Posts tonen met het label raad van toezicht. Alle posts tonen
Posts tonen met het label raad van toezicht. Alle posts tonen

zondag 15 mei 2016

Gezocht: een goede en goedkope toezichthouder

Van commissarissen en toezichthouders wordt steeds meer gevraagd. De toenemende complexiteit van het vak vraagt om steeds meer inzet en een grotere tijdsbesteding.
Daar moet dan ook een adequate beloning tegenover staan,als je goede mensen aan wilt trekken. Een beloning in verhouding tot de beloning die het bestuur ook krijgt.

Wettelijk kader
In de (semi-) publieke sector is sinds 1 januari 2015 de Wet normering topinkomens (WNT-2) van kracht. Deze wet bepaalt de maximale vergoeding van bestuurders en toezichthouders in de sector.
In de WNT-2 zijn de honoreringsmaxima voor toezichthouders gekoppeld aan de bezoldiging van de bestuurder. De WNT-2 maximaliseert de vergoeding van leden van de Raad van Toezicht tot 10% van de voor de eigen bestuurder geldende bezoldiging en voor de voorzitter is dit 15% van deze bezoldiging exclusief BTW. Concreet betekent dit een maximale beloning van 18.000 voor gewone toezichthouders en 27.000 euro voor de voorzitter van de raad van toezicht.

Wat is nu de ratio is van van die percentages van 10 en 15%?
 In de oude wet lagen die percentages op 5 en 7.5%, maar toen waren de maximale bestuurssalarissen veel hoger. In de WNT-2 zijn de salarissen verlaagd van maximaal 230.000 naar 178.000.
De verhoging is ten dele een reactie op de verlaging van het maximale bestuurssalaris maar ook veroorzaakt door de erkenning dat er in de oude situatie te weinig rekening werd gehouden met het vele werk dat er op een toezichthouder afkomt.
In de memorie van toelichting valt te lezen dat de minister nu uitgaat van een hogere tijdsbesteding dan waar in de oude WNT rekening werd gehouden. 
Men ging toen uit van een beperkt tijdsbeslag voor de functie van twee dagdelen per maand voor gewone leden en drie dagdelen voor de voorzitter.Ofwel 8 uur per maand is ongeveer 2 uur per week. Uitgaande van een werkweek van 40 uur komt dit neer op 5%. Voor de voorzitter geldt eenzelfde redenering maar dan voor drie uur week. Dat komt neer 7.5%.
De minister stelt dat men tegenwoordig dubbel zoveel tijd kwijt is en dat daarom een verhoging van 100% gerechtvaardigd is.

Een vergeten argument is overigens ook dat de stijgende aansprakelijkheidsrisico's sinds de Meavita-uitspraak. Daarbij dient men ook nog te bedenken dat men in de (semi)publieke sector te maken heeft met een speelveld dat niet zelden wordt bepaald door grillige Haagse wensen.
Daardoor wordt de beleidsvrijheid van instellingen regelmatig drastisch overhoop gegooid door van overheidswege bedachte stelselwijzigingen en regelgeving. De huidige malaise in de thuiszorg is daarvan een goed voorbeeld.

Naleving
De overheid houdt jaarlijks een onderzoek naar de ontwikkeling van topsalarissen. Een voorbeeld daarvan is de monitor naar salarissen van topfunctionarissen in de onderwijssectoren, die voor het laatst in 2014 werd gehouden.
Daaruit blijkt dat een toezichthouder bij het MBO gemiddeld 6.000 euro verdient, bij het HBO is dat 7.000 euro en bij het wetenschappelijk onderwijs ons het 10.000. Voorwaar geen riante beloningen, te meer als men bedankt dat dit bruto-inkomsten zijn, omdat toezichthouders hierover nog inkomstenbelasting moeten betalen.
Meer recent heeft het Nederlands Centrum van Directeuren (NCD) een beloningsonderzoek gedaan met als voornaamste conclusie dat commissarissen en toezichthouders worden onderbetaald.
De voornaamste conclusies zijn:
  • Gemiddeld tijdsbeslag
    • RvC (beursgenoteerd): 1 dag per week
    • RvC (MKB/social profit): 0.5-1 dag per 2 weken
    • RvT (MKB/social profit): 0.5-1 dag per 2 weken
    • RvA (MKB/social profit): 1-2 dagen per maand
    • Kitchen Kabinet (MKB): 1-2 dagdelen per maand
  • Indicatie vergoeding
    • RvC (beursgenoteerd): voorzitter 50.000-150.000 per jaar, lid RvC 30.000-115.000 per jaar. Daarnaast opleiding, reizen, verzekering.
    • RvC (MKB/social profit): voorzitter 15.000-40.000 per jaar, lid RvC 10.000-20.000 per jaar. Daarnaast opleiding, reizen, verzekering.
    • RvT (MKB/social profit): voorzitter 8.000-15.000 per jaar, lid 5.000-10.000 per jaar. Daarnaast opleiding, reizen, verzekering.
    • RvA (MKB/social profit): 1.000-10.000 per jaar.
    • Kitchen Cabinet (MKB): 0-2.500 per jaar.
Uit het onderzoek blijkt dat bij het overgrote deel van de commissarissen een (bruto)uurloon van nog geen 30 Euro eerder regel dan uitzondering is. Dat lijkt mij niet al te veel, eerlijk gezegd, voor een functie waarvan de maatschappij zoveel verwacht.

Praktijkgeval
Recent werd ik benaderd door een onderwijsinstelling voor een functie als toezichthouder.
Het betrof een een middelgrote instelling, met rond de 8.000 leerlingen, 850 medewerkers en een omzet van circa 60 miljoen euro.
Als je het functieprofiel leest van toezichthouder bij deze instelling krijg je onwillekeurig de indruk dat het hier gaat om een zware toezichthoudende functie bij een grote onderneming.
De kwaliteitseisen, deskundigheidsmix en het persoonlijkheidsprofiel zijn nogal stevig en eigenlijk niet in verhouding tot de omvang en complexiteit van een middelgrote onderwijsinstelling.

De gemiddelde tijdsbesteding raamt men op twee dagdelen per maand, ofwel 12 dagen per jaar.
Wat mij betreft redelijk laag als ik naar de uitkomsten van het NCD-onderzoek kijkt, want daar zit men al snel op het dubbele.

De instelling zegt een marktconform tarief uit te keren en dat klinkt goed tot men in het functieprofiel ziet dat deze vergoeding 2.000 euro bedraagt.
Nu niet bepaald marktconform en ook niet bepaald aanlokkelijk.
Het is in ieder geval beneden het laagste bedrag van de NCD en komt bij een belasting van 24 dagen per jaar neer op een uurloon van rond de 10 euro (iets meer dan het minimumuurloon van 9,26 voor een werkweek van 38 uur).
Reken ik 12 dagen per jaar dan verdien ik ruim 21 euro per uur bruto.
Kortom, voor zo'n bedrag kan je beter bij de lokale Albert Heijn vakken gaan vullen.
Geen stress, geen zorgen, geen ingewikkelde problemen en weinig aansprakelijkheidsrisico.
Deze vacature heb ik dan ook aan me voorbij laten gaan.
Overigens niet alleen om het geld, maar ook omdat ik met middelbaar onderwijs weinig affiniteit heb.

Conclusie
Onze samenleving vraagt steeds meer van toezichthouders in de (semi)publieke en private sector. Vreemd genoeg, zonder daar een fatsoenlijke vergoeding voor te willen betalen.
Dat moet ergens spaak gaan lopen.
Veel goed gekwalificeerde commissarissen en toezichthouders zullen de slecht betaalde functies laten liggen en het hogerop zoeken.
Dat betekent dat men onherroepelijk met een lagere kwaliteit van toezicht te maken zal krijgen.
Je vindt nu eenmaal geen goede toezichthouder als je niet bereid bent daarvoor te betalen.

Gezien de huidige situatie betaalt men eerder voor een "vakkenvuller" dan een "zakkenvuller" zoals men commissarissen en toezichthouders vaak betitelt.
Ik weet het, die vergelijking klopt niet helemaal.
Maar de werkelijkheid is dat men niet voor goed toezicht wil betalen.

zondag 24 januari 2016

En daar ging Van Gaal

Voor alle duidelijkheid: deze bijdrage gaat niet over Louis van Gaal maar over Annemarie van Gaal.
Op vrijdag 15 januari 2016 publiceerde de Staatscourant dat de zakenvrouw op haar eigen verzoek sinds 1 januari geen lid meer is van de raad van toezicht van de Autoriteit Financiële Markten (AFM).
Opvallend is dat de AFM zelf daarover in alle toonaarden zwijgt en geen verdere toelichting geeft.
Daardoor werd het opstappen voor voor speculatie en dat is geen goede zaak.
In de media werden allerlei verschillende mogelijke verklaringen geven voor haar aftreden.

Van Gaal kwam eerder in opspraak door betaalde toespraken die ze bij ING en Rabobank gaf. Ze ontkent dat deze aanleiding waren voor haar aftreden, want die waren vooraf goedgekeurd.
Enigszins vreemd daarbij is dat Minister Dijsselbloem van Financiën, die eindverantwoordelijk is voor de gang van zaken bij de AFM, later tegenover RTL-Z zei dat 'de AFM nevenactiviteiten beperkt op gebieden waar Van Gaal juist graag wel actief in wil blijven.
Uiteindelijk heeft zij besloten dat ze die toch belangrijker vindt. Het is zoals het is', aldus de bewindsman.
Tegenover het Financieele Dagblad (FD) laat Van Gaal weten:
"dat de toelichting van de minister onjuist is. 'Ik heb alles opgegeven wat ik moest opgeven voor ik bij de AFM begon, en verder heb ik geen nevenactiviteiten op enkele commissariaten na. Er is dus niets meer wat ik zou kunnen of moeten opgeven."
Wie het weet mag het zeggen en ik waag me in dit weblog niet aan speculaties over dit specifieke geval.

Bijbanen?
Een feit is wel dat de AFM eind 2014 in opspraak kwam door ongewenste nevenactiviteiten van een lid en de voorzitter van de raad van toezicht. Dat was toen aanleiding om de richtlijn aan te scherpen en ook dat bijna de gehele raad van toezicht opstapte.

In de nieuwe richtlijn mogen er geen bijbanen worden genomen bij instellingen of ondernemingen die onder toezicht staan van de AFM. Ook moesten bijbanen of opdrachten vooraf worden gemeld en beoordeeld door de voorzitter van de Raad van Toezicht.
Ik merk daarbij op dat er op de website van de AFM door mij niets te vinden is over deze nieuwe richtlijn.Het kan aan mij liggen, maar ik vind het wel vreemd. Waarom niet transparant hierover?

Wel is het zo dat je als bestuurder en commissaris bij een toezichthouder nu eenmaal in een glazen huis leeft en je moet voorkomen dat je onderwerp van gesprek wordt. Daarbij is het vooral van belang dat een gevoel van afhankelijkheid van onder toezicht gestelden wordt voorkomen en daarbij wordt nu eenmaal een zekere terughoudendheid gevraagd.
In het FD zegt mevrouw van Gaal hierover:
 "dat de functie van interne toezichthouder 'lastig te combineren' is met het voeling houden met wat er speelt in de samenleving."
Ikzelf denk dat hierin de belangrijkste reden ligt voor haar vertrek. Je kunt naast het lid zijn van de raad van toezicht bij de AFM bijna niets anders meer doen.

Wie de lijst van nevenfuncties van de raad van toezicht bekijkt ziet dat het veelal gaat om toezichthoudende functies in de semi-publieke sector.
Als voorbeeld gaat het om functies bij de VO-raad, Stichting jongeren op gezond gewicht, het Nationaal Ballet fonds, Stichting Almeerse Theaters, Rode Kruis Ziekenhuis, Zorg van de Zaak Netwerk, Zorggroep West-Alblasserwaard en het Diaconessenhuis.
Oneerbiedig gezegd gaat het allemaal om bijbanen met een maatschappelijk belang en niet om het commerciële gewin. Veelal gaat het om functies die relatief zeer laag belonen t.o.v. een commissariaat in het bedrijfsleven.

Bedenk daarbij ook dat je van de beloning als toezichthouder bij de AFM niet al te veel mag verwachten. Gemiddeld genomen krijg je ongeveer 25.000 euro bruto als toezichthouder (zie jaarverslag 2014).
In verhouding tot het bedrijfsleven is dat laag. Een commissaris bij de ING ontvangt bijvoorbeeld rond de 45.000 euro, maar krijgt ook nog extra betaald voor deelname in de verschillende commissies in de raad en dat kan aardig oplopen.
Commissarissen in het bedrijfsleven kunnen daarnaast ook nog meerdere commissariaten vervullen en dat is voor de leden van de raad van toezicht van de AFM evenmin mogelijk.

Kortom voor het geld hoef je het bij de AFM niet te doen. Je krijgt een relatief lage beloning en je mag er feitelijk niets bijverdienen.

Het lijkt me dan ook logisch dat mevrouw van Gaal er de brui aan geeft.
Zij is ondernemer en verdient haar inkomen met een scala aan activiteiten.
Om nou elke keer voor een klusje aan Paul Rosenmöller toestemming te moeten vragen is dan niet echt leuk.
Het is dan ook een verkeerde aanname van de AFM om te spreken over "nevenfuncties", ofwel bijbanen.
In feite is de werkelijkheid bij de AFM dat een toezichthoudende functie bij deze instelling een hoofdbaan is.
Helaas kun je van deze hoofdbaan niet leven.
Dat betekent dat mogelijke toekomstige toezichthouders gerekruteerd moeten worden uit een groep die niet afhankelijk is van het inkomen van de functie als toezichthouder.
Anders geformuleerd, personen met een goed pensioen of werk in de universitaire wereld, die het niet erg vinden om voor een relatie lage beloning hun moeilijke werk bij de AFM te doen.
Dat een benoeming bij de AFM de mogelijkheden voor een beter betaalde bijbaan uitsluit moeten ze daarbij voor lief nemen en zich ook kunnen en willen veroorloven.

Ik heb al eerder geschreven dat dit het vinden van goede toezichthouders wel erg moeilijk maakt.

Conclusie
Het valt te betreuren dat er zo weinig openheid is over het aftreden van Annemarie van Gaal.
Dat roept alleen maar speculatie op, zonder dat men de feiten kent.
Dat de minister en mevrouw van Gaal met verschillende verklaringen komen doet de zaak evenmin goed.
Feit is wel dat het voor de AFM moeilijk zal zijn om aan goed toezichhouders te komen.
De beloning is laag en men kan feitelijk verder geen andere (beter betaalde) toezichtfuncties vervullen.
Dat maakt toezichthouder worden bij de AFM een charitatieve daad en dat lijkt me nu niet bepaald een ideale situatie.
De enige oplossing is om met een marktconforme beloning te komen, rekening houdend met het feit dat de leden van de raad van toezicht er verder geen goed betaalde commissariaten bij kunnen vervullen.
Als je echt van mening bent dat toezichthouder bij de AFM een hoofdfunctie is dan moet je er ook goed voor betalen.
Het is echter de vraag of minster Dijsselbloem daar een ton of twee per lid van de raad van toezicht voor over heeft.

vrijdag 6 november 2015

"Bijbaantjes" stapelen?

Ik vond het opvallend dat de hele discussie rond Loek Hermans zich concentreerde op zijn vele bijbanen.
Daarbij waren er nogal wat commentators, ook op sociale media, die van mening waren dat er paal en perk gesteld moest worden aan dit soort praktijken.
Ik merk daarbij op dat het gebruik van het woord "bijbaantjes" nogal denigrerend is.
We praten hier niet over vakkenvullers bij een supermarkt maar over functies als bestuurder of toezichthouder of commissaris die van grote waarde zijn voor onze samenleving.

Los daarvan is het roepen om beperking van nevenfuncties een treffend staaltje van onbegrip want de wetgever heeft dat in al zijn ijver al geregeld.

De Nederlandse corporate governance code
In deze Code wordt als  best practice het volgende gezegd over het aantal commissariaten van bestuurders en commissarissen bij beursgenoteerde ondernemingen:
  • Best practice bepaling II.1.8. Een bestuurder kan niet meer dan iet meer dan 2 commissariaten bij beursvennootschappen vervullen. Een bestuurder is geen voorzitter van de Raad van Commissarissen.van een beursvennootschap. 
  • Best practice bepaling III.3.4 Een commissaris kan niet meer dan 5 commissariaten vervullen bij Nederlandse beursvennootschappen, waarbij het voorzitterschap van de raad van commissarissen dubbel telt.
Wetgeving
Daarnaast heeft de wetgever in het burgerlijk wetboek boek 2 bepalingen opgenomen.
Bij de introductie van de Wet Bestuur en Toezicht heeft het kamerlid Irrgang een amendement ingediend waarbij het nevenfuncties aan banden wordt gelegd.
Hij wilde een regeling voor alle vennootschappen en stichtingen, maar dat amendement is later bijgesteld. Voor bestuurders en commissarissen van een "grote" vennootschap of een "grote" stichting (met uitzondering van pensioenfondsen waarvoor een eigen regeling geldt) zijn de volgende beperkingen van kracht
  • (Uitvoerend) bestuurders: maximaal 2 'zware' toezichtfuncties en geen voorzitter van de RvC of one-tier board bij een andere 'grote' vennootschap.
  • Commissarissen/niet-uitvoerend bestuurders: maximaal 5 'zware' toezichtfuncties en het voorzitterschap telt dubbel.
Als "zware" toezichtfuncties gelden de posities bij een "grote' vennootschap of "grote' stichting.

Een vennootschap of stichting is groot als:
  1. de waarde van de activa volgens de balans met toelichting bedraagt, op de grondslag van verkrijgings- en vervaardigingsprijs meer dan € 20.000.000;
  2. de netto-omzet of het totaal van de bedrijfsopbrengsten of baten over het boekjaar bedraagt meer dan € 40.000.000;
  3. het gemiddeld aantal werknemers over het boekjaar bedraagt ten minste 250.
Voor pensioenfondsen tellen volgens het Besluit uitvoering Pensioenwet de nevenfuncties gewogen mee en mag men niet meer dan 1 Voltijd Equivalent aan werkzaamheden hebben.
 Zo telt het lidmaatschap van de raad van toezicht van een pensioenfonds mee voor 0,5 punt (voorzitterschap: 1 punt); ongeacht of het om een groot (beheerd vermogen > 10 miljard euro) of klein (beheerd vermogen: ≤ 10 miljard euro) pensioenfonds gaat.
Er is een tabel opgesteld waarin de hele regeling wordt uitgelegd.

NV, BV, stichting
Groot pensioenfonds
Klein pensioenfonds
Bestuursvoorzitter
0,6 punten
0,6 punten
0,3 punten
Bestuurder
0,6
0,4
0,2
Voorzitter toezichthoudend orgaan
0,4
0,2 (RvT)
0,2 (RvT)
Lid toezichthoudend orgaan
0,2
0,1 (RvT)
0,1 (RvT)
Bron: De Nederlandsche Bank
Voor grote banken en beleggingsinstellingen gelden weer aparte regels conform de implementatiewet CRD IV-limiteringsregels.
Het is allemaal wel erg ingewikkeld geworden.
Wilt u als bestuurder of commissaris zelf weten of een voorgenomen benoeming is toegestaan dan heeft Allen & Overy een handig hulpmiddel ontwikkeld. Via Internet kunt u gratis de Benoemingscheck uitvoeren om na te gaan of u niet mogelijk "overboarded' bent. 
Andere landen?
In Amerika doet men niet zo moeilijk en kent men geen regels over het aantal nevenfuncties.
ISS, de stem-adviseur van veel zakelijk aandeelhouders hanteert overigens wel een norm die er op neer komt dat executive en non-executive leden van de board niet meer dan 6 commissariaten dienen. te vervullen. Voor de Chief Exective Officer hanteert ISS de norm dat deze niet meer dan 2 commissariaten mag vervullen.
Keith Bishop bespreekt in zijn weblog de voorstellen van ISS om deze normen weer te gaan bijstellen en plaatst ook enkele kritische opmerkingen over de gehanteerde aantallen en de onderbouwing daarvan.
In Engeland kent men in de UK Corporate Governance Code geen beperkingen in aantallen, behalve voor executive leden die niet meer dan 1 commissariaat bij een andere beursondernemingen mogen hebben.

Conclusie
Uit het voorgaande overzicht blijkt dat we in Nederland aardig wat beperkingen hebben t.a.v. het aantal nevenfuncties. De vergelijking met andere landen is lastig omdat we feitelijk geen goed zicht hebben op de onderbouwing. Dat geldt overigens ook voor de Nederlandse streefgetallen.
Zoals vaker op het gebied van corporate governance stelt men regels zonder goed analyse van het probleem of empirische onderbouwing.
Waar komt nu die norm van 5 of 6 commissariaten vandaan? Zit men elkaar een beetje na te praten?

Is het niet beter als men vooral de tijdsbesteding neemt als richtinggevend?
Ik zie daar echter weinig van.
Je zou kunnen zeggen dat dit de gedachte is achter de eerder genoemde Voltijd Equivalent maar daarvan ontbreekt in de wet de onderbouwing.
Als we de gedachte van tijdsbesteding volgen zien we dit beeld:
Volgens het Nationaal Commissarissen Onderzoek 2014 besteedt men In Nederland, gemiddeld 290 uur aan een commissariaat bij beursondernemingen . Voor niet beursgenoteerde ondernemingen is dat 228 uur.
In Amerika ligt dat cijfer op 278 uur, volgens een onderzoek van de National Association of Corporate Directors.
Deze getallen liggen redelijk dicht bij elkaar en duiden er in ieder geval op dat je nooit meer dan 6 commissariaten kunt vervullen (ervan uitgaande dat een voltijd baan 220 dagen is).
Wie het beter weet, mag het zeggen, maar dat is in ieder geval de ruimte die er is als men al zijn beschikbare werktijd zou willen besteden als beroepscommissaris.
Vanuit dat licht bezien is de norm van maximaal 5 zwarte toezichtfuncties ook al bijna niet haalbaar
voor niet-uitoefende bestuurders en lijkt het me voor uitvoerende bestuurders ook niet doenlijk om er 2 commissariaten bij te doen.
Kortom, "bijbaantjes" stapelen valt wel mee, want daarvoor ontbreekt gewoon de tijd.

Dat staat overigens los van de vraag of het nu wel zou verstandig is om grenzen te stellen aan het aantal nevenfuncties dat men mag vervullen.
Dat is volgens mij geen taak van de overheid en kan men beter aan de betrokken organisaties en individuen overlaten.

vrijdag 12 december 2014

Raad van Toezicht AFM schiet te kort

Minister Dijsselbloem kwam vandaag met onverwacht nieuws, het interne toezicht op de Autoriteit Financiële Markten (AFM) functioneert niet goed.
Volgens het Financieele Dagblad van vandaag:
"Minister Jeroen Dijsselbloem van Financiën wil dat het interne toezicht op de Autoriteit Financiële Markten (AFM) verbetert. De raad van toezicht van de financiële waakhond gaat op de schop, meldt Dijsselbloem vrijdag na afloop van de ministerraad.
Voorzitter George Möller moet het veld ruimen. Het momenteel enige andere lid van de raad van toezicht, Diana van Everdingen, mag aanblijven. Verder pleit de minister voor eenduidige regels voor integriteit en gedrag. Ook moeten er duidelijke normen komen om de schijn van belangenverstrengeling te voorkomen."
Het is allemaal het gevolg van een kritisch rapport dat in opdracht van de minister werd opgesteld en dat vandaag naar de Kamer is gestuurd.
Aanleiding voor dat onderzoek een aanhoudende discussie binnen de raad over wat er verwacht mag worden van een interne toezichthouder in termen van compilatie, nevenfuncties en integriteit.

In de brief aan de Kamer zegt de minister . . . "Gelet op bovenstaande (lees het onafhankelijke onderzoek) vind ik het wenselijk om stappen te nemen waarmee het vertrouwen in een goed functionerende raad van toezicht van de AFM verder wordt versterkt en in de toekomst kan worden gewaarborgd."

Onvoldoende afstand
Misschien wel de belangrijkste conclusie is die over de manier waarop wordt omgegaan met nevenfuncties door de leden vangen raad van toezicht.
"4. Er is onvoldoende afstand gehouden van de instellingen die onder toezicht staan, en ook eventuele adviesfuncties zouden daar niet moeten worden vervuld. "
Volgens onderzoekers is het conform de statuten van de AFM verboden om een nevenfunctie te vervullen bij een instelling die over een vergunning van de AFM en/of DNB beschikt, of is opgenomen in de registers van de AFM en/of DNB.
Er wordt door de leden echter onder meer deelgenomen in de raden van commissarissen van beursgenoteerde ondernemingen. Jaarverslagen van deze ondernemingen staan onder toezicht van de AFM.
Ook is het vreemd dat er in de Raad van Toezicht geen gestructureerde gezamenlijke afweging plaatsvindt t.a.v. individuele nevenactiviteiten.
"In principe is het accepteren van een nevenfunctie een individuele beslissing van het lid dat de nevenfunctie gaat bekleden."
Het rapport beveelt dan ook aan dat leden van de Raad van toezicht geen bestuurs- of adviesfuncties dienen te bekleden bij de ondertoezichtgestelden van de AFM.
Elke adviesfunctie, in welke vorm dan ook, en elke dienst, in welke vorm van ook van een lid van de raad aan een ondertoezichtgestelde wordt uitgesloten.
Daarbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen binnen en buitenlandse nevenfuncties.

Nevenfuncties
Op de website van de AFM is het volgende terug te vinden over de nevenfuncties van leden van de Raad van Toezicht:
  • Joop Feilzer was onder meer non-executive director bij het Euro Trust-fonds van vermogensbeheerder Henderson, commissaris bij Holding Nationale Goede Doelen Loterijen en bestuursvoorzitter van Stichting Obligatiehouders German Retail Fund;
  • Maarten Schönfeld is onder meer commissaris bij Fugro en Arcadis;
  • George Möller is onder meer lid van de raad van toezicht van NasdaqDubai, niet-uitvoerend directeur van het Wintor Futures Fund op de Britse Maagdeneilanden en voorzitter van de raad van advies van Amsterdam Institute of Finance;
  • Henriette Prast was commissaris bij de Staatsloterij.
Je kunt op basis van deze opsomming inderdaad hier en daar kanttekeningen zetten bij het "op afstand staan" van de leden van de raad van toezicht.
Maar er moet meer aan de hand zijn, anders had de minister niet ingegrepen.
Over de overige nevenfuncties, zoals advieswerk bijvoorbeeld komen we bijvoorbeeld niets te weten. Vermoedelijk ligt daar de oorzaak van het probleem.
Nogmaals, dat blijft gissen, want er is geen onderliggend bewijs voor.

Wel blijft het opvallen dat Feilzer, Schönfeld en Möller voor het aflopen van hun benoemingstermijn aftreden of misschien wel moeten aftreden. De twee eerstgenoemden hebben dat overigens al gedaan. Möller blijft aan tot er een nieuwe voorzitter is gevonden.
Mevrouw Prast was al eerder afgetreden na het aflopen van haar benoemingstermijn. Zij is overigens niet herbenoemd en dat duidt misschien ook op problemen met nevenfuncties of haar kritische opstelling hierover.
Het momenteel enige andere lid van de raad, Diane van Everdingen, mag nog wel aanblijven.
Er moet wel haast sprake geweest zijn van de schijn van belangenverstrengeling anders is deze gedwongen snelle leegloop niet te verklaren.
De vraag is dan: hoe erg is dat?

Gevolgen
Laat ik voorop stellen dat ik van mening ben dat een toezichthouder ook voor zijn eigen governance aan de hoogste eisen moet voldoen.
Toch hebben de genoemde omissies in het rapport niet geleid tot het vinden van frauduleuze praktijken of belangenverstrengeling. Ook is er geen aanwijzing dat met voorkennis of anderszins met de kennis van de toezichthouder in privébelang is gehandeld.
Blijft alleen over de constatering dat er onvoldoende afstand is gehouden van de instellingen die onder toezicht staan.
Wat dat dan voor gevolgen heeft gehad voor het toezicht is onbekend, in ieder geval niet fraude of belangenverstrengeling want dan had men dat wel gemeld.
In de pers begrijpt men dit overigens niet.
Bij het Financieele Dagblad zie ik bijvoorbeeld een kop als:
"Er ligt een kritisch rapport over de integriteit van de raad van toezicht van de AFM. Voorzitter George Möller moet het veld ruimen."
Dat is natuurlijk een vlag die de lading niet dekt en betrokkenen onnodig schade toebrengt.


Wat was dan wel het geval?
We kunnen vermoeden dat de onafhankelijkheid van de leden van de raad in sommige gevallen in het geding is geweest door advieswerk, lezingen, workshops e.d.
Als je dat weegt aan de voorbeeldfunctie van de AFM en de sector waarop zij toezicht houdt dan is de enige conclusie dat er blijkbaar geen enkele twijfel mag bestaan aan de betrouwbaarheid en onkreukbaarheid van de Raad van Toezicht, waarbij elke schijn van belangenverstrengeling dient te worden voorkomen.
Ik deel deze mening volledig en denk dat vanuit dit licht bezien de minister terecht heeft ingegrepen.
Ook de 26 aanbevelingen uit het onderzoeksrapport bevatten vele goede elementen om het toezicht en compliance te verbeteren.
Ik heb echter nog wel 1 vraag.

Waar vinden we de nieuwe toezichthouders?
De minister wil de lat hoog leggen als het gaat om het aantrekken van nieuwe toezichthouders.
De vraag is dan echter wel wie er nog toezichthouder wil worden bij de AFM?
Als je bekwame toezichthouders wil aantrekken is de propositie van de AFM namelijk niet zo heel erg aantrekkelijk.
In de praktijk betekent dit dan dat je bijna alle andere (betaalde) nevenfuncties moet opzeggen zoals commissariaten en je ook bijna geen advieswerk e.d. meer kunt doen of daarin ernstig beperkt wordt.
De zo gewenste afstand betekent dat je feitelijk bijna alleen nog voor de AFM mag werken,.
Dat dan allemaal voor een relatief bescheiden beloning t.o.v. bijvoorbeeld een commissariaat bij een beursgenoteerd fonds of advieswerk.

Dat is ook gelijk de grote omissie in het rapport. Men legt de lat hoog, zonder aan te geven wat dat in de praktijk gaat betekenen.
De kernvraag beantwoorden, wanneer wordt betrouwbaarheid en onkreukbaarheid aangetast, lijkt mij 
de enige oplossing voor dit toezichtsdilemma.
Dat doet het rapport echter niet en dat valt te betreuren.
Als je zo vaag bent over de invulling van dat begrip "afstand houden" en je tegelijkertijd een minister ziet die maar al te gretig drastisch ingrijpt, dan rest mij alleen enig medelijden met de betrokken toezichthouders en de AFM.
Dat wil overigens niet zeggen dat de AFM niet in staat zal blijken nieuwe toezichthouders aan te trekken. Ik denk dat er best wel toppers te vinden zijn die het prima vinden om bij een instituut als de AFM in de Raad van toezicht te gaan zitten.
Natuurlijk betekent dat afstand doen van andere commissariaten e.d maar dan bekleed je wel een positie met grote maatschappelijke verdienste en dat is ook heel wat waard.

Tenslotte nog dit: ik heb enige jaren geleden met veel plezier een interimopdracht gedaan bij de AFM. Dat heeft natuurlijk mijn eigen "afstand" verkleint, maar niet mijn sympathie voor deze mooie organisatie.
In ieder geval is van belangenverstrengeling geen sprake, want dat was jaren geleden.