Dit betreft in de eerste plaats het vaststellingsbesluit nadere voorschriften inhoud jaarverslag (hierna Het Besluit), waarin de bepalingen van het besluit van 20 maart 2009 over de zogenaamde corporate governanceverklaring zijn opgenomen. Dit besluit, gepubliceerd in het Staatsblad nummer 545 van 10 december 2009, heeft zijn oorsprong in de Transparantierichtlijn van de EU en de aanpassingen van de Vierde en Zevende Richtlijn Vennootschapsrecht.
Door deze wetswijziging moet in de corporate governance verklaring het volgende worden opgenomen:
  1. Mededeling over de naleving van de principes en best practice-bepalingen van De Code die zijn gericht tot het bestuur of de raad van commissarissen van de vennootschap.
  2. Mededeling omtrent de belangrijkste kenmerken van het beheers- en controlesysteem van de vennootschap in verband met het proces van financiële verslaggeving van de vennootschap en van de groep.
  3. Mededeling omtrent het functioneren van de aandeelhoudersvergadering en haar voornaamste bevoegdheden en de rechten van de aandeelhouders en hoe deze kunnen worden uitgeoefend.
  4. Mededeling omtrent de samenstelling en het functioneren van het bestuur en de raad van commissarissen en hun commissies voor zover dit niet onmiddellijk uit de wet volgt.
  5. Mededeling ingevolge artikel 1 lid 1, onderdelen c, d, f, h en i, van het besluit overnamerichtlijnOpname van de gegevens genoemd in artikel 392 lid 1, onder e, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
  6. Opname van de gegevens genoemd in artikel 392 lid 1, onder e, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Dit betreft een lijst van namen van degenen aan wie een bijzonder statutair recht inzake de zeggenschap in de rechtspersoon toekomt, met een omschrijving van de aard van dat recht.
In de tweede plaats betreft dit de aanwijzing tot gedragscode in de Staatscourant 18499 op 3 december 2009 van de aangepaste Nederlandse corporate governance code.
Op voorstel van de Monitoring Commissie Corporate Governance (commissie Frijns) in haar rapport van 10 december 2008 zijn een aantal wijzigingen voorgesteld in de Code in zowel de principes als best practice-bepalingen.
Op hoofdlijnen betrof dit:
  • Het belang van integraal risicomanagement wordt meer benadrukt. Dit begint met het beoordelen van de risico's verbonden aan de strategie en de financiële structuur van de vennootschap. Vervolgens gaat het om de opzet en werking van een adequaat intern risicobeheersingssysteem. De risicorapportage en de verantwoording vormen het sluitstuk van dit proces. De raad van commissarissen is nauw betrokken bij de strategiefase en ziet toe op de kwaliteit van de interne risicobeheersing en de verantwoording daarover.
  • Een ‘responstijd’ voor het bestuur van 180 dagen wanneer de vennootschap wordt geconfronteerd met een aandeelhouder die strategiewijziging wil bewerkstelligen.
  • Gedragsregels voor bestuur en raad van commissarissen in overnamesituaties.
  • Het bestuur en de raad van commissarissen besteden bij hun taakuitoefening aandacht aan
    de voor de onderneming relevante maatschappelijke aspecten van ondernemen.
  • Bij de vaststelling van bestuurdersbeloningen worden de beloningsverhoudingen binnen
    de onderneming meegewogen. Vaste en variabele beloning staan onderling in een
    passende verhouding.
  • Variabele beloning is gebaseerd op langetermijndoelstellingen. Bij de vaststelling ervan worden ook relevante niet-financiële indicatoren meegewogen. Bovendien moet beloning in overeenstemming zijn met het risicoprofiel van de vennootschap.
  • Een sterkere greep van de raad van commissarissen op de beloning van bestuurders (door middel van scenarioanalyses, redelijkheidtoets en claw back-clausule). De transparantievoorschriften voor bestuurdersbeloningen worden vereenvoudigd.
  • In de profielschets worden concrete doelstellingen genoemd ten aanzien van diversiteit in de samenstelling van de raad van commissarissen. De raad van commissarissen legt in zijn verslag hierover verantwoording af en, voor zover doelstellingen nog niet zijn bereikt, hoe en op welke termijn de raad verwacht dit te realiseren.
  • Een aandeelhouder wordt geacht zich naar de maatstaven van redelijkheid en billijkheid te gedragen. Vanuit deze verantwoordelijkheid geeft hij onder meer invulling aan zijn stemrecht. 
Het gevolg hiervan is dat er andere"pas toe of leg uit" in het jaarverslag zal verschijnen, die door de accountant in zijn onderzoek van het jaarverslag zal moeten worden betrokken. Het Besluit geeft echter ook expliciet aan dat de informatie over het beheers- en controlesysteem van de vennootschap en de informatie van de Overnamerichtlijn art. 10 eerste lid, onder c, d, f, h en i niet alleen een verenigbaarheidstoets moeten ondergaan maar dat ook moet worden vastgesteld dat de voorgeschreven mededelingen en gegevens in de corporate governance verklaring zijn opgenomen.
Dat alles was voor het NBA aanleiding een praktijkhandreiking nr. 1109  uit te geven waarin de accountants wordt uitgelegd hoe zij hier in de praktijk mee moeten omgaan.

Waarom een nieuwe handreiking Accountant en corporate governance informatie?
Zoals hiervoor aangegeven vindt de NBA dat er aanleiding is een nieuw handreiking uit te brengen omdat er "vaak een behoefte aan aanvullende werkzaamheden van de accountant ten aanzien van de naleving van de principes en best practice bepalingen van de de Nederlandse corporate governance code" is.
Waar die geconstateerde behoeft vandaan komt is mij een raadsel. Ik heb daarover nooit iets gelezen of gevonden en ik dacht toch aardig thuis te zijn in de materie.
Noch de VEB noch Eumedion hebben hierover iets gezegd. Sterker nog, in een artikel in het tijdschrift Goed Bestuur van de hand van de directeur van Eumedion, Rients Abma, wordt verdere inhoudelijke bemoeienis van de accountant afgewezen. Zij zeggen (pag. 15):
"Wij zijn geen voorstanders van een uitbreiding van de werkzaamheden van de externe accountant naar ook het toetsen en beoordelen van de uitleg van afwijkingen van de codebepalingen."
Er ontbreekt volgens Abma een toetsingskader om  om de kwaliteit van de motivering te kunnen beoordelen, waardoor de beoordeling in hoge mate subjectief zou zijn. Bovendien is de inrichting van de corporate governance naar mening van Abma ook niet iets dat past bij de taakopdracht van de externe accountant omdat hij dan in wezen een oordeel zou vellen over het beleid van het bestuur. Dat is echter voorbehouden aan commissarissen en aandeelhouders en geen taak van de accountant.
Ik kan deze redenering helemaal volgen.
Daar komt nog bij dat er vrijheid en flexibiliteit dient te zijn t.a.v. "pas toe of leg uit", want dit principe is, ook volgens de Financial Reporting Council,  essentieel en vele malen beter dan een stelsel van voorschrijvende regels. In die dialoog past domweg geen toetsende functionaris of toezichthouder.

Het enige wat ik heb kunnen vonden aan een mogelijke behoefte aan meerwerk is een opmerking in
het rapport 2012 van de Monitoring Commissie Corporate Governance :

"Voor de toepassing van veel best practices in de Code wordt geen specifieke rapportage gevraagd. De Commissie wijst erop dat wanneer van deze best practices wordt afgeweken hier expliciet melding van moet worden gemaakt. Uit aanvullend onderzoek bleek echter dat dit niet altijd gebeurd. De Commissie vindt dat de toetsing door de accountant hierop voor verbetering vatbaar is."
Deze opmerking werd later in de kabinetsreactie op het rapport aangestipt:

“Een scherp toezicht op de punten waarbij de Code toepassing veronderstelt, zonder een rapportgeplicht daaraan te koppelen, is eveneens noodzakelijk. Indien de accountant hierop niet toetst, blijven eventuele manco’s verborgen voor derden.’
De vraag is of de commissie Streppel en ook de minister met deze stellingname niet veel te ver gaat.
De monitoringcommissie heeft geen toezichtstaak en heeft alleen als taak te inventariseren op welke wijze de Code wordt nageleefd en leemtes of onduidelijkheden te signaleren.

De commissie heeft geen toezichthoudende taak en gaat denk ik te ver om vanuit zijn wettelijke taak om meer toezicht te vragen. Daarmee doorkruist de commissie ook de bedoeling van "pas toe of leg uit" zoals hiervoor al uiteengezet. In een dialoog past geen formeel wettelijk toezicht.
Het kabinet is minder duidelijk in zijn reactie, maar vraagt ook impliciet om meer controle door de accountant. Een wettelijke basis ontbreekt echter en daarmee gaat ook het kabinet veel te ver.
Nogmaals als men voorschrijvende regels wil die toetsbaar zijn, maak ze dan maar probeer niet via een omweg extra toezicht te bewerkstelligen.
Bovendien is helemaal niet zo duidelijk in welke mate en hoe ernstig het is met dat "niet altijd melding maken van afwijkingen."
Om dan gelijk om toezicht te vragen is op zijn minst voorbarig.
Kortom, zowel de commissie Streppel als het kabinet gaan hier de verkeerde weg op.
Behoorlijk ondernemingsbestuur is geen compliance exercitie maar is er juist op gericht om ondernemingen beter te laten presteren.

Inhoud van de werkzaamheden
Het NBA geeft in de concept-handreiking aan dat de accountant additionele werkzaamheden kan doen binnen de huidige controleopdracht en dat deze relatief eenvoudig zijn uit te voeren. Wel moet hij hierover afspraken maken met commissarissen of met de aandeelhouders.
Ik begrijp hieruit dat de extra werkzaamheden extra betaald moeten worden en dat daarover overeenstemming nodig is.
Het NBA vindt ook dat de accountant over deze werkzaamheden in zijn verklaring moet rapporteren. Daarvoor kan hij gebruikmaken van de volgende tekst:
"Wij hebben de best practice bepalingen II.3.4, III.3.4, III.3.5, III.5.13, II.6.3, III.6.4 en IV.1.1 van de Nederlandse corporate governance code inhoudelijk getoetst. Op basis van ons onderzoek is ons niets gebleken waaruit wij kunnen concluderen dat deze bepalingen niet zijn nageleefd."
U ziet het goed, het betreft een inhoudelijke toetsing, waar beleggers niet om hebben gevraagd en waarvan zij zich zelfs afvragen of dat nu wel zo verstandig is. Vervolgens komt er dan een nogal stellig geformuleerde uitspraak over de uitkomst van het onderzoek terwijl een normenkader ontbreekt.
Waarom er een aparte verklaring moet worden uitgebracht is mij niet duidelijk?
Daarbij leidt het ongetwijfeld weer tot allerlei misverstanden en juridische claims.
In het buitenland zie ik ook geen beweging naar deze nieuwe rol van de accountant en ik zie niet in waarom Nederland dit nu als eerste zou moeten doen.
Anders geredeneerd denk ik dat de beroepsorganisaties van accountants in het buitenland helemaal geen reden ziet om deze controlewerkzaamheden aan te pakken.

Al met al een uitermate onverstandige zet van de NBA. Dit vooral in een klimaat waarin de controlerende accountants regelmatig door de AFM op de vingers worden getikt omdat zij ver onder de maat presteren bij hun reguliere taak: de controle van de jaarrekening.

Vereist kennisniveau
Blijkbaar gaat het NBA er van uit dat de accountant voldoende kennis bezit op het gebied van corporate governance om deze nieuwe taak behoorlijk te kunnen uitvoeren.
Ook hier zijn echter de nodige kanttekeningen te plaatsen.
Weliswaar heeft de Commissie Eindtermen Accountancy ruimschoots aandacht geven aan de inhoud van het vak corporate governance in de accountantsopleiding, maar de praktijk is nogal weerbarstig.
Naar mijn ervaring in de (visitatie)praktijk kiezen veel opleidingen voor het absolute minimumprogramma van 3 studiepunten en geven vaak ook een andere invulling aan de opleidingseisen, waarbij het accent vooral op interne beheersing, risicomanagement en compliance ligt. Bij een aantal opleidingen is het vak ook niet als part onderdeel vermeld, zelfs niet bij de accountantsopleiding van mijn gewaardeerde Erasmus Universiteit.
De minimale invulling in het accountancy-onderwijs komt neer op typische onderwerpen voor de accountantscontrole maar dat is geen goede inhoudelijke invulling van het vakgebied corporate governance.
Bij de ambitieuze doelstellingen van het NBA op dit gebied zou je toch op z'n minst mogen verwachte dat dit mooie vak in het onderwijs dan de aandacht krijgt die het verdient.
Naar mijn mening is de huidige generatie accountants nog volstrekt onvoldoende opgeleid om deze werkzaamheden te kunnen gaan uitvoeren. Als er verder in het onderwijs niets veranderd zal deze situatie ook in de toekomst blijven bestaan.
Bij de professionele deskundigheid van de accountant voor deze nieuwe taak heb ik in ieder geval de nodige twijfels.

Consultatievragen
Het NBA stelt een aantal vragen in de consultatie. Het leek me aardig deze eens van een persoonlijk antwoord te voorzien.
  1. Kunt u zich vinden in het uitgangspunt dat de in paragraaf 4.3 genoemde additionele werkzaamheden in het kader van de jaarrekeningcontrole worden verricht?
Antwoord: Nee, niet doen. Er wordt niet om gevraagd en brengt het risico van een nieuwe verwachtingskloof.
  1. Kunnen de additionele werkzaamheden in het kader van de jaarrekeningcontrole 2013 worden uitgevoerd?
Antwoord: Nee, want het ontbreekt aan voldoende kennis bij de accountant.
  1. Wat vindt u van de bovengenoemde driedeling:
    • Huidige werkzaamheden op grond van de regelgeving;
    • Additionele werkzaamheden in het kader van de jaarrekeningcontrole;
    • Separate opdracht voor volledige toetsing bepalingen Nederlandse corporate governance code.
Antwoord: Volkomen overbodig, hou het bij de huidige werkzaamheden op grond van bestaande regelgeving.


Conclusie
U begrijpt het al, ik vind deze nieuwe handreiking helemaal niks, dat moeten we niet willen.
Helaas stelt het NBA deze voor de hand liggende vraag niet in de consultatievragen.
Er is echt geen behoefte aan meer werk van de accountant op dit gebied en we kunnen gewoon door met de bestaande handreiking.

donderdag 19 april 2012

Bestuurdersbeloning en de accountant

Onlangs vroeg een zakenrelatie mij wat ik nu dacht van de verplichting voor accountants om de bestuurdersbeloning in hun verklaring op te nemen als deze ontbreekt in de toelichting bij de jaarrekening.
Hij maakt zich er nogal boos over dat de beroepsorganisatie van accountants nieuwe beroepsregels had uitgevaardigd die de accountants daartoe verplichtten.
Ik wist eerlijk gezegd op dat moment niet goed wat er van te denken, want ik kende deze regel niet.
Bij ander onderzoek bleek het te gaan om Praktijkhandreiking 1115 van 24 januari 2011. Hierin wordt door de beroepsorganisatie NBA gesteld dat de accountant bij het constateren van materiële tekortkomingen in de toelichting op de jaarrekening, deze informatie in zijn eigen controleverklaring dient op te nemen.
Als voorbeeld wordt genoemd een situatie waarin de klant ten onrechte de toelichting op de bezoldiging van bestuurders uit BW 2:383 achterwege heeft gelaten.

Deze wettelijke verplichting bestaat overigens al sinds 2002 en is een gevolg van de parlementaire verontwaardiging over het grote graaien van bestuurders bij beursgenoteerde ondernemingen. Onder de aanname dat transparantie en openheid over beloningen hieraan een einde zou maken is deze wet tot stand gekomen.
Ondertussen weten we wel beter, de grotere transparantie heeft er alleen maar toe geleid dat bestuurders nu precies weten wat hun collega's verdienen en daarom een soortgelijke (hoge) beloning vragen aan hun commissarissen. Gevolg: de beloningen zijn alleen maar meer gestegen.

Los hiervan is het toch de vraag waarom de organisatie van accountants, het NBA, nu heeft besloten dat zijn leden moeten optreden tegen ontbrekende informatie in de jaarrekening.
Het druist namelijk in tegen de verantwoordelijkheidsstructuur zoals die ten aanzien van de jaarrekening in de wet is vast gelegd. Die zegt dat de ondernemingsleiding verantwoordelijk is voor het opstellen van de jaarrekening en de accountant voor de controle daarvan.

Dat betoogt ook collega van der Zanden in een artikel in een artikel in het Financieele Dagblad. Nergens staat dat de accountant in de wetgeving dat de accountant bij ontbrekende informatie deze moet aanvullen in zijn verklaring.
Hij zegt . . . "De NBA beroept zich erop dat de in een verordening opgenomen controlestandaarden de accountant verplichten bij een afwijking van materieel belang in het uiterste geval zelf die informatie te verstrekken." Vervolgens bestrijdt hij deze redenering door uit te leggen dat het systeem van de wet volstrekt helder is: de verantwoordingsplichtige legt verantwoording af. De accountant controleert of deze aan de vereisten voldoet.

Ook is het in dit kader opmerkelijk dat het NBA als voorbeeld het achterwege laten van de bestuurdersbeloning neemt. Dat is een nogal gevoelig onderwerp, niet alleen voor beursgenoteerde ondernemingen. Je kunt zelfs stellen dat dit zeker in het MKB, met veel directeur-grootaandeelhouders, erg dicht tegen schending van de privacy komt. Zo is immers makkelijk vast te stellen door buitenstaanders wat een DGA nu precies verdient. De hele procedure is nog erger dan die van de Quote-500, want de accountant is gehouden om de juiste bedragen te vermelden als de onderneming dat niet doet in het jaarverslag. Let wel, niet bij wet, maar door een regel van de beroepsorganisatie zelf.

Welk belang is daarbij gediend, vraag ik me af?
Had mijn beroepsorganisatie niet beter kunnen zeggen, dit is een onzinnige maatregel en daar gaan we niet in mee?
Hadden we niet gewoon kunnen bedenken dat een accountant niet in overheidsdienst is?
Waarom moet een accountant ontbrekende informatie in de jaarrekening zelf gaan geven?
Grotere onzin heb ik inderdaad nog niet eerder gehoord.

Als je klant het niet wil geven en het is belangrijke informatie, dan stop je ermee als accountant. Simpelweg geen goedkeurende verklaring afgeven, dan voorkom je ook dat onjuiste of onvolledige informatie alsnog wordt verstrekt.

Van der Zanden heeft het over een hellend vlak in zijn artikel. Ik begrijp wat hij bedoelt, maar wil dat nog wel even aanscherpen. Als we deze weg opgaan dan komt onherroepelijk de vraag: accountant, als je het allemaal zo goed weet, waarom stel jij dan niet de jaarrekening op?