Posts tonen met het label salarisplafond. Alle posts tonen
Posts tonen met het label salarisplafond. Alle posts tonen

zondag 15 mei 2016

Gezocht: een goede en goedkope toezichthouder

Van commissarissen en toezichthouders wordt steeds meer gevraagd. De toenemende complexiteit van het vak vraagt om steeds meer inzet en een grotere tijdsbesteding.
Daar moet dan ook een adequate beloning tegenover staan,als je goede mensen aan wilt trekken. Een beloning in verhouding tot de beloning die het bestuur ook krijgt.

Wettelijk kader
In de (semi-) publieke sector is sinds 1 januari 2015 de Wet normering topinkomens (WNT-2) van kracht. Deze wet bepaalt de maximale vergoeding van bestuurders en toezichthouders in de sector.
In de WNT-2 zijn de honoreringsmaxima voor toezichthouders gekoppeld aan de bezoldiging van de bestuurder. De WNT-2 maximaliseert de vergoeding van leden van de Raad van Toezicht tot 10% van de voor de eigen bestuurder geldende bezoldiging en voor de voorzitter is dit 15% van deze bezoldiging exclusief BTW. Concreet betekent dit een maximale beloning van 18.000 voor gewone toezichthouders en 27.000 euro voor de voorzitter van de raad van toezicht.

Wat is nu de ratio is van van die percentages van 10 en 15%?
 In de oude wet lagen die percentages op 5 en 7.5%, maar toen waren de maximale bestuurssalarissen veel hoger. In de WNT-2 zijn de salarissen verlaagd van maximaal 230.000 naar 178.000.
De verhoging is ten dele een reactie op de verlaging van het maximale bestuurssalaris maar ook veroorzaakt door de erkenning dat er in de oude situatie te weinig rekening werd gehouden met het vele werk dat er op een toezichthouder afkomt.
In de memorie van toelichting valt te lezen dat de minister nu uitgaat van een hogere tijdsbesteding dan waar in de oude WNT rekening werd gehouden. 
Men ging toen uit van een beperkt tijdsbeslag voor de functie van twee dagdelen per maand voor gewone leden en drie dagdelen voor de voorzitter.Ofwel 8 uur per maand is ongeveer 2 uur per week. Uitgaande van een werkweek van 40 uur komt dit neer op 5%. Voor de voorzitter geldt eenzelfde redenering maar dan voor drie uur week. Dat komt neer 7.5%.
De minister stelt dat men tegenwoordig dubbel zoveel tijd kwijt is en dat daarom een verhoging van 100% gerechtvaardigd is.

Een vergeten argument is overigens ook dat de stijgende aansprakelijkheidsrisico's sinds de Meavita-uitspraak. Daarbij dient men ook nog te bedenken dat men in de (semi)publieke sector te maken heeft met een speelveld dat niet zelden wordt bepaald door grillige Haagse wensen.
Daardoor wordt de beleidsvrijheid van instellingen regelmatig drastisch overhoop gegooid door van overheidswege bedachte stelselwijzigingen en regelgeving. De huidige malaise in de thuiszorg is daarvan een goed voorbeeld.

Naleving
De overheid houdt jaarlijks een onderzoek naar de ontwikkeling van topsalarissen. Een voorbeeld daarvan is de monitor naar salarissen van topfunctionarissen in de onderwijssectoren, die voor het laatst in 2014 werd gehouden.
Daaruit blijkt dat een toezichthouder bij het MBO gemiddeld 6.000 euro verdient, bij het HBO is dat 7.000 euro en bij het wetenschappelijk onderwijs ons het 10.000. Voorwaar geen riante beloningen, te meer als men bedankt dat dit bruto-inkomsten zijn, omdat toezichthouders hierover nog inkomstenbelasting moeten betalen.
Meer recent heeft het Nederlands Centrum van Directeuren (NCD) een beloningsonderzoek gedaan met als voornaamste conclusie dat commissarissen en toezichthouders worden onderbetaald.
De voornaamste conclusies zijn:
  • Gemiddeld tijdsbeslag
    • RvC (beursgenoteerd): 1 dag per week
    • RvC (MKB/social profit): 0.5-1 dag per 2 weken
    • RvT (MKB/social profit): 0.5-1 dag per 2 weken
    • RvA (MKB/social profit): 1-2 dagen per maand
    • Kitchen Kabinet (MKB): 1-2 dagdelen per maand
  • Indicatie vergoeding
    • RvC (beursgenoteerd): voorzitter 50.000-150.000 per jaar, lid RvC 30.000-115.000 per jaar. Daarnaast opleiding, reizen, verzekering.
    • RvC (MKB/social profit): voorzitter 15.000-40.000 per jaar, lid RvC 10.000-20.000 per jaar. Daarnaast opleiding, reizen, verzekering.
    • RvT (MKB/social profit): voorzitter 8.000-15.000 per jaar, lid 5.000-10.000 per jaar. Daarnaast opleiding, reizen, verzekering.
    • RvA (MKB/social profit): 1.000-10.000 per jaar.
    • Kitchen Cabinet (MKB): 0-2.500 per jaar.
Uit het onderzoek blijkt dat bij het overgrote deel van de commissarissen een (bruto)uurloon van nog geen 30 Euro eerder regel dan uitzondering is. Dat lijkt mij niet al te veel, eerlijk gezegd, voor een functie waarvan de maatschappij zoveel verwacht.

Praktijkgeval
Recent werd ik benaderd door een onderwijsinstelling voor een functie als toezichthouder.
Het betrof een een middelgrote instelling, met rond de 8.000 leerlingen, 850 medewerkers en een omzet van circa 60 miljoen euro.
Als je het functieprofiel leest van toezichthouder bij deze instelling krijg je onwillekeurig de indruk dat het hier gaat om een zware toezichthoudende functie bij een grote onderneming.
De kwaliteitseisen, deskundigheidsmix en het persoonlijkheidsprofiel zijn nogal stevig en eigenlijk niet in verhouding tot de omvang en complexiteit van een middelgrote onderwijsinstelling.

De gemiddelde tijdsbesteding raamt men op twee dagdelen per maand, ofwel 12 dagen per jaar.
Wat mij betreft redelijk laag als ik naar de uitkomsten van het NCD-onderzoek kijkt, want daar zit men al snel op het dubbele.

De instelling zegt een marktconform tarief uit te keren en dat klinkt goed tot men in het functieprofiel ziet dat deze vergoeding 2.000 euro bedraagt.
Nu niet bepaald marktconform en ook niet bepaald aanlokkelijk.
Het is in ieder geval beneden het laagste bedrag van de NCD en komt bij een belasting van 24 dagen per jaar neer op een uurloon van rond de 10 euro (iets meer dan het minimumuurloon van 9,26 voor een werkweek van 38 uur).
Reken ik 12 dagen per jaar dan verdien ik ruim 21 euro per uur bruto.
Kortom, voor zo'n bedrag kan je beter bij de lokale Albert Heijn vakken gaan vullen.
Geen stress, geen zorgen, geen ingewikkelde problemen en weinig aansprakelijkheidsrisico.
Deze vacature heb ik dan ook aan me voorbij laten gaan.
Overigens niet alleen om het geld, maar ook omdat ik met middelbaar onderwijs weinig affiniteit heb.

Conclusie
Onze samenleving vraagt steeds meer van toezichthouders in de (semi)publieke en private sector. Vreemd genoeg, zonder daar een fatsoenlijke vergoeding voor te willen betalen.
Dat moet ergens spaak gaan lopen.
Veel goed gekwalificeerde commissarissen en toezichthouders zullen de slecht betaalde functies laten liggen en het hogerop zoeken.
Dat betekent dat men onherroepelijk met een lagere kwaliteit van toezicht te maken zal krijgen.
Je vindt nu eenmaal geen goede toezichthouder als je niet bereid bent daarvoor te betalen.

Gezien de huidige situatie betaalt men eerder voor een "vakkenvuller" dan een "zakkenvuller" zoals men commissarissen en toezichthouders vaak betitelt.
Ik weet het, die vergelijking klopt niet helemaal.
Maar de werkelijkheid is dat men niet voor goed toezicht wil betalen.

zondag 29 juni 2014

Maximering accountantsinkomen

In een interview in het Financieele Dagblad, maakt de aankomend directeur van de VEB, Paul Koster duidelijk dat hij zich wil gaan richten op de rol van de accountant.
Hij zegt:
"Ik wil wat kritischer naar die beroepsgroep gaan opereren. Ik denk dat er alom bewijzen zijn dat de accountantsfunctie aan vertrouwen heeft ingeboet."
Eerder al bepleitte hij een salarisplafond voor accountants. De maximering van hun salaris moet een besparing opleveren die kan worden gebruikt om de kwaliteit van de accountantscontrole te verbeteren.
Dat voorstel krijgt overigens weinig steun meldde Financieele Dagblad later. Ik zet wat bezwaren op een rijtje:
  • geen logisch relatie plafond inkomen en betere kwaliteit van werk;
  • er wordt al heel veel geïnvesteerd in kwaliteit;
  • gebrek aan bewijs dat een plafond op inkomen de oplossing is;
  • als je de controlefunctie aan de markt uitbesteed dan kan je dat niet zomaar reguleren;
  • de accountant mag zoveel verdienen als de markt hem toestaat, maar dan moet hij wel de kwaliteit leveren die bij de hoogte van dat inkomen hoort.
Op de website van de accountant zijn ook veel veel reacties te vinden vanuit het beroep op het voorgenomen salarisplafond. Samenvattend vindt men het maar niks en de verkeerde oplossing voor het probleem.
Ik zal me verder niet in de discussie over mogelijke oplossingen mengen. Duidelijk is inmiddels wel dat het beroep structureel niet goed functioneert.
Wat ik in de discussie mis zijn echter twee belangrijke zaken:
  • het wettelijk monopolie dat accountants hebben voor de controle op de jaarrekening staat steeds meer op de tocht;
  • belangrijke stakeholders zoals de gecontroleerde ondernemingen en aanhouders zijn ontevreden over het functioneren van de accountants.
Wettelijk monopolie
Accountants vergeten te vaak dat zij in hun rol als poortwachters, van de overheid als beroepsgroep het alleenrecht hebben verkregen om de verplichte wettelijke controle uit te voeren.
In feite heeft men een wettelijk monopolie en is er van marktwerking weinig sprake.
De Grote Vier maken de dienst uit, ook in de beroepsgroep.
Wat Paul Koster denk ik indirect aan de orde stelt is dat het hebben van een wettelijk monopolie belangrijke verplichtingen met zich mee brengt. Het kan niet zo zijn dat je als partner van een groot accountantskantoor vooral aan je eigen inkomen denkt en de kwaliteit van het uitgevoerde controlewerk verwaarloost.
Als ik hem goed beluister is dat naar zijn mening aan de hand en heeft de accountant daardoor aan vertrouwen ingeboet.
Overigens is dat naar mijn mening typisch monopolistisch gedrag: op basis van marktmacht een belabberd product aanbieden tegen veel te hoge prijzen en daardoor een veel te hoge winst maken.

Morrende stakeholders
Als gevolg van dit slecht uitgevoerde monopolie zien we ook steeds meer ontevreden klanten. Denk aan de aanstelling van KPMG bij DSM waarbij de klant extra eisen heeft gesteld aan de benoeming.
"Een van de eisen is dat DSM op elk moment kosteloos de samenwerking met de accountant kan verbreken, mochten er nieuwe schandalen aan het licht komen. Ook vroeg het bedrijf een ‘comfort letter’ van KPMG, waarmee DSM zekerheid wil krijgen dat de accountant genoeg maatregelen heeft genomen om nieuwe schandalen te voorkomen."
Het is alsnog al wat als je op die manier de functie van vertrouwensman van het maatschappelijk verkeer denkt in te vullen. Het is ook een teken aan de wand dat de gecontroleerde ondernemingen zelf blijkbaar nogal sceptisch staan tegenover de kwaliteit van het geleverde werk.

Dat zien we ook terug in de kritische opstelling van de VEB.
Jan Maarten Slagter gaf al in 2011 aan weinig vertrouwen meer te hebben in de accountant.
Wat dat betreft treedt Paul Koster in zijn voetsporen met een alweer duidelijk signaal: aandeelhouders hebben steeds minder vertrouwen in de kwaliteit van de door accountants uitgevoerde controles.
Tel daar nog bij op dat ook de politiek zijn geduld aan het verliezen is en dan mag het wel duidelijk zijn dat het accountantsberoep in de huidige vorm zijn beste tijd wel gehad heeft.

De ondergang van de accountantsindustrie
Ben ik een doemdenker als ik zeg dat het accountantsberoep in zijn huidige vorm geen toekomst meer heeft?
In een eerder weblog in 2012 kwam ik al tot deze conclusie.
Mijn aanbeveling was toen om de verplichte controle af te schaffen om een einde te maken aan het wettelijke monopolie. Ten tweede vond ik toen dat de echte stakeholder de accountant moet aanstellen en betalen. Dat is naar mijn mening de aandeelhouder en niet de commissaris. In Nederland zou dit bijvoorbeeld kunnen door deze rechten toe te kennen aan een aandeelhouderscommissie. De benodigde fondsen zouden aandeelhouders van de onderneming kunnen claimen waarin zij beleggen. In feite gaan we dan terug naar de beginsituatie van meer dan 1 eeuw geleden waarin degene met het grootste belang de controleur betaalde.

Conclusie
Vooralsnog ligt de bal bij het beroep om zelf met verbeteringen te komen. Zij hebben van de Tweede Kamer en minister Dijsselbloem de opdracht gekregen om de kwaliteit van de sector te verbeteren.
Daarvoor is een werkgroep samengesteld die samen met een stuurgroep aan de slag gaat.
Hoe dat allemaal uitpakt is nog maar de vraag.
Wie de reacties leest op de website van De Accountant kan zich met recht afvragen of dit wat zal opleveren. Veel voorstanders van verregaande vernieuwing voelen zich buitengesloten.
De kans dat er in september een gedragen plan ligt is erg klein.
Dan is overigens de politiek weer aan zet en dan moeten we maar weer afwachten wat dat oplevert.
Zou het niet een veel beter idee zijn om de discussie eerst maar eens te voeren met de belangrijkste stakeholders en niet alleen maar hoofdzakelijk binnen de beroepsgroep?
Ik heb niet de indruk de de huidige generatie bestuurders in de beroepsgroep nog beseffen wat er buiten de muren van hun fraaie kantoren leeft.

vrijdag 3 januari 2014

Salaris gehalveerd? Bpost CEO Thijs vertrekt!!

Als u mij vraagt wat nu de opvallendste gebeurtenis was in mijn vakgebied in 2013 is dat ongetwijfeld de affaire Johnny Thijs die in België voor heel wat opwinding zorgde.

Wat was het geval
Thijs is al sinds 2002 de hoogste baas van de Belgische Post, dat tegenwoordig de naam Bpost heeft.
In twaalf jaar tijd is hij er in geslaagd het oubollige overheidsbedrijff om te vormen tot een slagvaardig en winstgevend bedrijf.
Zijn contract gaf een beloning van 1,1 miljoen euro per jaar voor het leidinggeven aan een bedrijf van 26.000 werknemers, dat dringend aan een vernieuwingsslag toe was.
Kortom een zware klus waarvoor een marktconforme beloning nodig was.

Einde oefening
De regering-Di Rupo grijpt het aflopen van het huidige contract aan om een nieuwe beloning vast te stellen, die neerkomt op een halvering van zijn loon. Dat kan de regering overigens doen, want zij is voor meer dan helft aandeelhouder in het inmiddels beursgenoteerde Bpost.

Ook in België woedt een discussie over de salariëring van bestuurders bij (semi-)publieke bedrijven. De overheid wil graag een limiet stellen aan wat topbestuurders bij dergelijke organisaties mogen verdienen. Daarbij wordt gedacht aan een maximum van 290.000 euro, inclusief onkosten en bonussen. Dat is dan de Belgische variant van de Balkenende-norm, want zoveel verdient de Belgische premier ongeveer.
De regering zou mogelijk willen inbinden, en uitzonderingen maken voor bepaalde organisaties, zoals bedrijven die minimaal voor 25 procent in handen zijn van privéaandeelhouders of tienduizend werknemers hebben. Het maximumsalaris zou in dit geval op 700 tot 800 duizend euro per jaar worden vastgesteld.

De federale regering besliste echter later dat topbestuurders van beursgenoteerde overheidsbedrijven voortaan nog maximaal 650.000 euro bruto per jaar mochten verdienen. De ratio voor deze limiet is overigens niet bij mij bekend.
Voor Thijs betekent dat bijna de helft minder bij het aangaan van een nieuw contract. Zoals de overheid fijntjes opmerkt: "Ofwel hij levert in, ofwel hij vertrekt."
Hij kondigde eind december daarom aan dat hij geen nieuw contract wil.
Voor zo'n laag salaris wil hij niet meer verder werken.

Kijk, dat vind ik nu humor. Een beloningsprikkel wordt in het vakgebied corporate governance gezien als een goed middel om bestuurders tot betere prestaties aan te sporen. Dat het omgekeerde ook geldt vergeten we vaak. De affaire Thijs is daar een mooi voorbeeld van.
Te veel beloning is niet goed, maar als je te weinig geeft loop je het risico dat goede mensen weglopen en dat het heel lastig wordt capabele vervangers aan te trekken.

Overigens heeft Thijs sinds zijn aanstelling de federale staat op zijn minst 800 miljoen opgeleverd in de vorm van dividenden en kapitaaluitkeringen. Voorwaar geen slechte prestatie en hij is daarom zijn salaris meer dan waard, zou je denken.
Zo niet in België, waar ideologische en politiek belangen de rol van de staatsaandeelhouder nogal drastische beïnvloeden. De regering vergeet dat zij als aandeelhouder gebaat is bij deskundige bestuurders, want dat levert op de lange termijn geld op, ook voor de werknemers. Nu is de onderneming de dupe van een kortzichtige aandeelhouder, die voor een dubbeltje op de eerste rij wil zitten.

Conclusie
Deze casus illustreert weer treffend waarom een overheid zich niet met een beursgenoteerde onderneming moet bemoeien, en dan zeker niet op deze manier.
Je zegt toch ook niet tegen een succesvolle voetballer als Messi dat hij het voortaan maar voor de helft moet doen? Waarom dan wel bij een succesvolle bestuurder van beursgenoteerde vennootschap, waar de staat meerderheidsaandeelhouder is?
De kans dat Thijs zit te wachten op de reservebank is overigens kleiner dan de kans dat een topvoetballer als Messi in het eerste elftal van FC Groningen belandt.

Bedrijven met een overheidsdeelname moeten op de commerciële markt in staat zijn te concurreren met andere commerciële ondernemingen. Daar past niet echt bij dat het salaris van de bestuurders een zaak is van de regering en op basis van ideologische motieven wordt vastgesteld.
Dat kun je beter aan de commissarissen overlaten, die verstand van zake hebben.
U hoort mij goed, dat hebben politici wat mij betreft absoluut niet.
Daarnaast is het oliedom om een succesvolle manager op deze manier te bejegenen. Minister Labille had nog het lef om Thijs te bedanken voor het goede werk.
Dat getuigt van een ongekend en bot cynisme.
U hebt goed gewerkt, dus zullen we uw loon halveren.
Dat is de boodschap en die getuigt niet van respect. 

Daarbij wordt hij door de Belgische politiek in de pers weggezet als een ordinaire poenpakker die maar beter kan oprotten als hij de nieuwe vergoeding, die elke realiteitszin ontbeert, niet aanvaardt.
Het zijn vreemde toeren die de Belgische overheid als aandeelhouder uithaalt.
Spraken we eerder over het gevaar van activistische aandeelhouders, nu kunnen we beter de discussie starten over het gevaar van politieke overheidsaandeelhouders.
Ik ben overigens benieuwd welke "topper" er wel voor de helft van het salaris bij Bpost wil werken.
Misschien een (ex-)politicus, of een ambtenaar?