dinsdag 29 november 2011

De governance-soap bij Ajax

Net terug van een vakantie met de familie in het Zwarte Woud is er weer het nodige nieuws in te halen.
Zo heb ik met interesse het vonnis van 12 december j.l. gelezen van de voorzieningenrechter in de zaak die Johan Cruijff tegen de raad van commissarissen (RvC) van de de beursgenoteerde vennootschap Amsterdamsche Football Club (AFC) Ajax.
Eerder heb ik op 31 maart 2010 als in deze weblog geschreven over de governance bij Ajax.
toen werd het bestuur naar huis gestuurd en sinds die tijd is het constant blijven rommelen bij de structuurvennootschap en in de vereniging.
Vanuit governance-perspectief een interessante zaak, want voetbal is nu eenmaal amusement en voetballers zijn nu creatief en gedreven. Dat alles staat vaak haaks op datgene wat er bij een beursgenoteerde vennootschap in termen van behoorlijk bestuur aan de orde hoort te komen.

De zaak zoals die nu speelt komt er op neer dat er volgens Cruijff en zijn aanhangers niet de goede weg is bewandeld bij de benoeming door de RvC van Sturkenboom en Van Gaal als directeur bij de vennootschap.
Wat mij opvalt is dat dit waarschijnlijk de eerste keer is dat in Nederland een commissaris (Cruijff) de overige leden aanklaagt bij de rechter. Eveneens opvallend is dat zich daarbij een aantal andere klagers hebben aangesloten waaronder Dennis Bergkamp, Ronaldus de Boer, Jaap Stam, Marc Overmars e.a.
Ook dat is weer een unicum wat deze heren spelen geen rol in de governance-structuur van de vennootschap (behalve dat zij werknemer zijn), maar worden wel als het zogenaamde "technische hart' van de vennootschap bestempeld, hetgeen betekent dat zij belast zijn met de realisering van de voorgenomen strategie van Cruijff.
Uit deze combinatie van eisers blijkt volgens mij duidelijk dat de achtergrond van deze zaak is dat er met de beoogde benoeming van Louis van Gaal blijkbaar naar gevoel van de eisers geen uitvoering zal worden gegeven aan de verdere invoering van de plannen om Ajax weer aan de top te brengen.
Zo staat er in het vonnis te lezen dat . . "Cruijff bewust buiten de voorbereiding van de besluiten is gehouden en de besluiten achter zijn rug om zijn genomen, en de benoemingen van Van Gaal, Blind en Sturkenboom het Plan ondermijnen, terwijl eisers sub 2 tot en met 14 per 1 juli 2011 zijn aangesteld om het Plan tot uitvoering te brengen." 

In de procedure kiezen de eisers voor de formele weg om het besluit van de RvC te torpederen. Zo is er niet de goede weg bewandeld bij de oproep voor de vergadering van de RvC. Meer concreet:
de oproeping is niet per brief is verzonden en de voor de oproeping geldende uiterlijke termijn van verzending is niet in acht is genomen.
De rechter erkent dat voor de vergadering van 16 november het geval is maar verwijst ook naar het feit dat er op 25 november een nieuwe vergadering met de voorgestelde benoeming op de agenda bijeen is geroepen waarvoor wel alle formaliteiten goed vervuld zijn.

Een tweede argument van Cruijff c.s richt zich op het feit dat conform de statuten van de vereniging (artikel 19) nodig is dat ledenraad zich uitspreekt over:
e. wijziging in de structuur van de op topvoetbal gerichte jeugdopleiding alsmede wijzigingen in de ten behoeve van deze jeugdopleiding gebruikte accommodaties en faciliteiten; f. wezenlijke wijzigingen in de structuur van het functioneren van jeugd- en amateurelftallen.
Hier zien we duidelijk de vrees bij eisers dat met de komst van Van Gaal een einde komt aan de plannen van Cruijff c.s. De rechter wijst deze eis ook af, want zo zegt hij: "op zichzelf wordt met de benoeming van nieuwe werknemers/directieleden de structuur niet gewijzigd in de zin van artikel 19 lid 2 onder e en f van de statuten.
In juridische zin een terechte uitspraak want er zijn nog geen structuurwijzigingen voorgesteld, maar het is voor iedereen wel duidelijk dat de "lijn Cruijff' door de "lijn Van Gaal" zal worden vervangen als de benoeming doorgaat.
Indirect erkent de rechter dat ook door te stellen dat de Algemene Vergadering van Aandeelhouders (AvA) die benoemingen zelf niet kan tegenhouden, maar zich daarover uitsluitend kan uitlaten. Dat leidt tot de constatering dat de enige mogelijkheid voor de aandeelhouders om de benoemingen van Sturkenboom en Van Gaal niet tot stand te laten komen, bestaat in het opzeggen van het vertrouwen in de commissarissen als bedoeld in artikel 24 van de statuten. Daarvoor hebben zij echter geen gelegenheid gehad omdat voor de de vergadering van 12 december geen nieuwe agendapunten meer kunnen worden toegevoegd. De rechter erkent ook dat de het niet onaannemelijk is dat aandeelhouders tot een dergelijke stap zouden willen overgaan., omdat de ledenraad het vertrouwen in de voltallige RvC heeft opgezegd op 28 november.

De rechter beslist vervolgens dat het voorgenomen benoemingsbesluit wordt geschorst totdat de aandeelhouders hebben kunnen besluiten over het al dan niet opzeggen van het vertrouwen in de RvC.
Het vonnis vermeldt . . "De voorzieningenrechter is van oordeel dat de hierna te vermelden ordemaatregel moet worden getroffen om de keuze voor de ‘lijn Cruijff’ of voor de ‘lijn Van Gaal’, indien en voor zover daadwerkelijk van een tegenstelling sprake is, in handen van de aandeelhouders te leggen. Deze keuze hoort thuis bij de AvA als het hoogste orgaan van Ajax."
Dat betekent een bijzondere AVA waaraan het agendapunt het opzeggen van vertrouwen in commissarissen kan worden toegevoegd (een termijn van tenminste 60 dagen geldt hier volgens de statuten voor).

Dit betekent dat er een extra aandeelhoudersvergadering moet worden gehouden. Volgens de statuten moet dit voorstel met redenen omkleed te zijn en 30 dagen voor de vergadering aan de hoofddirectie en de ondernemingsraad te worden medegedeeld.
Na aanname moet de directie de ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam vragen om tijdelijk een of meer commissarissen aan te stellen die als taak heeft een nieuwe raad samen te stellen.
Ook dat zal dan weer een unicum zijn als alles doorgaat. Alleen bij de casus Stork is eerder een dergelijk geval aan de orde geweest, maar toen heeft de Ondernemingskamer besloten dat voorstel op te schorten en tijdelijk een tweetal "supercommissarissen te benoemen.

Hoe gaat dat nu allemaal verder? Als de huidige RvC weigert af te treden, ondanks het opzeggen van vertrouwen van de ledenraad, dan koerst men inderdaad af op een scenario waarin de beslissing valt in een buitengewone AvA.
Naar ik begrijp heeft hebben de vennootschap en commissarissen hoger beroep aan getekend tegen het vonnis. De reden daarvoor is mij niet bekend, maar ik geef ze vooralsnog weinig kans. Het vonnis is goed onderbouwd en legt de beslissing uiteindelijk bij de aandeelhouders. Als die vertrouwen hebben in commissarissen mogen ze blijven en kan de benoeming van Van Gaal doorgaan. Zo niet dan is het aftreden geblazen.

In geval van Ajax zijn de aandeelhouders in feite de leden van de vereniging en dus uitermate belangrijke stakeholders waar je niet omheen kunt.
Aardig dat een beursvennootschap als Ajax betrokken lange termijnaandeelhouders kent die het beste met de club (pardon, ik bedoel vennootschap) voor hebben.
Aardig ook dat we hier een strijd zien tussen min of meer professionele bestuurders in de RvC en de echte voetballiefhebbers.
Nog aardiger is het dat het deze bestuurders niet is gelukt om via een slimmigheidje het fenomeen Cruijff buitenspel te zetten. Ik zeg dat bewust, want het is niet netjes om op 16 november in de ochtend Cruijff uit te nodigen voor een vergadering van de RvC in de middag. Dan weet je dat hij niet kan komen vanuit Barcelona. Het is ook niet netjes om geen melding te maken van het feit dat er een voorstel ligt om een directie te benoemen waar Cruijff het volstrekt niet mee eens is.

Het is daarbij dom om te denken dat je zo een doorbraak forceert. De RvC had kunnen weten dat dit agendapunt niet meer op de komende AvA behandeld kon worden vanwege het feit dat dit niet op de agenda kon komen voor de vergadering van 12 december. Dat betekende dat er een buitengewone AvA moest komen en dat zou de tegenstanders de gelegenheid geven om het opzeggen van vertrouwen in de RvC op de agenda te plaatsen.

Ik voorspel dat uiteindelijk de voetballers en de voetballiefhebbers het winnen van de min of meer professionele bestuurders. Ik zeg dat laatste bewust, want ik kan deze commissarissen echt geen voldoende geven voor hun handelen.

donderdag 24 november 2011

De staat van ons vennootschapsrecht

In een column in het tijdschrift Ondernemingsrecht met deze titel stelt jurist Jaap Winter dat het niet goed gaat met de wettelijke regeling van ons vennootschapsrecht.
Ik citeer:
"We weten niet goed meer wat we moeten regelen, voor welke vennootschappen we dat moeten regelen en hoe we dat moeten regelen. Wat in Boek 2 terechtkomt en wat niet, wordt steeds meer bepaald door de waan van de dag. Ons vennootschapsrecht wordt zo minder duurzaam. Een visie op wat we met ons vennootschapsrecht willen, ontbreekt. Het vennootschapsrecht wordt rommeliger, slordiger en minder consistent en voorspelbaar. Het wordt minder goed bruikbaar in de praktijk."
Winter heeft een vijftal kritiekpunten maar ik beperk me in deze blog tot een tweetal zaken.
Allereerst de kritiek op de tendens vanuit de wetgever om elementen uit de Corporate Governance Code te "promoveren" naar wetgeving. Voorbeelden zijn de nieuwe diversiteitsbepaling van art. 2:166 BW en de maximering van het aantal toezichthoudende functies van art. 2:132a.
Ter verduidelijking, het betreft hier twee amendementen die op het allerlaatste moment tijdens de behandeling in de Tweede Kamer zijn toegevoegd en zijn aangenomen.
Bij de behandeling in de Eerste Kamer is aan deze amendementen ook geen enkel woord besteed (ook niet door de minister) en zijn ze zonder slag of stoot geaccordeerd (merkwaardig genoeg zonder advies door de Raad van State).
Ik heb eerder al de vloer aangeveegd met deze amendementen omdat ze gewoon niet deugen omdat de empirische en wetenschappelijke onderbouwing ontbreekt.
Jaap Winter trekt vooral ten strijde tegen het feit dat deze zaken al in de Nederlandse Corporate Governance Code geregeld waren en dat de wetgever hierdoor de code ondermijnt en ook de kwetsbare pas-toe-of leg-uit-methode.
Ik ben het daar helemaal mee eens, vooral ook omdat de Code hierdoor blijkbaar een soort voorportaal wordt voor wetgeving.

Ook is Winter het niet eens met de herijking van de balans tussen de verschillende stakeholders bij beursvennootschappen en constateert hij twijfel.
Ik citeer:
"Uit de heup geschoten voorstellen over wachtperiodes, strategiestandpunten en beperking van de toegang van het enquêterecht bestrijden enkel symptomen. We weten niet goed hoe we moeten reageren op het onderliggende fenomeen van niet structureel in de governance betrokken aandeelhouders, met een al te grote focus op de korte termijn. Vraagt dat om beperking van rechten of juist om het faciliteren van activisme en overnamebiedingen om voldoende disciplinering van de ondernemingsleiding te waarborgen?"
Ook hiermee ben ik het volledig eens, maar voeg daar nog aan toe dat de wetgever volgens mij het spoor helemaal bijster is. Hoe is anders te verklaren dat men het voortdurend heeft over het gebrek aan betrokkenheid van aandeelhouders maar tegelijkertijd voorstellen aanneemt die de betrokkenheid juist moeilijker maken zoals de verhoging van de drempel voor het agenderings- en enquête-recht?

Op de weblog van Bastiaan Assink e.a. worden de bezwaren van Winter naar mijn mening wat al te gemakkelijk gemitigeerd. De juridisch geïnteresseerde lezer verwijs ik graag naar het commentaar.

Wat mij vooral opvalt is een verschijnsel dat Ludo Timmerman al eerder in zijn oratie in 2009 aan de orde stelde en wel dat de wetgever in toenemende mate gedragsbeginselen in plaats van structuurbeginselen formuleert. Anders geformuleerd zou je kunnen zeggen dat de wetgever steeds meer regels uitvaardigt en steeds minder principes. Hij betreurt deze ontwikkeling omdat hierdoor het handelen van de belangrijkste stakeholders bij corporate governance steeds meer wordt vastgelegd (lees in beton gegoten) en dat hierdoor de zo noodzakelijke flexibiliteit verloren gaat.
Ook de Nederlandse Corporate Governance Code krijgt steeds meer last van dat fenomeen. enerzijds door  het gestaag groeiende aantal "best practices' die feitelijk niets anders zijn dan verkapte regels. Anderzijds door de neiging van de monitoringcommissies om steeds minder genoegen te nemen met de gegeven uitleg van ondernemingen bij afwijking van de best-practices door ondernemingen.

Het gevolg van dit alles is een uitdijend woud van regels (veelal gevoed door de waan van de dag) en dat kan toch niet de bedoeling zijn?
Uiteindelijk moet er toch ruimte zijn en blijven voor het ondernemen voor onze zo broodnodige welvaart.

woensdag 16 november 2011

Eerste Jaarboek Corporate Governance

Op 17 november zal op Nyenrode het eerste exemplaar van het Jaarboek Corporate Governance worden uitgereikt aan Jos Streppel, voorzitter Monitoring Commissie Corporate Governance.
Deze feestelijke bijeenkomst start om vier uur in het Koetshuis en u bent van harte uitgenodigd.
Aanmelden kan bij het Nyenrode Corporate Governance Instituut (ncgi@nyenrode.nl).


Het jaarboek is geschreven door een aantal topspecialisten en behandelt een aantal actuele thema's in het vakgebied.
Zoals gebruikelijk zijn er een paar speeches en paneldiscussies en een afsluitende borrel.
Ik hoop sommigen van u daar te ontmoeten!