Posts tonen met het label corporate governance verklaring. Alle posts tonen
Posts tonen met het label corporate governance verklaring. Alle posts tonen

donderdag 14 september 2017

Accountantsonderzoek corporate governance verklaring uitgebreid

Met ingang van het boekjaar 2017 hebben de controlerende accountants een uitgebreidere rol bij de corporate governance verklaring in het bestuursverslag.
Dit is het gevolg van de wettelijke verankering van de nieuwe corporate governance code zoals gepubliceerd in het Staatsblad op 7 september 2017.
De minister heeft in het besluit tot verankering van de Code van Manen bepaald dat de accountant de governance verklaring op dezelfde manier moet toetsen als de rest van het bestuursverslag.

In de oude situatie ging de accountant na of de corporate governance verklaring alle wettelijk verplichte elementen bevatte (aanwezigheidstoets) en of bepaalde elementen hieruit verenigbaar waren met de jaarrekening.
In de nieuwe situatie gaat de accountant na of de verklaring alle voorgeschreven elementen bevat en of de verklaring verenigbaar is met de jaarrekening. Daarbij dient de accountant nu ook materieel onjuistheden te signaleren in de corporate governance verklaring.
De toelichting van de minister als reactie op kamervragen stelt:
"Naar aanleiding van dit verzoek zal ik het ontwerpbesluit aanpassen zodat de accountant alle onderdelen van de verklaring inzake corporate governance toetst op dezelfde wijze als het bestuursverslag waarvan de verklaring deel uitmaakt. Het onderzoek van het bestuursverslag houdt in dat de accountant in het kader van de controle van de jaarrekening nagaat of het bestuursverslag conform de wettelijke vereisten is opgesteld en met de jaarrekening verenigbaar is. Ook dient de accountant te onderzoeken of er, in het licht van de tijdens het onderzoek van de jaarrekening verkregen kennis en begrip omtrent de rechtspersoon en zijn omgeving, materiële onjuistheden in het bestuursverslag zijn opgenomen (vgl. artikel 2:393 lid 3 BW). Deze aanpassing heeft tot gevolg dat de accountant bij zijn onderzoek van het bestuursverslag ook de daarin opgenomen verklaring inzake corporate governance in zijn geheel toetst op de informatie die hem tijdens zijn onderzoek van de jaarstukken ter kennis is gekomen. Dit biedt aan gebruikers meer zekerheid over de betrouwbaarheid van de informatie. Deze wijziging sluit ook aan bij de wijze waarop de accountant de niet-financiële verklaring toetst die door grote organisaties van openbaar belang in het bestuursverslag moet worden opgenomen (vgl. artikel 5 van het Besluit bekendmaking niet-financiële informatie)."
 Ik merk daarbij op dat de accountant hiermee aan hogere eisen moet gaan voldoen. Niet alleen in termen van meer werk om de conclusie te onderbouwen maar ook is er meer kennis dan voorheen nodig van het vakgebied corporate governance.

Het is opvallend dat deze wijziging mede tot stand is gekomen op aandringen van de Koninklijke Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA), die al begin dit jaar een brochure heeft uitgebracht wat er door de uitgebreidere rol van de accountant bij het bestuursverslag verandert.
Klaarblijkelijk heeft het NBA daarbij kennelijk vergeten hoe de accountant aan de benodigde kennis gaat komen om de corporate governance verklaring goed te kunnen controleren.
In de nieuwe eindtermen voor de opleiding tot accountant is het vak Corporate Governance helaas verdwenen en vervangen door een "stream" die . . . "als een rode draad door de opleiding loopt."
In de eindtermen staat te lezen dat:
"Corporate governance is een thema dat bij alle kernvakgebieden, Management Accounting & Control, Strategie, Leiderschap en Organisatie, Recht en Financiering, aan de orde komt."
Hoeveel studiepunten deze rode draad verdient is overigens niet opgegeven en dat laat men kennelijk aan de opleiding over.
Mijn kritiek over de handelwijze heb overigens al eens eerder geuit, voor dat de zwaardere rol bij de governance verklaring aan de orde kwam.

Ik vind het nogal onverstandig van de NBA om te lobbyen voor een zwaardere rol voor de accountant op het gebied van corporate governance, terwijl men nalaat de onderwijsinspanning op dat gebied te vergroten, ja zelfs drastisch verkleint.
De beroepsorganisatie is kennelijk van mening dat de accountant een belangrijke rol speelt in het toezien op goede corporate governance en het adviseren daarover.
Dat betekent dat er binnen de opleiding voor accountants ook de nodigde aandacht aan dit vakgebied moet worden besteed, anders kun je deze nieuw taak niet goed vervullen.
In dat licht bezien zijn de eindtermen dringend aan revisie toe.

Misschien mag ik er in dit verband nog eens op wijzen dat er in ieder geval een uitstekend en actueel leerboek beschikbaar is. Grondslagen van Corporate governance is nog steeds het enige Nederlandse leerboek op dit gebied.
Ik kan het alle accountants van harte aanbevelen.

zondag 20 december 2015

Nieuwe eindtermen accountancy en de rol van corporate governance

De Commissie Eindtermen Accountantsopleiding (CEA) heeft nieuwe opleidingseisen vastgesteld voor accountants. Vanaf 1 januari 2016 gelden deze nieuwe eindtermen met daarin extra aandacht voor gedragsaspecten.


Nieuwe opzet

De nieuwe opzet van de accountantsopleiding bevat een brede voor alle toekomstige accountants gelijke basis, aangevuld met een specifiek op de toekomstige beroepsuitoefening gerichte oriëntatie
  • Assurance: deze leidt op voor de assurance-functie in de ruimste zin van het woord, waaronder ook de wettelijke controle van jaarrekeningen;
  • Accountancy: deze is vooral gericht op bedrijfsvoering en hiermee samenhangende advieswerkzaamheden. Binnen deze oriëntatie zijn er twee varianten, te weten ‘Accountancy-mkb’, gericht op accountants die met name samenstel- en advieswerkzaamheden verrichten voor het mkb en ‘Accountancy-finance’, gericht op accountants die in een financiële functie werkzaam zijn.
Voordat studenten een van de oriëntaties kiezen, volgen ze de zogenaamde "common body of knowledge". Dat zijn de basiscompetenties waarover iedereen moet beschikken om zich accountant te kunnen noemen.
In de eindtermen van elke oriëntatie is aangegeven wat er tot de basis behoort en wat er specifiek als eindtermen wordt gevraagd in de specifieke oriëntatie.

Vernieuwing curriculum
Het rapport stelt:
"De nieuwe eindtermen vragen dan ook veel aandacht voor ethiek, onafhankelijkheid, professioneel kritische instelling, communicatieve vaardigheden en soft skills. Ook moet een accountant zich goed realiseren aan welke psychologische verschijnselen hij blootstaat als hij met (morele) dilemma’s wordt geconfronteerd.
Belangrijk zijn in dit verband de eindtermen voor het nieuwe "vakgebied Gedrag, Ethiek en Besluitvorming" die onderdeel zijn van de ‘Common body of knowledge’."

Wat mij betreft is de toevoeging van dit nieuw vakgebied  nogal opmerkelijk.
Ik ken het eerlijk gezegd niet als een apart vakgebied. Het lijkt me eerder een samenraapsel van een aantal competenties waarvan de commissie ongetwijfeld denkt dat dit de statuur en de geloofwaardigheid van de accountant kan versterken.
Dat is ook hard nodig want laten we wel zijn, het functioneren van de accountant heeft de laatste tijd nogal te maken met stevige kritiek.

Desondanks waag ik te betwijfelen of dit zogenaamde nieuwe vak de huidige problemen oplost. 
Zoals de commissie zelf zegt wordt het gedrag van de accountant in het kader van de beroepsuitoefening steeds belangrijker. Volgens hen heeft het nieuwe vakgebied als doel vooral inzicht te verschaffen in de beginselen en theorieën met betrekking tot professioneel gedrag.

Maar liefst zeven eindtermen proberen hier vorm aan te geven. 
Ik zeg bewust proberen, want het lijkt allemaal verdacht veel op professioneel en abstract en conceptueel navelstaren.
Ik ben op dit gebied niet zo goed thuis, maar snap er weinig van. Wat denkt u bijvoorbeeld hier van:
"de theoretische benaderingen van processen van professionele oordeels- en besluitvorming, waar- onder de concepten van heuristieken en biases, te beschrijven en de beperkingen en risico’s hiervan in een complex besluitvormingsproces af te wegen. "
Het is mij nog niet echt duidelijk wat de accountant hier nu beter van wordt. Dat geldt overigens ook voor de andere eindtermen van dit nieuwe vak.
Bedenk daarbij dan wel dat dit vak voor 8 studiepunten staat vermeld en dat is in de totale opleiding een redelijk zware studiebelasting.
Kortom, er wordt een nieuw, niet bestaand "vakgebied" voorgesteld, met nogal abstracte eindtermen, waarvan het uiteindelijke nut kan worden betwijfeld.
Ik zal het bijna niet durven uitspreken, maar het lijkt er op dat sommige leden van de commissie vanuit hun eigen interesse zijn bezweken voor de verleidingen van de zogenaamde "soft controls" en hun vermeende positieve uitstraling op de rechte rug van de accountants.
Wat mij betreft is dat kwakzalverswetgeving en kan men de schaarse opleidingstijd beter besteden aan echte vakinhoudelijke aspecten.

De vernieuwing van het curriculum betreft verder onder meer het introduceren van een drietal thema’s die - gelet op de betekenis hiervan voor de accountant - elk als een rode lijn (‘stream’) door de opleiding lopen: de maatschappelijke rol van accountant,  ICT en corporate governance.

Corporate governance
De rode lijn?
Dat is weer een novum in de opleiding.
Je benoemt een drietal belangrijke thema's en geeft ze de benaming "rode lijn."
Dat doet me deugd maar ik betwijfel wat daar nu in de praktijk van terecht komt.
Voor wat betreft mijn eigen vakgebied zegt de commissie;
"Corporate governance is een thema dat bij alle kernvakgebieden, Management Accounting & Control, Strategie, Leiderschap en Organisatie, Recht en Financiering, aan de orde komt hetgeen niet wegneemt dat de betreffende eindtermen ook in een afzonderlijk vak kunnen worden ondergebracht. "
Dat klinkt natuurlijk mooi, maar dan is het wel belangrijk op welke momenten in de opleiding dat "rode lint" nu echt zichtbaar wordt.
Als ik de eindtermen doorploeg zie ik daar maar heel weinig van.
Als voorbeeld van een paar eindtermen waarin corporate governance wordt genoemd:
."vanuit het perspectief van corporate governance de werking van het systeem van interne controle met betrekking tot financiële informatie en de eventuele risico’s en gevolgen te beschrijven respectievelijk te evalueren (ICAIS-17).
.vanuit financieringsperspectief op basis van de meest gangbare theorieën op het gebied van corporate governance de werking van de huidige corporate governance structuur van een onderneming te typeren respectievelijk hierover een oordeel te geven (FIN-13).
.het governancesysteem van een onderneming te analyseren aan de hand van beleid, wet- en regegeving en codes (SLO-11). "
Ik begrijp niet zo goed wat de aanduiding "perspectief" nu toevoegt. Het is bovendien verwarrend, want je bekijkt iets vanuit het perspectief corporate governance en ook nog eens vanuit het financiële perspectief. Daarna heeft men het weer over het governancesysteem en wil men dat analyseren aan de hand van beleid en nog wat zaken.
Wat mij betreft slaat het allemaal nergens op.
Zou iemand in dit gezelschap ooit mijn Leerboek Grondslagen van Corporate Governance gelezen hebben?
Eerlijk gezegd vrees ik van niet en zijn de eindtermen niet meer dan een potpourri van onsamenhangende elementen van behoorlijk ondernemingsbestuur.
Dat is wat mij betreft een gemiste kans en zeer zeker een achteruitgang ten opzichte van de voorgaande versie van de eindtermen.

Ook begrijp ik de opmerking niet dat de betreffende eindtermen ook in een afzonderlijk vak kunnen worden opgenomen. Dat lijkt mij eerlijk gezegd wel aan te bevelen, want dat biedt in ieder geval de mogelijkheid om de verschillende onderdelen van het systeem van corporate governance in samenhang te behandelen. Daarnaast lijkt het mij didactisch en onderwijstechnisch nogal ingewikkeld om op verschillende plekken in de opleiding en op verschillende tijdstippen deelonderwerpen van corporate governance te behandelen.

Bovendien zijn de eindtermen voor de stream corporate governance niet goed te inventariseren.
De Commissie stelt weliswaar dat in het rapport niet is aangegeven welke eindtermen specifiek betrekking hebben op de "streams" maar dat dit in het exceloverzicht van de eindtermen wel is aangegeven. Men kan via een filter een overzicht genereren van alle eindtermen die zien op de betreffende "'stream.
Helaas is dat exceloverzicht nog niet beschikbaar, dus dat blijft nog even spannend, maar dat is tegelijkertijd ook een hele grote omissie van de commissie.

Daarbij is ook nog helemaal duidelijk hoeveel studiebelasting nu is opgenomen voor het vak corporate governance, wat inmiddels geen vak meer is maar een thema.
Het lijkt er op dat het fameuze "rode lint' wordt beschouwd als onderdeel van de vakgebieden waarin het is verweven. Dat betekent dat deze ook de nodige studiepunten moeten gaan opleveren.

Of dat gaat gebeuren waag ik te betwijfelen.
Enige jaren geleden was ik lid van een visitatiecommissie van het CEA en keken wij naar de invulling van het vak Bestuurlijke Informatieverzorging.
Daarbij heb ik op persoonlijke titel ook gekeken naar de invulling van het vak Corporate Governance.
In veel gevallen was dat als apart vak niet opgenomen in het curriculum, maar stelde men dat dit in de andere (kern)vakgebieden werd behandeld.
Het zal u niet verbazen dat daar weinig van terug te vinden was.
Zal het ook zo gaan met het idee van het "rode lint' in de opleiding?
Wie het weet mag het zeggen.

Het verbaast me allemaal wel. Zoals de Koninklijke Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants zelf zegt op haar website:
"Corporate governance gaat over deugdelijk ondernemingsbestuur en richt zich op de checks and balances binnen ondernemingen. Er bestaan zeer veel definities van corporate governance. In het algemeen kan worden gesteld dat corporate governance bestaat uit besturen, beheersen, toezicht houden en verantwoorden. In deze 4 onderdelen speelt de (externe) accountant een belangrijke rol."
Als de accountant dan zo'n belangrijke rol speelt op het gebied van corporate governance,  waar ik het overigens mee eens ben, waarom geef je hem of haar dan ook niet voldoende kennis om die rol waar te maken in de praktijk?

Studiebelasting
Wie het overzicht bekijkt van de studiebelasting van de nieuwe eindtermen ziet dat men het bestaande aantal van 200 studiepunten heeft gehandhaafd. Dat is en blijft een vreemde situatie, want de eisen aan de accountant nemen alleen maar toe en toch weigert men voortdurend het aantal studie-uren daaraan aan te passen.
Dat betekent, dat er steeds meer moet in dezelfde tijd en dat belooft weinig goeds voor de kwaliteit van de opleiding.
Ook opvallen is dat het aantal studie-uren in de kernvakgebieden niet is uitgebreid. Dat zou kunnen betekenen dat de uren van het voormalige vak Corporate Governance moeten worden ingepast in de ongewijzigde studielast van deze vakken.
Ook hier weer: er moet meer in hetzelfde aantal uren.
Bedenkt daarbij dat de ruimte voor de bedrijfseconomische en overige ondersteunende vakgebieden om aandacht te besteden aan corporatie governance waarschijnlijk gering is.
Ik moet hier voor alle eerlijkheid wel een slag om de arm houden want ik heb niet de beschikking over het exceloverzicht dat kan verduidelijken.

Tenslotte vind ik het opvallende dat de ruimte voor differentiatie relatief gering is.
De zgn. Common Body of Knowledge is in alle oriëntaties 168 studiepunten, het deel voor de oriëntatie is slechts 32 studiepunten, voor de theoretische opleiding.
Kortom, slechts 16% van de theoretische opleiding wordt feitelijk besteed aan verdere specialisatie

Conclusie
Ondanks de fraaie beweringen van de commissie lijkt het er op dat het vakgebied corporate governance een beetje naar de achtergrond is verdwenen.
De redenen hiervoor heb ik aangegeven.

Toch wil ik daar niet al te somber over zijn.
Het wemelt nog van de schandalen op het gebied van corporate governance en dat betekent dat de maatschappij en de politiek een groot belang hechten aan een goed systeem van corporate governance.
Ook binnen de beroepsorganisatie van accountants wordt regelmatig beklemtoont dat de accountant wel degelijk een belangrijke rol speelt in het toezien op een goede corporate governance en het adviseren daarover.
Dat betekent dan ook dat binnen de opleiding voor accountants het vakgebied corporate governance veel aandacht verdient, anders kun je deze bewering niet gestand doen.

Ik hoop dan ook dat de onduidelijkheden die er nu bestaan over de invulling van het vak corporate governance in de nieuwe eindtermen snel worden opgelost.
Ik houd u op de hoogte.

Naschrift
Het exceloverzicht is inmiddels beschikbaar op de website van de CEA.
Onder het tabblad Stream is te vinden welke elementen van corporate governance er in de stream behandeld worden en in welk vakgebied.
Een opgave van de benodigde studiepunten is overigens niet te vinden.

maandag 8 december 2014

Nieuwe handreiking accountant en corporate governance

Op 3 december 2013 bracht de Nederlandse Bond van Accountants (NBA) een nieuwe concept-handreiking uit over de accountant en corporate governance informatie.
Ik heb dit concept uitgebreid besproken in mijn weblog van 2 januari 2014.
Daarin was ik nogal negatief over de handreiking en daarom zeer benieuwd wat de NBA op basis van de consultatie zou gaan wijzigen.
Op 29 oktober 2014 verscheen een nieuw concept van deze handreiking ter consultatie.

Corporate governance verklaring
Voornaamste wijziging is dat, de voorgestelde aanvullende werkzaamheden ten aanzien van de naleving van de principes en best practice bepalingen van de de Nederlandse corporate governance code door de accountant, zijn vervallen.
Het NBA vond toen ook dat de accountant over deze werkzaamheden in zijn verklaring moet rapporteren.
Over beide zaken is in deze handreiking niets meer te vinden. Dit overigens tot verdriet van Eumedion, de vereniging van zakelijke beleggers.
Deze vereniging vindt dat er wel degelijk behoefte is aan onderzoek door de accountant van de corporate governance verklaring.
Zoals in het eerder door mij geschreven weblog over dit onderwerp ben ik hiervan een tegenstander. Zoals ik toen aangaf:
"U ziet het goed, het betreft een inhoudelijke toetsing, waar beleggers niet om hebben gevraagd en waarvan zij zich zelfs afvragen of dat nu wel zo verstandig is. Vervolgens komt er dan een nogal stellig geformuleerde uitspraak over de uitkomst van het onderzoek terwijl een normenkader ontbreekt.Waarom er een aparte verklaring moet worden uitgebracht is mij niet duidelijk?Daarbij leidt het ongetwijfeld weer tot allerlei misverstanden en juridische claims.In het buitenland zie ik ook geen beweging naar deze nieuwe rol van de accountant en ik zie niet in waarom Nederland dit nu als eerste zou moeten doen.Anders geredeneerd denk ik dat de beroepsorganisaties van accountants in het buitenland helemaal geen reden ziet om deze controlewerkzaamheden aan te pakken."
Wat toetst de accountant?
De verdienste van deze nieuwe handreiking is dat duidelijk wordt aangegeven welke corporate governance informatie in het jaarverslag  de accountant nu wel en niet toetst. Zoals de NBA stelt:
"Het gaat hierbij niet om een uitbreiding van de wettelijke taak van de accountant ten aanzien van het jaarverslag, maar om het verduidelijken van de toetsingen die de accountant in het kader van de jaarrekeningcontrole uitvoert."
Bijlage 2 geeft een opsomming van de rapportageverplichtingen voor corporate governance informatie op basis van relevante wet- en regelgeving.
Bijlage 3 van de handreiking geeft een heldere opsomming van de werkzaamheden die de accountant verricht. Het betreft de best-practica bepalingen waarop de accountant een consistentietoets toepast.
Dat betekent dat deze informatie (Handreiking pag. 8):
  1. consistent is met de jaarrekening: het jaarverslag bevat geen materiële tegenstrijdigheden met de jaarrekening;
  2. consistent is met de bevindingen uit de jaarrekeningcontrole: het jaarverslag bevat geen materiële tegenstrijdigheden met de uitkomsten van de jaarrekeningcontrole, waaronder de bevindingen over de interne beheersing. 
Merkwaardige omissies
Eumedion stelt in haar reactie op de concepthandreiking het vreemd te vinden dat er op een aantal best-practice bepalingen geen toets wordt uitgevoerd. Ik citeer:
"Ook wordt ten onrechte geen toets uitgevoerd ten aanzien van best practice bepalingen II.3.1, II.3.2, II.3.3, III.2.1, III.2.3, III.6.1, III.6.2, III.6.5, IV.1.2, IV.3.11, V.1.3, V.2.3, V.3.1, V.3.2 en de principes II.3 en III.5."
Het betreft o.a. bepalingen over tegenstrijdige belangen van bestuurders en commissarissen, de onafhankelijkheid van commissarissen, stemrecht financieringspreferente aandelen, genomen beschermingsmaatregelen, interne procedures voor belangrijke financiële informatie, beoordeling functioneren externe accountant, en het functioneren van de interne auditor.
Ik begrijp dat eerlijk gezegd ook niet, want het ligt voor de hand alle best-practice bepalingen integraal te toetsen.
Een mogelijke verklaring kan zijn dat de NBA er van uitgaat dat de accountant in het kader van de jaarrekeningcontrole de nodige informatie over de naleving van een aantal best-practicus verkrijgt.
Dat betekent dat niet alle in de Code opgenomen best practice bepalingen daarin worden meegenomen.
Dat lijkt mij echter nogal discutabel, want dan kunnen er ondermeer heel wat best practices wegvallen uit de in bijlage 3 genoemde consistentietoets.
Dat begrip "aan de hand van de kennis verkregen uit de controlewerkzaamheden voor de jaarrekening" dekt bijvoorbeeld niet:
  • dat een bestuurder niet meer dan 2 commissariaten bij beursvennootschappen houdt;
  • de ontslagvergoeding van bestuurders;
  • persoonlijke leningen e.d. aan bestuurders;
  • bezoldigingsbeleid;
  • afwezigheid commissarissen.
Ik kan zo nog wel even doorgaan, maar het is bijzonder lastig om op basis van het beginsel "uit hoofde van de controlewerkzaamheden" te bepalen of er wel of geen toets plaatsvindt op bepaalde best practices.
Wat dit betreft is deze nieuwe concept handreiking geen vooruitgang en wordt de onduidelijkheid alleen maar groter.

Afzonderlijke beoordelingsverklaring?
In het rapport van de werkgroep Toekomst Accountantsberoep staat als maatregel 4.3 genoemd:
"4.3. De accountant geeft een afzonderlijke beoordelingsverklaring af bij het jaarverslag (zoals bedoeld in art. 2:391 BW). In deze beoordelingsverklaring bij het jaarverslag geeft de accountant expliciet zijn oordeel over de risicoparagraaf, continuïteitsanalyse en corporate governance informatie zoals opgenomen in dat jaarverslag. "
Terecht stelt Eumedion teleurgesteld te zijn dat hierover in de handreiking niet wordt gesproken. Temeer omdat bij de komende implementatie van de nieuwe Europese jaarrekeningrichtlijn door de accountant moet worden onderzocht of er materiële onjuistheden in het bestuursverslag zijn vastgesteld (art. 34 lid 1). Op basis van art. 35 van deze richtlijn moet dit oordeel ook in de accountantsverklaring worden opgenomen.
Ook beklemtoont Eumedion nog eens dat de corporate governance verklaring door beleggers als uiterst belangrijk wordt gezien evenals de controle daarop door de accountant.

Conclusie
Het wordt denk ik wel steeds duidelijker dat het publieke belang steeds meer belang hecht aan een adequate toetsing van de corporate governance verklaring van beursgenoteerde vennootschappen.
De beperkte toetsing die de accountant nu uitvoert a.d.h.v "de kennis verkregen uit de controlewerkzaamheden voor de jaarrekening" voldoet hier volstrekt niet aan.
Het lijkt vooralsnog te vroeg voor het accountantsberoep om aan deze reële vraag te gaan voldoen, gezien deze handreiking.

Los daarvan is deze concepthandreiking niet echt duidelijk over wat de accountant nu daadwerkelijk doet op basis van de huidige wetgeving, gebaseerd op de controlewerkzaamheden voor de jaarrekening.
Sterker nog, de uitleg daarvan is discutabel.
Ik ben dan ook benieuwd naar de uitleg over de door door Eumedion terecht geconstateerde ontbrekende best-practice bepalingen.

Het is en blijft een merkwaardige situatie.
Als je de NBA mag geloven kunnen we bouwen op de werkzaamheden die de accountant doet t.b.v. betrouwbaarheid van de governance informatie.
Kijk je daar door heen dan mag je je afvragen of dat wel met feiten is onderbouwd.
De jaarrekeningcontrole dekt maar een beperkt deel van de governance informatie.

Beweren dat je op basis daarvan meer kunt dan je doet is in feite het publiek voor de mal houden.
Het NBA moet een duidelijke keuze maken: of pleiten voor aanvullende werkzaamheden en een aparte verklaring, of helder zijn over de zeer beperkte bijdrage van de accountant in de betrouwbaarheid van de governance informatie op basis van de door hem uitgevoerde werkzaamheden voor de jaarrekeningcontrole.
Daarbij merk ik nogmaals op, dat het de huidige accountants aan voldoende kennis ontbreekt om een verklaring te geven dat het wel goed zit met de corporate governance van de gecontroleerde onderneming.
De huidige onderwijsprogramma's voor accountants zitten in overgrote meerderheid op een schamele 3 studiepunten voor dit mooie vak.
Dat is echt niet voldoende kennis om tot een afgewogen oordeel te komen.

donderdag 16 januari 2014

Accountant en corporate governance: de visie van Eumedion

In een vorig weblog schreef ik over de concept-handreiking van de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA) over de rol van de accountant bij het governance verslag.
Het NBA gaf hierin aan dat er vanuit de beleggers behoeft was aan additionele werkzaamheden van de accountant ten aanzien van de naleving van de principes en best practice bepalingen van de Nederlandse corporate governance code.
Ik schreef in mijn weblog dat ik geen enkel signaal had gezien en vond deze constatering dan ook niet terecht.

Afgelopen maandag echter publiceerde Eumedion, de vereniging van zakelijke beleggers, een reactie op de concept-handreiking op de website van de vereniging.
Daarin wordt gezegd:
"Eumedion steunt het voorstel van de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA) om accountantscontrole te introduceren op de naleving van een aantal specifieke bepalingen uit de Code Tabaksblat."
Eumedion wil accountantscontrole
Kortom, er is blijkbaar vanuit beleggers wel degelijk behoefte aan accountantscontrole, daarin heb ik mij dan vergist.
Eumedion is het echter oneens met de NBA over de mening dat de accountant hierover eerst afspraken moet maken met de Raad van Commissarissen. Eumedion vindt dat de NBA met dit vereiste een:
“ongegronde beperking aanbrengt in de werkzaamheden van de externe accountant”. Naar de mening van Eumedion dient de externe accountant vanuit het belang van het maatschappelijk verkeer ook zonder expliciete RvC-toestemming de corporate governance verklaring van de onderneming te onderzoeken op consistentie met andere, bij de externe accountant bekende, publieke dan wel niet-publieke, informatie."
Eumedion vindt dat een dergelijke controle reeds volgt uit de opdracht van de externe accountant om te onderzoeken of de door de vennootschap verschafte informatie over de betreffende best practice bepalingen geen materieel onjuiste voorstelling van zaken geeft (controlestandaard 720, paragrafen 14-16).
Daarbij constateert Eumedion dat de NBA zelf vindt dat de additionele werkzaamheden relatief eenvoudig zijn uit te voeren en mogelijk zijn binnen de huidige controleopdracht van de jaarrekening.
Kort gezegd: Eumedion vindt dat alles in in het corporate governance verslag staat altijd al door de accountant gecontroleerd diende te worden.

Verantwoordelijkheden van de accountant voor het jaarverslag
De formele rol rondom het jaarverslag ligt besloten in art. 2:393 lid 3 BW. Dit artikel schrijft voor dat de accountant nagaat, voor zover hij dat kan beoordelen, of het jaarverslag overeenkomstig titel 9 BW2 is opgesteld en met de jaarrekening verenigbaar is.
De accountant doet een formele toets of het jaarverslag voldoet aan de eisen van artikel 391 BW2. Vervolgens gaat hij na of het jaarverslag verenigbaar is met de jaarrekening.
Volgens controlestandaard 720 houdt dat in dat de accountant nagaat of het jaarverslag geen materiële tegenstrijdigheden bevat met de jaarrekening en met de controlebevindingen van de jaarrekening (toetsing verenigbaarheid).

In het jaarverslag moeten volgens het Besluit Corporate Governance de beursgenoteerde vennootschappen een verklaring inzake corporate governance opnemen. Daarin moeten ze gemotiveerd vermelden welke principes en best practice-bepalingen ze niet hebben nageleefd (het pas toe of leg uit principe).
Op basis hiervan zou je inderdaad kunnen zeggen dat de accountant nagaat of de corporate governance informatie:
  • voldoet aan de rapportage-eisen (bevat alle relevante informatie);
  • consistent is met de jaarrekening (bevat geen materiële tegenstrijdigheden);
  • consistent is met de controlebevindingen.
In tegenstelling tot wat Eumedion meent is er echter geen wettelijke verplichting om alle governance informatie in het jaarverslag te controleren.

Inhoud van de corporate governance verklaring
De verklaring inzake corporate governance dient volgens het Besluit Corporate Governance een aantal aspecten te bevatten:
  • een uitspraak betreffende de naleving van de principes en best practice bepalingen van De Code die zijn gericht tot het bestuur of de raad van commissarissen,
    alsmede een vermelding waar deze gedragscode voor het publiek beschikbaar is;
  • een mededeling over de belangrijkste kenmerken van het beheers- en controlesysteem van de
    vennootschap met betrekking tot de financiële verslaggeving;
  • een mededeling over het functioneren van de aandeelhoudersvergadering;
  • een mededeling over de samenstelling en het functioneren van het bestuur, de raad van commissarissen en de commissies van de raad van commissarissen;
  • een mededeling ingevolge Besluit overnamerichtlijn artikel 10 eerste lid, onder c, d, f, h en i; en
  • een lijst van namen met een bijzonder statutair recht op het gebied van de zeggenschap (artikel
    392 lid 1, onder e, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek). 
Ik merk daarbij op dat de accountant volgens het Besluit niet alle principes en bepalingen van de governance verklaring hoeft te toetsen.
Dat vindt het NBA blijkbaar ook want anders was deze nieuwe concept-handreiking niet nodig geweest die nu juist aangeeft dat er additionele werkzaamheden nodig zijn om een situatie te bereiken waarin alle best practice-bepalingen worden gecontroleerd.
Op pagina 10 is een opsomming te vinden van de best practice-bepalingen waarom het gaat (II.3.4, III.3.4, III.3.5, III.5.13, II.6.3, III.6.4 en IV.1.1).

Wie heeft er nu gelijk?
De opmerking van Eumedion wijst er op dat een deel van het maatschappelijk verkeer van mening is dat de accountant de complete corporate governance verklaring controleert.
Dat lijkt ook logisch, want dat was toch altijd al het geval?

Ja, gedeeltelijk is dat waar.
We moeten daarbij echter wel bedenken dat de accountant maar een relatief beperkte controle  uitvoert.
Zoals eerder aangeven betreft dat een formele toets of het jaarverslag voldoet aan de eisen van artikel 391 BW2 en een toets of het jaarverslag verenigbaar is met de jaarrekening en met de controlebevindingen.

Wat de NBA nu voorstelt is een inhoudelijke toetsing van een aantal best practices en dat is meer controlewerk dan wat de accountant voorheen uitvoerde in het kader van de wettelijke controle.
Vandaar dat toestemming van de raad van commissarissen nodig is omdat er meer gefactureerd moet worden, voor werkzaamheden die volgens de NBA niet onder de normale controle werkzaamheden vallen.
Ik ben van mening dat de NBA dat best wel duidelijker had kunnen communiceren.
Wie de vorige handreiking nr. 1109 doorneemt moet die wel heel goed lezen om te begrijpen wat de accountant nu feitelijk "controleert" en wat die controle inhoudt.
De nieuwe concept-handreiking is eveneens niet echt duidelijk en veel te uitgebreid.

Hoe nu verder?
Het accountantsberoep krijgt steeds meer te maken met overbodige en ingewikkelde regelgeving.
Het lijkt mij dat de beroepsorganisatie NBA daarin veel terughoudender moet zijn.
Ik heb er zelf twee uitgebreide weblogs aan besteed en ik heb niet de illusie dat de gemiddelde lezer dit nog begrijpt. Overigens betwijfel ik dat ook van de gemiddelde accountant, want voor velen is corporate governance een vrij onbekend vakgebied.

Op deze handreiking zitten dan ook volgens mij velen uit het maatschappelijk verkeer niet te wachten. Alhoewel dat niet goed is vast te stellen want de antwoorden op de consultatie zijn (nog?) niet openbaar.
Dat betekent nog even bankzitten met onze teckel Nikkie.

Daarbij is het volstrekt onduidelijk wat de belangrijkste stakeholders nu van de accountant willen als het gaat om de "controle" van de corporale governance verklaring.
De reactie van Eumedion is in ieder geval een teken aan de wand dat men het niet begrijpt.
De NBA zou in ieder geval eerst maar eens goed moeten sonderen wat men nu echt wil.
Pas dan kan men bepalen wat de accountant daarvoor moet doen.

Mijn advies zou zijn dat de NBA eenvoudig voorstelt dat op alle corporate governance informatie een toets wordt uitgevoerd of de verplichte informatie is opgenomen en dat die ook klopt met de werkelijkheid.
Dat is denk ik wat alle betrokkenen bij de vennootschap verwachten.
Ik vind daarbij steun in een interessant artikel van de European Company Law Experts die een reactie hebben geschreven op de corporate governance voorstellen van de Europese Commissie.
Op pagina 12 stelt deze groep dat accountants kunnen worden belast met de controle of de governance verklaring betekenisvol was of misleidend, zonder dat zij worden geacht het oordeel van het bestuur en commissarissen te evalueren.
Toezicht door overheidsinstanties wijzen zij ook af.

Een inhoudelijke oordeel, door de accountant, ook al is dit vrijwillig, heb ik al eerder afgewezen.
Die weg moeten we niet opgaan.

PS. De reacties op de conceptrichtlijn zijn inmiddels (21 januari) openbaar gemaakt op de website van de NBA. Mogelijk kom ik daar later op terug.

donderdag 2 januari 2014

De accountant en corporate governance

Op 3 december 2013 bracht de Nederlandse Bond van Accountants (NBA) een nieuwe concept-handreiking uit over de accountant en corporate governance informatie.
Over het waarom zegt de NBA:
"Voor de jaarrekeningcontrole verricht de accountant bepaalde werkzaamheden ten aanzien van een aantal aspecten van de corporate governance informatie die is opgenomen in het jaarverslag. Er bestaat echter vaak een behoefte aan aanvullende werkzaamheden van de accountant ten aanzien van de naleving van de principes en best practice bepalingen van de Nederlandse corporate governance code. De accountant kan voor de jaarrekeningcontrole in deze behoefte voorzien voor een aantal specifieke best practice bepalingen. Voorwaarde is wel dat de raad van commissarissen hiermee instemt. Deze handreiking geeft hier nadere invulling aan."
Ik krijg nogal eens vragen over de rol van de accountant bij een goed systeem van corporate governance.
Velen denken dat de accountant dat ook controleert, maar dat is niet juist.
Deze nieuwe concept-handreiking is een goede aanleiding om een en ander nog eens uiteen te zetten.

Kleine historie
De rol van de accountant op het gebied van corporate governance is vrij beperkt. De accountant controleert de jaarrekening en geeft hierover een verklaring af.
Corporate governance is een zaak van het bestuur, de commissarissen en de aandeelhouders. De accountant heeft daar weinig mee van doen.

De accountant heeft als gevolg van art. 393.3 BW2 echter wel de taak om onderzoek te doen naar de verenigbaarheid van het jaarverslag met de jaarrekening. De corporate governanceverklaring maakt onderdeel uit van het jaarverslag en valt daardoor onder het accountantsonderzoek op het jaarverslag.
De accountant stelt echter in het kader van zijn onderzoek alleen maar vast of de corporate governance verklaring voldoet aan de rapportage-eisen en consistent is met de controlebevindingen. Kort gezegd: de accountant toetst op aanwezigheid (formele toets) en verenigbaarheid met zijn controle bevindingen.

In 2009 zijn een aantal wijzigingen zijn opgetreden in de door de wet vereiste informatie in het jaarverslag. Dit betreft in de eerste plaats het vaststellingsbesluit nadere voorschriften inhoud jaarverslag (hierna Het Besluit), waarin de bepalingen van het besluit van 20 maart 2009 over de zogenaamde corporate governanceverklaring zijn opgenomen. Dit besluit, gepubliceerd in het Staatsblad nummer 545 van 10 december 2009, heeft zijn oorsprong in de Transparantierichtlijn van de EU en de aanpassingen van de Vierde en Zevende Richtlijn Vennootschapsrecht.
Door deze wetswijziging moet in de corporate governance verklaring het volgende worden opgenomen:
  1. Mededeling over de naleving van de principes en best practice-bepalingen van De Code die zijn gericht tot het bestuur of de raad van commissarissen van de vennootschap.
  2. Mededeling omtrent de belangrijkste kenmerken van het beheers- en controlesysteem van de vennootschap in verband met het proces van financiële verslaggeving van de vennootschap en van de groep.
  3. Mededeling omtrent het functioneren van de aandeelhoudersvergadering en haar voornaamste bevoegdheden en de rechten van de aandeelhouders en hoe deze kunnen worden uitgeoefend.
  4. Mededeling omtrent de samenstelling en het functioneren van het bestuur en de raad van commissarissen en hun commissies voor zover dit niet onmiddellijk uit de wet volgt.
  5. Mededeling ingevolge artikel 1 lid 1, onderdelen c, d, f, h en i, van het besluit overnamerichtlijnOpname van de gegevens genoemd in artikel 392 lid 1, onder e, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
  6. Opname van de gegevens genoemd in artikel 392 lid 1, onder e, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Dit betreft een lijst van namen van degenen aan wie een bijzonder statutair recht inzake de zeggenschap in de rechtspersoon toekomt, met een omschrijving van de aard van dat recht.
In de tweede plaats betreft dit de aanwijzing tot gedragscode in de Staatscourant 18499 op 3 december 2009 van de aangepaste Nederlandse corporate governance code.
Op voorstel van de Monitoring Commissie Corporate Governance (commissie Frijns) in haar rapport van 10 december 2008 zijn een aantal wijzigingen voorgesteld in de Code in zowel de principes als best practice-bepalingen.
Op hoofdlijnen betrof dit:
  • Het belang van integraal risicomanagement wordt meer benadrukt. Dit begint met het beoordelen van de risico's verbonden aan de strategie en de financiële structuur van de vennootschap. Vervolgens gaat het om de opzet en werking van een adequaat intern risicobeheersingssysteem. De risicorapportage en de verantwoording vormen het sluitstuk van dit proces. De raad van commissarissen is nauw betrokken bij de strategiefase en ziet toe op de kwaliteit van de interne risicobeheersing en de verantwoording daarover.
  • Een ‘responstijd’ voor het bestuur van 180 dagen wanneer de vennootschap wordt geconfronteerd met een aandeelhouder die strategiewijziging wil bewerkstelligen.
  • Gedragsregels voor bestuur en raad van commissarissen in overnamesituaties.
  • Het bestuur en de raad van commissarissen besteden bij hun taakuitoefening aandacht aan
    de voor de onderneming relevante maatschappelijke aspecten van ondernemen.
  • Bij de vaststelling van bestuurdersbeloningen worden de beloningsverhoudingen binnen
    de onderneming meegewogen. Vaste en variabele beloning staan onderling in een
    passende verhouding.
  • Variabele beloning is gebaseerd op langetermijndoelstellingen. Bij de vaststelling ervan worden ook relevante niet-financiële indicatoren meegewogen. Bovendien moet beloning in overeenstemming zijn met het risicoprofiel van de vennootschap.
  • Een sterkere greep van de raad van commissarissen op de beloning van bestuurders (door middel van scenarioanalyses, redelijkheidtoets en claw back-clausule). De transparantievoorschriften voor bestuurdersbeloningen worden vereenvoudigd.
  • In de profielschets worden concrete doelstellingen genoemd ten aanzien van diversiteit in de samenstelling van de raad van commissarissen. De raad van commissarissen legt in zijn verslag hierover verantwoording af en, voor zover doelstellingen nog niet zijn bereikt, hoe en op welke termijn de raad verwacht dit te realiseren.
  • Een aandeelhouder wordt geacht zich naar de maatstaven van redelijkheid en billijkheid te gedragen. Vanuit deze verantwoordelijkheid geeft hij onder meer invulling aan zijn stemrecht. 
Het gevolg hiervan is dat er andere"pas toe of leg uit" in het jaarverslag zal verschijnen, die door de accountant in zijn onderzoek van het jaarverslag zal moeten worden betrokken. Het Besluit geeft echter ook expliciet aan dat de informatie over het beheers- en controlesysteem van de vennootschap en de informatie van de Overnamerichtlijn art. 10 eerste lid, onder c, d, f, h en i niet alleen een verenigbaarheidstoets moeten ondergaan maar dat ook moet worden vastgesteld dat de voorgeschreven mededelingen en gegevens in de corporate governance verklaring zijn opgenomen.
Dat alles was voor het NBA aanleiding een praktijkhandreiking nr. 1109  uit te geven waarin de accountants wordt uitgelegd hoe zij hier in de praktijk mee moeten omgaan.

Waarom een nieuwe handreiking Accountant en corporate governance informatie?
Zoals hiervoor aangegeven vindt de NBA dat er aanleiding is een nieuw handreiking uit te brengen omdat er "vaak een behoefte aan aanvullende werkzaamheden van de accountant ten aanzien van de naleving van de principes en best practice bepalingen van de de Nederlandse corporate governance code" is.
Waar die geconstateerde behoeft vandaan komt is mij een raadsel. Ik heb daarover nooit iets gelezen of gevonden en ik dacht toch aardig thuis te zijn in de materie.
Noch de VEB noch Eumedion hebben hierover iets gezegd. Sterker nog, in een artikel in het tijdschrift Goed Bestuur van de hand van de directeur van Eumedion, Rients Abma, wordt verdere inhoudelijke bemoeienis van de accountant afgewezen. Zij zeggen (pag. 15):
"Wij zijn geen voorstanders van een uitbreiding van de werkzaamheden van de externe accountant naar ook het toetsen en beoordelen van de uitleg van afwijkingen van de codebepalingen."
Er ontbreekt volgens Abma een toetsingskader om  om de kwaliteit van de motivering te kunnen beoordelen, waardoor de beoordeling in hoge mate subjectief zou zijn. Bovendien is de inrichting van de corporate governance naar mening van Abma ook niet iets dat past bij de taakopdracht van de externe accountant omdat hij dan in wezen een oordeel zou vellen over het beleid van het bestuur. Dat is echter voorbehouden aan commissarissen en aandeelhouders en geen taak van de accountant.
Ik kan deze redenering helemaal volgen.
Daar komt nog bij dat er vrijheid en flexibiliteit dient te zijn t.a.v. "pas toe of leg uit", want dit principe is, ook volgens de Financial Reporting Council,  essentieel en vele malen beter dan een stelsel van voorschrijvende regels. In die dialoog past domweg geen toetsende functionaris of toezichthouder.

Het enige wat ik heb kunnen vonden aan een mogelijke behoefte aan meerwerk is een opmerking in
het rapport 2012 van de Monitoring Commissie Corporate Governance :

"Voor de toepassing van veel best practices in de Code wordt geen specifieke rapportage gevraagd. De Commissie wijst erop dat wanneer van deze best practices wordt afgeweken hier expliciet melding van moet worden gemaakt. Uit aanvullend onderzoek bleek echter dat dit niet altijd gebeurd. De Commissie vindt dat de toetsing door de accountant hierop voor verbetering vatbaar is."
Deze opmerking werd later in de kabinetsreactie op het rapport aangestipt:

“Een scherp toezicht op de punten waarbij de Code toepassing veronderstelt, zonder een rapportgeplicht daaraan te koppelen, is eveneens noodzakelijk. Indien de accountant hierop niet toetst, blijven eventuele manco’s verborgen voor derden.’
De vraag is of de commissie Streppel en ook de minister met deze stellingname niet veel te ver gaat.
De monitoringcommissie heeft geen toezichtstaak en heeft alleen als taak te inventariseren op welke wijze de Code wordt nageleefd en leemtes of onduidelijkheden te signaleren.

De commissie heeft geen toezichthoudende taak en gaat denk ik te ver om vanuit zijn wettelijke taak om meer toezicht te vragen. Daarmee doorkruist de commissie ook de bedoeling van "pas toe of leg uit" zoals hiervoor al uiteengezet. In een dialoog past geen formeel wettelijk toezicht.
Het kabinet is minder duidelijk in zijn reactie, maar vraagt ook impliciet om meer controle door de accountant. Een wettelijke basis ontbreekt echter en daarmee gaat ook het kabinet veel te ver.
Nogmaals als men voorschrijvende regels wil die toetsbaar zijn, maak ze dan maar probeer niet via een omweg extra toezicht te bewerkstelligen.
Bovendien is helemaal niet zo duidelijk in welke mate en hoe ernstig het is met dat "niet altijd melding maken van afwijkingen."
Om dan gelijk om toezicht te vragen is op zijn minst voorbarig.
Kortom, zowel de commissie Streppel als het kabinet gaan hier de verkeerde weg op.
Behoorlijk ondernemingsbestuur is geen compliance exercitie maar is er juist op gericht om ondernemingen beter te laten presteren.

Inhoud van de werkzaamheden
Het NBA geeft in de concept-handreiking aan dat de accountant additionele werkzaamheden kan doen binnen de huidige controleopdracht en dat deze relatief eenvoudig zijn uit te voeren. Wel moet hij hierover afspraken maken met commissarissen of met de aandeelhouders.
Ik begrijp hieruit dat de extra werkzaamheden extra betaald moeten worden en dat daarover overeenstemming nodig is.
Het NBA vindt ook dat de accountant over deze werkzaamheden in zijn verklaring moet rapporteren. Daarvoor kan hij gebruikmaken van de volgende tekst:
"Wij hebben de best practice bepalingen II.3.4, III.3.4, III.3.5, III.5.13, II.6.3, III.6.4 en IV.1.1 van de Nederlandse corporate governance code inhoudelijk getoetst. Op basis van ons onderzoek is ons niets gebleken waaruit wij kunnen concluderen dat deze bepalingen niet zijn nageleefd."
U ziet het goed, het betreft een inhoudelijke toetsing, waar beleggers niet om hebben gevraagd en waarvan zij zich zelfs afvragen of dat nu wel zo verstandig is. Vervolgens komt er dan een nogal stellig geformuleerde uitspraak over de uitkomst van het onderzoek terwijl een normenkader ontbreekt.
Waarom er een aparte verklaring moet worden uitgebracht is mij niet duidelijk?
Daarbij leidt het ongetwijfeld weer tot allerlei misverstanden en juridische claims.
In het buitenland zie ik ook geen beweging naar deze nieuwe rol van de accountant en ik zie niet in waarom Nederland dit nu als eerste zou moeten doen.
Anders geredeneerd denk ik dat de beroepsorganisaties van accountants in het buitenland helemaal geen reden ziet om deze controlewerkzaamheden aan te pakken.

Al met al een uitermate onverstandige zet van de NBA. Dit vooral in een klimaat waarin de controlerende accountants regelmatig door de AFM op de vingers worden getikt omdat zij ver onder de maat presteren bij hun reguliere taak: de controle van de jaarrekening.

Vereist kennisniveau
Blijkbaar gaat het NBA er van uit dat de accountant voldoende kennis bezit op het gebied van corporate governance om deze nieuwe taak behoorlijk te kunnen uitvoeren.
Ook hier zijn echter de nodige kanttekeningen te plaatsen.
Weliswaar heeft de Commissie Eindtermen Accountancy ruimschoots aandacht geven aan de inhoud van het vak corporate governance in de accountantsopleiding, maar de praktijk is nogal weerbarstig.
Naar mijn ervaring in de (visitatie)praktijk kiezen veel opleidingen voor het absolute minimumprogramma van 3 studiepunten en geven vaak ook een andere invulling aan de opleidingseisen, waarbij het accent vooral op interne beheersing, risicomanagement en compliance ligt. Bij een aantal opleidingen is het vak ook niet als part onderdeel vermeld, zelfs niet bij de accountantsopleiding van mijn gewaardeerde Erasmus Universiteit.
De minimale invulling in het accountancy-onderwijs komt neer op typische onderwerpen voor de accountantscontrole maar dat is geen goede inhoudelijke invulling van het vakgebied corporate governance.
Bij de ambitieuze doelstellingen van het NBA op dit gebied zou je toch op z'n minst mogen verwachte dat dit mooie vak in het onderwijs dan de aandacht krijgt die het verdient.
Naar mijn mening is de huidige generatie accountants nog volstrekt onvoldoende opgeleid om deze werkzaamheden te kunnen gaan uitvoeren. Als er verder in het onderwijs niets veranderd zal deze situatie ook in de toekomst blijven bestaan.
Bij de professionele deskundigheid van de accountant voor deze nieuwe taak heb ik in ieder geval de nodige twijfels.

Consultatievragen
Het NBA stelt een aantal vragen in de consultatie. Het leek me aardig deze eens van een persoonlijk antwoord te voorzien.
  1. Kunt u zich vinden in het uitgangspunt dat de in paragraaf 4.3 genoemde additionele werkzaamheden in het kader van de jaarrekeningcontrole worden verricht?
Antwoord: Nee, niet doen. Er wordt niet om gevraagd en brengt het risico van een nieuwe verwachtingskloof.
  1. Kunnen de additionele werkzaamheden in het kader van de jaarrekeningcontrole 2013 worden uitgevoerd?
Antwoord: Nee, want het ontbreekt aan voldoende kennis bij de accountant.
  1. Wat vindt u van de bovengenoemde driedeling:
    • Huidige werkzaamheden op grond van de regelgeving;
    • Additionele werkzaamheden in het kader van de jaarrekeningcontrole;
    • Separate opdracht voor volledige toetsing bepalingen Nederlandse corporate governance code.
Antwoord: Volkomen overbodig, hou het bij de huidige werkzaamheden op grond van bestaande regelgeving.


Conclusie
U begrijpt het al, ik vind deze nieuwe handreiking helemaal niks, dat moeten we niet willen.
Helaas stelt het NBA deze voor de hand liggende vraag niet in de consultatievragen.
Er is echt geen behoefte aan meer werk van de accountant op dit gebied en we kunnen gewoon door met de bestaande handreiking.