Posts tonen met het label aandeelhoudersrechten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label aandeelhoudersrechten. Alle posts tonen

maandag 13 juli 2015

Stemrecht wijkt af van kapitaalbelang: Nederland het "putje' van internationale markten?

In een interview in het Financieele Dagblad van 7 juli, uit Eumedion, de koepelorganisatie van institutionele beleggers in Nederland zijn zorgen over misbruik van het vennootschapsrecht.
Volgens Eumedion kiezen buitenlandse bedrijven er steeds vaker voor hun statutaire zetel in Amsterdam te plaatsen omdat grootaandeelhouders hier met een beschermingsconstructie kunnen worden voorgetrokken boven andere aandeelhouders.

"Putje"
Directeur Rients Abma van Eumedion zegt daarover:
"Nederland dreigt het putje van de internationale markten te worden. De reputatie van Nederland komt onder het vergrootglas te liggen bij buitenlandse beleggers. Dit soort constructies hebben een slechte naam."
Het principe van het "een aandeel, een stem wordt hierdoor doorbroken en Eumedion vindt dat hierdoor de aandeelhouders met minder stemrecht onvoldoende worden beschermd.
Voorbeelden van ondernemingen die volgens Eumedion het Nederlandse vennootschapsrecht misbruiken om oprichters of insiders te beschermen zijn Fiat, CNH Industrial, Cnova, Ferrari en Mylan.
Recent heeft ook Altice aangekondigd om twee klassen aandelen in Amsterdam te gaan introduceren, waarvan de B-aandelen meer stemmen bieden dan de A-aandelen. Op deze manier houdt de oprichter van Altice, zo'n 92% van het stemrecht.
Eumedion wil aanpassing van de spelregels van de beurs of van de wet om andere aandeelhouders beter te beschermen.

Eumedion ziet spoken
Mick den Boogert trekt in een opiniestuk in het Financieele Dagblad op 13 juli stevig van leer tegen dit vermeende misbruik.
Abma en Eumedion zien spoken, zegt hij.

Buitenlandse bedrijven doen niets anders dan gebruikmaken van de mogelijkheden in Nederland.
Het is apekool om te beweren dat grootaandeelhouders hier worden voorgetrokken met een beschermingsconstructie, want grootaandeelhouders en beschermingsconstructies hebben niets met elkaar te maken. Zijn er grootaandeelhouders dan is er immer geen behoefte aan een beschermingsconstructie zo redeneert hij.
Den Boogert bepleit behoud van ruimte voor variatie in de inrichting van de beursvennootschap die de NV-vorm zo aantrekkelijk maakt.
Hij beschuldigt Eumedion ook van de ambitie een "Noordkoreaans vennootschapsmodel" na te streven.
Bevalt het ze niet, dan moeten ze maar afzien van beleggen in zulke vennootschappen.

U merkt het, Mick den Boogert is oprecht en heel erg boos.
Dat begrijp ik ook wel een beetje want den Boogert zelf is nauw betrokken bij tal van beschermingsconstructies en kent daarom vanuit de praktijk alle voor- en nadelen van deze constructies, mogen we aannemen.
Zo is op de website van de Stichting Beheer SNS Reaal te lezen dat Mick naast vicevoorzitter bij deze stichting ook nog de volgende nevenfuncties heeft:
  • Voorzitter bestuur Stichting preferente aandelen Heijmans
  • Voorzitter bestuur Stichting preferente aandelen TomTom 
  • Voorzitter bestuur Stichting beschermingspreferente aandelen Fugro
  • Lid bestuur Stichting administratiekantoor TKH Group
  • Lid bestuur Stichting ING Aandelen 
  • Lid bestuur Stichting preferente aandelen ASML
  • Lid bestuur Stichting preferente aandelen DSM
  • Lid bestuur Stichting preferente aandelen Philips 
  • Lid bestuur Stichting preferente aandelen USG People
  • Lid bestuur Stichting tot het houden van Preferente aandelen Wereldhave
Daarnaast is Mick den Boogert ook nog emeritus hoogleraar effectenrechten en staat hij in de Top-200 van de invloedrijkste Nederlanders van de Volkskrant op plek 148 met als functie "Bestuurder Beschermingsconstructies.'
Ik sluit niet uit dat die grote persoonlijke betrokkenheid een subjectieve inbreuk maakt op de objectiviteit van de academicus.

Nadere analyse
Het komt niet zo vaak voor dat twee uitermate deskundige heren het zo met elkaar oneens zijn.
Het komt evenmin vaak voor dat daarbij nogal stevige woorden niet zijn geschuwd.
Beide heren missen naar mijn mening echter een paar essentiële zaken en de nodige nuance.

Allereerst is Nederland helemaal niet het putje van de internationale markten.
Ook andere landen kennen soortgelijke constructies, waarbij er een aantal zijn die zelfs aandelen zonder stemrecht toestaan, zoals o.a. België, Engeland, Zwitserland, Spanje en de Verenigde Staten (zie de oratie van prof. mr. Schwarz uit 1990).
In dat laatste land waren het bijvoorbeeld recent de beursgang van Google, Groupon, Facebook en Alibaba die gebruik maakten de uitgifte van zgn. dual-class shares. Ook ondernemingen als Ford, Warren Buffett's Berkshire Hathaway. kennen deze constructie
Wij kennen in ons land alleen de mogelijkheid van stemrechtloze aandelen bij de besloten vennootschap.

Nederland kent echter wel de mogelijkheid om preferente- of prioriteitsaandelen uit te geven, maar niet de mogelijkheid tot aandelen zonder stemrecht. Over preferente aandelen is op de website Wet&Recht te lezen:
"Prioriteitsaandelen worden ook wel eens ‘gouden aandelen’ (of, indien het er één is: ‘het Gouden Aandeel’, ‘the Golden Share’) genoemd. Dat komt doordat een prioriteitsaandeel eigenlijk een gewoon aandeel is, maar er is wel veel zeggenschap aan toebedeeld. Die zeggenschap kan op veel fronten zijn. Denk daarbij aan het doen van een bindende voordracht voor een bestuurder of commissaris en het hebben van een vetorecht bij bepaalde beslissingen. De beslissingen die kunnen worden tegengehouden zijn divers, denk aan de beslissingen voor het ontbinden van de vennootschap, het verkopen van grote gedeeltes van het bedrijf of het wijzigen van de statuten."
Ook het argument van Mick den Boogert dat grootaandeelhouders geen bescherming nodig hebben is iets bezijden de waarheid.
Nederland kent wel degelijk de mogelijkheid van stevige beschermingsconstructies waarbij de grootaandeelhouder wel degelijk wordt geremd in het uitoefenen van zijn rechten.

Als voorbeeld, de eerder door mij besproken beschermingsconstructies van Fugro, waar den Boogert nauw bij betrokken is als Voorzitter van het bestuur Stichting beschermingspreferente aandelen Fugro.
Boskalis heeft een belang rond de 25% opgebouwd in Fugro, maar kan vermoedelijk door de 3 door Fugro opgebouwde beschermingsconstructies nog geen deuk in een pakje boter slaan.
Beschermingsconstructies kunnen naar mijn mening wel degelijk de zeggenschap van aandeelhouders belemmeren.

Wat echter vaak over het hoofd wordt gezien is dat aandeelhouders daar zelf voor kunnen kiezen.
Allereerst door wel of geen aandelen te kopen in ondernemingen met beschermingsconstructies of constructies die het stemrecht van aandelen beperken.
Ten tweede door niet akkoord te gaan met statutenwijzigingen die dergelijk constructies introduceren.

Opvallen genoeg hebben aandeelhouders in de praktijk helemaal geen moeite met dergelijke constructies.
Een voorbeeld: de aandelen van Google en Alibaba vlogen als warme boordjes over de toonbank ook al gaven die geen stemrecht.
Nog een voorbeeld: De aandeelhouders van Fugro stemden zelf in meerderheid in met het optuigen van een derde beschermingswal op de Antillen.
Evenmin hebben aandeelhouders moeite met het kopen van certificaten van aandelen, waarbij het stemrecht hen wordt onthouden en wordt ondergebracht in een administratiekantoor.

Conclusie
Stemrecht en beschermingsconstructies lopen in deze discussie nogal door elkaar en dat schept onnodige verwarring.
Of er sprake is van misbruik waag ik overigens te betwijfelen. Dat zijn veel te stevige woorden, omdat wij in ons land in de pas lopen met buitenlandse wetgeving als het gaat om de stemrechten van aandeelhouders.

Kortom het valt allemaal nog wel mee.
Overigens Mick, naar mijn weten kent Noord-Korea geen aandelenbeurzen, geen vennootschapsmodel en ook geen corporate governance code.
Kan me ook niet voorstellen dat Eumedion dat NoordKoreaanse model nastreeft als rasechte kapitalisten.

Naschrift: wie meer wil weten over stemrechtloze aandelen verwijs ik graag naar een artikel van Mr. N. Rachak in het tijdschrift Vennootschap & Onderneming (hier te verkrijgen).

vrijdag 22 mei 2015

Dubbel stemrecht aandeelhouders Air France-KLM

Afgelopen donderdag bepaalde de aandeelhoudersvergadering van Air France-KLM dat aandeelhouders die minstens twee jaar zitten vanaf maart 2016 dubbel stemrecht hebben.
Zo meldt het Financieel Dagblad (FD) in een bericht van 21 mei j.l.

Op basis van de zogeheten Florange-wet is daarmee de invloed van de Franse overheid aanmerkelijk toegenomen bij dit concern.
Volgens de journalisten van het FD  . . . "past deze wet in een bredere Europese trend om lang zittende aandeelhouders meer rechten te geven, ten koste van "hijgerige" beleggers die slechts uit zijn op korte termijn gewin."
Als ik zoiets lees word ik een beetje korzelig want dit klopt niet.

Die Florange-wet is een puur politieke daad van premier Hollande die is bedoeld om vijandelijke overnames te bemoeilijken.
De titel van de wet zegt het al: Florange is de stad waar ArcelorMittal probeerde om twee hoogovens te sluiten na een succesvolle vijandelijke overname. ArcelorMittal trok dit in na dat Frankrijk dreigde om de fabriek te nationaliseren.

De Franse overheid doet dit via deze wet op twee manieren:
-verhogen van het stemrecht voor trouwe aandeelhouders
-bemoeilijken van vijandige overnames.

Verhogen stemrecht
Ondernemingen konden in Frankrijk altijd al kiezen voor een verhoging van het stemrecht voor trouwe aandeelhouders, maar dat was niet verplicht.
Desondanks hebben meer dan de helft van de Franse beursgenoteerde ondernemingen al een dergelijke regel ingevoerd.
Deze wet draait de situatie echter om: voortaan krijgen alle "trouwe" aandeelhouders verplicht dubbelstemrecht tenzij twee-derde van de aandeelhouders daar niet mee akkoord gaat.
Dat is de reden dat dit punt in stemming werd gebracht bij de aandeelhoudersvergadering van Air France-KLM.

Bemoeilijken vijandige overnames
De Franse wetgeving geeft ondernemingen ook de mogelijkheid om Constructies in te voeren die een overname bemoeilijken (zgn. poison pils) en vereist ook dat een vijandige bieder onderhandelt met de  ondernemingsraad alvorens door te gaan met een vijandig bod.

Doel?

Premier Hollande stelt dat deze wet bedoeld is om lange termijn aandeelhouderschap te stimuleren.
De achterliggende gedachte is dat de wet duidelijk bedoeld is om vijandig overnames (met name vanuit het buitenland) te bemoeilijken.
Een onbedoeld neveneffect is dat deze wet tegelijkertijd het zittende en mogelijk onproductieve bestuur beschermt tegen een overname.
Dat komt omdat met name activistische aandeelhouders minder zeggenschap krijgen in ondernemingen,omdat zij veelal hun belang kortstondig aanhouden.
Bedenk daarbij dat de Franse Staat vaak grote belangen heeft in belangrijke industrieën en dat zij daardoor ineens veel meer zeggenschap krijgt op de aandeelhoudersvergadering (de stem verdubbeld).
Het is nog net geen nationalisatie maar het lijkt er veel op.
Dat betekent dat er een (staats)aandeelhouder ontstaat met veel macht en met een vaak beperkt nationalistisch belang. Dat kan gaan botsen met de belangen van de andere aandeelhouders, denk bijvoorbeeld aan werkgelegenheid.

Kanttekeningen
Wat je uiteindelijk bereikt met deze wetgeving is nogal dubieus.
Je zou kunnen zeggen dat deze regel in het voordeel is van institutionele beleggers, want deze houden over het algemeen hun aandelenbelang langer dan de gemiddelde investeerder.
Maar de gemiddelde actieve fondsbeleggers hebben daar weinig aan want die hebben een verloop in aandelen van ongeveer een jaar.
Ook andere zakelijk beleggers zijn niet zo blij met deze maatregel omdat in de praktijk vooral grote aandeelhouders als overheden en families hiervan kunnen profiteren.
Dat moedigt de betrokkenheid van andere beleggers op de lange termijn niet aan.
Bedenk daarbij ook dat deze wet nogal wat administratieve rompslomp veroorzaakt omdat aandelen aan toonder op naam moeten worden gezet om te kunnen controleren of de termijn van twee jaar bezit is behaald.
Tenslotte is naar mijn weten nog niet wetenschappelijk bewezen dat een dergelijke maatregel ook daadwerkelijk helpt.
Het blijft de vraag of trouwe aandeelhouders ook daadwerkelijk betere aandeelhouders zijn.
Met als voornaamste probleem: wat zijn nu uiteindelijk goede aandeelhouders?
Zij die jaar in jaar uit trouw het management en het gevoerde beleid steunen of zij die kortstondig een belang nemen en de boel heftig gaan opschudden?

Conclusie
Laten we helder zijn, het gaat de Franse overheid alleen maar over het belonen van 1 bepaalde aandeelhouder, en dat is de Franse staat zelf.
Het is domweg een protectionistische maatregel vervat in een mooi sausje van het bevorderen van trouwe aandeelhouders.
Daarom past het ook niet in een Europese trend zoals wordt beweerd in het artikel in het FD.

Tenslotte nog een belangrijke vraag: moet de overheid nu beslissen welke soort aandeelhouders het beste is of laten we dat over aan de ondernemingen zelf?
Wat mij betreft het laatste.
Voor wie meer wil lezen over dit onderwerp is er een interessante notitie van onze eigen overheid over het belonen van trouwe aandeelhouders.

donderdag 8 mei 2014

Europese Commissie versterkt aandeelhoudersrechten

Op 9 april kwam eurocommissaris Barnier met maatregelen om de betrokkenheid van aandeelhouders te versterken en "say on pay' in te voeren voor de grootste Europese ondernemingen.
De voornaamste onderdelen van de  richtlijn  zijn:
  • aandeelhouders mogen jaarlijks stemmen over het beloningsrapport;
  • belangrijke transacties tussen verbonden partijen moeten voortaan door de aandeelhoudersvergadering worden goedgekeurd;
  • bewaarbanken hebben de plicht om de uitoefening van stemrechten te faciliteren;
  • institutionele beleggers moeten een constructieve dialoog aangaan en ondernemingen beoordelen op de middellange tot lange termijnprestaties;
  • institutionele beleggers moeten hun stemgedrag openbaar maken en daarop een toelichting geven.
Say on pay

Het voorstel beoogt meer transparantie in het beloningsbeleid en de feitelijke beloning van bestuurders te brengen alsmede de relatie tussen beloning en prestaties van bestuurders te versterken door het toezicht van aandeelhouders op de beloning te vergroten.
De concrete maatregelen daarvoor zijn:
"Artikel 9 bis en artikel  9 ter verplichten beursgenoteerde vennootschappen om zowel over hun beloningsbeleid als over de beloning van individuele bestuurders gedetailleerde en gebruikersvriendelijke informatie te publiceren en artikel 9 verleent de Commissie de bevoegdheid om een gestandaardiseerde presentatie van bepaalde informatie bij uitvoeringshandeling vast te stellen. Zoals verduidelijkt wordt in artikel 9 bis, lid 3, en artikel 9 ter, lid 1, moeten alle bonussen voor bestuurders in ongeacht welke vorm in het beloningsbeleid en in het beloningsverslag aan bod komen. Deze artikelen geven aandeelhouders stemrecht ten aanzien van het beloningsbeleid en het beloningsverslag, waarin wordt beschreven hoe het beloningsbeleid het voorafgaande jaar is uitgevoerd. Het beloningsverslag maakt het gemakkelijker voor aandeelhouders om hun rechten uit te oefenen en dwingt bestuurders om verantwoording af te leggen."
In een groot aantal landen (waaronder Nederland) is het al zo dat de aandeelhoudersvergadering het remuneratiebeleid mag vaststellen.  Barnier gaat echter een stap verder want hij wil een betere en jaarlijkse verantwoording in de vorm van een beloningsverslag waar de aandeelhouders over kunnen stemmen. In het beloningsbeleid moet een maximaal beloningsniveau voor bestuurders zijn opgenomen. Ook moet worden toegelicht in hoeverre dit beleid de langetermijnbelangen en duurzaamheid dient.
In het Verenigd Koninkrijk geldt die verantwoordingsplicht en goedkeuring door aandeelhouders overigens al, maar daar is deze opgenomen in de UK Corporate Governance Code (de vrijwillige gedragscode voor beursgenoteerde ondernemingen).
We zien hier dus dat de Europese wetgever niet langer meer genoegen neemt met vrijwilligheid, maar deze maatregel verplichtend in de wet opneemt.
Overigens functioneert say-on-pay al sinds 2011 in de Verenigde Staten, maar dan alleen als een advies van de aandeelhouders, dat het bestuur naast zich neer kan leggen.
Overigens blijkt uit onderzoek van Jesse Eissinger dat dit geen effect heeft gehad op de hoogte van de bestuurdersbeloningen.
Ook collega Bainbridge is niet overtuigd van het nut van deze maatregel:
"Proponents of H.R.1257 or similar federal legislation entitling shareholders to vote on executive compensation must carry their burden of proving three distinct claims: First, that there is an executive compensation problem justifying legislative intervention. Second, say on pay is an effective solution to the problem. Third, that any such legislative intervention should be imposed at the federal level. 
If any of these claims fail, the case for a federal say on pay law collapses. In these remarks, I hope to demonstrate that none of the three holds up to close examination."
Ik merk op dat wij in Europa geen adviserende maar een beslissende bevoegdheid geven aan aandeelhouders over de goedkeuring van de beloning van bestuurders.
Daarnaast moet de het ondernemingsbestuur gaan verantwoorden waarom een directeur zoveel meer verdient dan de gemiddelde werknemer, waarbij het bestuur ook nader moet ingaan op de verhouding tussen het loon van de gemiddelde werknemer en de bestuurderssalarissen.
Ik merk op dat met deze maatregel de baas-koelie ratio in de Europese Unie zijn intrede heeft gedaan.
Over het vermeende nut daarvan heb ik al eerder geschreven, maar dan in negatieve zin.

Naar mijn mening ontbreekt de empirische onderbouwing van de deze maatregel van de commissie.
Het is mooie retoriek, die tegemoet aan een niet te onderkennen volkswoede over de hoge beloningen van bestuurders.

Pas toe of leg uit
Tegelijk met de richtlijn heeft de Europese commissie ook een aanbeveling gedaan over de kwaliteit van de rapportage over corporate governance.
In het actieplan van 2012 over Europees vennootschapsrecht en corporate governance werd het belang van kwalitatief goede toelichting onderstreept, met name voor investeerders, en werd een initiatief van de Commissie aangekondigd ter verbetering van de kwaliteit van rapportage over corporate governance en de kwaliteit van de toelichtingen in het bijzonder.
De commissie meent:
"Passende informatie over afwijkingen van de relevante codes en over de redenen voor deze afwijkingen is zeer belangrijk om ervoor te zorgen dat belanghebbenden met kennis van zaken beslissingen kunnen nemen over ondernemingen. Deze vermindert de informatieasymmetrie tussen de bestuurders en de aandeelhouders van een onderneming en doet derhalve voor deze laatsten de kosten voor controle dalen. De ondernemingen zouden duidelijk moeten aangeven van welke aanbevelingen van de code zij zijn afgeweken en voor elk geval toelichting moeten geven over de manier waarop de onderneming is afgeweken, de redenen voor de afwijking, de manier waarop de beslissing om van een aanbeveling af te wijken, tot stand is gekomen, het tijdskader van de afwijking en de maatregelen die zijn genomen om ervoor te zorgen dat het optreden van de onderneming consistent blijft met de doelstellingen van de aanbeveling en van de code.
Bij het verstrekken van die informatie zouden ondernemingen moeten vermijden gebruik te maken van gestandaardiseerde taal en moeten ingaan op de specifieke context van de onderneming die de afwijking van een aanbeveling verklaart. De toelichting zou gestructureerd moeten worden en zodanig moeten worden gepresenteerd dat zij gemakkelijk kan worden begrepen en gebruikt. Op deze manier zullen aandeelhouders gemakkelijker een constructieve dialoog kunnen aangaan met de onderneming.
Een doeltreffende „pas toe of leg uit”-aanpak vereist een efficiënte controle om ondernemingen te motiveren een corporate-governancecode na te leven of de niet-naleving ervan toe te lichten. In het groenboek van 2011 werd vastgesteld dat de door ondernemingen opgestelde verklaringen inzake corporate governance niet naar behoren bleken te worden gecontroleerd en dat weinig lidstaten overheidsinstanties of gespecialiseerde organen de volledigheid van de verstrekte informatie, en met name de toelichtingen, lieten controleren."
Ik merk op dat ook in ons land de verschillende monitoringcommissies kritische geluiden hebben laten horen over de kwaliteit van de toelichting van afwijkingen van de Nederlandse Corporate Governance Code. Tot nu toe heeft dat nog niet echt tot verbeteringen geleid. Het is de vraag of deze aanbevelingen van de Commissie wel resultaat boekt.

Conclusie
Zoals altijd vraag ik mij bij voorgestelde wetswijzigingen af of dit tot beter functionerende ondernemingen leidt. Dat is in ieder geval voor "say on pay' nogal discutabel.
De overige maatregelen heb ik niet behandeld, om deze bijdrage niet al te lang te maken.
De reactie van Eumedion, de vereniging van zakelijke beleggers, was in ieder geval positief.
De aanbevelingen over "'pas toe of leg uit" zijn op zich goed, maar het blijft de vraag wat er in de praktijk mee gaat gebeuren.

vrijdag 7 januari 2011

Facebook: waarom een onderhandse plaatsing?

Uiteindelijk heeft de sociale website Facebook besloten om aandelen te plaatsen bij het beleggend publiek. Maar niet door een Initial Public Offering (IPO) ofwel beursgang maar door een Private Placement (de onderhandse plaatsing van aandelen, waarbij deze rechtstreeks, zonder openbare inschrijving bij beleggers worden geplaatst.
In feite geschiedt deze plaatsing van 500 miljoen dollar aan aandelen aan een special purpose vehicle, opgericht door de bank Goldman Sachs. Op deze manier omzeilt Facebook de overschrijding van de limiet van 500 aandeelhouders, waardoor het niet hoeft te voldoen aan de publicatieverplichtingen van een beursgenoteerde onderneming. In feite is dit een legale innovatie omdat een beursgang niet meer nodig is, terwijl toch voldoende beleggers de mogelijkheid hebben om aandelen te kopen en Facebook voldoende eigen vermogen kan acquireren.
Goldman Sachs plaatst de aandelen via een beleggingsvehikel bij zijn rijkste klanten. Deze moeten minimaal $ 2 miljoen inleggen en mogen hun belegging niet eerder dan in 2013 van de hand doen. Het beleggingsvehikel krijgt een omvang van $ 1,5 miljard. De vraag is dusdanig groot dat de bank is gestopt met het aannemen van orders.
Goldman Sachs vraagt een vergoeding van 0,5% voor de kosten plus 4% voor de inschrijving, de zogeheten 'upfront fee', en nog eens 5% als er winst wordt gemaakt.


Een paar jaar geleden een beursgang nog de droom van elke startende onderneming, maar nu zijn er blijkbaar veel aantrekkelijker alternatieven. Een notering aan de beurs heeft veel van zijn glans verloren door de strenge regelgeving en de opkomst van de korte-termijn handelaren waardoor veel bestuurders van mening zijn dat zij de controle over de onderneming verliezen. Daarnaast zijn de kosten van een beursnotering ook steeds hoger geworden.


De conclusie die zich daarbij opdringt is dat de toegenomen kosten van een publieke notering het gewone beleggend publiek de mogelijkheid ontnemen om ook een aandeel te kopen in een mogelijk lucratieve belegging. Nu is dat gereserveerd voor de rijke klanten van Goldman, waar tegenover staat dat deze dan ook vooraan in de rij staan als het later drastisch misgaat.
Feit is dat Facebook een helder signaal afgeeft, een publieke notering is minder aantrekkelijk geworden en een direkte plaatsing is een aantrekkelijk alternatief, zoals ook Groupon, Twitter en Zynga laten zien.
Steven Pearlstein tekent daarbij aan dat dit volgens hem ook een goed beeld geeft van het rauwe kapitalisme op Wallstreet dat nog steeds werkt ondanks de kredietcrisis, waarbij vriendjespolitiek en voorkennis van een kleine kring van geprivilegieerden als norm gelden.


We zagen dit gedrag al eerder tijdens de internet-hype, waarbij de grote zakenbanken het spel beïnvloedden door door hun eigen analisten de toekomstige prestaties van ondernemingen die zijn naar de beurs brachten veel te zonnig voor te stellen. Daarnaast reserveerden zij een flink deel van aandelen voor zichzelf en voor hun rijke klanten tegen de uitgiftekoers. 
Voor de goede orde, dit gedrag is stevig aangepakt en er is nog niets bekend dat er op zou wijzen dat dit spelletje in een nieuw jasje is gestoken. Dat gevaar ligt echter wel weer op de loer, want het ook dit keer weer om heel veel geld en dan wordt de moraal nogal eens achtergesteld.


Ik deel ook niet de conclusie van Larry Ribstein dat de regels die bedacht zijn om de beursmarkt veilig te maken voor de gewone belegger er uiteindelijk in resulteren dat zij worden uitgesloten.
Ik denk dat dit fenomeen niet alleen wordt veroorzaakt door de strengere regels en hogere kosten bij een beursgang.
De beurs is in deze tijd niet meer het enige middel om grote sommen geld bij beleggers in te zamelen. Er zijn voldoende andere alternatieve gekomen, die blijkbaar beter voldoen dan een beursgang.
Het betekent wel dat de kwaliteit van veel IPO's zal afnemen omdat de beste beleggingskansen steeds meer buiten de beurs de markt op gaan. In de toekomst zullen IPO's dan ook veel meer gebruikt worden om zittende aandeelhouders aan liquide middelen te helpen of om startende ondernemingen met minder goede vooruitzichten aan startkapitaal te helpen.