woensdag 28 november 2012

Plofbanken

Het zal u niet ontgaan zijn dat er zich de laatste tijd een paar grote schandalen hebben voorgedaan bij banken.
De grote Amerikaanse bank JPMorgan had te maken met een aanzienlijk handelsverlies in het zgn. "Londense walvis schandaal" dat de bank 6 miljard dollar verlies opleverde. Bij UBS was de handelaar Kweku Adoboli in Londen verantwoordelijk voor 2.3 miljard dollar verlies door onverantwoord speculeren.

Ik ben samen met een collega van Nyenrode bezig een artikel te schrijven over de status van "interne beheersing' na de financiële crisis..

Sinds de boekhoudschandalen zijn alle beursgenoteerde ondernemingen in Amerika verplicht een zgn. "in control' verklaring af te leggen in het jaarverslag. Ik schrijf daarover in mijn boek Grondslagen van Corporate Governance op pagina 31:

"De CEO en CFO moeten eveneens jaarlijks verklaren dat het interne controlesysteem voor de financiële rapportage op orde is en goed heeft gewerkt (de fameuze sectie 404 van SOX). De externe accountant moet deze melding vervolgens formeel bekrachtigen."
Ze zou verwachten dat deze maatregel er toe heeft geleid dat hierdoor beursgenoteerde ondernemingen hun zaakjes intern voortaan goed op orde hebben. De financiële crisis heeft bewezen dat dit niet het geval is. Ondanks de verklaringen van het management en de controlerend accountant kwam de ene na de andere bank in grote problemen.
Ik heb daarover al uitgebreid geschreven in een artikel in het Maandblad Accountancy en Bedrijfshuishoudkunde in 2009, met als titel "Risicomanagement, interne controle en de kredietschandalen. Mijn conclusie was toen dat er iets vreemd aan de hand is als men verklaart dat de interne beheersing goed gewerkt heeft en men daarna door grote onverwachte tegenvallers door de staat gered moet worden.

Misschien hebben de banken hun lesje wel geleerd zou je denken. Maar het tegendeel lijkt waar.
Ook nu weer wekt het bevreemding dat er vrolijk in het jaarverslag wordt beweerd dat alle interne beheersingssystemen goed gewerkt hebben om daarna met de billen bloot te moeten met zaken die bewijzen dat het in feite een rommeltje was.

Dat is niet mijn persoonlijke constatering maar die van de Britse Financial Services Authority (FSA) en de Zwitserse toezichthouder Finma in het geval van UBS. De Finma meldde in zijn onderzoeksrapport dat het "serieuze gebreken heeft gevonden bij het risicomanagement en beheer van de investeringsbank van UBS.
De FSA legde een boete op van 29,7 miljoen pond vanwege het falen van systemen en controles die een medewerker in staat stelde om aanzienlijke schade aan te richten. Dit falen toont aan dat er serieuze gebreken waren in de procedures, management systemen en interne controles.
Een soortgelijk beeld zien we bij JP Morgan, ondanks het feit dat deze zakenbank niet alleen onderworpen is aan de eerder genoemde eisen t.a.v. interne controle maar ook aan additionele eisen van de Dodd-Frank wetgeving (Enhanced Prudential Standard) en regels van de SEC (zie hiervoor de Wikipedia pagina "2012 JPMorgan Trading Loss."

Ook hier zien we weer een beeld dat in het jaarverslag er keurig een verklaring staat dat de interne controle in orde is, goedgekeurd door de externe accountant. Later blijkt dan dat maar heel weinig deugde van al die controles, zowel in de opzet ervan als in de werking in de praktijk. Ik citeer uit de belangrijkste bevindingen van de FINMA:
  • The direct line managers failed to properly monitor the ETF desk in London. 
  • The front office monitoring instruments deployed by the line manager responsible for the ETF desk had major shortcomings and were not used properly.
  • The control functions had too little understanding of the trading activities in question
  • UBS's various control functions did not collate their information to produce an overall picture.
  • Operational risks were evaluated to a large extent on the basis of a self-assessment process, which was carried out just once a year by traders and internal controllers.
  • Reporting channels and responsibilities were unclear and led to confusion.
  • The relocation of direct supervision of the ETF desk from London to New York was badly managed and led to a situation in which the London desk was not adequately monitored from April 2011 onwards.
  • UBS sent out misleading signals by awarding pay increases and bonuses to a trader who had clearly and repeatedly breached compliance rules, and by accepting him onto a junior management programme.
Je vraagt je af wat de betekenis nog is van de controleparagraaf in het jaarverslag en de goedkeuring daarvan door de controlerend accountant. Blijkbaar werkt het systeem van interne beheersing (op papier?) maar niet in de praktijk.  Je kunt nu ook niet beweren dat een goede interne beheersing dit soort zaken nu eenmaal nooit kan voorkomen. Daarvoor waren deze affaires te groot en duurden ze te lang.
Daarnaast constateert de Zwitserse toezichthouder wel degelijk een aantal forse reële tekortkomingen in de dagelijkse praktijk van UBS. Je zou zeggen, waarom kan een toezichthouder dat wel vaststellen en de bank zelf niet, evenmin als zijn externe en interne accountant?

Deze legbatterijen van witte-boorden criminelen leren het blijkbaar nooit. Het is daarnaast ook nog te gek dat de overheid (u en ik) opdraaien voor de verliezen van deze plofbanken.

Misschien moeten we maar eens biologisch gaan bankieren.

woensdag 21 november 2012

Professor pleegt plagiaat?

Ik heb u in een eerder weblog, onder de titel "Even weg", op de hoogte gebracht dat ik door wetenschapsjournalist Frank van Kolfschooten (FvK) onheus werd beschuldigd van plagiaat.
Achter de schermen heeft zich het nodige afgespeeld, maar recent is er iets gebeurd dat mij noodzaakt om in de volledige openbaarheid te treden.

Aanleiding was een artikel "Wetenschappers zijn net mensen"over zijn laatste boek "Ontspoorde Wetenschap" in het Erasmusmagazine van 16 november 2012. Daarin staat de volgende passage:
"Over de zaak van Ruud Pruijm, emeritus-hoogleraar Administratieve techniek aan de EUR, publiceerde Van Kolfschooten niet, omdat het 'een te lang verhaal" en uiteindelijk "niet zo opzienbarend" was. Hij vond wel opnieuw plagiaat in Pruijms werk, na de plagiaatzaak rond zijn proefschrift uit 1989."
Twee keer ongegrond beschuldigd worden van plagiaat in het lijfblad van je eigen alma mater is geen sinecure. Je zou denken dat een tijdschrift dat nauw verbonden is aan de Erasmus Universiteit de moeite had genomen om deze zware  aantijgingen aan een emeritus hoogleraar op z'n minst te verifiëren.
Het tegendeel is echter waar.
De betrokken redactrice heeft deze aantijgingen zonder enig verder speurwerk overgenomen en dat is uitermate slechte journalistiek. Ik heb de redactie hierop geattendeerd, maar volgens de hoofdredacteur van het blad heeft de journalist zich "daarbij gebaseerd op het onderzoek van de heer Kolfschooten dat uitgebreid en vergaand is geweest naar onregelmatigheden in het wetenschappelijk bedrijf."
Dat is pertinent onjuist want ik kom als plagiaatgeval helemaal niet voor in het boek. Het gaat hier alleen om een mondelinge mededeling van FvK die klakkeloos is overgenomen.
Daarnaast is er door haar geen hoor en wederhoor toepast en dat is haar eveneens zwaar aan te rekenen.

Had men dat wel gedaan?


Proefschrift 1990
Dan had men al snel kunnen vaststellen dat mijn proefschrift dateert uit 1990 en niet uit 1989.
Dan had men mogelijk ook kunnen vinden dat de aantijgingen van FvK in die tijd diepgaand zijn onderzocht. Ik citeer uit een intern verslag

Volgens de promotor en andere leden van de promotiecommissie is correct door mij gehandeld.Er is geen sprake van letterlijke overname. In de dissertatie wordt herhaaldelijk aangegeven dat er sprake is van de mening van andere auteurs. Het betreffende hoofdstuk bevat meer dan 36 keer expliciet verwijzingen naar beide auteurs. Bovendien is er in de index expliciet aangegeven op welke pagina’s beide auteurs worden behandeld.Verder onderzoek door professor Jaap Spoor, een extern deskundige op het gebied van plagiaat heeft dat bevestigd.Het is volgens hem duidelijk dat er zo integer mogelijk is gehandeld en dat er geprobeerd is een zo getrouw en nauwkeurig mogelijk beeld te geven van de oorspronkelijke teksten.
Dan had men kunnen constateren dat de conclusie was dat er geen sprake is van plagiaat.
Een conclusie die ook bekend is bij FvK, maar die hem er niet van weerhoudt zijn onjuiste aantijging te herhalen.
Dat de "zaak' niet "opzienbarend" was, zoals in het artikel is geciteerd, lijkt mij nogal logisch want er is helemaal geen zaak.

Opnieuw plagiaat

Ook de mondelinge bewering van FvK dat ik opnieuw plagiaat gepleegd heb is onjuist.

FvK heeft inderdaad aangifte gedaan van vermeend plagiaat in mijn nieuwste boek "Grondslagen van Corporate Governance" bij de rector van Nyenrode.

Hij gebruikt daarvoor de volgende, nogal snerende, bewoordingen:


"Het gaat zoals gezegd om een steekproef, wat, mede gezien de voorgeschiedenis, het ergste doet vrezen voor de manier van verwijzen in de rest van het boek. Ik heb Ruud Pruijm hier inmiddels mee geconfronteerd, maar hij ontkent opnieuw dat dit plagiaat is. Ik hoor graag het commentaar van Nyenrode op Pruijms omgang met teksten in dit boek."

Business Universiteit Nyenrode, waar ik nu gasthoogleraar ben, heeft deze zaak grondig onderzocht.

Het woord "grondig' is door mij niet zonder reden gebruikt, want de universiteit, heeft, op basis van een door mij vrijwillig aangeleverde digitale versie van het boek, dit volledig onderzocht met het plagiaatprogramma Euphorus.
Er zijn daarbij uiteindelijk drie omissies geconstateerd in de bronvermelding en de universiteit heeft daarop de klacht verworpen. Er was geen sprake van plagiaat.

Ook deze beschuldiging van FvK is niet in het boek "Ontspoorde Wetenschap" opgenomen, waarschijnlijk ook omdat het "niet zo opzienbarend" was.
Waarom hij dan wel in Erasmusmagazine vertelt dat hij opnieuw plagiaat heeft gevonden klopt voor geen kant. 



Details van de zaak

Om volledige transparantie te betrachten zal ik u alle details geven van de drie genoemde gevallen van plagiaat door FvK en mijn antwoord daarop aan de onderzoekscommissie van Nyenrode:

  1. Op pagina 160-161 staan twee tekstblokken die zijn overgenomen uit een artikel van Eric Smit in Dagblad de Pers. 
    Antwoord: Ik baseer me voor deze case op een aantal krantenartikelen en maak op basis daarvan een compacte beschrijving in een apart tekstblok.
    In de brontekst is dat af te leiden aan de zet-instructie [intermezzo], waardoor er in het boek een apart kader wordt gemaakt.
    De eerste drie zinnen komen volgens Ephorus uit een artikel van Eric Smit. Ik kan mij dat niet herinneren want ik raadpleeg nooit dit dagblad, maar volg in deze de conclusie van Ephorus.
    Hier had een bronvermelding bij gemoeten en deze heb ik in de komende tweede druk aangebracht. Verder heb ik gebruik gemaakt van een serie persberichten van de VEB en enkele artikelen uit het FD. Ephorus constateert alleen een overname van een VEB persbericht en daarvan is geen bronvermelding gepleegd.
    Ik heb voor de tweede druk een passage aan het einde van de case opgenomen waarin ik als bron het dossier World Online van de website van het VEB noem.
  2. Op pagina 171 staat een tekst die afkomstig uit een van de twee boeken van Pieter Vos, deze boeken worden niet genoemd in de literatuurlijst achterin. 
    Antwoord: Het betreft hier overigens zijn boek Recovery Management uit 2008 waar ik zelf een exemplaar van bezit en niet de uitgave uit 2003 "Kredietopvraging en Insolventierisico.'
    Zoals in mijn eigen tekst te zien is punt f verliesversluiering uit de opsomming van de heer Vos weggevallen.
    In de basisversie van mijn tekst stond dit punt wel gemeld, gevolg door een verwijzing naar de auteur Peter Vos. In de finale versie is dit stukje vermoedelijk weggevallen tijdens het proces van eindredactie en dat is toen niet door mij opgemerkt.
    In de eindcontrole is door mij grondig nagegaan of van elke geciteerde auteur in de tekst ook daadwerkelijk een literatuurverwijzing is opgenomen. Omdat de vermelding van Peter Vos ontbrak in de eindtekst heeft deze controle ook niet niet gewerkt.
    Dat is jammer, maar fouten worden gemaakt.
    Deze fout is in de tweede druk hersteld.
  3. Op pagina 382 geeft u een opsomming van soorten fraude. Die blijkt zonder bronvermelding ontleend aan Wikipedia.  Antwoord:  Tijdens mijn zoektocht naar mogelijke soorten fraude via Google kwam ik inderdaad een lijstje van Wikipedia tegen. Ik had inmiddels al een aantal soorten fraude opgeschreven, maar heb dankbaar gebruik gemaakt van de opsomming in Wikepedia. Ik heb de opsomming bewerkt, sommige fraudes weggelaten en aangevuld met 2 soorten fraude die er niet in werden genoemd (beleggingsfraude en jaarrekeningfraude). Ik heb daarbij aangenomen dat ik deze opsomming kon gebruiken, zonder bronvermelding, omdat de Creative Commons voorwaarden daarin niet echt duidelijk zijn. Daar staat "Naamsvermelding-De gebruiker dient bij het werk de door de maker of de licentiegever aangegeven naam te vermelden." Op de betrokken pagina staat echter geen naam gemeld. Ik volg in deze echter graag de mening van prof. Hugenholz en heb de pagina nu als bron Wikipedia genoemd, zodat deze fout in de tweede druk niet meer voorkomt.
 Conclusie

Op basis van het onderzoek heeft Nyenrode geconstateerd dat er geen sprake was van plagiaat maar wel van wetenschappelijke onzorgvuldigheid. U kunt op basis van het door mij geleverde materiaal zelf vaststellen of u dezelfde mening bent toegedaan.

U kunt van mij aannemen dat deze uitspraak voor een wetenschapper geen prettige boodschap is.
In dit geval vooral omdat er door de digitale stofkam slechts drie fouten zijn gevonden in een boek van 500 pagina's. Curieus is wel dat speurmachine Ephorus uiteindelijk dezelfde drie gevallen als FvK constateert, maar de eerlijkheid gebiedt om daarbij te vermelden dat er bij nadere beschouwing drie cases van Ephorus door de commissie zijn afgevoerd als niet relevant.

Wel blijkt uit de uitspraak duidelijk dat er van bewust plagiaat plegen geen sprake is geweest, dus ook niet van letterdieverij. Wie wetenschappelijk publiceert, weet dat er door slordigheid 
onbewust plagiaat kan voorkomen.
Dat is ook de reden dat ik mij erger aan het gemak waarmee FvK mij in eerder genoemde boekbespreking plaatst in het rijtje fraudeurs aan de Erasmus Universiteit zoals Dirk Smeeters en Don Poldermans.
Dat is ook de reden dat ik mij erger aan de expliciete aantijging in de klacht bij de rector van Nyenrode dat FvK het "ergste vreest."
Weet u, wetenschappers zijn inderdaad net mensen en vinden het bijzonder vervelend als op zo'n onheuse en ongefundeerde manier hun zorgvuldige opgebouwde wetenschappelijke reputatie wordt geschaad.

Van fouten fraude maken
Wie de moeite neemt om de uitspraak van de Raad voor de Journalistiek nog eens te lezen in mijn klacht tegen FvK, kan zien dat deze journalist te werk gaat als een echte paparazzi en van hoor en wederhoor niets moet hebben.
Je bent machteloos als iemand als FvK aan iedereen berichten stuurt dat je plagiaat pleegt en hen om commentaar vraagt. Je weet gewoon niet aan wie hij allemaal deze onzin stuurt en daarbij bewust vergeet te melden wat daarop mijn antwoord was. Je kunt je daartegen niet verweren, maar je goede naam wordt wel te grabbel gegooid.

Als u mij zou vragen of ik dan toch niet blij ben niet in zijn laatste boek genoemd te worden, dan is het antwoord volmondig: Nee.
Want dan had ik de kans gehad om na te gaan of hij daarin wel hoor en wederhoor heeft toegepast en de feiten correct presenteert, om dan een nieuw proces bij de Raad voor de Journalistiek aan te spannen. Overigens kom ik op pagina 21 van zijn boek heel even voor. Hij betreurt daar dat ik hem door mijn actie bij de Raad voor de Journalistiek beroofd heb van een "primeur."

Nu moet ik verder volstaan met verweer tegen mondelinge uitspraken van FvK in de pers, die vallen onder het hoofdstuk vrije meningsuiting en hoogstens met een proces jegens smaad kunnen worden aangepakt.
Deze gratis publiciteit voor zijn boekje gun ik de man nu ook weer niet.
Gelukkig heb ik nog mijn eigen weblog om deze misstanden aan de kaak te stellen.

Tenslotte nog dit. Ik heb ondanks alles waardering voor het nieuwste boek van FvK. Het houdt ons wetenschappers toch een spiegel voor en dat verdient lof. Daarbij bevat het boekje niet echt veel nieuws. Het is en blijft een moeilijk onderwerp, blijkbaar ook voor de auteur zoals ik hem heb zien optreden.

Dat is eigenlijk voor mij het belangrijkste punt van kritiek op FvK. Hij gaat uit van het slechte maar de meeste wetenschappers zijn echt ten goede trouw en werken vol inzet en bezieling in het vakgebied wat ze boeit en inspireert. Waarom zouden ze dan bewust plagiaat gaan plegen, zoals FvK in mijn geval denkt?
Waarom dacht u dat ik bijna 2 kostbare manjaren heb besteed aan het schrijven van mijn leerboek "Grondslagen van Corporate Governance"?
Dat is niet voor het geld kan ik u verzekeren, maar wel omdat het vakgebied een goed leerboek verdient en dat dit werk gewoon moet gebeuren.
Als je dan genadeloos wordt aangevallen door een opgewonden "plagiaatgeleerde" die kost wat kost zijn gelijk wil halen, word je daar echt niet vrolijk van.
Zie als voorbeeld de uitspraken van FvK in het Erasmusmagazine.
Dat is botweg scoren ten kosten van een ander en dat lijkt me geen goede handelwijze.

Tot slot
De kritiek op het artikel heb ik natuurlijk ook in verkorte vorm aan de redactie van Erasmusmagazine gestuurd.
Ik kreeg van hoofdredacteur Wieneke Gunneweg het volgende antwoord:
"Het artikel betrof een boekbespreking van Frank van Kolfschootens boek ‘Ontspoorde wetenschap’ waarin mevrouw Lageman het boek heeft besproken en de kwesties die de EUR aangaan er uit heeft gelicht ter bespreking. Ze heeft zich daarbij gebaseerd op het onderzoek van de heer Kolfschooten dat uitgebreid en vergaand is geweest naar onregelmatigheden in het wetenschappelijk bedrijf. Mijns inziens is het voor een boekbespreking niet vereist om het werk dat Van Kolfschooten heeft gedaan, nog eens dunnetjes over te doen."
Een vreemde reactie want ik kom als plagiaatgeval helemaal niet voor in het boek van FvK, dat volgens haar gebaseerd is op onderzoek dat uitgebreid en vergaand was.
Er is maar 1 conclusie mogelijk: de journalist komt met haar beweringen aan mijn adres uit een gesprek met van Kolfschooten en heeft die uitspraken klakkeloos als citaat overgenomen.

Daarbij is geen hoor en wederhoor toegepast, evenmin heeft deze journalist ook zelfstandig geprobeerd de beweringen te verifiëren.

Als het een weergave was uit het besproken boek had ik mij niet tot de redactie gewend maar tot de auteur.

Het is en blijft slechte journalistiek om mondelinge beweringen die een persoon schaden zonder enig onderzoek over te nemen.  Dat doen ze in de roddelbladen maar hoort niet thuis in een universiteitsblad.
Voor de goede orde: de illustratie over plagiaat is afkomstig van http://welovetypography.com/post/11970, een prachtige website over typografie.

zondag 18 november 2012

Belastingontwijking en behoorlijk ondernemingsbestuur

Als mijn neus mij niet bedriegt is er een nieuw thema op komst dat de komende jaren het vakgebied corporate governance gaat domineren. Deze keer zijn het niet de hijgerige korte termijn aandeelhouders of graaiende topbestuurders maar het kwestieuze belastinggedrag van met name multi nationale ondernemingen.
Het is een onderwerp met een luchtje, maar het zou mij niet verbazen als immorele belastingontwijking een nieuw en belangrijk thema gaat worden in de de beoordeling van goed ondernemingsbestuur.

De Nederlandse Corporate Governance Code zegt heel duidelijk dat het bestuur en de raad van commissarissen rekening dienen te houden met de belangen van verschillende belanghebbenden, inclusief de voor de onderneming relevante aspecten van ondernemen (Principe II.1 en III.1).
Maatschappelijk verantwoord ondernemen impliceert ook dat ondernemingen hun bijdrage leveren in de vorm van een redelijk te betalen belastingbedrag aan het land waarin ze opereren en waar ze hun geld verdienen.

In een recent artikel in het Financieele Dagblad wordt ingegaan op een thans lopende discussie in Engeland over de geringe afdrachten van multinationals aan de Britse belastingdienst.
Het gaat dan vooral om Amazon, Starbucks en Google die door het Britse parlement waren uitgenodigd om uitleg te geven over hun ontwijkend belastinggedrag. Een video-verslag van deze, interessante maar ook amusante hoorzitting is hier te vinden.
Daarnaast liggen ook Vodafone en Apple onder vuur.
Starbucks betaalt geen belasting over een omzet van 1.2 miljard pond, de afgelopen drie jaar. De reden is volgens hen dat ze geen winst maken voor de belastingen maar wel voor de investeerders.  Starbucks vertelt investeerders bijvoorbeeld dat ze in 2011 een winst maakten van 40 miljoen dollar, maar de jaarrekeningen in Engeland, Duitsland en Frankrijk laten een verlies zien van 60 miljoen dollar (zie hiervoor ook een artikel van Reuters). Het is een beetje vreemd dat je de belastinginspecteur vertelt dat je verlies lijdt, en dus geen belasting betaalt, terwijl je aan de andere kant tegen investeerders zegt dat je een mooie winst van 40 miljoen hebt gehaald. Ergens is er een zwart gat van 100 miljoen constateert Reuters en het vreemde is dat het allemaal legaal is. Sterker nog, Starbucks heeft de afgelopen 13 jaar slechts 8.6 miljoen pond betaalt aan vennootschapsbelasting over een omzet van 3.1 miljard pond.
Hoe je een winstgevende onderneming verliesgevend maakt (voor de belastinginspecteur) is erg eenvoudig):
  • je betaalt een royalty van 6% aan een andere onderneming van Starbucks voor het gebruik van intellectueel eigendom gekoppeld aan het merk (waarom je dat 13 jaar doet terwijl je voortdurend  verliest lijdt is niet goed uit te leggen). Waarom je dat aan een dochteronderneming in Nederland betaalt is evenmin duidelijk, want daar wordt niets aan produktontwikkeling gedaan. Het heeft denk ik eerder te maken met een geheime afspraak met de Nederlandse fiscus waardoor geen of weinig belasting wordt betaald.;
  • je betaalt veel te veel voor de ingekochte koffiebonen aan een leveranciersketen van Starbucks zelf die de aankopen via Nederland en Zwitserland doorlevert (wat koffiebonen te zoeken hebben in Zwitserland is en blijft een raadsel). Toch heeft Starbucks 30 koffiehandlaren daar die 20% winst maken op onderlinge groepsleveringen, terwijl ze nooit een koffieboon zien. Misschien heeft het iets te maken met het feit dat in Zwitserland slechts een belastingpercentage van 12% geldt?;
  • je betaalt een veel te hoge rentevoet voor grote leningen binnen de Starbucks-groep om de lokale onderneming te financieren.
Google en Amazon doen het weer net even anders. Google factureert verkopen in Engeland vanuit Ierland. Amazon factureert verkopen in Engeland vanuit Luxemburg. In beide gevallen betalen ze in Engeland geen belasting, maar wel een veel lager bedrag in Ierland en Luxemburg. Wat bij Google opvalt is dat ze beweren dat hun Europese inkomsten worden gegenereerd door Amerikaanse technologie. Het is daarom zo opvallend dat die Europese inkomsten nooit in Amerika terechtkomen maar worden geparkeerd in belastingparadijs Bermuda.

Het heeft allemaal weinig te maken met maatschappelijk verantwoord ondernemen. Je profiteert van de beschikbare infrastructuur in een land, van goed opgeleid personeel en een goed functionerende gezondheidszorg maar je draagt er bijna niets aan bij.
De Public and Commercial Services Union berekent de totale belastingkloof door belastingontduiking in Engeland op 120 miljard pond in 2010.
Deze gemiste inkomsten voor de staat beteken dat de begrotingstekorten door de financiële crisis moeten worden betaald door de burgers van een land terwijl de grote multinationals de dans ontspringen. De gewone burger draait op voor bezuinigingen op alle fronten, lastenverhogingen, dalende lonen en pensioenen en toenemende werkeloosheid.

Bovendien concurreer je nationale ondernemingen volledig uit de markt omdat deze nooit in staat zijn van dergelijke papieren belastingconstructies gebruik te maken en daardoor te duur zijn. De grote multinationale ondernemingen worden hierdoor onevenredig bevoordeeld boven kleine nationale ondernemingen.
Nederland speelt overigens in dit geheel een bedenkelijke rol als belastingparadijs. Het eerder genoemde artikel in het FD rept daar ook al over. Meer informatie is te vonden bij de Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO) en op de voortreffelijke website Tax Research UK van Richard Murphy.

Kortom een goed corporate governance vraagt ook van ondernemingen een behoorlijke belastingmoraal. De hiervoor genoemde voorbeelden duiden eerder op belastingontduiking en dat lijkt me geen goede zaak.
Waar in deze zware economische tijden van iedereen offers wordt gevraagd om zijn of haar steentje bij te dragen kan dat ook van ondernemingen worden gevraagd. Het kunstmatig wegpoetsen van winsten naar schimmige belastingparadijzen lijkt me daarvoor geen goede bijdrage.
Of gelden voor ondernemingen andere regels dan voor gewone regels?
Volgens mij bestaat er niet zoiets als "maatschappelijk verantwoord belastingontduiken" zoals ook Tom van Nierop eerder in zijn column in De Accountant stelt.
Laat ik volstrekt helder zijn, ondernemingen die uit zijn op gratis meeliften en anderen laten betalen, terwijl ze zelf alle voordelen van een land opeisen zijn weliswaar rationeel bezig maar ook volstrekt amoreel.