Volgens een artikel in het Financieele Dagblad vandaag is dat niet het geval.
De aanhoudende opmars van passieve, indexvolgende beleggingsfondsen leidt ertoe dat steeds meer beleggers niet in de ondernemingen geïnteresseerd zijn waarin deze fondsen beleggen.
Volgens het artikel is ruim 20% van de AEX-aandelen in bezit van deze passieve beleggers.
Oud-collega Paul Frentrop doet eveneens nog een duit in het zakje door te stellen dat dit het einde betekent van de corporate governance. "Dan let er niemand meer op de bedrijven."
Voor alle duidelijkheid: het artikel spreekt over indexvolgende beleggingsfondsen en niet over het traditionele beleggingsfonds, met een beheerder die de juiste aandelen selecteert met als doel de beursindex te verslaan.
De indexvolgers kopen gewoon een mandje met alle index-aandelen, bijv. de AEX, en volgen daarmee de markt.
Daarom zouden ze minder betrokken zijn.
Of dat allemaal waar is waag ik te betwijfelen.
Wat mij betreft is het allemaal nogal speculatief.
Echt bewijs is er niet gegeven in het artikel, behalve een verwijzing naar een bestuurder van Unibail-Rodamco en Ahold en SBM Offshore die zeggen weinig contact te hebben met hun passieve aandeelhouders.
De auteurs van het artikel hanteren wel erg snel de benaming passieve beleggers en construeren hiermee een misleidend verschil met de traditionele (actieve) beleggingsfondsen.
Beiden soorten beleggers zullen wel degelijk hun beleggingen actief moeten volgen al was het maar om de mix van beleggingen in volume goed af te stellen op de te verwachten prestaties.
Er is daarnaast wel degelijk een sterke prikkel voor indexbeleggers om goed op het bestuur te letten. Juist omdat de indexfondsen vast zitten aan hun beleggingen en niet de mogelijkheid hebben om weg te lopen.
Daarbij komt dat de laatste jaren het aantal uitgebrachte stemmen op de algemene vergadering van aandeelhouders voortdurend stijgende is.
Wie de laatste evaluatie van het AVA-seizoen 2015 leest van Eumedion ziet dat er bijna 70% van de stemmen werd uitgebracht.
In 2010 lag dat percentage nog op 50% en in 2005 op 35%.
Kortom, ik zie alleen maar meer betrokken aandeelhouders en niet minder.
Misschien toch een broodje-aap verhaal?
Posts tonen met het label Eumedion. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Eumedion. Alle posts tonen
donderdag 31 maart 2016
maandag 13 juli 2015
Stemrecht wijkt af van kapitaalbelang: Nederland het "putje' van internationale markten?
In een interview in het Financieele Dagblad van 7 juli, uit Eumedion, de koepelorganisatie van institutionele beleggers in Nederland zijn zorgen over misbruik van het vennootschapsrecht.
Volgens Eumedion kiezen buitenlandse bedrijven er steeds vaker voor hun statutaire zetel in Amsterdam te plaatsen omdat grootaandeelhouders hier met een beschermingsconstructie kunnen worden voorgetrokken boven andere aandeelhouders.
"Putje"
Directeur Rients Abma van Eumedion zegt daarover:
Voorbeelden van ondernemingen die volgens Eumedion het Nederlandse vennootschapsrecht misbruiken om oprichters of insiders te beschermen zijn Fiat, CNH Industrial, Cnova, Ferrari en Mylan.
Recent heeft ook Altice aangekondigd om twee klassen aandelen in Amsterdam te gaan introduceren, waarvan de B-aandelen meer stemmen bieden dan de A-aandelen. Op deze manier houdt de oprichter van Altice, zo'n 92% van het stemrecht.
Eumedion wil aanpassing van de spelregels van de beurs of van de wet om andere aandeelhouders beter te beschermen.
Eumedion ziet spoken
Mick den Boogert trekt in een opiniestuk in het Financieele Dagblad op 13 juli stevig van leer tegen dit vermeende misbruik.
Abma en Eumedion zien spoken, zegt hij.
Buitenlandse bedrijven doen niets anders dan gebruikmaken van de mogelijkheden in Nederland.
Het is apekool om te beweren dat grootaandeelhouders hier worden voorgetrokken met een beschermingsconstructie, want grootaandeelhouders en beschermingsconstructies hebben niets met elkaar te maken. Zijn er grootaandeelhouders dan is er immer geen behoefte aan een beschermingsconstructie zo redeneert hij.
Den Boogert bepleit behoud van ruimte voor variatie in de inrichting van de beursvennootschap die de NV-vorm zo aantrekkelijk maakt.
Hij beschuldigt Eumedion ook van de ambitie een "Noordkoreaans vennootschapsmodel" na te streven.
Bevalt het ze niet, dan moeten ze maar afzien van beleggen in zulke vennootschappen.
U merkt het, Mick den Boogert is oprecht en heel erg boos.
Dat begrijp ik ook wel een beetje want den Boogert zelf is nauw betrokken bij tal van beschermingsconstructies en kent daarom vanuit de praktijk alle voor- en nadelen van deze constructies, mogen we aannemen.
Zo is op de website van de Stichting Beheer SNS Reaal te lezen dat Mick naast vicevoorzitter bij deze stichting ook nog de volgende nevenfuncties heeft:
Ik sluit niet uit dat die grote persoonlijke betrokkenheid een subjectieve inbreuk maakt op de objectiviteit van de academicus.
Nadere analyse
Het komt niet zo vaak voor dat twee uitermate deskundige heren het zo met elkaar oneens zijn.
Het komt evenmin vaak voor dat daarbij nogal stevige woorden niet zijn geschuwd.
Beide heren missen naar mijn mening echter een paar essentiële zaken en de nodige nuance.
Allereerst is Nederland helemaal niet het putje van de internationale markten.
Ook andere landen kennen soortgelijke constructies, waarbij er een aantal zijn die zelfs aandelen zonder stemrecht toestaan, zoals o.a. België, Engeland, Zwitserland, Spanje en de Verenigde Staten (zie de oratie van prof. mr. Schwarz uit 1990).
In dat laatste land waren het bijvoorbeeld recent de beursgang van Google, Groupon, Facebook en Alibaba die gebruik maakten de uitgifte van zgn. dual-class shares. Ook ondernemingen als Ford, Warren Buffett's Berkshire Hathaway. kennen deze constructie
Wij kennen in ons land alleen de mogelijkheid van stemrechtloze aandelen bij de besloten vennootschap.
Nederland kent echter wel de mogelijkheid om preferente- of prioriteitsaandelen uit te geven, maar niet de mogelijkheid tot aandelen zonder stemrecht. Over preferente aandelen is op de website Wet&Recht te lezen:
Nederland kent wel degelijk de mogelijkheid van stevige beschermingsconstructies waarbij de grootaandeelhouder wel degelijk wordt geremd in het uitoefenen van zijn rechten.
Als voorbeeld, de eerder door mij besproken beschermingsconstructies van Fugro, waar den Boogert nauw bij betrokken is als Voorzitter van het bestuur Stichting beschermingspreferente aandelen Fugro.
Boskalis heeft een belang rond de 25% opgebouwd in Fugro, maar kan vermoedelijk door de 3 door Fugro opgebouwde beschermingsconstructies nog geen deuk in een pakje boter slaan.
Beschermingsconstructies kunnen naar mijn mening wel degelijk de zeggenschap van aandeelhouders belemmeren.
Wat echter vaak over het hoofd wordt gezien is dat aandeelhouders daar zelf voor kunnen kiezen.
Allereerst door wel of geen aandelen te kopen in ondernemingen met beschermingsconstructies of constructies die het stemrecht van aandelen beperken.
Ten tweede door niet akkoord te gaan met statutenwijzigingen die dergelijk constructies introduceren.
Opvallen genoeg hebben aandeelhouders in de praktijk helemaal geen moeite met dergelijke constructies.
Een voorbeeld: de aandelen van Google en Alibaba vlogen als warme boordjes over de toonbank ook al gaven die geen stemrecht.
Nog een voorbeeld: De aandeelhouders van Fugro stemden zelf in meerderheid in met het optuigen van een derde beschermingswal op de Antillen.
Evenmin hebben aandeelhouders moeite met het kopen van certificaten van aandelen, waarbij het stemrecht hen wordt onthouden en wordt ondergebracht in een administratiekantoor.
Conclusie
Stemrecht en beschermingsconstructies lopen in deze discussie nogal door elkaar en dat schept onnodige verwarring.
Of er sprake is van misbruik waag ik overigens te betwijfelen. Dat zijn veel te stevige woorden, omdat wij in ons land in de pas lopen met buitenlandse wetgeving als het gaat om de stemrechten van aandeelhouders.
Kortom het valt allemaal nog wel mee.
Overigens Mick, naar mijn weten kent Noord-Korea geen aandelenbeurzen, geen vennootschapsmodel en ook geen corporate governance code.
Kan me ook niet voorstellen dat Eumedion dat NoordKoreaanse model nastreeft als rasechte kapitalisten.
Naschrift: wie meer wil weten over stemrechtloze aandelen verwijs ik graag naar een artikel van Mr. N. Rachak in het tijdschrift Vennootschap & Onderneming (hier te verkrijgen).
Volgens Eumedion kiezen buitenlandse bedrijven er steeds vaker voor hun statutaire zetel in Amsterdam te plaatsen omdat grootaandeelhouders hier met een beschermingsconstructie kunnen worden voorgetrokken boven andere aandeelhouders.
"Putje"
Directeur Rients Abma van Eumedion zegt daarover:
"Nederland dreigt het putje van de internationale markten te worden. De reputatie van Nederland komt onder het vergrootglas te liggen bij buitenlandse beleggers. Dit soort constructies hebben een slechte naam."Het principe van het "een aandeel, een stem wordt hierdoor doorbroken en Eumedion vindt dat hierdoor de aandeelhouders met minder stemrecht onvoldoende worden beschermd.
Voorbeelden van ondernemingen die volgens Eumedion het Nederlandse vennootschapsrecht misbruiken om oprichters of insiders te beschermen zijn Fiat, CNH Industrial, Cnova, Ferrari en Mylan.
Recent heeft ook Altice aangekondigd om twee klassen aandelen in Amsterdam te gaan introduceren, waarvan de B-aandelen meer stemmen bieden dan de A-aandelen. Op deze manier houdt de oprichter van Altice, zo'n 92% van het stemrecht.
Eumedion wil aanpassing van de spelregels van de beurs of van de wet om andere aandeelhouders beter te beschermen.
Eumedion ziet spoken
Mick den Boogert trekt in een opiniestuk in het Financieele Dagblad op 13 juli stevig van leer tegen dit vermeende misbruik.
Abma en Eumedion zien spoken, zegt hij.
Buitenlandse bedrijven doen niets anders dan gebruikmaken van de mogelijkheden in Nederland.
Het is apekool om te beweren dat grootaandeelhouders hier worden voorgetrokken met een beschermingsconstructie, want grootaandeelhouders en beschermingsconstructies hebben niets met elkaar te maken. Zijn er grootaandeelhouders dan is er immer geen behoefte aan een beschermingsconstructie zo redeneert hij.
Den Boogert bepleit behoud van ruimte voor variatie in de inrichting van de beursvennootschap die de NV-vorm zo aantrekkelijk maakt.
Hij beschuldigt Eumedion ook van de ambitie een "Noordkoreaans vennootschapsmodel" na te streven.
Bevalt het ze niet, dan moeten ze maar afzien van beleggen in zulke vennootschappen.
U merkt het, Mick den Boogert is oprecht en heel erg boos.
Dat begrijp ik ook wel een beetje want den Boogert zelf is nauw betrokken bij tal van beschermingsconstructies en kent daarom vanuit de praktijk alle voor- en nadelen van deze constructies, mogen we aannemen.
Zo is op de website van de Stichting Beheer SNS Reaal te lezen dat Mick naast vicevoorzitter bij deze stichting ook nog de volgende nevenfuncties heeft:
- Voorzitter bestuur Stichting preferente aandelen Heijmans
- Voorzitter bestuur Stichting preferente aandelen TomTom
- Voorzitter bestuur Stichting beschermingspreferente aandelen Fugro
- Lid bestuur Stichting administratiekantoor TKH Group
- Lid bestuur Stichting ING Aandelen
- Lid bestuur Stichting preferente aandelen ASML
- Lid bestuur Stichting preferente aandelen DSM
- Lid bestuur Stichting preferente aandelen Philips
- Lid bestuur Stichting preferente aandelen USG People
- Lid bestuur Stichting tot het houden van Preferente aandelen Wereldhave
Ik sluit niet uit dat die grote persoonlijke betrokkenheid een subjectieve inbreuk maakt op de objectiviteit van de academicus.
Nadere analyse
Het komt niet zo vaak voor dat twee uitermate deskundige heren het zo met elkaar oneens zijn.
Het komt evenmin vaak voor dat daarbij nogal stevige woorden niet zijn geschuwd.
Beide heren missen naar mijn mening echter een paar essentiële zaken en de nodige nuance.
Allereerst is Nederland helemaal niet het putje van de internationale markten.
Ook andere landen kennen soortgelijke constructies, waarbij er een aantal zijn die zelfs aandelen zonder stemrecht toestaan, zoals o.a. België, Engeland, Zwitserland, Spanje en de Verenigde Staten (zie de oratie van prof. mr. Schwarz uit 1990).
In dat laatste land waren het bijvoorbeeld recent de beursgang van Google, Groupon, Facebook en Alibaba die gebruik maakten de uitgifte van zgn. dual-class shares. Ook ondernemingen als Ford, Warren Buffett's Berkshire Hathaway. kennen deze constructie
Wij kennen in ons land alleen de mogelijkheid van stemrechtloze aandelen bij de besloten vennootschap.
Nederland kent echter wel de mogelijkheid om preferente- of prioriteitsaandelen uit te geven, maar niet de mogelijkheid tot aandelen zonder stemrecht. Over preferente aandelen is op de website Wet&Recht te lezen:
"Prioriteitsaandelen worden ook wel eens ‘gouden aandelen’ (of, indien het er één is: ‘het Gouden Aandeel’, ‘the Golden Share’) genoemd. Dat komt doordat een prioriteitsaandeel eigenlijk een gewoon aandeel is, maar er is wel veel zeggenschap aan toebedeeld. Die zeggenschap kan op veel fronten zijn. Denk daarbij aan het doen van een bindende voordracht voor een bestuurder of commissaris en het hebben van een vetorecht bij bepaalde beslissingen. De beslissingen die kunnen worden tegengehouden zijn divers, denk aan de beslissingen voor het ontbinden van de vennootschap, het verkopen van grote gedeeltes van het bedrijf of het wijzigen van de statuten."Ook het argument van Mick den Boogert dat grootaandeelhouders geen bescherming nodig hebben is iets bezijden de waarheid.
Nederland kent wel degelijk de mogelijkheid van stevige beschermingsconstructies waarbij de grootaandeelhouder wel degelijk wordt geremd in het uitoefenen van zijn rechten.
Als voorbeeld, de eerder door mij besproken beschermingsconstructies van Fugro, waar den Boogert nauw bij betrokken is als Voorzitter van het bestuur Stichting beschermingspreferente aandelen Fugro.
Boskalis heeft een belang rond de 25% opgebouwd in Fugro, maar kan vermoedelijk door de 3 door Fugro opgebouwde beschermingsconstructies nog geen deuk in een pakje boter slaan.
Beschermingsconstructies kunnen naar mijn mening wel degelijk de zeggenschap van aandeelhouders belemmeren.
Wat echter vaak over het hoofd wordt gezien is dat aandeelhouders daar zelf voor kunnen kiezen.
Allereerst door wel of geen aandelen te kopen in ondernemingen met beschermingsconstructies of constructies die het stemrecht van aandelen beperken.
Ten tweede door niet akkoord te gaan met statutenwijzigingen die dergelijk constructies introduceren.
Opvallen genoeg hebben aandeelhouders in de praktijk helemaal geen moeite met dergelijke constructies.
Een voorbeeld: de aandelen van Google en Alibaba vlogen als warme boordjes over de toonbank ook al gaven die geen stemrecht.
Nog een voorbeeld: De aandeelhouders van Fugro stemden zelf in meerderheid in met het optuigen van een derde beschermingswal op de Antillen.
Evenmin hebben aandeelhouders moeite met het kopen van certificaten van aandelen, waarbij het stemrecht hen wordt onthouden en wordt ondergebracht in een administratiekantoor.
Conclusie
Stemrecht en beschermingsconstructies lopen in deze discussie nogal door elkaar en dat schept onnodige verwarring.
Of er sprake is van misbruik waag ik overigens te betwijfelen. Dat zijn veel te stevige woorden, omdat wij in ons land in de pas lopen met buitenlandse wetgeving als het gaat om de stemrechten van aandeelhouders.
Kortom het valt allemaal nog wel mee.
Overigens Mick, naar mijn weten kent Noord-Korea geen aandelenbeurzen, geen vennootschapsmodel en ook geen corporate governance code.
Kan me ook niet voorstellen dat Eumedion dat NoordKoreaanse model nastreeft als rasechte kapitalisten.
Naschrift: wie meer wil weten over stemrechtloze aandelen verwijs ik graag naar een artikel van Mr. N. Rachak in het tijdschrift Vennootschap & Onderneming (hier te verkrijgen).
maandag 8 december 2014
Nieuwe handreiking accountant en corporate governance
Op 3 december 2013 bracht de Nederlandse Bond van Accountants (NBA) een nieuwe concept-handreiking uit over de accountant en corporate governance informatie.
Ik heb dit concept uitgebreid besproken in mijn weblog van 2 januari 2014.
Daarin was ik nogal negatief over de handreiking en daarom zeer benieuwd wat de NBA op basis van de consultatie zou gaan wijzigen.
Op 29 oktober 2014 verscheen een nieuw concept van deze handreiking ter consultatie.
Corporate governance verklaring
Voornaamste wijziging is dat, de voorgestelde aanvullende werkzaamheden ten aanzien van de naleving van de principes en best practice bepalingen van de de Nederlandse corporate governance code door de accountant, zijn vervallen.
Het NBA vond toen ook dat de accountant over deze werkzaamheden in zijn verklaring moet rapporteren.
Over beide zaken is in deze handreiking niets meer te vinden. Dit overigens tot verdriet van Eumedion, de vereniging van zakelijke beleggers.
Deze vereniging vindt dat er wel degelijk behoefte is aan onderzoek door de accountant van de corporate governance verklaring.
Zoals in het eerder door mij geschreven weblog over dit onderwerp ben ik hiervan een tegenstander. Zoals ik toen aangaf:
De verdienste van deze nieuwe handreiking is dat duidelijk wordt aangegeven welke corporate governance informatie in het jaarverslag de accountant nu wel en niet toetst. Zoals de NBA stelt:
Bijlage 3 van de handreiking geeft een heldere opsomming van de werkzaamheden die de accountant verricht. Het betreft de best-practica bepalingen waarop de accountant een consistentietoets toepast.
Dat betekent dat deze informatie (Handreiking pag. 8):
Merkwaardige omissies
Eumedion stelt in haar reactie op de concepthandreiking het vreemd te vinden dat er op een aantal best-practice bepalingen geen toets wordt uitgevoerd. Ik citeer:
Ik begrijp dat eerlijk gezegd ook niet, want het ligt voor de hand alle best-practice bepalingen integraal te toetsen.
Een mogelijke verklaring kan zijn dat de NBA er van uitgaat dat de accountant in het kader van de jaarrekeningcontrole de nodige informatie over de naleving van een aantal best-practicus verkrijgt.
Dat betekent dat niet alle in de Code opgenomen best practice bepalingen daarin worden meegenomen.
Dat lijkt mij echter nogal discutabel, want dan kunnen er ondermeer heel wat best practices wegvallen uit de in bijlage 3 genoemde consistentietoets.
Dat begrip "aan de hand van de kennis verkregen uit de controlewerkzaamheden voor de jaarrekening" dekt bijvoorbeeld niet:
Wat dit betreft is deze nieuwe concept handreiking geen vooruitgang en wordt de onduidelijkheid alleen maar groter.
Afzonderlijke beoordelingsverklaring?
In het rapport van de werkgroep Toekomst Accountantsberoep staat als maatregel 4.3 genoemd:
Ook beklemtoont Eumedion nog eens dat de corporate governance verklaring door beleggers als uiterst belangrijk wordt gezien evenals de controle daarop door de accountant.
Conclusie
Het wordt denk ik wel steeds duidelijker dat het publieke belang steeds meer belang hecht aan een adequate toetsing van de corporate governance verklaring van beursgenoteerde vennootschappen.
De beperkte toetsing die de accountant nu uitvoert a.d.h.v "de kennis verkregen uit de controlewerkzaamheden voor de jaarrekening" voldoet hier volstrekt niet aan.
Het lijkt vooralsnog te vroeg voor het accountantsberoep om aan deze reële vraag te gaan voldoen, gezien deze handreiking.
Los daarvan is deze concepthandreiking niet echt duidelijk over wat de accountant nu daadwerkelijk doet op basis van de huidige wetgeving, gebaseerd op de controlewerkzaamheden voor de jaarrekening.
Sterker nog, de uitleg daarvan is discutabel.
Ik ben dan ook benieuwd naar de uitleg over de door door Eumedion terecht geconstateerde ontbrekende best-practice bepalingen.
Het is en blijft een merkwaardige situatie.
Als je de NBA mag geloven kunnen we bouwen op de werkzaamheden die de accountant doet t.b.v. betrouwbaarheid van de governance informatie.
Kijk je daar door heen dan mag je je afvragen of dat wel met feiten is onderbouwd.
De jaarrekeningcontrole dekt maar een beperkt deel van de governance informatie.
Beweren dat je op basis daarvan meer kunt dan je doet is in feite het publiek voor de mal houden.
Het NBA moet een duidelijke keuze maken: of pleiten voor aanvullende werkzaamheden en een aparte verklaring, of helder zijn over de zeer beperkte bijdrage van de accountant in de betrouwbaarheid van de governance informatie op basis van de door hem uitgevoerde werkzaamheden voor de jaarrekeningcontrole.
Daarbij merk ik nogmaals op, dat het de huidige accountants aan voldoende kennis ontbreekt om een verklaring te geven dat het wel goed zit met de corporate governance van de gecontroleerde onderneming.
De huidige onderwijsprogramma's voor accountants zitten in overgrote meerderheid op een schamele 3 studiepunten voor dit mooie vak.
Dat is echt niet voldoende kennis om tot een afgewogen oordeel te komen.
Ik heb dit concept uitgebreid besproken in mijn weblog van 2 januari 2014.
Daarin was ik nogal negatief over de handreiking en daarom zeer benieuwd wat de NBA op basis van de consultatie zou gaan wijzigen.
Op 29 oktober 2014 verscheen een nieuw concept van deze handreiking ter consultatie.
Corporate governance verklaring
Voornaamste wijziging is dat, de voorgestelde aanvullende werkzaamheden ten aanzien van de naleving van de principes en best practice bepalingen van de de Nederlandse corporate governance code door de accountant, zijn vervallen.
Het NBA vond toen ook dat de accountant over deze werkzaamheden in zijn verklaring moet rapporteren.
Over beide zaken is in deze handreiking niets meer te vinden. Dit overigens tot verdriet van Eumedion, de vereniging van zakelijke beleggers.
Deze vereniging vindt dat er wel degelijk behoefte is aan onderzoek door de accountant van de corporate governance verklaring.
Zoals in het eerder door mij geschreven weblog over dit onderwerp ben ik hiervan een tegenstander. Zoals ik toen aangaf:
"U ziet het goed, het betreft een inhoudelijke toetsing, waar beleggers niet om hebben gevraagd en waarvan zij zich zelfs afvragen of dat nu wel zo verstandig is. Vervolgens komt er dan een nogal stellig geformuleerde uitspraak over de uitkomst van het onderzoek terwijl een normenkader ontbreekt.Waarom er een aparte verklaring moet worden uitgebracht is mij niet duidelijk?Daarbij leidt het ongetwijfeld weer tot allerlei misverstanden en juridische claims.In het buitenland zie ik ook geen beweging naar deze nieuwe rol van de accountant en ik zie niet in waarom Nederland dit nu als eerste zou moeten doen.Anders geredeneerd denk ik dat de beroepsorganisaties van accountants in het buitenland helemaal geen reden ziet om deze controlewerkzaamheden aan te pakken."Wat toetst de accountant?
De verdienste van deze nieuwe handreiking is dat duidelijk wordt aangegeven welke corporate governance informatie in het jaarverslag de accountant nu wel en niet toetst. Zoals de NBA stelt:
"Het gaat hierbij niet om een uitbreiding van de wettelijke taak van de accountant ten aanzien van het jaarverslag, maar om het verduidelijken van de toetsingen die de accountant in het kader van de jaarrekeningcontrole uitvoert."Bijlage 2 geeft een opsomming van de rapportageverplichtingen voor corporate governance informatie op basis van relevante wet- en regelgeving.
Bijlage 3 van de handreiking geeft een heldere opsomming van de werkzaamheden die de accountant verricht. Het betreft de best-practica bepalingen waarop de accountant een consistentietoets toepast.
Dat betekent dat deze informatie (Handreiking pag. 8):
- consistent is met de jaarrekening: het jaarverslag bevat geen materiële tegenstrijdigheden met de jaarrekening;
- consistent is met de bevindingen uit de jaarrekeningcontrole: het jaarverslag bevat geen materiële tegenstrijdigheden met de uitkomsten van de jaarrekeningcontrole, waaronder de bevindingen over de interne beheersing.
Eumedion stelt in haar reactie op de concepthandreiking het vreemd te vinden dat er op een aantal best-practice bepalingen geen toets wordt uitgevoerd. Ik citeer:
"Ook wordt ten onrechte geen toets uitgevoerd ten aanzien van best practice bepalingen II.3.1, II.3.2, II.3.3, III.2.1, III.2.3, III.6.1, III.6.2, III.6.5, IV.1.2, IV.3.11, V.1.3, V.2.3, V.3.1, V.3.2 en de principes II.3 en III.5."Het betreft o.a. bepalingen over tegenstrijdige belangen van bestuurders en commissarissen, de onafhankelijkheid van commissarissen, stemrecht financieringspreferente aandelen, genomen beschermingsmaatregelen, interne procedures voor belangrijke financiële informatie, beoordeling functioneren externe accountant, en het functioneren van de interne auditor.
Ik begrijp dat eerlijk gezegd ook niet, want het ligt voor de hand alle best-practice bepalingen integraal te toetsen.
Een mogelijke verklaring kan zijn dat de NBA er van uitgaat dat de accountant in het kader van de jaarrekeningcontrole de nodige informatie over de naleving van een aantal best-practicus verkrijgt.
Dat betekent dat niet alle in de Code opgenomen best practice bepalingen daarin worden meegenomen.
Dat lijkt mij echter nogal discutabel, want dan kunnen er ondermeer heel wat best practices wegvallen uit de in bijlage 3 genoemde consistentietoets.
Dat begrip "aan de hand van de kennis verkregen uit de controlewerkzaamheden voor de jaarrekening" dekt bijvoorbeeld niet:
- dat een bestuurder niet meer dan 2 commissariaten bij beursvennootschappen houdt;
- de ontslagvergoeding van bestuurders;
- persoonlijke leningen e.d. aan bestuurders;
- bezoldigingsbeleid;
- afwezigheid commissarissen.
Wat dit betreft is deze nieuwe concept handreiking geen vooruitgang en wordt de onduidelijkheid alleen maar groter.
Afzonderlijke beoordelingsverklaring?
In het rapport van de werkgroep Toekomst Accountantsberoep staat als maatregel 4.3 genoemd:
"4.3. De accountant geeft een afzonderlijke beoordelingsverklaring af bij het jaarverslag (zoals bedoeld in art. 2:391 BW). In deze beoordelingsverklaring bij het jaarverslag geeft de accountant expliciet zijn oordeel over de risicoparagraaf, continuïteitsanalyse en corporate governance informatie zoals opgenomen in dat jaarverslag. "Terecht stelt Eumedion teleurgesteld te zijn dat hierover in de handreiking niet wordt gesproken. Temeer omdat bij de komende implementatie van de nieuwe Europese jaarrekeningrichtlijn door de accountant moet worden onderzocht of er materiële onjuistheden in het bestuursverslag zijn vastgesteld (art. 34 lid 1). Op basis van art. 35 van deze richtlijn moet dit oordeel ook in de accountantsverklaring worden opgenomen.
Ook beklemtoont Eumedion nog eens dat de corporate governance verklaring door beleggers als uiterst belangrijk wordt gezien evenals de controle daarop door de accountant.
Conclusie
Het wordt denk ik wel steeds duidelijker dat het publieke belang steeds meer belang hecht aan een adequate toetsing van de corporate governance verklaring van beursgenoteerde vennootschappen.
De beperkte toetsing die de accountant nu uitvoert a.d.h.v "de kennis verkregen uit de controlewerkzaamheden voor de jaarrekening" voldoet hier volstrekt niet aan.
Het lijkt vooralsnog te vroeg voor het accountantsberoep om aan deze reële vraag te gaan voldoen, gezien deze handreiking.
Los daarvan is deze concepthandreiking niet echt duidelijk over wat de accountant nu daadwerkelijk doet op basis van de huidige wetgeving, gebaseerd op de controlewerkzaamheden voor de jaarrekening.
Sterker nog, de uitleg daarvan is discutabel.
Ik ben dan ook benieuwd naar de uitleg over de door door Eumedion terecht geconstateerde ontbrekende best-practice bepalingen.
Het is en blijft een merkwaardige situatie.
Als je de NBA mag geloven kunnen we bouwen op de werkzaamheden die de accountant doet t.b.v. betrouwbaarheid van de governance informatie.
Kijk je daar door heen dan mag je je afvragen of dat wel met feiten is onderbouwd.
De jaarrekeningcontrole dekt maar een beperkt deel van de governance informatie.
Beweren dat je op basis daarvan meer kunt dan je doet is in feite het publiek voor de mal houden.
Het NBA moet een duidelijke keuze maken: of pleiten voor aanvullende werkzaamheden en een aparte verklaring, of helder zijn over de zeer beperkte bijdrage van de accountant in de betrouwbaarheid van de governance informatie op basis van de door hem uitgevoerde werkzaamheden voor de jaarrekeningcontrole.
Daarbij merk ik nogmaals op, dat het de huidige accountants aan voldoende kennis ontbreekt om een verklaring te geven dat het wel goed zit met de corporate governance van de gecontroleerde onderneming.
De huidige onderwijsprogramma's voor accountants zitten in overgrote meerderheid op een schamele 3 studiepunten voor dit mooie vak.
Dat is echt niet voldoende kennis om tot een afgewogen oordeel te komen.
vrijdag 28 maart 2014
Leo Strine over activistische aandeelhouders
De pas benoemde chief justice van de Supreme Court van Delaware heeft een boeiende essay geschreven in de Columbia Law Review van maart 2014.
Voor degenen die hem beter kennen is het essay een mooi uitgeschreven verhaal over het bekende standpunt van Strine over de vermeende voor- of nadelen van activistische aandeelhouders.
Voor de beoefenaren van het vak is dit essay bijzonder interessant omdat Strine in het essay diepgravend ingaat op de standpunten van verschillende onderzoekers en de door hen geleverde onderzoeksresultaten. Ik heb zelden een essay gelezen met zoveel voetnoten, zoveel dat zelfs hier en daar zijn tekst bijna ondersneeuwt door de 154 voetnoten in 54 pagina's.
Voor en nadelen van activisme
Strine neemt positie in het debat over de macht van de aandeelhouders. Hij bespreekt het standpunt van Bebchuck, die zoals bekend mag worden verondersteld een groot voorstander is van meer macht voor de aandeelhouder. Aan de andere kant staan wetenschapper als Stout en Bainbridge die pleiten voor een sterkere positie van het bestuur en voor een bredere blik dan alleen optimalisatie van aandeelhouderswaarde (stakeholder benadering).
Strine's positie in het debat is meer genuanceerd. Op pag. 474 zegt hij dat beide partijen drie belangrijke zaken moeten erkennen:
Aanbevelingen
De aanbevelingen van Strine zijn de volgende:
Strine heeft een boeiend essay geschreven met een uitgebreide analyse van de (Amerikaanse) standpunten. Ik kan het iedereen van harte aanbevelen, met name degenen die nogal ideologisch gedreven hun geloof betuigen in de voordelen van activistische aandeelhouders.
Strine zegt hierover:
In de Nederlandse context kijken we echter iets anders naar de door Strine besproken problematiek. Allereerst houden Nederlandse zakelijke beleggers hun aandelen langer aan dan hun buitenlandse collega's, waardoor het gevaar van een korte-termijn instelling veel minder groot is. Ten tweede analyseren en volgen Nederlandse zakelijke beleggers de ondernemingen waarin zij beleggen beter dan hun buitenlandse collega's, doordat zij samenwerken in een vereniging als Eumedion. Ten derde denk ik dat zowel Strine als Bebchuck te weinig rekening houden met grote beleggers als bijvoorbeeld sovereign wealth funds die wel degelijk streven naar duurzaam en maatschappelijk verantwoord beleggen.
Voor degenen die hem beter kennen is het essay een mooi uitgeschreven verhaal over het bekende standpunt van Strine over de vermeende voor- of nadelen van activistische aandeelhouders.
Voor de beoefenaren van het vak is dit essay bijzonder interessant omdat Strine in het essay diepgravend ingaat op de standpunten van verschillende onderzoekers en de door hen geleverde onderzoeksresultaten. Ik heb zelden een essay gelezen met zoveel voetnoten, zoveel dat zelfs hier en daar zijn tekst bijna ondersneeuwt door de 154 voetnoten in 54 pagina's.
Voor en nadelen van activisme
Strine neemt positie in het debat over de macht van de aandeelhouders. Hij bespreekt het standpunt van Bebchuck, die zoals bekend mag worden verondersteld een groot voorstander is van meer macht voor de aandeelhouder. Aan de andere kant staan wetenschapper als Stout en Bainbridge die pleiten voor een sterkere positie van het bestuur en voor een bredere blik dan alleen optimalisatie van aandeelhouderswaarde (stakeholder benadering).
Strine's positie in het debat is meer genuanceerd. Op pag. 474 zegt hij dat beide partijen drie belangrijke zaken moeten erkennen:
- aandeelhouders hebben aanzienlijke macht in het huidige systeem van corporate governance;
- aandeelhouders zijn vooral uit zakelijke beleggers die zelf ook te maken hebben met tegenstrijdige belangen als het gaat om de vraag of zij wel goed rekenschap afleggen aan degenen voor wie zij hun ingelegde gelden beheren;
- bestuursleden zijn verantwoordelijk voor hun handelen naar beste kunnen voor de belangen van de uiteindelijke investeerders wiens geld op het spel staat.
Aanbevelingen
De aanbevelingen van Strine zijn de volgende:
- De meest rationele investeerders moeten worden gehoord. Daarmee bedoeld hij dat beleggers die hun aandelen langer dan 1 jaar aanhouden (index funds) meer moeten doen aan een verantwoordelijke beleggingsstrategie en rekening moeten houden met de wens van hun beleggers voor duurzame waardecreatie. Dat betekent ook minder gebruikmaken van stemadviesbureaus.
- Meer en betere beleggingsproducten voor pensioenspaarders die gericht zijn op de lange termijn.
- Het afschaffen van de verplichte stemming van zakelijke beleggers op de aandeelhoudersvergadering. Dat geeft deze groep de gelegenheid om alleen te gaan stemmen op zaken die voor hen belangrijk zijn. Hierdoor wordt het voor hen gemakkelijker om hun aandacht te richten op zaken die belangrijk zijn voor de lange termijn en op dat deel van hun portfolio waarin ze een aanzienlijk belang hebben.
- Afschaffen van de jaarlijkse stemming door aandeelhouders over de beloning van het bestuur. Strine vindt dit leiden tot korte termijn gedrag en vindt eens in de drie of vier jaar meer dan genoeg, daarbij ligt dit ook meer in lijn met de contractuele termijn waar veel bestuurders op zijn aangenomen.
- Activistische aandeelhouders moeten meer bijdragen in de kosten die zij veroorzaken voor andere aandeelhouders. Strine bepleit de invoering van een registratiebedrag van 2.000 of 5.000 dollar voor elk voorstel dat een aandeelhouder inbrengt. Ook wil de drempel verhogen naar 2 miljoen dollar in aandelen die een aandeelhouder in zijn bezit moet hebben om een voorstel te kunnen indienen.
- Hij wil ook een beter verkiezingsproces voor de aanstelling van non-executive bestuursleden. Gezien de specifiek Amerikaanse problematiek ga ik hier niet op in en verwijs ik de lezer graag naar zijn artikel.
- Er moet meer bekend worden gemaakt over de economische belangen van activistische aandeelhouders die een verandering van strategie willen. Strine wil dat ze openheid geven over hun aandelenpositie en hun positie in afgeleide instrumenten zoals bijvoorbeeld derivaten.
- Er moet betere bescherming komen tegen een vijandige overnam, met name als bestuursleden slechts voor 1 jaar worden benoemd. Strine is voorstander van een langere zittingstermijn voor niet-uitvoerende bestuurders (de zgn.classified board).
Strine heeft een boeiend essay geschreven met een uitgebreide analyse van de (Amerikaanse) standpunten. Ik kan het iedereen van harte aanbevelen, met name degenen die nogal ideologisch gedreven hun geloof betuigen in de voordelen van activistische aandeelhouders.
Strine zegt hierover:
"Ideology can be blinding", onder verwijzing naar collega's die pleiten voor actieve aandeelhouders met een directe invloed op het bestuur. "Even apparently when one's seculair faith involves the simple creed that those who own stocks are presumptively selfless while those who manage corporations are presumptively selfish and untrustworthy."Het essay staat overigens vol met dit soort van prachtige volzinnen en dat maakt het lezen echt tot een plezier.
In de Nederlandse context kijken we echter iets anders naar de door Strine besproken problematiek. Allereerst houden Nederlandse zakelijke beleggers hun aandelen langer aan dan hun buitenlandse collega's, waardoor het gevaar van een korte-termijn instelling veel minder groot is. Ten tweede analyseren en volgen Nederlandse zakelijke beleggers de ondernemingen waarin zij beleggen beter dan hun buitenlandse collega's, doordat zij samenwerken in een vereniging als Eumedion. Ten derde denk ik dat zowel Strine als Bebchuck te weinig rekening houden met grote beleggers als bijvoorbeeld sovereign wealth funds die wel degelijk streven naar duurzaam en maatschappelijk verantwoord beleggen.
donderdag 16 januari 2014
Accountant en corporate governance: de visie van Eumedion
In een vorig weblog schreef ik over de concept-handreiking van de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA) over de rol van de accountant bij het governance verslag.
Het NBA gaf hierin aan dat er vanuit de beleggers behoeft was aan additionele werkzaamheden van de accountant ten aanzien van de naleving van de principes en best practice bepalingen van de Nederlandse corporate governance code.
Ik schreef in mijn weblog dat ik geen enkel signaal had gezien en vond deze constatering dan ook niet terecht.
Afgelopen maandag echter publiceerde Eumedion, de vereniging van zakelijke beleggers, een reactie op de concept-handreiking op de website van de vereniging.
Daarin wordt gezegd:
Kortom, er is blijkbaar vanuit beleggers wel degelijk behoefte aan accountantscontrole, daarin heb ik mij dan vergist.
Eumedion is het echter oneens met de NBA over de mening dat de accountant hierover eerst afspraken moet maken met de Raad van Commissarissen. Eumedion vindt dat de NBA met dit vereiste een:
Daarbij constateert Eumedion dat de NBA zelf vindt dat de additionele werkzaamheden relatief eenvoudig zijn uit te voeren en mogelijk zijn binnen de huidige controleopdracht van de jaarrekening.
Kort gezegd: Eumedion vindt dat alles in in het corporate governance verslag staat altijd al door de accountant gecontroleerd diende te worden.
Verantwoordelijkheden van de accountant voor het jaarverslag
De formele rol rondom het jaarverslag ligt besloten in art. 2:393 lid 3 BW. Dit artikel schrijft voor dat de accountant nagaat, voor zover hij dat kan beoordelen, of het jaarverslag overeenkomstig titel 9 BW2 is opgesteld en met de jaarrekening verenigbaar is.
De accountant doet een formele toets of het jaarverslag voldoet aan de eisen van artikel 391 BW2. Vervolgens gaat hij na of het jaarverslag verenigbaar is met de jaarrekening.
Volgens controlestandaard 720 houdt dat in dat de accountant nagaat of het jaarverslag geen materiële tegenstrijdigheden bevat met de jaarrekening en met de controlebevindingen van de jaarrekening (toetsing verenigbaarheid).
In het jaarverslag moeten volgens het Besluit Corporate Governance de beursgenoteerde vennootschappen een verklaring inzake corporate governance opnemen. Daarin moeten ze gemotiveerd vermelden welke principes en best practice-bepalingen ze niet hebben nageleefd (het pas toe of leg uit principe).
Op basis hiervan zou je inderdaad kunnen zeggen dat de accountant nagaat of de corporate governance informatie:
Inhoud van de corporate governance verklaring
De verklaring inzake corporate governance dient volgens het Besluit Corporate Governance een aantal aspecten te bevatten:
Ik merk daarbij op dat de accountant volgens het Besluit niet alle principes en bepalingen van de governance verklaring hoeft te toetsen.
Dat vindt het NBA blijkbaar ook want anders was deze nieuwe concept-handreiking niet nodig geweest die nu juist aangeeft dat er additionele werkzaamheden nodig zijn om een situatie te bereiken waarin alle best practice-bepalingen worden gecontroleerd.
Op pagina 10 is een opsomming te vinden van de best practice-bepalingen waarom het gaat (II.3.4, III.3.4, III.3.5, III.5.13, II.6.3, III.6.4 en IV.1.1).
Wie heeft er nu gelijk?
De opmerking van Eumedion wijst er op dat een deel van het maatschappelijk verkeer van mening is dat de accountant de complete corporate governance verklaring controleert.
Dat lijkt ook logisch, want dat was toch altijd al het geval?
Ja, gedeeltelijk is dat waar.
We moeten daarbij echter wel bedenken dat de accountant maar een relatief beperkte controle uitvoert.
Zoals eerder aangeven betreft dat een formele toets of het jaarverslag voldoet aan de eisen van artikel 391 BW2 en een toets of het jaarverslag verenigbaar is met de jaarrekening en met de controlebevindingen.
Wat de NBA nu voorstelt is een inhoudelijke toetsing van een aantal best practices en dat is meer controlewerk dan wat de accountant voorheen uitvoerde in het kader van de wettelijke controle.
Vandaar dat toestemming van de raad van commissarissen nodig is omdat er meer gefactureerd moet worden, voor werkzaamheden die volgens de NBA niet onder de normale controle werkzaamheden vallen.
Ik ben van mening dat de NBA dat best wel duidelijker had kunnen communiceren.
Wie de vorige handreiking nr. 1109 doorneemt moet die wel heel goed lezen om te begrijpen wat de accountant nu feitelijk "controleert" en wat die controle inhoudt.
De nieuwe concept-handreiking is eveneens niet echt duidelijk en veel te uitgebreid.
Hoe nu verder?
Het accountantsberoep krijgt steeds meer te maken met overbodige en ingewikkelde regelgeving.
Het lijkt mij dat de beroepsorganisatie NBA daarin veel terughoudender moet zijn.
Ik heb er zelf twee uitgebreide weblogs aan besteed en ik heb niet de illusie dat de gemiddelde lezer dit nog begrijpt. Overigens betwijfel ik dat ook van de gemiddelde accountant, want voor velen is corporate governance een vrij onbekend vakgebied.
Op deze handreiking zitten dan ook volgens mij velen uit het maatschappelijk verkeer niet te wachten. Alhoewel dat niet goed is vast te stellen want de antwoorden op de consultatie zijn (nog?) niet openbaar.
Dat betekent nog even bankzitten met onze teckel Nikkie.
Daarbij is het volstrekt onduidelijk wat de belangrijkste stakeholders nu van de accountant willen als het gaat om de "controle" van de corporale governance verklaring.
De reactie van Eumedion is in ieder geval een teken aan de wand dat men het niet begrijpt.
De NBA zou in ieder geval eerst maar eens goed moeten sonderen wat men nu echt wil.
Pas dan kan men bepalen wat de accountant daarvoor moet doen.
Mijn advies zou zijn dat de NBA eenvoudig voorstelt dat op alle corporate governance informatie een toets wordt uitgevoerd of de verplichte informatie is opgenomen en dat die ook klopt met de werkelijkheid.
Dat is denk ik wat alle betrokkenen bij de vennootschap verwachten.
Ik vind daarbij steun in een interessant artikel van de European Company Law Experts die een reactie hebben geschreven op de corporate governance voorstellen van de Europese Commissie.
Op pagina 12 stelt deze groep dat accountants kunnen worden belast met de controle of de governance verklaring betekenisvol was of misleidend, zonder dat zij worden geacht het oordeel van het bestuur en commissarissen te evalueren.
Toezicht door overheidsinstanties wijzen zij ook af.
Een inhoudelijke oordeel, door de accountant, ook al is dit vrijwillig, heb ik al eerder afgewezen.
Die weg moeten we niet opgaan.
PS. De reacties op de conceptrichtlijn zijn inmiddels (21 januari) openbaar gemaakt op de website van de NBA. Mogelijk kom ik daar later op terug.
Het NBA gaf hierin aan dat er vanuit de beleggers behoeft was aan additionele werkzaamheden van de accountant ten aanzien van de naleving van de principes en best practice bepalingen van de Nederlandse corporate governance code.
Ik schreef in mijn weblog dat ik geen enkel signaal had gezien en vond deze constatering dan ook niet terecht.
Afgelopen maandag echter publiceerde Eumedion, de vereniging van zakelijke beleggers, een reactie op de concept-handreiking op de website van de vereniging.
Daarin wordt gezegd:
"Eumedion steunt het voorstel van de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA) om accountantscontrole te introduceren op de naleving van een aantal specifieke bepalingen uit de Code Tabaksblat."Eumedion wil accountantscontrole
Kortom, er is blijkbaar vanuit beleggers wel degelijk behoefte aan accountantscontrole, daarin heb ik mij dan vergist.
Eumedion is het echter oneens met de NBA over de mening dat de accountant hierover eerst afspraken moet maken met de Raad van Commissarissen. Eumedion vindt dat de NBA met dit vereiste een:
“ongegronde beperking aanbrengt in de werkzaamheden van de externe accountant”. Naar de mening van Eumedion dient de externe accountant vanuit het belang van het maatschappelijk verkeer ook zonder expliciete RvC-toestemming de corporate governance verklaring van de onderneming te onderzoeken op consistentie met andere, bij de externe accountant bekende, publieke dan wel niet-publieke, informatie."Eumedion vindt dat een dergelijke controle reeds volgt uit de opdracht van de externe accountant om te onderzoeken of de door de vennootschap verschafte informatie over de betreffende best practice bepalingen geen materieel onjuiste voorstelling van zaken geeft (controlestandaard 720, paragrafen 14-16).
Daarbij constateert Eumedion dat de NBA zelf vindt dat de additionele werkzaamheden relatief eenvoudig zijn uit te voeren en mogelijk zijn binnen de huidige controleopdracht van de jaarrekening.
Kort gezegd: Eumedion vindt dat alles in in het corporate governance verslag staat altijd al door de accountant gecontroleerd diende te worden.
Verantwoordelijkheden van de accountant voor het jaarverslag
De formele rol rondom het jaarverslag ligt besloten in art. 2:393 lid 3 BW. Dit artikel schrijft voor dat de accountant nagaat, voor zover hij dat kan beoordelen, of het jaarverslag overeenkomstig titel 9 BW2 is opgesteld en met de jaarrekening verenigbaar is.
De accountant doet een formele toets of het jaarverslag voldoet aan de eisen van artikel 391 BW2. Vervolgens gaat hij na of het jaarverslag verenigbaar is met de jaarrekening.
Volgens controlestandaard 720 houdt dat in dat de accountant nagaat of het jaarverslag geen materiële tegenstrijdigheden bevat met de jaarrekening en met de controlebevindingen van de jaarrekening (toetsing verenigbaarheid).
In het jaarverslag moeten volgens het Besluit Corporate Governance de beursgenoteerde vennootschappen een verklaring inzake corporate governance opnemen. Daarin moeten ze gemotiveerd vermelden welke principes en best practice-bepalingen ze niet hebben nageleefd (het pas toe of leg uit principe).
Op basis hiervan zou je inderdaad kunnen zeggen dat de accountant nagaat of de corporate governance informatie:
- voldoet aan de rapportage-eisen (bevat alle relevante informatie);
- consistent is met de jaarrekening (bevat geen materiële tegenstrijdigheden);
- consistent is met de controlebevindingen.
Inhoud van de corporate governance verklaring
De verklaring inzake corporate governance dient volgens het Besluit Corporate Governance een aantal aspecten te bevatten:
-
een uitspraak betreffende de naleving van de principes en best practice bepalingen van De Code die zijn gericht tot het bestuur of de raad van commissarissen,
alsmede een vermelding waar deze gedragscode voor het publiek beschikbaar is;
-
een mededeling over de belangrijkste kenmerken van het beheers- en controlesysteem van de
vennootschap met betrekking tot de financiële verslaggeving;
-
een mededeling over het functioneren van de aandeelhoudersvergadering;
-
een mededeling over de samenstelling en het functioneren van het bestuur, de raad van commissarissen en de commissies van de raad van commissarissen;
-
een mededeling ingevolge Besluit overnamerichtlijn artikel 10 eerste lid, onder c, d, f, h en i; en
-
een lijst van namen met een bijzonder statutair recht op het gebied van de zeggenschap (artikel
392 lid 1, onder e, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek).
Dat vindt het NBA blijkbaar ook want anders was deze nieuwe concept-handreiking niet nodig geweest die nu juist aangeeft dat er additionele werkzaamheden nodig zijn om een situatie te bereiken waarin alle best practice-bepalingen worden gecontroleerd.
Op pagina 10 is een opsomming te vinden van de best practice-bepalingen waarom het gaat (II.3.4, III.3.4, III.3.5, III.5.13, II.6.3, III.6.4 en IV.1.1).
Wie heeft er nu gelijk?
De opmerking van Eumedion wijst er op dat een deel van het maatschappelijk verkeer van mening is dat de accountant de complete corporate governance verklaring controleert.
Dat lijkt ook logisch, want dat was toch altijd al het geval?
Ja, gedeeltelijk is dat waar.
We moeten daarbij echter wel bedenken dat de accountant maar een relatief beperkte controle uitvoert.
Zoals eerder aangeven betreft dat een formele toets of het jaarverslag voldoet aan de eisen van artikel 391 BW2 en een toets of het jaarverslag verenigbaar is met de jaarrekening en met de controlebevindingen.
Wat de NBA nu voorstelt is een inhoudelijke toetsing van een aantal best practices en dat is meer controlewerk dan wat de accountant voorheen uitvoerde in het kader van de wettelijke controle.
Vandaar dat toestemming van de raad van commissarissen nodig is omdat er meer gefactureerd moet worden, voor werkzaamheden die volgens de NBA niet onder de normale controle werkzaamheden vallen.
Ik ben van mening dat de NBA dat best wel duidelijker had kunnen communiceren.
Wie de vorige handreiking nr. 1109 doorneemt moet die wel heel goed lezen om te begrijpen wat de accountant nu feitelijk "controleert" en wat die controle inhoudt.
De nieuwe concept-handreiking is eveneens niet echt duidelijk en veel te uitgebreid.
Hoe nu verder?
Het accountantsberoep krijgt steeds meer te maken met overbodige en ingewikkelde regelgeving.
Het lijkt mij dat de beroepsorganisatie NBA daarin veel terughoudender moet zijn.
Ik heb er zelf twee uitgebreide weblogs aan besteed en ik heb niet de illusie dat de gemiddelde lezer dit nog begrijpt. Overigens betwijfel ik dat ook van de gemiddelde accountant, want voor velen is corporate governance een vrij onbekend vakgebied.
Op deze handreiking zitten dan ook volgens mij velen uit het maatschappelijk verkeer niet te wachten. Alhoewel dat niet goed is vast te stellen want de antwoorden op de consultatie zijn (nog?) niet openbaar.
Dat betekent nog even bankzitten met onze teckel Nikkie.
Daarbij is het volstrekt onduidelijk wat de belangrijkste stakeholders nu van de accountant willen als het gaat om de "controle" van de corporale governance verklaring.
De reactie van Eumedion is in ieder geval een teken aan de wand dat men het niet begrijpt.
De NBA zou in ieder geval eerst maar eens goed moeten sonderen wat men nu echt wil.
Pas dan kan men bepalen wat de accountant daarvoor moet doen.
Mijn advies zou zijn dat de NBA eenvoudig voorstelt dat op alle corporate governance informatie een toets wordt uitgevoerd of de verplichte informatie is opgenomen en dat die ook klopt met de werkelijkheid.
Dat is denk ik wat alle betrokkenen bij de vennootschap verwachten.
Ik vind daarbij steun in een interessant artikel van de European Company Law Experts die een reactie hebben geschreven op de corporate governance voorstellen van de Europese Commissie.
Op pagina 12 stelt deze groep dat accountants kunnen worden belast met de controle of de governance verklaring betekenisvol was of misleidend, zonder dat zij worden geacht het oordeel van het bestuur en commissarissen te evalueren.
Toezicht door overheidsinstanties wijzen zij ook af.
Een inhoudelijke oordeel, door de accountant, ook al is dit vrijwillig, heb ik al eerder afgewezen.
Die weg moeten we niet opgaan.
PS. De reacties op de conceptrichtlijn zijn inmiddels (21 januari) openbaar gemaakt op de website van de NBA. Mogelijk kom ik daar later op terug.
donderdag 10 januari 2013
Korte termijn Aandeelhouders
Ik heb me al vaker bezig gehouden met de verkeerde gedachte dat het vermeende korte termijn gedrag van aandeelhouders schadelijk is voor het voortbestaan van een beursgenoteerde onderneming op de lange termijn. Zie hiervoor bijvoorbeeld mijn kritiek op de Kay Review van 11 september 2012.
Veel van mijn academische collega's zijn van dit denkbeeld overtuigd, zodat het voor mij plezierig was om een artikel van professor Mark Roe van Harvard Law School tegen te komen die mijn mening deelt.
Het gaat om de gedachte dat de huidige aandelenmarkt met zijn accent op de korte termijn de ondernemingen ertoe dwingt om in steeds kortere planningsperioden. Investeren voor de langere termijn is daardoor onmogelijk geworden met alle rampzalige gevolgen van dien. Kay legt in zijn eindrapport een relatie tussen de afname van investeringen van ondernemingen als percentage van het Bruto Nationaal Product en het toenemende volume van aandelentransacties, waardoor de lange termijn aandeelhouder uit het zicht verdwijnt en de ondernemingen gedwongen worden tot korte termijn gedrag. Een soortgelijke redenering volgt de Europese Unie in het Green Report over het EU Corporate Governance Framework.
Mark Roe stelt terecht dat al die aandacht voor de mogelijke effecten van al die korte termijn aandeelhouders de aandacht afleidt van andere mogelijke oorzaken van korte termijn gedrag van ondernemingen. Daarnaast bestrijdt hij dat ondernemingen alleen maar interesse hebben voor de korte termijn en daardoor de lange termijn uit het oog verliezen.
Roe zegt dat de hoge marktwaarde van ondernemingen als Apple en andere high-tech ondernemingen er op wijzen dat de aandelenmarkt wel degelijk in staat is om het verdien-potentieel van die ondernemingen op de lange termijn in te schatten.
Een tweede argument van Roe is dat er weliswaar sprake is van gemiddeld steeds kortere perioden van aandeelhouderschap, maar dat dit weinig zegt over de invloed hiervan op het bestuur van beursgenoteerde ondernemingen. Hij wijst er op dat grote zakelijke beleggers als Vanguard en Fidelity hun aandelen nog steeds voor perioden van twee tot drie jaar in portefeuille houden. Een constatering die overigens ook voor de Nederlandse zakelijke beleggers geldt. Zie hiervoor het recente onderzoeksrapport van Eumedion over de langetermijn focus van Nederlandse institutionele beleggers, uitgevoerd door de Universiteit van Tilburg. Meer dan 80% van de omvang van de aandelenportefeuilles wordt voor vijf jaar of langer aangehouden zo blijkt.
Natuurlijk wordt een deel van de aandelen op de beurs elke dag in milliseconden verhandeld maar dat betekent nog niet dat alle aandeelhouders daaraan meedoen.
Een derde argument van Roe is dat een mogelijke korte termijn voorkeur ook kan worden veroorzaakt door de steeds kortere zittingstermijn van de bestuurders van beursgenoteerde ondernemingen. Een gemiddelde Amerikaanse CEO houdt het niet langer vol dan 6 tot 7 jaar en het is volkomen begrijpelijk dat zij in die periode goede resultaten op hun conto willen schrijven. Dat korte termijngedrag van CEO's is overigens ook empirisch vastgesteld aldus Roe.
Een vierde argument van Roe is dat ondernemingen waarschijnlijk onder de druk van marktomstandigheden op steeds kortere termijn moeten plannen en reageren. Dat betekent volgens hem niet dat zij zich verschuilen voor de toekomst, maar dat ze te maken met een economie met steeds kortere product- en planningscycli.
In een interview met Tim Cook, de opvolger van Steve Jobs als topman van Apple is daarvan een goed voorbeeld te vinden.
Daarin zegt hij dat 80% van de omzet van Apple van producten komt die 60 dagen geleden nog niet op de markt waren. Hj bedoelt de nieuwe iPhone5, nieuwe iPods, de nieuwe iPad, de nieuwe iPad-mini en de nieuwe MacBook Pro.
In de huidige markten moet je voortdurende vernieuwen n een steeds kortere tijdsspanne maar ook durven inzetten op volledig nieuwe producten en diensten die je op de lange termijn marktleider kunnen maken en houden.
Dat betekent investeren in Research en Development en in een cultuur waarin nieuwe ideeën kunnen gedijen. Het betekent ook dat het bezitten van fabrieken en daarin investeren een blok aan het been kan zijn. We zien steeds meer eens scheiding tussen denken en maken. Apple heeft bijvoorbeeld zelf geen productiecapaciteit maar besteedt alles uit. Dat is overigens niets nieuws want steeds meer ondernemingen doen dat. Als je de productie uitbesteed hoef je niet meer daarin te investeren voor de lange termijn en heb je geld vrij voor andere zaken.
Dat er in de UK minder wordt geïnvesteerd in productiemiddelen zoals Kay opvoert in zijn rapportage, is heel goed door dit fenomeen te verklaren.
Dat Britse ondernemingen minder investeren in productiemiddelen en het daardoor slecht doen, althans volgens Kay, heeft denk ik weinig te maken met die korte termijn aandeelhouders.
Zou het niet zo kunnen zijn dat Britse ondernemingen gewoon niet meekunnen in deze tijd door onvoldoende denkkracht en innovatie?
Is het echte probleem niet dat de ondernemingen slecht worden geleid en dat de hele infrastructuur in de UK niet goed meer mee kan in deze turbulente tijden. Misschien kan men beter meer investeren in goed onderwijs dan aandeelhouders de schuld geven. Misschien kan men beter zorgen voor een goede wegen en minder bureaucratie, om maar eens wat voorbeelden te geven. Dat laatste geldt overigens voor de Europese Unie en ons land.
Ik kwam laatst nog een aardig voorbeeld tegen van verspilling van overheidsgeld. Het Financial Services Committee van het Amerikaanse congres zegt dat, de nieuwe Dodd-Frank wetgeving om een nieuwe financiële crisis te voorkomen nu al al meer dan 7.365 pagina's beslaat en men is nog nog maar net op de helft. Zoals het congreslid Neugebacher van deze commissie zegt . . Het kost financiële ondernemingen in Amerika meer dan 24 miljoen manuur per jaar om er aan te voldoen. Het kostte 20 miljoen manuur om het Panama kanaal aan te leggen!
Wat een verspilling van geld! Er zijn belangrijker zaken dan aandeelhouders, denk ik zo.
Veel van mijn academische collega's zijn van dit denkbeeld overtuigd, zodat het voor mij plezierig was om een artikel van professor Mark Roe van Harvard Law School tegen te komen die mijn mening deelt.
Het gaat om de gedachte dat de huidige aandelenmarkt met zijn accent op de korte termijn de ondernemingen ertoe dwingt om in steeds kortere planningsperioden. Investeren voor de langere termijn is daardoor onmogelijk geworden met alle rampzalige gevolgen van dien. Kay legt in zijn eindrapport een relatie tussen de afname van investeringen van ondernemingen als percentage van het Bruto Nationaal Product en het toenemende volume van aandelentransacties, waardoor de lange termijn aandeelhouder uit het zicht verdwijnt en de ondernemingen gedwongen worden tot korte termijn gedrag. Een soortgelijke redenering volgt de Europese Unie in het Green Report over het EU Corporate Governance Framework.
Mark Roe stelt terecht dat al die aandacht voor de mogelijke effecten van al die korte termijn aandeelhouders de aandacht afleidt van andere mogelijke oorzaken van korte termijn gedrag van ondernemingen. Daarnaast bestrijdt hij dat ondernemingen alleen maar interesse hebben voor de korte termijn en daardoor de lange termijn uit het oog verliezen.
Roe zegt dat de hoge marktwaarde van ondernemingen als Apple en andere high-tech ondernemingen er op wijzen dat de aandelenmarkt wel degelijk in staat is om het verdien-potentieel van die ondernemingen op de lange termijn in te schatten.
Een tweede argument van Roe is dat er weliswaar sprake is van gemiddeld steeds kortere perioden van aandeelhouderschap, maar dat dit weinig zegt over de invloed hiervan op het bestuur van beursgenoteerde ondernemingen. Hij wijst er op dat grote zakelijke beleggers als Vanguard en Fidelity hun aandelen nog steeds voor perioden van twee tot drie jaar in portefeuille houden. Een constatering die overigens ook voor de Nederlandse zakelijke beleggers geldt. Zie hiervoor het recente onderzoeksrapport van Eumedion over de langetermijn focus van Nederlandse institutionele beleggers, uitgevoerd door de Universiteit van Tilburg. Meer dan 80% van de omvang van de aandelenportefeuilles wordt voor vijf jaar of langer aangehouden zo blijkt.
Natuurlijk wordt een deel van de aandelen op de beurs elke dag in milliseconden verhandeld maar dat betekent nog niet dat alle aandeelhouders daaraan meedoen.
Een derde argument van Roe is dat een mogelijke korte termijn voorkeur ook kan worden veroorzaakt door de steeds kortere zittingstermijn van de bestuurders van beursgenoteerde ondernemingen. Een gemiddelde Amerikaanse CEO houdt het niet langer vol dan 6 tot 7 jaar en het is volkomen begrijpelijk dat zij in die periode goede resultaten op hun conto willen schrijven. Dat korte termijngedrag van CEO's is overigens ook empirisch vastgesteld aldus Roe.
Een vierde argument van Roe is dat ondernemingen waarschijnlijk onder de druk van marktomstandigheden op steeds kortere termijn moeten plannen en reageren. Dat betekent volgens hem niet dat zij zich verschuilen voor de toekomst, maar dat ze te maken met een economie met steeds kortere product- en planningscycli.
In een interview met Tim Cook, de opvolger van Steve Jobs als topman van Apple is daarvan een goed voorbeeld te vinden.
Daarin zegt hij dat 80% van de omzet van Apple van producten komt die 60 dagen geleden nog niet op de markt waren. Hj bedoelt de nieuwe iPhone5, nieuwe iPods, de nieuwe iPad, de nieuwe iPad-mini en de nieuwe MacBook Pro.
In de huidige markten moet je voortdurende vernieuwen n een steeds kortere tijdsspanne maar ook durven inzetten op volledig nieuwe producten en diensten die je op de lange termijn marktleider kunnen maken en houden.
Dat betekent investeren in Research en Development en in een cultuur waarin nieuwe ideeën kunnen gedijen. Het betekent ook dat het bezitten van fabrieken en daarin investeren een blok aan het been kan zijn. We zien steeds meer eens scheiding tussen denken en maken. Apple heeft bijvoorbeeld zelf geen productiecapaciteit maar besteedt alles uit. Dat is overigens niets nieuws want steeds meer ondernemingen doen dat. Als je de productie uitbesteed hoef je niet meer daarin te investeren voor de lange termijn en heb je geld vrij voor andere zaken.
Dat er in de UK minder wordt geïnvesteerd in productiemiddelen zoals Kay opvoert in zijn rapportage, is heel goed door dit fenomeen te verklaren.
Dat Britse ondernemingen minder investeren in productiemiddelen en het daardoor slecht doen, althans volgens Kay, heeft denk ik weinig te maken met die korte termijn aandeelhouders.
Zou het niet zo kunnen zijn dat Britse ondernemingen gewoon niet meekunnen in deze tijd door onvoldoende denkkracht en innovatie?
Is het echte probleem niet dat de ondernemingen slecht worden geleid en dat de hele infrastructuur in de UK niet goed meer mee kan in deze turbulente tijden. Misschien kan men beter meer investeren in goed onderwijs dan aandeelhouders de schuld geven. Misschien kan men beter zorgen voor een goede wegen en minder bureaucratie, om maar eens wat voorbeelden te geven. Dat laatste geldt overigens voor de Europese Unie en ons land.
Ik kwam laatst nog een aardig voorbeeld tegen van verspilling van overheidsgeld. Het Financial Services Committee van het Amerikaanse congres zegt dat, de nieuwe Dodd-Frank wetgeving om een nieuwe financiële crisis te voorkomen nu al al meer dan 7.365 pagina's beslaat en men is nog nog maar net op de helft. Zoals het congreslid Neugebacher van deze commissie zegt . . Het kost financiële ondernemingen in Amerika meer dan 24 miljoen manuur per jaar om er aan te voldoen. Het kostte 20 miljoen manuur om het Panama kanaal aan te leggen!
Wat een verspilling van geld! Er zijn belangrijker zaken dan aandeelhouders, denk ik zo.
woensdag 8 september 2010
De betrokken aandeelhouder?
Het Europees groenboek inzake corporate governance van financiële instellingen kan ook in Amerika op belangstelling rekenen.
Business Law Prof Blog gaat daarbij met name in op de rol van de aandeelhouders.
Het groenboek geeft een viertal redenen waarom aandeelhouders geen interesse hebben in de gang van zaken bij financiële instellingen of waarom zij zo passief zijn (paragraaf 3.5):
In een reactie hierop stelt de European Federation for Retirement Provision (EFRP) dat pensioenfondsen (en andere aandeelhouders) voor zichzlef moeten kunnen beslissen of meer betrokkenheid van aandeelhouders de moeite waard. De federatie erkent wel dat meer betrokkenheid bevorderen een goede beleidslijn is. Ook ons eigen Eumedion is geen voorstander van te veel en gedetailleerde Europese corporate governance voorschriften. Wel toont Eumedion zich voorstander van het opstellen van een aantal ‘high level’ gedragsprincipes voor institutionele beleggers.
Business Law Prof Blog zoemt in op het eerste argument en beklemtoont dat aandeelhouders geen eigenaren zijn. Een boodschap die ook ik al verschillende malen heb gebracht. Recent nog in een artikel in de Holland Management Review over Aandeelhouderswaarde.
Joshua Feershee van het blog stelt dat hij niet goed kan inzien hoe meer betrokkenheid van aandeelhouders de financiële crisis had kunnen voorkomen. Aandeelhouders verkopen vaak hun aandelen als zij niet tevreden zijn met het beleid van de onderneming of als zij op de hoogte komen van problemen die niet meer op te lossen zijn. Als een onderneming in de problemen zit kunnen aandeelhouders stemmen wat ze willen, maar er is veelal niets meer over om zicht druk om te maken.
Feershee ziet niet in waarom meer verplichte aandeelhoudersbetrokkenheid het antwoord is, als aandeelhouders al heel lang niet meer betrokken zijn.
In mijn artikel noem ik dat het probleem van de "verdwenen aandeelhouder'.
We kunnen wel keer op keer stellen dat er trouwe aandeelhouders moeten zijn (als vermeende oplossing voor een aantal governance problemen), maar deze categorie aandeelhouder is helaas een bedreigde diersoort geworden.
Business Law Prof Blog gaat daarbij met name in op de rol van de aandeelhouders.
Het groenboek geeft een viertal redenen waarom aandeelhouders geen interesse hebben in de gang van zaken bij financiële instellingen of waarom zij zo passief zijn (paragraaf 3.5):
- bepaalde rendabiliteitsmodellen, gebaseerd op het bezit van een portefeuille met
verschillende effecten, hebben als gevolg dat het eigendomsbegrip dat gewoonlijk met het bezit van effecten verbonden is, hiervan wordt losgemaakt of zelfs verdwijnt; - de kosten die op de institutionele beleggers zouden rusten als zij zich actief zouden willen inzetten voor de governance van de financiële instelling, kunnen mede een ontradend effect veroorzaken, in het bijzonder als deze beleggers slechts over een minieme participatie beschikken;
- belangenconflicten (hiermee wordt bedoeld dat institutionele beleggers eerder op de korte termijn dan op de lange termijn willen beleggen);
- het ontbreken van effectieve rechten om hun controle uit te oefenen (in bepaalde rechtsgebieden hebben aandeelhouders bijvoorbeeld geen stemrecht inzake de beloning van bestuurders), het handhaven van bepaalde belemmeringen voor het grensoverschrijdend uitoefenen van het stemrecht, de onzekerheden betreffende bepaalde juridische begrippen (bijvoorbeeld "samenwerking") en het verspreiden door de financiële instellingen van informatie die te complex en te weinig leesbaar is voor de aandeelhouders, in het bijzonder betreffende risico's, kunnen er in diverse mate toe bijdragen dat beleggers worden ontraden actief te participeren in de financiële instellingen waarin zij beleggen.
In een reactie hierop stelt de European Federation for Retirement Provision (EFRP) dat pensioenfondsen (en andere aandeelhouders) voor zichzlef moeten kunnen beslissen of meer betrokkenheid van aandeelhouders de moeite waard. De federatie erkent wel dat meer betrokkenheid bevorderen een goede beleidslijn is. Ook ons eigen Eumedion is geen voorstander van te veel en gedetailleerde Europese corporate governance voorschriften. Wel toont Eumedion zich voorstander van het opstellen van een aantal ‘high level’ gedragsprincipes voor institutionele beleggers.
Business Law Prof Blog zoemt in op het eerste argument en beklemtoont dat aandeelhouders geen eigenaren zijn. Een boodschap die ook ik al verschillende malen heb gebracht. Recent nog in een artikel in de Holland Management Review over Aandeelhouderswaarde.
Joshua Feershee van het blog stelt dat hij niet goed kan inzien hoe meer betrokkenheid van aandeelhouders de financiële crisis had kunnen voorkomen. Aandeelhouders verkopen vaak hun aandelen als zij niet tevreden zijn met het beleid van de onderneming of als zij op de hoogte komen van problemen die niet meer op te lossen zijn. Als een onderneming in de problemen zit kunnen aandeelhouders stemmen wat ze willen, maar er is veelal niets meer over om zicht druk om te maken.
Feershee ziet niet in waarom meer verplichte aandeelhoudersbetrokkenheid het antwoord is, als aandeelhouders al heel lang niet meer betrokken zijn.
In mijn artikel noem ik dat het probleem van de "verdwenen aandeelhouder'.
We kunnen wel keer op keer stellen dat er trouwe aandeelhouders moeten zijn (als vermeende oplossing voor een aantal governance problemen), maar deze categorie aandeelhouder is helaas een bedreigde diersoort geworden.
Abonneren op:
Posts (Atom)
